Foto Solidair, Lizz Printz

1 meitoespraak van Raoul Hedebouw: “De PVDA+ versterkt links”

auteur: 

Webredactie

 “Het wordt tijd dat links weer wat kleur krijgt en luid en duidelijk durft te zeggen aan iedereen die het wil horen dat ‘opgeven’ en ‘zich erbij neerleggen’ niet in ons woordenboek staan.” Lees de volledige 1 meitoespraak van Raoul Hedebouw, nationaal woordvoerder van de PVDA+, zoals hij die gaf op 1 mei 2014 te Luik.

Beste vrienden, beste kameraden

Welkom op deze strijdbare 1 meibijeenkomst. Straks houden we doorheen de straten van Luik een optocht voor een sociaal noodplan. Op deze eerste mei in 2014 moeten de linkse krachten deze datum, 1 mei, zijn oorspronkelijke betekenis teruggeven. En die oorspronkelijke betekenis is synoniem met de strijd die leidt tot belangrijke sociale en democratische vooruitgang voor de werkende mensen. Want intussen gaan in België nu al vijftien jaar of meer, jaar na jaar de sociale verworvenheden van de werkende mensen erop achteruit, in plaats van vooruit te gaan. Het gaat intussen al zo ver dat meer en meer mensen beginnen te beseffen dat, voor de eerste keer in de recente geschiedenis, ouders vaststellen dat hun kinderen het minder goed zullen hebben dan zijzelf. Voor ons, beste kameraden, is dat onaanvaardbaar.

Ze zullen ons antwoorden: “We hebben geen keus, we moeten rekening houden met de situatie in de wereld en de huidige crisis.” Wel, beste kameraden, in 1886 lag de kwestie niet anders, toen de arbeidersbeweging de eis van de achturige werkdag op tafel legde. Toen schreeuwde het hele establishment ook al moord en brand, toen riep het hele patronaat aan wie het maar wilde horen dat een achturige werkdag de economie kapot zou maken. Dat een achturige werkdag de concurrentiepositie van onze bedrijven kapot zou maken. Dat een achturige werkdag zogezegd een utopische eis was die geen rekening houdt met de realiteit. Wel, vandaag, op 1 mei 2014, moeten wij respect hebben voor de arbeidersbeweging en haar geschiedenis, vandaag moeten wij luid en duidelijk zeggen: gelukkig, gelukkig hebben de pioniers van links in Europa en in de wereld dat dogma van ‘opgeven’ en van ‘zich erbij neerleggen’ niet aanvaard. Gelukkig hebben ze gestreden voor hún realisme: het realisme van de werkende mensen. Gelukkig zijn ze blijven doorgaan met hun strijd!

Wij, de toekomstige verkozenen van de PVDA, wij engageren ons om te leven met een gemiddeld werknemersinkomen, wat afhankelijk van de gezinssituatie neerkomt op een loon van 1600 tot maximum 2000 euro netto per maand

De kwestie ligt niet anders, nu vandaag in volle Europese crisis, en zeker nu, een paar weken voor een cruciale deadline voor alle werkende mensen in ons land: de verkiezingen van 25 mei. Het wordt tijd dat links weer wat kleur krijgt en luid en duidelijk durft te zeggen aan iedereen die het wil horen dat ‘opgeven’ en ‘zich erbij neerleggen’ niet in ons woordenboek staan.

Charles Michel, als u beweert dat u Walter de boekhandelaar beschermt, dan beschermt u in werkelijkheid Albert de miljardair

Rechts gaat in de aanval en wil zíjn oplossingen aan ons opdringen. Charles Michel en Didier Reynders proberen ons te doen geloven dat zij de werkende mensen verdedigen. Naar het schijnt organiseren ze zelfs ook een 1 meifeest. De MR die een 1 meifeest organiseert, dat zou zo’n beetje zijn alsof de PVDA de beurskoersen op zijn site zou publiceren…

Maar ter zake. Kennen jullie Walter de boekhandelaar nog? Charles Michel nam hem als voorbeeld om te zeggen dat de MR hem zou verdedigen tegen de enorme loonlasten waar hij mee te maken kreeg. Wel, Marco Van Hees, onze lijsttrekker voor de Kamer in Henegouwen, heeft de rekeningen van boekhandelaar Walter uitgeplozen, en die van Albert Frère, de miljardair. Wat bleek? Walter heeft 1555 euro aan belastingen betaald op een winst van 17 286 euro. Albert Frère, die aan het hoofd staat van twee holdings waarmee hij een winst boekte van drie miljard euro (dat is een drie met negen nullen erachter), betaalde datzelfde jaar… 152 euro aan belastingen! Onder de heerschappij van Charles Michel en Didier Reynders, betaalt de kleine Walter tien keer meer belastingen dan de grote Albert Frère.

