60 jaar Rome: wat het Europese establishment bekokstooft

auteur: 

Marc Botenga

In Rome vloeit de champagne. Zestig jaar geleden werd daar het Verdrag van Rome getekend. Een symbolisch startpunt van Europese integratie. Intussen groeit overal het verzet tegen het Europa zoals dat in realiteit is uitgebouwd.

Het wordt een wat surrealistisch feest. Vier dagen later zal Groot-Brittannië officieel beginnen de Unie te verlaten. De gewone Europeaan voelt een diepe crisis, maar toch viert het establishment feest. Daar is een reden voor. U zult het in de pers niet lezen, maar alle onenigheid ten spijt, is er vooral een grote eenheid. Toch kan het ook anders.

Op welke temperatuur gaan we jullie koken?

Ze praten wat af, die Europese leiders. Het aantal documenten over de toekomst van Europa is zo langzamerhand niet meer te tellen. Commissievoorzitter Juncker schreef er een Witboek over. Hij biedt vijf scenario’s voor de toekomst van de Europese Unie. Hoe moet die er gaan uitzien? Gaan alle landen samen verder? Een Europa op verschillende snelheden? Meer Europa met minder landen, of minder met meer landen? Meer macht voor de Commissie of net meer voor de Raad?

Duitsland wil dat instellingen als de Raad, waar Berlijn domineert, doorslaggevend blijven. Juncker legde zijn eigen voorkeur al uit in het beruchte Rapport van de Vijf Voorzitters. Dat rapport werd geschreven door een grote coalitie van twee sociaaldemocraten, twee conservatieven en een opperbankier. Zij willen een Europese regering zoals in de Verenigde Staten, een federaal model, met vooral meer loonconcurrentie, meer markt. Een Europa van verschillende snelheden kan dan een tussenstap zijn. Ook het Europees Parlement gaat in die richting. Met steun van sociaaldemocraten en Groenen stelt het Parlement voor het besparingsverdrag Fiscal Compact in het EU-verdrag in te metselen. Besparingen voor eeuwig betonneren. Eventueel mag er dan een laagje sociale verf over het asociale beton.

Nergens maakt Juncker zich in zijn Witboek zorgen om sociale rechtvaardigheid of democratie.

Het lijkt op een echt debat over de toekomst van de Unie. Maar merkt u op dat niemand uw mening vraagt? Opmerkelijker nog: nergens maakt Juncker zich in zijn Witboek zorgen om sociale rechtvaardigheid of democratie. Het establishment praat enkel over hoe het verder moet. Waar we heen marcheren, wordt niet in vraag gesteld. Het doel ligt vast: meer markt, meer concurrentie, en dus meer ongelijkheid. Wat ter discussie staat is hoe dat doel het meest efficiënt en het snelst te bereiken.

Rome 1957: een asociaal verdrag

De marsrichting van de Europese Unie werd decennia geleden uitgezet. Het Verdrag van Rome waarmee in 1957 de Europese Economische Gemeenschap (EEG) werd opgericht, had dan ook de bekende “vier vrijheden” als grondslag: het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. De interne markt is het hart van de Europese integratie, vindt ook Commissievoorzitter Juncker vandaag nog.

Sinds het Verdrag van Rome is de uitbouw van de vermarkting inderdaad het kloppend hart van de Unie gebleven. Het maakt deel uit van het DNA van de Unie, geschreven op maat van de grote bedrijven. De officiële geschiedschrijving van de Europese Unie wil dat het Verdrag van Rome een garantie was voor vrede in Europa. Na twee wereldoorlogen zouden Frankrijk en Duitsland nu gaan samenwerken. In feite was er op dat moment helemaal geen oorlogsrisico tussen beide landen. De integratie had vooral met andere factoren te maken.

Sinds het Verdrag van Rome is de vermarkting het kloppend hart van de Unie gebleven. Ze is het DNA van de Unie

De zogenaamde “founding fathers”, stichters van de Europese Unie, vertegenwoordigden hun grootindustrie. Zowel West-Duitsland als Frankrijk streefden in de eerste plaats het voordeel van hun eigen industrie na. In aanloop naar de creatie van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal in 1952, verdedigde de Franse minister Robert Schuman bijvoorbeeld de belangen van de Franse staalindustrie tegenover een productievere Duitse industrie.

