“Bernie Sanders is alles wat de zelfverklaarde realisten van Europa niet zijn”

auteur: 

Peter Mertens

“Bernie Sanders is alles wat de realo-possibilisten van dit continent niet zijn. Hij kijkt naar boven, hij durft tegen de stroom ingaan, en hij formuleert nieuwe oplossingen buiten het bestaande status-quo. We mogen blij zijn dat hij pit en peper en nieuwe thema's in de Amerikaanse presidentsverkiezingen binnen brengt”, schreef Peter Mertens op knack.be.

Bernie Sanders is een fenomeen. Na de Democratische voorverkiezingen in de staat Iowa ligt hij nek-aan-nek met Hillary Clinton. Een unieke situatie. Hij is een buitenbeentje dat het establishment uitdaagt. Een man die zich op de koop toe ‘socialist’ noemt. “Deze campagne gaat niet enkel over het kiezen van een president, maar over een politieke omwenteling om het land te veranderen”, zegt Sanders en met zijn offensieve retoriek drijft hij de traditionele Clinton-clan in de hoek.

Eenvoudig is het niet. Meer dan elders bepalen in de VS miljardairs en big business het politieke leven van de natie. Elke nieuwe wet wordt gescreend door de machtige zakenlobby’s, en zowel de Republikeinen als de Democratische Partij worden overspoeld met miljoenen dollars om de belangen van een kleine elite te behartigen. Roei daar maar eens tegen op. Sanders doet het. Niet met vage beloftes, niet met een hoogdravende retoriek, maar wel met een onversneden aanklacht op de krankzinnige ongelijkheid in een samenleving die kreunt onder het verpletterend gewicht van een kleine bovenlaag.

“Ze noemen me een dromer, een utopist”, vertelt Sanders op een van zijn talrijke meetings. “Maar leg mij dan eens uit wat er utopisch is aan het recht op goede zorgen voor kinderen? Is het utopisch om niet te willen kiezen tussen voedsel en medicijnen?” De steun aan zijn kritiek op de ongelijkheid, op de ongebreidelde graaicultuur van big business en op de zelfbediening van het politieke establishment, groeit met de dag.

Aan alle Wall-Street-lui: “Bernie doesn't want your vote!”

Als het van de senator uit de staat Vermont afhangt, dan gaan de presidentsverkiezingen dit jaar vooral over de kloof tussen arm en rijk, en de hebzucht van Wall Street. Sanders belooft frauderende bankiers vervolgd te krijgen, en dat is nieuw, acht jaar na de bankencrisis. “Fraude is het verdienmodel op Wall Street. Het is geen uitzondering op de regel. Het is de regel”, speecht Sanders. En zijn zalen zitten vol. Bomvol. Geld, dat haalt hij bij zijn kiespubliek. Niet bij Big Farma, niet bij Big Oil, en niet bij de militaire industrie. Sanders stond de eerste week van januari op de cover van het zakenblad Bloomberg Businessweek, een gids voor de Wall-Street-lui. “Bernie doesn't want your vote”, zo luidt de kop van het magazine. Rechttoe rechtaan. “Als ik een hedgefondsmanager zou zijn, zou ik niet stemmen op Bernie Sanders. Ik zou mijn geld steken in zijn tegenstanders om hem te verslaan”, zo vertelt Sanders in het zakenblad. Het tekent hem. Hij zoekt zijn steun liever bij ‘working class’ Amerika. Half december had Sanders 41,5 miljoen dollar verzameld bij 681.000 donateurs. “De mensen op mijn meetings hebben niet veel geld. Ze doneren gemiddeld 31 dollar en 20 cent. Maar ze zijn met veel. Met heel veel”, legt Sanders uit.

Sanders wil een universele zorgverzekering die verder gaat dan Obamacare. Hij pleit voor een verregaande belastinghervorming en voor hogere belasting voor de fossiele-energiesector. “Het is een schande dat er rijke hedgefundmanagers zijn die een lager belastingtarief betalen dan vrachtwagenchauffeurs of verpleegkundigen, omdat ze profiteren van een aantal mazen in de wet.”

