Afschaffing notionele interesten: komt PVDA-voorstel erdoor na Amerikaanse dreiging?

De Verenigde Staten laten weten dat ze niet gediend zijn met de notionele-interestaftrek. “België heeft zich willen opwerpen als een belastingparadijs voor multinationals en dat beleid blijkt vandaag een torenhoge mislukking”, zegt PVDA-volksvertegenwoordiger Marco Van Hees.

Een maand geleden dienden PVDA-volksvertegenwoordigers Raoul Hedebouw en Marco Van Hees in het federale parlement een wetsvoorstel in voor de afschaffing van de notionele-interestaftrek, die de belastingbetaler op tien jaar tijd al 40 miljard euro kostte.

Marco Van Hees bestrijdt de notionele interesten al sinds de dag dat ze ingevoerd werden. “Ondertussen hebben ook de meeste politieke partijen – zowel aan Nederlandstalige als aan Franstalige kant – in mindere of meerdere mate kritiek op de notionele interesten. Enfin, toch in tijden van verkiezingen of als er weer eens controverse rond is, want de fiscale gunstmaatregel afschaffen, dat hebben de regeringsmeerderheden nooit gedurfd of gewild. Maar nu er vanuit Washington dreigende taal wordt gesproken, staan we mogelijk voor een kritische drempel.”

De Verenigde Staten zijn van plan een heffing van 30% toe te passen op de interesten die betaald zijn aan ondernemingen die verbonden zijn met België. Dit dreigt enorme gevolgen te hebben indien dit ook van toepassing zou zijn op elke onderneming die notionele intresten aftrekt.

Het is echter ondenkbaar dat filialen van grote Amerikaanse groepen geen gebruik zouden kunnen maken van de notionele interesten, terwijl andere bedrijven er wel van kunnen blijven profiteren. Het hele systeem moet dus worden ingetrokken.

Voor PVDA-volksvertegenwoordiger Marco Van Hees is het duidelijk: “België heeft zich willen opwerpen als een belastingparadijs voor multinationals en dat beleid blijkt vandaag een torenhoge mislukking. Eerder veroordeelde de Europese Unie al de coördinatiecentra, de info-cap ruling en zeer recent ook nog de excess profit ruling. Ook de OESO liet zich kritisch uit over de notionele interesten. En nu hebben dus ook de Verenigde Staten het gemunt op de notionele interesten.”

Van Hees vindt dat de nodige conclusies getrokken moeten worden. “We moeten een radicaal andere weg inslaan. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt moet maar eens de hand in eigen boezem steken en toegeven dat hij zich heeft vergist toen hij openlijk dit agressieve fiscaal concurrentiebeleid van ons land verdedigde.”

De vennootschapsbelasting verlagen is ook geen oplossing. Het is niet normaal dat een bedrijf 20% belastingen betaalt, terwijl voor werknemers een marginaal belastingtarief van soms tot 50% geldt. Dat is een kwestie van fiscale rechtvaardigheid, maar ook van eerlijke verdeling van de beschikbare inkomens, wat voor een heropleving van de consumptie kan zorgen.

De grafiek van het nominale vennootschapsbelastingtarief – en dan hebben we het nog niet over de reële tarieven – is een rechte lijn naar beneden. Sinds de neoliberale golf van de jaren 80 is dit tarief achtereenvolgens gedaald van 48% naar 45%, 43%, 41%, 40,17% en ten slotte 33,99%. In plaats van de fiscale concurrentie te verdedigen, zou België binnen de Europese Unie een positieve rol moeten spelen en er pleiten voor een sociaal verantwoorde fiscale harmonisatie.

Persdienst PVDA