De eerste stap was het afschaffen van de douanetarieven. Multinationals vechten op wereldschaal voor macht en marktaandeel. Voor hen waren de verschillende douanetarieven in al die Europese landen vervelend. Daar kwamen dan nog eens verschillende import- en exportregels bij, en verschillende munten en wisselkoersen… Het hinderde hun vrije verkeer en verhoogde de lasten. Europese multinationals wilden weg van de versnippering van de lidstaten om sterker te staan in de wereldwijde concurrentie. “De Europeanen en de Europese industrie willen dat de Europese leiders ervoor zorgen dat hun stem hoorbaar is in het wereldconcert”, zo herhaalden de verzamelde CEO’s van de Europese Ronde Tafel van Industriëlen in 1991.

Concurrentie binnen Europa. Concurrentie buiten Europa. Van bij haar geboorte is deze Europese Unie een bitter concurrentieproject. Ze speelt mensen en lidstaten tegen elkaar uit voor het winstbejag der multinationals. De Unie is nooit anders bedoeld.

Van Rome naar Maastricht: ongelijkheid troef

Precies dertig jaar na het Verdrag van Rome richtte de Europese Ronde Tafel, de club van de allergrootste Europese bedrijven, een lobbygroep op om de eenheidsmunt te promoten. Maar ook de concurrentie tussen de lidstaten onderling. De idee was: via een gemeenschappelijke munt en een gezamenlijk monetair beleid kunnen we ook prijzen, interest, begrotingen en lonen van de Europese landen op elkaar afstemmen. En daar hoort natuurlijk een sterk politiek gezag bij, een Europese regering.

En inderdaad: in februari 1992 doopten twaalf staatsleiders in Maastricht de Europese Gemeenschappen om tot de Europese Unie. In één klap werden de Europese bevoegdheden uitgebreid. De Unie had voortaan drie pijlers: economie, buitenlands beleid en justitie en veiligheid. Het sluitstuk van “Maastricht” was de gemeenschappelijke munteenheid die er zou komen, de euro.

Maastricht wekte van meet af aan verbazing op. Hoe kun je nu zo'n heel verschillende economieën onder dezelfde paraplu krijgen?

Maastricht wekte van meet af aan verbazing op. Hoe kun je nu zo'n heel verschillende economieën onder dezelfde paraplu krijgen? In Noord-Europa lagen de lonen tot 4 keer hoger dan in het Zuiden. Op die vraag had het establishment toen een antwoord op: “de Maastrichtnormen”. Convergentie heette het. Naar elkaar toe groeien. Overheidsschuld terug brengen, en begrotingstekorten inperken. Maar convergentie kwam er niet. De eenheidsmunt hielp niet. Op de binnenmarkt verloren zwakkere landen zelfs één van de weinige middelen om zichzelf concurrentieel te houden: wisselkoersaanpassingen. De kloof werd groter. Binnen landen en tussen landen. Duitsland werd Exportweltmeister, Griekenland ging failliet.

Kiezen tussen autoritarisme of nationalisme?

Nog geen tien jaar na de euro-forie leefde een op de zes Europeanen in armoede: 84 miljoen mensen. Onder hen 20 miljoen kinderen. In Spanje zit 44 procent van de jeugd zonder werk, in Griekenland de helft. Het Griekse verzet tegen de besparingspolitiek werd hardhandig de kop in gedrukt. Ook steeds meer mensen met een baan komen in armoede terecht, de working poor. Tegelijk groeit het aantal Europese miljonairs. In 2015 ging hun aantal met bijna 5 procent vooruit. Ze waren vorig jaar met meer dan 4 miljoen. Ze zitten samen op een financiële vermogensberg van miljoenen en miljoenen dollar.