Dus geef het dan toe, Charles Michel, als u beweert dat u Walter de boekhandelaar beschermt, dan beschermt u in werkelijkheid Albert de miljardair. Wel, zo’n samenleving, zo’n fiscaal beleid waar de multinationals minder belastingen betalen dan een boekhandelaar of een poetsvrouw, dat willen wij niet, beste kameraden! 

Marco Van Hees heeft al die mechanismes trouwens ontmaskerd en bekritiseerd in zijn boek Belastingparadijs België. Doordat hij die dingen aan het licht gebracht heeft, is belastingen en fiscaliteit – toch een cruciaal onderwerp, dat al tien jaar lang het jachtterrein van rechts was – opnieuw een sterk, links thema geworden. Door die studies (de krant Le Monde diplomatique had het zelfs over “de fiscale guerrilla van de PVDA”), zagen de traditionele partijen zich een voor een gedwongen om hun standpunten over de notionele interesten te herbekijken. De PS, CDH, Ecolo… allemaal vragen ze nu een herziening van de notionele interesten. Zo zie je maar: de PVDA+ heeft nog geen enkele verkozene in het parlement, maar weegt nu al op het politieke debat.

Maar pas op! Ze vragen allemaal wel een herziening van de notionele interesten, maar geen enkele van die partijen wil dat de opbrengst van die afschaffing naar de werkende mensen gaat die het hardst getroffen zijn door de crisis. De PVDA+ zegt luid en duidelijk: de afschaffing van de notionele interesten moet sociaal gebruikt worden. Wij vragen dat de drie miljard die zo’n afschaffing zou opbrengen, gebruikt wordt om alle sociale uitkeringen op te trekken tot minstens boven de armoedegrens, of de liberalen dat nu leuk vinden of niet.

Mevrouw Laruelle, we zullen doen wat u gevraagd hebt: we sturen Marco Van Hees naar het parlement!

Maar ik heb een primeur voor jullie: we gaan doen wat een liberale minister gevraagd heeft. Jazeker, jazeker. Herinner u Sabine Laruelle. Sabine Laruelle zei tijdens een tv-debat tegen Marco Van Hees dat het inacceptabel was dat een staatsambtenaar zulke, volgens haar ‘populistische’ boeken schreef. Ze zei zelfs: “Als u over dat onderwerp iets wil komen vertellen, zorg dan maar dat u verkozen wordt.” Wel, mevrouw Laruelle, wij zullen helemaal doen wat u gevraagd hebt!

Kameraden, rechts legt zijn kaarten duidelijk op tafel, en wij moeten daar tegenin gaan. Maar daar hebben we een moedig links voor nodig. Als we dan zien wat een sociale achteruitgang wij, de werkende mensen, geïncasseerd hebben, dan moeten we wel vaststellen dat het ons in België de voorbije vijfentwintig jaar ontbroken heeft aan zo’n moedig links. Het Globaal Plan, het Anti-Generatiepact, de loonstop, de jacht op werklozen, zich zomaar neerleggen bij fabriekssluitingen, privatisering van openbare diensten… De werkende mensen hebben de laatste vijfentwintig jaar al heel wat bittere pillen moeten slikken. En het is een feit, een staalhard en onweerlegbaar feit dat al die maatregelen gestemd en goedgekeurd zijn door een partij die zich links noemt en die de premier heeft geleverd van onze laatste besparingsregering.

De jacht op werklozen is nog altijd open

Maar, kameraden, de druppel die de emmer heeft doen overlopen, is de wet van de jacht op werklozen. Nu we in volle economische crisis zitten en almaar meer mensen hun job verliezen, terwijl almaar meer jongeren moeilijk een eerste job kunnen vinden om een leven op te bouwen, kunnen wij absoluut niet aanvaarden dat partijen die zich links noemen, maatregelen nemen tegen de meest kwetsbaren onder ons.

En ja, onder de maandenlange, niet aflatende druk van de vakbonden, maar ook met in de nek de hete adem van moedig links dat stijgt in de peilingen, heeft de regering een halve stap achteruit gezet. Maar laten we wel wezen: in de fond is de jacht op de werklozen nog altijd open. De gelijkstelling van deeltijds werkenden is voor de meesten van hen niet meer dan uitstel van executie. En bij meer dan 30 000 jongeren wordt op 1 januari de uitkering wel degelijk herleid tot nul. En ook de koopkracht van tienduizenden werklozen vermindert met tot 40% door de degressiviteit van de uitkeringen.

