Foto Solidair, Salim Hellalet

35.000 mensen tegen regering van de 1% bouwen de sociale lente verder op

Na de succesvolle Grote Parade van zondag brachten de vakbonden in deze week van sociaal verzet in totaal 35.000 mensen op de been tegen de maatregelen van de verschillende regeringen in ons land. 35.000 syndicale woordvoerders die het begin inluiden van een nieuwe sociale lente.

Na een hete herfst staan we aan het begin van een sociale lente. Een sociale lente die zich verder opbouwt na de geslaagde syndicale militantenconcentraties van 11 en 19 maart. Op zondag 29 maart hielden de burgerbeweging Hart Boven Hard en Tout Autre Chose hun Grote Parade. 20.000 mensen, uit het verenigingsleven, uit de syndicale middens, maar ook gezinnen namen deel aan de parade. De volgende dagen betoogden 7.000 syndicalisten in Brussel, 12.000 in Charleroi, 8.000 in Luik, 2.000 in Namen, 600 in Kortrijk, 800 in Hasselt, 1.500 in Gent, 2.500 in Mechelen en 500 in Antwerpen. Samen meer dan 35.000 woordvoerders die zich blijven verzetten tegen de politiek en de maatschappijvisie van de regering-Michel-De Wever.

De regering krijgt het sociaal verzet niet klein. Sinds de kersvakantie probeert de regering het gemeenschappelijk vakbondsfront uiteen te spelen. De voorbije betogingen en acties in gemeenschappelijk vakbondsfront tonen aan dat de regering daar in essentie niet in slaagde.

De regering probeerde ook de interprofessionele solidariteit te breken. Ook hier konden we in de voorbije betogingen vaststellen dat dit op een sisser uitliep: de syndicalisten van de openbare diensten en van de privé betoogden nog steeds schouder aan schouder.

De woede over de asociale maatregelen blijft groot en blijft het verzet elke dag opnieuw voeden. De indexsprong; de verhoging van de pensioenleeftijd; het bemoeilijken van het brugpensioen, tijdskrediet en landingsbanen; de afbraak van de openbare diensten en de openbare dienstverlening… Allemaal maatregelen die nog steeds niet zijn ingetrokken.

Iedereen begint vandaag de gevolgen van de regeringsmaatregelen concreter te voelen: tariefverhoging bij de openbare diensten, slechtere dienstverlening, duurdere zorgverzekering in Vlaanderen, activering van oudere werklozen en bruggepensioneerden, toename van de armoede, duurdere elektriciteit… Ook deze zaken voeden continue de woede en het verzet.

De woede over het feit dat miljonairs in dit land vrij spel krijgen van deze regeringen, dat aan hen geen noemenswaardige bijdrage gevraagd wordt, dat de cadeaus blijven stromen in de richting van de grote bedrijven…, die woede is niet geluwd. De actievoerders verwerpen de visie van ‘ikke en de rest kan stikken’ van deze regering. Deze regering verdedigt de 1% rijken en handelt in het voordeel van deze 1% rijken. Wie in de miserie zit, heeft dat aan zichzelf te danken en moet zelf maar zien hoe hij eruit geraakt. Deze regering verwerpt de solidariteit die een maatschappij juist leefbaar maakt.

Velen actievoerders willen dan ook dat de acties verder gaan. “Er moet opnieuw een gelijkaardig actieplan komen als in november en december”, is een veel gehoorde opmerking tijdens de voorbije acties.

De deelname aan de Grote Parade van Hart boven Hard/Tout Autre Chose en aan de voorbije syndicale acties toont aan dat in de bedrijven en in het brede middenveld een enorm potentieel aanwezig is om de acties te herlanceren en uit te breiden. De komende algemene staking van de openbare diensten op 22 april zal dit potentieel weten te activeren en een succes worden.