Tony Fonteyne & Ghislain Mignon

Binnenlands reizigersvervoer per spoor mag vanaf 2022 ook door privé-maatschappijen, zo besliste het Europees Parlement

auteur: 

Tony Fonteyne

Op 26 februari 2014 gaf het Europees Parlement groen licht voor de essentiële bestanddelen van het vierde spoorpakket. Dit pakket sluit nauw aan bij het liberale vrijemarktconcept van de Europese Unie. In essentie gaat het om een verdere liberalisering van de openbare dienstverlening. Volgens de spoorvakbonden zal deze vierde liberalisering leiden tot verder kwaliteitsverlies in de dienstverlening, tot grote inefficiëntie en tot massaal verlies van werkplaatsen.

Eén dag na de manifestatie van zo’n 4000 leden van de Europese spoorwegvakbonden in Straatsburg op 25 februari 2014 gaf het Europees Parlement groen licht voor de essentiële bestanddelen van het vierde spoorpakket. Met die vierde liberalisering wil de Europese Commissie het personenvervoer per trein openstellen voor concurrentie, nadat het eerder al werd beslist voor het goederenvervoer (in 2007) en het internationaal reizigersverkeer (in 2010). 


In het liberale vrijemarktconcept van de Europese Unie moet er een einde gemaakt worden aan het monopolie van openbare bedrijven over de dienstverlening. Daarom moeten de publieke nationale maatschappijen opengebroken worden, zich voegen naar de regels van de concurrentie en nieuwe spelers toelaten op een geliberaliseerde markt. De essentie van het vierde spoorpakket is de uitbreiding van deze dogma’s naar het binnenlands personenvervoer per spoor. 

Het Europees Parlement kreeg het verordeningsvoorstel van de Commissie in eerste lezing, keurde een aantal amendementen goed die beperkingen opleggen, maar stemde uiteindelijk met 388 tegen 217 voor het vrijmaken van het personentransport per spoor. Zo zet het Europees Parlement de poort wijd open voor de verdere liberalisering van de openbare dienstverlening, een liberalisering die volgens de spoorvakbonden tot verder kwaliteitsverlies in de dienstverlening, tot grote inefficiëntie en tot massaal verlies van werkplaatsen zal leiden. Getuige daarvan zijn de catastrofale gevolgen die de liberalisering had in Groot-Brittannië, waar uiteindelijk een gedeeltelijke hernationalisering nodig was om het puin te ruimen.

De goedgekeurde amendementen

In de media is vooral de nadruk gelegd op de afzwakking van de oorspronkelijke tekst van de Commissie door het Parlement. Zo werd de datum voor openstellen drie jaar verlegd, van 3 december 2019 naar 3 december 2022. De volledige splitsing tussen infrastructuurbeheerder en spooroperator zoals de Commissie voorstelde, werd soepeler ingevuld, zodat er ook nog een overkoepelende holding kan bestaan.

De belangrijkste aanpassing betreft de zogenaamde openbaredienstcontracten. Elke staat kan een soort minimumpakket en -eisen voor dienstverlening formuleren, een minimum in netwerk, aantal passagiers, frequentie en klanttevredenheid, dat men in elk geval moet garanderen. Dit pakket moet in kleine landen zoals België 75 % van het spoornet omvatten. 

Volgens de meest liberale invulling kan ook dit minimumpakket versjacherd worden door een openbare aanbesteding waarin privé-operatoren concurreren met overheidsondernemingen zoals de NMBS. 

Dit noemt men dan een openbaredienstcontract alhoewel het in principe net zo goed een privé-dienstcontract kan zijn. 

Het Europees Parlement heeft de verplichting tot openbare aanbesteding geschrapt; het contract kan in dat geval dus ook onderhands toegekend worden.

Pas wanneer de operator van het openbaredienstcontract de criteria niet haalt moet men een openbare aanbesteding uitschrijven. Daardoor zal het openbaredienstcontract tot nader order meestal bij de openbare spoorwegmaatschappij terechtkomen en zullen de privé-maatschappijen zich (voorlopig) op de resterende ‘nichemarkten’ concentreren, zoals de spoorlijnen naar de luchthavens. In grotere landen kan men het spoornet in drie of vier stukken scheuren.

Tenslotte heeft het Parlement het voorstel van de Europese Commissie om een minimumdienstverlening tijdens stakingen in te voeren, geschrapt. Dat mag men zien als minstens één resultaat van de mobilisatie.