Het is dankzij de PVDA dat Borgerhout (waar de PVDA 18% van de stemmen haalde) het enige Antwerpse district is waar de N-VA niet bestuurt! 

Wat regeringslinks had moeten doen, was ervoor strijden dat die maatregel volledig ingetrokken zou worden. Dat is de hand die wij u gereikt hebben in de gemeenteraad van Luik, toen we vorige maandag een motie indienden (samen met andere linkse partijen in de oppositie) waarin we vroegen dat de gemeenteraad aan de regering zou vragen om artikel 63 § 2 volledig in te trekken. Dat zou een duidelijk signaal zijn dat we in Luik niets moeten weten van deze federale maatregelen. Maar het debat over deze motie werd nog maar eens een gemiste kans voor dit regeringslinks.

Want niet alleen de MR heeft onze motie weggestemd, niet alleen CDH heeft onze motie weggestemd, maar ook, het moet gezegd, ook de PS heeft tegen die motie gestemd. En toch zit er geen N-VA, toch zitten er geen liberalen in de meerderheid, hier in Luik. Eén moment van politieke moed zou genoeg geweest zijn.

Trouwens, ik weet niet of jullie het gemerkt hebben, maar de twee partijen die al vijftien jaar lang samen de regeringen hebben geleid, zijn bezig met een heruitzending. Elke keer wanneer het verkiezingen zijn, laten ze ons hetzelfde toneeltje zien. 

De MR en de PS: een oud koppel dat elke vier jaar één maand lang ruziemaakt en moppert

Jullie hebben gehoord hoe de heren Magnette en Di Rupo ons kwamen vertellen: “De MR is niet geloofwaardig,” met hen zou alles een hel worden, hun huwelijk in de regering met de MR was “tegennatuurlijk”.

Wel, dan vraag ik u, mijne heren Magnette en Di Rupo, lijden jullie aan geheugenverlies? Want in Charleroi, nochtans de stad van Paul Magnette, had de PS een absolute meerderheid. Hij had een progressieve meerderheid kunnen vormen, maar hij koos voor een coalitie met de MR en CDH. En in Bergen, de stad van Elio Di Rupo, daar had de PS ook een absolute meerderheid. Daar had de PS zich kunnen openstellen richting een andere partij, maar koos ze voor een coalitie met alleen de MR. Trouwens, meneer de premier, meer en meer linkse mensen geloven niet meer in jullie en denken dat al die zelfverloochening de belangrijkste oorzaak is van de groei van rechts. 

Met de MR zijn jullie zoals een oud koppel dat elke vier jaar een maand lang ruziemaakt en moppert, en het daarna weer goedmaakt en weer vier jaar lang gelukkig getrouwd blijft. Dát is niet geloofwaardig. 

Wij winnen stemmen die anders bij extreemrechts terecht zouden komen

Maar het toppunt van dat verhaal is dat, nu er een ander links opstaat en vooruitgaat in de peilingen, de premier de PVDA+ ervan beschuldigt links te verdelen! Waar je zou verwachten dat men zou gaan nadenken over het waarom van de sociale achteruitgang en over de compromissen van de laatste jaren, waar je een kritische zelfreflectie zou verwachten over wat de regering gedaan heeft, zien we integendeel in de hoofden van de heren Di Rupo en Magnette systematische aanvallen tegen een stem op de PVDA+, die, en ik citeer, “rechts zou versterken”. Hoe zou een kiezer die een stem wil geven aan een linkse partij zoals de PVDA, rechts versterken? Dat is nu eens echt linkse mensen beledigen. Wie links is, zou het juist goed moeten vinden dat er meer linkse ideeën voet aan grond krijgen bij de bevolking. De realiteit is dat wij op het terrein stemmen winnen die anders, door het regeringsbeleid, bij extreemrechts terecht zouden komen, zoals dat in Frankrijk gebeurt. De realiteit is dat wij links versterken.