Als hij president wordt, wil Sanders honderd dagen de tijd om de grootste systemische banken, die banken die ‘too big to fail’ zijn (te groot om failliet te laten gaan), te benoemen. Die grootbanken wil hij daarna opnieuw opsplitsen. Verder vraagt Sanders ook dat er opnieuw een wet wordt ingevoerd die de scheiding tussen zakenbanken en algemene banken regelt. Die wet werd ingevoerd na de dramatische economische crisis van 1929, de zogenaamde Glass-Steagal Act. In de jaren negentig werd de wet afgeschaft, ironisch genoeg door toenmalig president Bill Clinton. Zijn vrouw Hillary Clinton was toen First Lady, en is vandaag de favoriete presidentskandidate van het partijestablishment.

Een toespraak van acht-en-een-half-uur

Feel The Bern, met die slagzin geven de – vooral jonge – volgers van Sanders het campagnegevoel weer. Om het fenomeen Sanders te begrijpen, moeten we even terug in de tijd. Op die koude decemberdag 2010, toen Bernie Sanders wakker werd. Het leek een gewone dag te worden: Sanders at zijn gebruikelijke ontbijt, havermout en koffie in het Dirksen Senate Building, en had de even gebruikelijke discussie met zijn medewerkers. Om 10.30 u. liep de toen 69-jarige Sanders de Senaat binnen en begon hij met zijn toespraak. Alleen: hij stopte niet. De woordenvloed Sanders ging acht en een half uur door, tot 19 uur ’s avonds.

Bernie Sanders verzette zich tegen de nieuwe belastingovereenkomst die tussen president Obama en het Republikeinse leiderschap werd afgesproken. Een voortzetting van het uitverkooptarief uit het Bush-tijdperk met nauwelijks 15 procent belasting op meerwaarden en dividenden. Met zijn urenlange toespraak trachtte Sanders de nieuwe belastingwet filibustergewijs te voorkomen. “Mensen die hun brood verdienen door speculatie, betalen minder, veel minder, dan brandweerlieden, leraren, verpleegkundigen, timmerlui en vrijwel alle andere werkende mensen van dit land”, aldus Sanders. “Nog meer belastingvoordelen voor de rijken zijn slechts een symptoom van een systeem dat economisch en politiek faalt voor de doorsnee Amerikaan. De realiteit is dat de middenklasse instort, de armoede toeneemt en de kloof tussen de allerrijksten en al de rest steeds breder wordt.”

De website van de Senaatstelevisie crashte door het enorme aantal mensen die de toespraak live wilde volgen. Volgens de New York Times waren Sanders’ woorden die tiende december 2010 het meest getwitterde event wereldwijd. Ook al hield de senator uit Vermont de nieuwe belastingwet niet tegen, hij maakte wel een gevoel wakker dat overal in de VS leeft. Honger naar een discussie over de economische waarheden, honger naar een tegenaanval op de woeste aanvallen tegen werkende gezinnen, en honger naar een praktisch plan om de situatie om te keren.