Nog geen tien jaar na de euro-forie leefde een op de zes Europeanen in armoede: 84 miljoen mensen

Zij die zich verschansen in de Romeinse paleizen, gaan uitdokteren hoe ze de gewone Europeaan nog meer kunnen uitpersen. Business as usual, beleid zoals gewoonlijk. De machtigste multinationals van het continent werken al zestig jaar aan een Unie om de concurrentie met de Verenigde Staten, Japan en binnenkort China aan te gaan. De Europese Ronde Tafel dicteerde de “Maastricht-normen”. Begin 2002 zetten multinationals mee de bakens uit voor het Economisch Bestuur, streng gecentraliseerd gezag dat de hele economische politiek van de lidstaten zou onderwerpen. Deze multinationals zijn nog altijd de echte werkgevers van Merkel en co. Ja, het Europese establishment zal wat knutselen aan de instellingen. Maar als het aan hen ligt, zullen liberaliseringen en besparingen gewoon voortgaan, al dan niet met een sociaal schaamlapje erover.

Deze marsrichting leidt ons in de eerste plaats naar een nog autoritairder Europa. Dat kan niet anders, want de mensen willen een heel ander beleid. Asociaal beleid doordrukken, kan niet met echte inspraak en democratie. Meer autoritarisme, meer centralisatie, dat is de voorkeursoptie van het Europese establishment.

Maar ondertussen wakkert de drijfveer van concurrentie en winstjacht, ook het nationalisme terug aan. Twee kanten van eenzelfde medaille. Als reactie op autoritair en asociaal beleid steekt het spook van het nationalisme en chauvinisme de kop op. In Groot-Brittannië, maar ook in Oostenrijk. En in Frankrijk, waar mensen dertien lange jaren onophoudelijke sociaaldemocratische besparingen beu zijn. David Pestieau vatte het op De Wereld Morgen als volgt samen: “als je verbiedt – zoals de EU-politiek het doet – dat geraakt wordt aan de privileges van de allerrijksten, dan blijven alleen de allerzwaksten nog over om aan te pakken. Er is geen derde weg. Als er nooit geld is voor nieuwe sociale woningen, zorg je ervoor dat zij die uit de boot vallen onder mekaar gaan vechten om wat overblijft. Als je snijdt in de onderwijsbudgetten, de openbare diensten en het verenigingswerk, creëer je alle voorwaarden voor een terugplooien op zichzelf en voor de spanningen van vandaag en morgen.”

Europa helemaal anders

Concurrentie en winstjacht op een vrije markt zijn de basis van dit systeem. Sinds het Verdrag van Rome staan ze in de basisteksten van de Unie gebeiteld. Ze woekeren en verstikken alles. 

Wij moeten met een schone lei, een wit blad, herbeginnen. Deze spiraal naar beneden moet gestopt worden. Europese samenwerking kan dienen om de basisrechten van de burgers te garanderen. Europese samenwerking moet dingen beter maken, niet slechter.

Europese samenwerking kan dienen om de basisrechten van de burgers te garanderen. 

Daarom moet die samenwerking op heel andere leest geschoeid. Vandaag is concurrentie de grondslag van de Unie. Een andere vorm van Europese samenwerking gaat uit van solidariteit.

Ten eerste moeten sociale rechten voorrang krijgen op economische vrijheden. Sociale dumping moet vervangen worden door gelijk loon voor gelijk werk. Samenwerking kan dienen om een einde stellen aan de flexverslaving, de eindeloze arbeidsmarktflexibiliseringen.  Europese samenwerking moet dienen om het recht op arbeid, op wonen, op onderwijs, op zorg, voor allen te doen respecteren.

Ten tweede moeten we uitgaat van een simpel principe: non-regressie. Zo'n principe betekent dat men geen maatregelen meer mag doorvoeren die sociaal, ecologisch of democratisch een stap achteruit betekenen. Geen achteruitgang meer.

Weg dus met bezuinigen, pseudoherstelplannen, sociale en belastingdumping. Een nieuw Europa zal geld mobiliseren: een vermogensbelasting voor miljonairs, een belasting op financiële transacties en keiharde strijd tegen belastingparadijzen. Een Europa met een minimumloon, met hogere lonen. Een Europa waar we vroeger, niet later, op pensioen gaan door arbeid en rijkdom te herverdelen.

Een nieuw Europa zal ook kijken naar openbare investeringen en sectoren. Strategische, cruciale takken van de economie, denk aan energie, moeten beschermd worden. Het klimaat is te belangrijk om aan de markt over te laten. Laten we daarom investeren in klimaat, in fossielvrije energie, in openbaar vervoer en woningbouw.