Linkse mensen mobiliseren, in het stemhokje en op straat, met een positief project en met sociale vooruitgang

Het is trouwens al even misleidend als een partij die zich links noemt, het argument van de angst gebruikt in plaats van te mobiliseren voor een emancipatorisch project. Het argument van de angst om op te roepen voor een nuttige stem, past niet in de traditie van 1 mei. Datgene wat de linkse mensen moet en zal mobiliseren, in het stemhokje en op straat, is een positief project en sociale vooruitgang naar voren schuiven. Een programma dat duidelijk zegt: in een van de rijkste landen van de wereld, waar de rijkdom elk jaar toeneemt, is het niet normaal dat meer dan een kwart van onze jongeren werkloos is, tot zelfs een derde in de grote steden, en dat het tijd is om het werk te herverdelen tussen de generaties. Een positief project dat zegt dat de publieke overheden moeten ingrijpen in de economie om jobs te creëren in de industrie en in de dienstverlening voor de mensen. Een positief project dat het geld gaat zoeken waar het zit: in de zakken van de miljonairs, in plaats van bij ons, de werkende mensen. Een project dat duidelijk links afslaat in een land waar er 5700 miljonairs waren bijgekomen terwijl er tienduizenden méér in de rij staan bij de OCMW’s. De rijken rijker, de armen armer: het is genoeg geweest, dat moet veranderen!

En toch heb ik de premier zien schrijven dat stemmen voor de PVDA+ niet alleen in het voordeel zou zijn van de MR, maar dat het zelfs vierkant de N-VA in de kaart zou spelen! Dat argument is zo mogelijk nog absurder. De PVDA+ bestrijdt de nationalisten van de N-VA op het terrein. Niet in woorden vanop afstand, maar met daden. In Antwerpen is het de PVDA die zich, samen met de vakbonden en het middenveld, verzet tegen de afschaffing van de bosklassen, tegen de schrapping van 1420 jobs bij de openbare dienstverlening (met gisteren zelfs nog een betoging van het stadspersoneel), tegen de zondagsopeningen, tegen de fiscale cadeaus voor de havenbaronnen en de diamantairs. Het is dankzij de PVDA dat Borgerhout (waar de PVDA 18% van de stemmen haalde) het enige Antwerpse district is waar de N-VA niet bestuurt! Op ons initiatief is daar een linkse coalitie (SP.A-Groen-PVDA) gevormd. Dus alstublieft, socialistische kameraden, stop met de mensen bang te maken. Linkse mensen verwachten een positief en emancipatorisch project.

Een linkse tegenstrategie van onderuit

En zo’n positief project vinden almaar meer mensen terug bij de PVDA+. Dat project, die praktijk op het terrein, die hoop is de verklaring van de opgang van de PVDA+ in de peilingen, de voorbije maanden.

Maar dan zeggen ze tegen ons: op de PVDA+ stemmen is nutteloos, ze willen niet in een regering stappen…

Al tientallen jaren werken de leiders van regeringslinks van bovenuit, vanuit een parlementaire positie. Maar in de 19e eeuw is de socialistische beweging opgebouwd van onderuit, door kassen voor onderlinge bijstand op te richten, strijdkassen, de eerste ziekenfondsen, de eerste vakbonden, de eerste stakingen… Tot in 1893 had de Belgische Werkliedenpartij (BWP) geen enkele vertegenwoordiger in het parlement. Konden ze toen iets doen om te wegen op het beleid dankzij de linkervleugel van de liberale partij, die in het parlement zat en opbokste tegen de katholieke partij? Nee, de arbeidersbeweging moest haar eigen weg volgen. En zo gezegd, zo gedaan.

Vandaag moet links de moed hebben om zich niet te verstikken in een beleid van crisismanagement gevoerd door beroepspolitici die tussen de 6000 en de 11 000 euro per maand verdienen, en beslissingen nemen die alle mensen aangaan die het met veel minder moeten stellen.

Tot aan de Eerste Wereldoorlog heeft de BWP de arbeidersbeweging opgebouwd vanuit de rijen van de oppositie. Niemand beweerde toen dat je alleen maar iets kon veranderen als je mee in de regering zat. De ziekenfondsen, de vakbonden en de sociale zekerheid zijn stap voor stap opgebouwd als tegenkrachten. En met de bankencrisis worden die tegenkrachten op dit moment overal in Europa onder druk gezet. In het Spanje van de rechtse Rajoy, in het Frankrijk van de socialist Hollande of in Nederland met een liberaal-sociaaldemocratische coalitie: een verwoestende lawine van besparingsmaatregelen en sociale afbraak rolt over het continent. Wie zal de strijd daarmee aangaan? Wie zal er een tegenstrategie voeren? Degenen die opnieuw kracht en energie geven aan de vakbonden, aan de basisbewegingen, aan alle nieuwe solidariteitsinitiatieven van onderuit. Zo lag de cruciale kwestie ten tijde van het ontstaan van de socialistische beweging, zo ligt de kwestie opnieuw vandaag, middenin deze Europese crisis.

