Foto Solidair, Karina Brys

Arbeidsongevallen, de risico’s van het vak?

Slachtoffers van arbeidsongevallen, er zijn er veel. Maar ze komen lang niet allemaal in de officiële cijfers. Wie een ongeval heeft, moet soms een lange strijd leveren om aanspraak te kunnen maken op zijn of haar rechten.

Het is vrijdagavond. De werkdag van Isabelle in de supermarkt waar ze nu al enkele jaren werkt, zit er bijna op. Ze is bezig de afdeling groenten en fruit in orde te brengen als ze plots een felle pijnscheut in de onderrug voelt. Doorgaans doet ze dit werk niet alleen. Maar het is de vooravond van een feestdag, er zijn veel klanten, de rijen aan de kassa’s zijn lang en er is niemand om haar te helpen.

Ze heeft echt pijn, maar Isabelle besluit toch eerst nog de laatste producten op hun plaats te leggen. Pas daarna gaat ze naar haar verantwoordelijke, die aan de kassa zit. Tussen twee klanten door, ontevreden omdat ze zo lang hebben moeten aanschuiven, vertelt ze kort wat er gebeurd is en vraagt of het nodig is een verklaring van arbeidsongeval op te maken.

Derde van ongevallen wordt niet aangegeven

“Een verklaring van arbeidsongeval? Is dat echt nodig, denk je? Het lijkt me toch niet zo erg te zijn? Bovendien is Eric, die de verzekeringspapieren invult, al naar huis. Jij bent ook klaar, ga naar huis en dan zien we na het weekend wel of je nog altijd pijn hebt.”

Isabelle is ontgoocheld dat haar verantwoordelijke nauwelijks reageert en weinig empathie toont. Uiteindelijk gaat ze naar huis. Na een weekend gedwongen rust en enkele ziektedagen gaat ze weer werken. De pijn is verminderd en er wordt niet meer over het arbeidsongeval gesproken.

Wat Isabelle is overkomen, zal nooit in de statistieken van arbeidsongevallen worden opgenomen. Dat is het fenomeen van de te lage aangifte. Volgens een studie van het FAT (Fonds voor arbeidsongevallen, voorloper van FEDRIS, het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s, dat belast is met het afhandelen van alle arbeidsongevallen) en andere cijfers van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) wordt ongeveer een derde van alle arbeidsongevallen nooit gemeld. Daardoor worden slachtoffers niet als dusdanig erkend en worden de ongevallen ook niet onderzocht, wat een herhaling in de toekomst zou kunnen voorkomen.

Sommige sectoren hebben veel risico’s

Ook Sarah is vertrouwd met het fenomeen arbeidsongeval. Ze werkt voor een poetsbedrijf. Die dinsdag stuurt haar firma haar bij het krieken van de dag naar een bankkantoor, waar ze alles voor 9 uur moet schoonmaken, voor de eerste klanten komen. Ze moet dus heel hard doorwerken. Ze heeft pech en glijdt uit. Valpartijen komen vaak voor in de schoonmaaksector en haar verantwoordelijke weigert het ongeval aan te geven.

Bij Sarah duiken de problemen pas later op, wanneer de verzekering van de werkgever gevraagd wordt een schadeloosstelling te betalen voor de verzorging die Sarah nodig heeft en voor de periode dat ze arbeidsongeschikt is. De verzekering zegt dat er in de verklaring geen getuigen worden genoemd en stelt heel duidelijk dat ze twijfelt aan de verklaring van Sarah, dat het heel goed mogelijk is dat ze gewoon thuis is gevallen.

Sarah heeft de juiste reflex en klopt aan bij de vakbond. Die regelt een advocaat en een arts die haar voor de arbeidsrechtbank zullen verdedigen. Uiteindelijk wordt ze wel degelijk erkend als slachtoffer van een arbeidsongeval, maar daar gaat wel een lange procedure aan vooraf en voor elke euro die de verzekering betaalt, heeft de advocaat van Sarah hard moeten knokken.

Invloed van privéverzekeringen

Dat verzekeringen van werkgevers in staat zijn echte arbeidsongevallen niet te erkennen, is een probleem. Uit het rapport van de FEDRIS over de arbeidsongevallen in 2015 blijkt dat de verzekeringen een historisch groot aantal gevallen geweigerd hebben: 12,73 %. Dat percentage stijgt constant sinds de gegevens over arbeidsongevallen worden bijgehouden, al meer dan 30 jaar.

Toen het systeem van schadeloosstelling bij arbeidsongevallen door privéverzekeringen die de werkgevers hadden afgesloten, werd ingevoerd, had de Belgische staat nochtans een controlesysteem uitgewerkt. Hoe die controle wordt uitgevoerd, is eigenlijk de grootste verrassing in het rapport van FEDRIS. We stellen vast dat bijvoorbeeld in 2015 het FAT in 44 % van de gevallen waarbij er op de instelling een beroep werd gedaan, de beslissingen van de verzekeraars aanvocht. Bij die betwistingen legden de verzekeraars in een derde van de gevallen (29/81) het advies van het FAT naast zich neer. Dat betekent dat de verzekeringsmaatschappijen beslissingen konden negeren van de instelling die belast was met hun controle, en dat ze dat ook volop deden.