Sanders stelt eenvoudige vragen die voor iedereen herkenbaar zijn

De toespraak van Sanders werd nadien in boekvorm uitgegeven. The Speech, zo heet het boek, kreeg meteen een cultstatus. De kracht van Sanders ligt onder meer in de vragen die hij stelt. Ze zijn helder, eenvoudig en voor iedereen herkenbaar. “Wat zegt het over onze economie en de politieke keuzes die we maken op Capitol Hill dat vandaag, ondanks de enorme stijging van de productiviteit en de technologie de afgelopen decennia, een twee-inkomen-gezin minder besteedbaar inkomen heeft dan een één-inkomen-familie dertig jaar geleden? Hoe komt het dat werkende Amerikanen vandaag de langste uren kloppen van alle mensen in de geïndustrialiseerde wereld? Waarom verdienen de oplichters uit Wall Street, die de verschrikkelijke recessie veroorzaakt hebben, vandaag meer geld dan ze deden voordat hun banken door de belastingbetaler moesten gered worden? Hoe komt het dat niemand onder hen in de gevangenis is beland? Wat betekent het voor de economische toekomst van ons land dat we de afgelopen tien jaar 42.000 fabrieken en miljoenen goed betaalde banen in de industrie hebben verloren, en dat het steeds moeilijker is om producten die gemaakt werden in Amerika te kopen? Hoe komt het dat de CEO’s van grote bedrijven beschikken over de voordelen van het uitbesteden van de productie en banen naar China, maar dat wanneer het moeilijk wordt ze wel naar de Amerikaanse belastingbetaler komen rennen voor een bailout?”

“We moeten de trickle-down-film niet opnieuw bekijken. Het was een slechte film”

Sanders neemt de trickle-down-filosofie van het Bush-tijdperk op de korrel. Volgens die neoliberale filosofie komt het de hele economie ten goede als je fiscale stimuli toedient aan de toplaag. De cadeaus aan de allerrijksten zouden dan doorsijpelen naar de hele samenleving. Dat idee won steeds meer veld en overal ter wereld werden de hoogste belastingschalen afgebouwd. Niet alleen in de VS, ook in Duitsland (onder roodgroen) en bij ons (onder paarsgroen). De huidige N-VA-regering zet die filosofie gewoon door. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt liet weten dat hij de vennootschapsbelasting graag naar 20 procent wil verlagen. Van Overtveldt had het niet over KMO’s. Hij sprak over de grote jongens. Maar laat nu net die grote jongens de dans ontspringen. Vorige week werd bekend dat 36 multinationals in ons land profiteerden van de zogenaamde overwinstrulings. Twee miljard euro winst blijven zo onbelast. Allemaal vanuit diezelfde filosofie.

“De trickle-down-filosofie van Bush werkt niet. Het geld van de toplaag sijpelt niet door”, argumenteerde Sanders tijdens zijn historische toespraak. “Het bewijs is overweldigend. Tijdens acht jaar Bush daalde het mediaan gezinsinkomen met 2.200 dollar. We verloren 600.000 banen in de private sector, en alle groei van werkgelegenheid gebeurde in de overheidssector. De massa’s geld die aan de belastingvoordelen van de rijksten worden besteed, kunnen beter aan een uitbouw van onze infrastructuur worden besteed. Wat we nodig hebben, zijn massale investeringen om banen te creëren, om onze energie onafhankelijk te maken, om onze omgeving schoon te maken van broeikasgassen. Dus wanneer mijn vrienden Republikeinse collega’s ons vertellen dat we meer belastingvoordelen nodig hebben voor de zeer rijken, want dat het gaat om het creëren van banen, dat het gaat om trickle-down economics, dan wil ik antwoorden: jullie hebben jullie kans gehad. Het is mislukt. 600.000 banen verliezen op acht jaar tijd is niet goed. Dat is heel, heel slecht. Dat is een economisch beleid dat mislukt. We hoeven die film niet opnieuw te bekijken. We zagen het, en het stonk. Het was een slechte film en een slecht economisch beleid. Meer belastingvoordelen voor de rijken is niet wat onze economie nodig heeft. Het is, en dat zal elke econoom jullie vertellen, de minst effectieve manier om banen te creëren.”

“Een haast religieus fanatisme inzake hebzucht”

Onlangs maakte Oxfam opnieuw de hallucinante cijfers bekend over de vermogensongelijkheid. Ik sprak daarover tijdens mijn nieuwjaarstoespraak: “Men heeft een systeem gecreëerd dat een bijzonder kleine minderheid van de samenleving bedient met ongelooflijke fiscale constructies. Dat systeem leidt tot een waanzinnige ongelijkheid. 62 mensen, dat is de capaciteit van een bus. Eén bus met mensen. Die bus met mensen bezit even veel rijkdom als 3,5 miljard andere mensen op de planeet. Dat is geen ongelijkheid meer. Dat is een oligarchie die heerst. Dat is geen probleem van cijfers. Dat is een probleem van democratie.”