Want van onderuit wordt de democratie versterkt, in de wijken en op het terrein, door de mensen te betrekken en te motiveren. Vandaag moet links de moed hebben om een tegenstrategie uit te werken tegen de crisis en het neoliberale beleid. Vandaag moet links de moed hebben om zich niet te verstikken in een beleid van crisismanagement gevoerd door beroepspolitici die tussen de 6000 en de 11 000 euro per maand verdienen, en beslissingen nemen die alle mensen aangaan die het met veel minder moeten stellen. Alleen met een grote emancipatiebeweging kunnen we de uitdagingen van morgen aangaan: een alternatief opbouwen tegen de crisis, armoede bestrijden, de welvaart écht herverdelen, vast en duurzaam werk creëren voor de jongeren, het gerecht rechtvaardig maken zonder vrijgeleides of privileges, en een duurzaam klimaatbeleid voeren in plaats van het aan de markt over te laten. 

Om zich te verdedigen tegen de aanvallen die eraan zitten te komen (er zijn 13 miljard aan besparingen voorzien), zullen de werkende mensen, de mensen in de wijken een megafoon nodig hebben in het parlement, een partij die in het verlengde staat van de strijd. Daarom hebben 170 vakbondsmensen ervoor gekozen om op de lijsten te staan van de PVDA+. Want hoe de regering er ook uit zal zien, tijdens de komende vijf jaar zal de tegenkracht niet in de eerste plaats uit het parlement komen, maar wel vanuit de straat.

Zoals in 1936, toen de werkende mensen samen de parlementsleden gedwongen hebben om de betaalde vakantie en de werkweek van veertig uren in te voeren. We zullen een links nodig hebben dat mobiliseert, dat bewustmaakt, dat opnieuw sociale verworvenheden afdwingt. Geen links dat al opgeeft aan de startlijn, onder de slogan “zonder ons zou het nog erger zijn”. Geen links dat de krachtsverhoudingen verzwakt door de strijd stop te zetten. We hebben een links nodig dat niet alleen uw stem vraagt, maar ook en vooral uw engagement. En omwille van die ambitie ondersteunen meer dan honderd bekende Walen uit het culturele, het intellectuele, het academische en het syndicale veld de oproep van de PVDA+, samen met andere linkse politieke krachten, waardoor duizenden anonieme mensen die ons tegenkomen op de markten, in de bedrijven en in de wijken tegen ons zeggen dat wij hen hoop geven

Een maximale loonnorm voor de ministers

Beste kameraden, we zitten in volle campagne en, zoals jullie weten, zit het programma van de PVDA+ vol met concrete ideeën die wij de komende jaren willen waarmaken. Vandaag op 1 mei wil ik graag van de gelegenheid gebruikmaken om een nieuw voorstel te lanceren. Een voorstel dat volgens ons onmisbaar is in onze democratie. Er wordt altijd maar gepraat over de loonnorm van 0% voor de werkende mensen. Wel, wat wij voorstellen is een maximale loonnorm voor de ministers. Wij pleiten voor ministers die dichter bij de mensen staan, met lonen die maximum drie keer zo hoog zijn als een gemiddeld werknemersloon. Dat wil zeggen: een ministersloon van maximum 5900 euro netto per maand. Dat komt neer op een loonsverlaging met bijna de helft, en dat heeft drie voordelen:

We hebben een links nodig dat niet alleen uw stem vraagt, maar ook en vooral uw engagement.

1. Het zou een besparing zijn in de overheidsuitgaven (1,5 miljoen euro per jaar voor de federale regering alleen al).

2. Een loonsverhoging voor ministers kan dan alleen maar als ook de lonen van alle werkende mensen verhoogd worden.

3. En vooral: zo komen de ministers een beetje dichter bij de realiteit van de bevolking te staan.

En nu we het toch hebben over de lonen van politici: ik wil vandaag een engagement aangaan tegenover jullie. Wij, de toekomstige verkozenen van de PVDA, wij engageren ons om te leven met een gemiddeld werknemersinkomen, wat afhankelijk van de gezinssituatie neerkomt op een loon van 1600 tot maximum 2000 euro netto per maand.

Daarom, beste vrienden, kameraden, gaan wij samen bouwen aan onze sociale toekomst, voor en na 25 mei!