Dat de verzekeraars zo weinig rekening hielden met de adviezen van het FAT heeft een belangrijk debat op gang gebracht. De vakbonden werden het erover eens dat ze ervoor moesten zorgen dat het FAT, wanneer het dat nodig achtte, een beroep moest kunnen doen op de arbeidsrechtbank om de verzekeringsmaatschappijen van de werkgevers ter verantwoording te roepen.

Sinds 2015 sturen het FAT en nu FEDRIS de verzekeringsmaatschappijen inderdaad naar de rechtbank. In 2015 werd 90% van de dossiers die voor de rechtbank kwamen, gewonnen door het FAT en dus door het slachtoffer van het arbeidsongeval.

Erkenning geen garantie op gerechtigheid

Volgens FEDRIS zou die mogelijkheid om rechtszaken aan te spannen tot een daling van de weigeringen kunnen leiden. Dat zou een goede zaak zijn voor de werknemers, want alles wijst erop dat de verzekeraars van de werkgevers ten onrechte weigeren arbeidsongevallen te erkennen.

De erkenning van een arbeidsongeval is dus een belangrijke overwinning. Maar helaas is dat op zich niet altijd een garantie dat de slachtoffers correct behandeld worden.

Dat mocht Farid ondervinden, een 43-jarige arbeider in een grote glasfabriek. Farid werd het slachtoffer van een ernstig ongeval, een ongeval waar hij levenslang de gevolgen van zal ondervinden en waardoor Farids arbeidsvermogen beperkt zal zijn (blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid). In dat geval berekent de verzekering een schadevergoeding, een percentage dat overeenstemt met het verminderde arbeidsvermogen van de werknemer op zijn werkplek.

Bij Farid heeft een machine twee vingers van zijn linkerhand afgesneden. Het is duidelijk dat hij daardoor niet naar zijn werkplek kan terugkeren en zijn toekomst in elk beroep dat handenarbeid vereist, in gevaar komt. Na maanden revalidatie bereikt Farids arbeidsongeval de fase van “consolidatie”, het moment waarop duidelijk is dat Farid medisch gezien de maximale genezing heeft bereikt. De verzekeraar van de werkgever doet dan een consolidatievoorstel, schrijft een evaluatie en vermeldt daarin een percentage (arbeidsongeschiktheid).

Volgens Farids werkgever is het duidelijk dat hij geen aangepaste werkplek kan krijgen. De consolidatie van het arbeidsongeval gaat dus gepaard met een C4 wegens medische overmacht. Het probleem is dat de verzekering vindt dat, gezien zijn leeftijd en het feit dat hij rechtshandig is en het zijn linkerhand is die gewond is, Farid nog in een andere sector aan de slag kan gaan, bijvoorbeeld na een opleiding. Farid is het slachtoffer van een psychisch traumatiserend ongeval en loopt het risico dat hij flink in de problemen komt. Hij moet een goed loon inruilen voor een erg onzekere toekomst, met als enige optie dat hij zich moet omscholen voor een andere sector.

Technologie evolueert, veiligheid niet

Door alle technologische evoluties zou je denken dat er in de toekomst steeds minder gevallen zullen zijn zoals Farid. Maar uit de arbeidsongevallenstatistieken blijkt dat dit niet het geval is.

Het aantal slachtoffers van ernstige arbeidsongevallen haalt nu het hoogste peil van de afgelopen vijf jaar (14.662 in 2016 tegen 14.295 in 2012).

Ook het aantal doden blijft aanzienlijk: iets meer dan honderd in 2016. Bij dat cijfer mogen we ook nog een aantal werknemers bijtellen die op de werkplek gestorven zijn, maar waarvan de verzekeringsmaatschappij weigert hun dood als arbeidsongeval te erkennen (59 en 53 voor 2014 en 2015, de recentst beschikbare cijfers).

Behalve dat de bedrijven te weinig inspanningen doen om de risico’s op arbeidsongevallen te verminderen, is het ook zeer de vraag of het wel correct is om de schadeloosstelling van slachtoffers van arbeidsongevallen aan privéverzekeringsmaatschappijen toe te vertrouwen. Het enige doel van die verzekeraars is winst maken.

In Frankrijk bijvoorbeeld worden de erkenning en de schadeloosstelling van slachtoffers van arbeidsongevallen (zowel voor arbeidsongevallen als voor beroepsziekten) door een overheidsfonds behandeld. Wanneer mogen we zo’n fonds bij ons verwachten?

Maxime Coopmans is verantwoordelijke bij het Centre de défense et d'action pour la santé au travail (Cdast), een vzw opgericht door Geneeskunde voor het Volk.

Commentaar toevoegen