Belgische arbeidsmarkt blijft discrimineren

Wie in België een migratieachtergrond heeft, geraakt zelfs met een hoger diploma moeilijk aan werk. Moeilijker dan in alle andere Europese landen. Er bestaat in België nochtans een goeie wet tegen discriminatie, alleen wordt op geen enkele manier gecontroleerd of die wordt nageleefd.

Unia, de overheidsinstelling voor gelijke kansen stelde op 13 december de Sociaal-Economische Monitoring 2017 voor. Daarin kun je lezen wat de situatie is de Belgische arbeidsmarkt. Net zoals in 2013 en 2015 blijkt ons land het opnieuw slecht te doen op het vlak van gelijke toegang tot werk. Mensen met een migratieachtergrond zijn op onze arbeidsmarkt slechter af dan in eender welk ander land van de Europese Unie. Zeker voor mensen van Noord-Afrikaanse origine is de toestand ronduit schrijnend. 44,3 procent van hen heeft een job, tegenover 73 procent bij mensen van Belgische origine.

Zelfs mensen met een migratieachtergrond die een hoger diploma hebben, geraken minder gemakkelijk aan werk. Ze hebben zelfs minder kans op werk dan autochtone Belgen zonder hoger diploma. En als je daarbovenop vrouw bent, is de kans helemaal groot dat je compleet onderaan de ladder hangt. Vrouwen van vreemde origine, hoewel die een hoger opleidingsniveau hebben, zitten vooral in de allerlaagste loonniveaus.

Wet

Het wijst erop dat onze arbeidsmarkt doordrongen is van structurele discriminatie op basis van afkomst, maar ook op basis van geslacht en leeftijd. Werkgevers selecteren eerder op basis van vooroordelen dan op basis van diploma of competenties. Dat gebeurt al decennialang, en er wordt nauwelijks of niet tegen opgetreden. Het gevolg is dat etnisch-culturele minderheden in België een onderklasse gaan vormen, veel meer kans hebben op armoede, slechte woningen, ziekte, etc. En het argument “dan moet je maar een diploma halen”, blijkt dus nog maar eens niet op te gaan.

Er is nochtans een wet die discriminatie verbiedt. Het is zelfs een degelijke, goed uitgewerkte wet. Het probleem is dat niemand controleert of deze wet ook effectief nageleefd wordt. Dan wordt een wet een lege doos.

Praktijktesten nu!

Daarom is het belangrijk dat er zo snel mogelijk praktijktesten worden ingevoerd. Dat is een instrument waarmee je kan controleren of een werkgever zich schuldig maakt aan discriminatie. En het handige is bovendien dat zodra werkgevers weten dat er praktijktesten gebeuren en er sancties kunnen volgen, zij veel minder zullen discrimineren. Dat bewijzen ervaringen uit het buitenland.

Onder druk van de werkgevers voert de overheid voorlopig nog geen (proactieve) praktijktesten in. De regering draait mensen een rad voor de ogen: werkgevers zullen aan zelfregulering doen en ‘mystery calls’ zullen worden ingezet, maar pas nadat er bewijs is van discriminatie. Men weet heel goed dat dat bewijs er nooit kan komen zonder praktijktesten. Allemaal een maat voor niets dus. Ook in het Brussels Gewest worden de eerste stappen naar praktijktesten gezet, maar ook hier kunnen ze pas ingezet worden nadat er aanwijzingen voor discriminatie zijn.

In plaats van tot in den treure te herhalen dat mensen “hun kansen moeten grijpen”, moet de overheid haar verantwoordelijkheid opnemen: discriminatie streng aanpakken, het werk eerlijk verdelen onder alle werkende mensen, en gelijke toegang tot de arbeidsmarkt garanderen voor iedereen. De antiracistische beweging en de vakbonden dienen de druk op de overheid en de werkgevers te verhogen om enerzijds te zorgen voor meer jobs (arbeidsherverdeling zonder loonverlies) en anderzijds iedereen gelijke toegang te geven tot die arbeidsmarkt.