Sanders hamert op diezelfde nagel. Al heel lang: “Toen we naar school gingen, lazen we in de leerboeken over Latijns-Amerika over zogenaamde bananenrepublieken. ‘Landen waar een handvol families het economische en politieke leven van de natie controleert’, zo stond er dan. Ik wil het Amerikaanse volk niet ongerust maken, maar we zijn vandaag niet al te ver van die werkelijkheid verwijderd. De top 1 procent in de VS bezit nu meer welvaart dan de onderste 90 procent. Die situatie kan geen basis vormen van een democratische samenleving. Het is de basis voor een oligarchie.”

Sanders legt uit: “Een van de redenen waarom mensen boos en gefrustreerd zijn, is dat ze ongelooflijk hard werken. In Vermont, dat kan ik mijn collega's te vertellen, zijn er mensen die niet één baan, niet twee banen, maar drie of vier banen moeten combineren om toch een inkomen te hebben om hun gezin te onderhouden. Ik vermoed dat dit in heel het land het geval is. Terwijl mensen harder en harder werken, daalt hun inkomen. Tachtig procent van alle inkomsten in de afgelopen jaren is gegaan naar de top 1 procent. Miljoenen Amerikanen vallen uit de middenklasse recht in de armoede. Dat is blijkbaar niet genoeg voor onze vrienden aan de top die inzake hebzucht over een religieus fanatisme beschikken. Zij hebben behoefte aan meer, meer. Het is vergelijkbaar met een verslaving. Vijftig miljoen is niet genoeg. Zij hebben behoefte aan 100 miljoen dollar. Honderd miljoen is niet genoeg; ze willen 1 miljard. Een miljard is niet genoeg. Ik ben niet helemaal zeker hoeveel ze nodig hebben. Wanneer zal het stoppen?”

“Weet je wat oud is als je 25 bent? Het Wall Street-systeem dat ons allemaal in de sloot heeft gereden”

Sanders spreekt over socialisme. En daarmee spreekt hij jongeren aan. De nationwide Maris poll van november toonde aan dat Sanders leidt bij jongeren onder de 30 jaar. Daar haalt hij 58 procent en verslaat hij Hillary Clinton. Bij ouderen is het precies andersom. Bij de 60-plus-groep leidt Clinton met 60 procent. De peilingen tonen de generatiekloof. “Socialisme is een oud idee als je ouder bent dan 50, maar een mooi nieuw idee als je 25 bent. Weet je wat oud is als je 25 bent? Het kapitalistische vrije-markt-systeem dat ons allemaal in de sloot heeft gereden”, schrijft The Wall Street Journal over het succes van Sanders. “Als je 20 of 30 bent, dan zie je het kapitalisme in twee dramatische bedrijven. Het eerste bedrijf: de crash van 2008 waarin onverantwoorde exploitanten van overheid en bedrijfsleven het systeem kaapten. Tweede bedrijf: de inkomensongelijkheid. Waarom zijn sommige mensen rijker dan de rijkste koningen en zo veel mensen arm als slaven? Is dat de toekomst die het kapitalisme biedt? Misschien moeten we dit dan heroverwegen.” Het zijn woorden die je niet meteen verwacht in de Amerikaanse pers.

Zo graaft Sanders de strijd van de ‘99 procenters’, de protestbeweging die eind 2011 een beetje uitdoofde, verder uit. Zijn doel is niet om de Democratische Partij te veranderen van binnenuit, zoals Eugene McCarthy in 1968 en George McGovern in 1972 tevergeefs hebben geprobeerd.