Weg met die draaideuren van politici in en uit de bedrijfsraden

Ook democratisch moet het anders. Staten en multinationals gebruiken de Unie als instrument om antisociale besparingen op te leggen. Het Europees Parlement is zowat het enige Parlement dat zijn eigen wetten niet opstelt. De Europese Commissie een niet-verkozen regering. Lobby’s hebben overal toegang toe, burgers weten van niets. Het aantal keer dat de Unie haar voeten veegde aan de stem van het volk is niet meer te tellen. Denk aan referenda in Nederland en Frankrijk over de Europese Grondwet. Of denk aan het Griekse referendum tegen besparingen. We moeten naar een Europa met transparant en democratisch bestuur. Laten we beginnen met al die wandelgangen en coulissen te livestreamen. Kan toch perfect? Weg met die draaideuren van politici in en uit de bedrijfsraden. Dankzij de digitale ontwikkeling kunnen we burgers rechtstreeks betrekken bij democratische processen.

Door de Romeinse straten

Nee, zo'n Europa zal niet geboren worden op de Top van Rome of in vergaderzalen van de Europese Commissie. Ja, zo'n Europa is onverenigbaar met de huidige verdragen. Ja, zo'n Europa vereist de politieke ontmachting en de economische ontwapening van de superrijken. Maar toch is dit geen utopisch wenslijstje. Integendeel. Voor het eerst sinds lang is het utopischer te geloven dat alles blijft zo als het is. Niemand gelooft dat nog. Aanmodderen is geen optie. Je voelt de verandering. Daarvoor moeten we dezer dagen niet naar de paleizen, maar naar de Romeinse straten kijken.

Terwijl de champagne door de Romeinse paleizen stroomt, hoor je op straat de andere visie

Terwijl de champagne door de Romeinse paleizen stroomt, hoor je op straat immers de andere visie. Daar betogen burgerbewegingen, vakbonden en verenigingsleven. Daar gaat het over een koerswijziging, over alternatieven, over sociaal beleid, over betere pensioenen en sociale rechten. Zij willen niet “verder”. Zij willen het anders. Weg van die keiharde concurrentie die alle zuurstof uit die volkeren van Europa zuigt. Weg van dat leven en werken, snakkend naar adem, voor de glans en glorie van financiële en industriële giganten.

De havenarbeiders die van Hamburg, tot Rotterdam en Antwerpen de havenliberaliseringen tegen hielden waren er een eerste voorbeeld van. Er is de brede beweging in Duitsland, in België, en in Nederland die vecht tegen vrijhandelsdictaten. Of de Europese arbeidsmarkthervormingen nu Reforma Laboral heten in Spanje, Wet-Peeters in België, Jobs Act in Italië of Loi Travail in Frankrijk, overal kunnen ze op verzet rekenen. De bewegingen rond gezondheidszorg strekt zich uit van Groot-Brittannië en Nederland, tot in België en Duitsland. De strijd voor openbaar waterbeheer gaat van Ierland tot Italië en van Griekenland tot België. Deze bewegingen zijn een aanzet voor een nieuw Europa. Het Europa van de hoop.

 

Commentaar toevoegen

Reacties

Het Verdrag van Rome is een lachertje, toneel , de zogezegde vrije handelszone en concurrentie ging de prijzen democratisch houden, en eigenlijk zijn het mono en oligopolies, in alle bedrijven waar ik gewerkt heb was er prijzenafspraak met de concurrentie, in hotel jaarlijks, de kamers werden zelfs gescand op micro's, en zo werden prijzen artificieel duur gehouden, en dan het oligarchisch monster 'Europa', Europa wil dit , Europa vraagt dat eist dat volgens Europa moeten we....verander de naam Europa door kadafi en iedereen roept dictatuur, terwijl niemand van ons de president verkozen heeft , we betalen dus 5 parlementen , een koningshuis en een Europees hof dat 10 miljard aan lonen betaalt in Brussel, de heren verdienen netto het dubbele vh bruto, als je loon netto het dubbele v je bruto is dan ben je Europeaan, als je 500 euro full time/m verdient ben je Griek, als je netto minder dan de helft van bruto hebt en je betaalt btw ben je Belg, van discriminatie gesproken,