De Europese partijfracties geven zich bloot

Het vierde spoorpakket kreeg de globale goedkeuring van de meerderheid van het Europees parlement. Merkwaardig genoeg kwam die meerderheid er door de instemming van een grote groep van de sociaaldemocratische fractie. Een grote groep uit de liberale fractie onthield zich, omdat men het Commissie-voorstel had afgezwakt. Alleen de Groene fractie en de Groepering van Europees Links stemden eensgezind tegen.

Als we het individueel stemgedrag van de Belgische parlementairen bekijken zijn er ook verrassingen. Saïd El Khadraoui, de vervoerspecialist van sp.a stemde samen met partijgenote Kathleen Van Brempt voor de liberalisering. Ook de CD&V-ers Marianne Thijssen en Ivo Belet stemden voor, naast ook Louis Michel van de MR. Guy Verhofstadt en Philippe De Backer van Open VLD maakten zich kwaad omwille van het uitstel en omdat de volledige openbare aanbesteding werd geschrapt, dus onthielden ze zich. Ook Mark Demesmaeker van N-VA onthield zich uit protest. De Groenen (Bart Staes, Philippe Lamberts, Isabelle Durant) en de Franstalige socialisten (Frédéric Daerden, Véronique De Keyser, Marc Tarabella) stemden tegen. 

De sp.a-vervoerspecialist Saïd El Khadraoui verantwoordt zijn ja-stem met de klassieke sussende taal: zo’n vaart zal het wel niet lopen. “Als de NMBS de vooropgestelde kwaliteitscriteria haalt, zal het waarschijnlijk ook gewoon de NMBS zijn die het leeuwendeel van de spoorverbindingen blijft uitvoeren,” klinkt het. 

Waarmee het sluipende gif, de afbraak van de openbare dienstverlening, nogmaals de volmondige steun krijgt van 116 Europese sociaaldemocraten, waaronder onze eigenste sp.a-ers. 

Ook onze minister van overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille (PS) is tevreden over de keuzes van het Europees Parlement. Als we hem mogen geloven is privatisering oké, maar mag het niet te snel gaan, want de NMBS is er niet klaar voor. En wat te denken over de vorige minister van overheidsbedrijven Paul Magnette (PS)? Die nam eigenlijk al  voorsprong op de wensen van de Europese Commissie door een tweedelige splitsing door te voeren van de infrastructuurbeheerder en de spooroperator. Een visie die het Europees Parlement nu eigenlijk bekritiseert.

Fabeltje: méér concurrentie = meer service!

Wie hier nog in gelooft moet eens kijken naar Groot Brittannië. Het reizigersvervoer is daar al 20 jaar in handen van privéspoorbedrijven. Volgens een recente studie van de Universiteit van Manchester zijn de tarieven voor de reizigers er gemiddeld bij de hoogste van Europa (2 tot 3 maal hoger voor vergelijkbare afstanden).

Bovendien zitten de treinen er overvol. Logisch, tussen 1994 en 2012 steeg het aantal reizigers met 60 % terwijl het aantal treinstellen slechts met 3% toenam. Het Britse spoor is er met de privatisering ook voor de belastingbetaler niet goedkoper op geworden, integendeel: dat kost de staat nu dubbel zoveel (4 miljard Pond) als daarvoor (2 miljard £). Ook de veiligheid ging er op achteruit met tientallen ongevallen en 83 doden en 1300 gewonden. Om nog maar te zwijgen van de verslechterende arbeidsvoorwaarden voor het personeel. Niet te verwonderen dus dat een onderzoek in 2012 aanwees dat 66% van de Britten voor een hernationalisering van het spoor is. De vakbonden en reizigersorganisaties voeren dan ook actie onder de noemer “Bring Back British Rail”!

Er zal méér mobilisatie nodig zijn

Het Europees Parlement heeft gekozen voor liberalisering en privatisering, voor de winst van de privéspoorbedrijven, voor hogere ticketprijzen, voor minder service, voor minder personeel… 

Het passagiersvervoer in de Europese Unie verloopt nu voor 82,5 % met de auto, voor 10,5 % met bus, tram en metro en voor 7 % per spoor. Hoe kan op die manier de zo noodzakelijke omschakeling naar openbaar vervoer enige geloofwaardigheid krijgen? 

De bal ligt nu bij de Europese Raad van Ministers van Vervoer. 

Daarna komt het aangepaste voorstel wellicht voor een tweede lezing naar het Europees Parlement. En dat is werk voor na de Europese verkiezingen van 25 mei. Hoog tijd dus om te kiezen voor echte linkse afgevaardigden die dit vierde spoorwegpakket naar de prullenmand kunnen verwijzen. En een nieuwe kans voor de spoorvakbonden om de mobilisatie op veel grotere schaal aan te pakken. 

Bekijk de verslaggeving van de RTBF wat dit thema betreft (in het Frans)