Wellicht maakt Sanders weinig kans bij de eindstrijd, al mag je nooit nooit zeggen. Zeker is wel dat hij miljoenen mensen de kans geeft om hun stem te verheffen en iets anders te verlangen dan een zoveelste samenspanning met Wall Street. Zeker is ook dat hij voor een nieuwe dynamiek zorgt, bijvoorbeeld bij de vakbonden. De wake up call van Sanders valt niet in dovemansoren. Voor het eerst sinds lang wordt er binnen de vakbonden een discussie gevoerd om niet voor de traditionele partijkandidaat (Clinton) te stemmen. De vakbonden van verpleegkundigen, van postwerkers en van communicatiewerkers hebben hun steun al uitgesproken voor Sanders. “De strijd zal niet gewonnen worden in de debatring van de Senaat. De strijd zal enkel gewonnen worden als het Amerikaanse volk opstaat en zegt: wacht een seconde. We kunnen niet doorgaan met het toekennen van belastingvoordelen aan mensen die het fenomenaal goed hebben. Laat ik duidelijk en eerlijk met u zij: wij gaan niets kunnen veranderen, tenzij het Amerikaanse volk opstaat en ons helpt.”

Pit en peper

“Voor hetzelfde geld hadden de voorzittersverkiezingen bij Labour op een nieuw rondje om ter verst plassen tussen ‘de kinderen van Blair’ kunnen uitdraaien. Gladgepolijste carrièrepolitici, technocraten en ‘corporate politicians’, zoals die tegenwoordig alle parlementen van het continent bevolken. En niemand die nog weet bij welke partij ze passen, zo inwisselbaar ze zijn binnen de grote Thatcheriaanse consensus”, schreef ik vorig jaar voor Knack over de verrassende overwinning van Jeremy Corbyn.

Vervang ‘kinderen van Blair’ door ‘familieclan van Clinton’, en je zou kunnen denken dat het over de verkiezingen voor de Democratische nominatie in de VS gaat. In haar biografie beschrijft Hillary Clinton uitvoerig hoe haar man Bill Clinton nauw met Tony Blair en Gerhard Schröder samenwerkte om de zogenaamde ‘derde weg’ uit te dokteren. Dat bleek al snel een codenaam te zijn voor de totale capitulatie van de sociaaldemocraten tegenover de ongebreidelde markteconomie.

In “Hoe durven ze?” beschreef ik hoe Bill Clinton de Glass-Steagal Act ontmantelde en zakenbanken zonder leiband op de samenleving los liet, hoe de roodgroene regering Schröder-Fischer in Duitsland hetzelfde deed, gevolgd door paarsgroen bij ons. De administratie van Clinton was geen tegenstander van Wall Street. Ze huurde Wall Street.

En die nieuwe ‘grote aanpassing’ met big business veroverde stilaan ook de sociaaldemocratie in Europa. Sanders is alles wat de realo-possibilisten van dit continent niet zijn. Hij kijkt naar boven, hij durft tegen de stroom ingaan, en hij formuleert nieuwe oplossingen buiten het bestaande status-quo.

We mogen blij zijn dat hij pit en peper en nieuwe thema’s in de Amerikaanse presidentsverkiezingen binnenbrengt.

 

Commentaar toevoegen

Reacties

Het doet me deugd dat Sanders voor de armen opkomt en natuurlijk ook Peter Mertens.
Dergelijke mensen zouden er meer moeten zijn: mensen die ECHT opkomen voor het werkvolk!
Laat ons hopen dat Sanders het systeem kan veranderen. Wat bijna zeker is dat hij een brede tegen beweging heeft gestart. Een beweging die, ook na de verkiezingen, verder moet groeien, dan kan het einde van het neoliberalisme in de VS in zicht komen. Europa volgt altijd de VS; maar met 20 jaren vertraging (wij plannen nu nog shopping malls, terwijl vele in de VS la staan te verkommeren) dus is er hoop. En met de steeds snellere wereld; wordt die vertraging op de VS misschien ook kleiner. bravo Sanders - Bravo Peter
let's make America great dat past toch veel beter bij Sanders dan bij Trump en de andere clowns van het establishment