Al twee maanden voeren meer dan 400 Afghaanse vluchtelingen die met uitwijzing bedreigd worden, vreedzame actie tegen de migratiepolitiek van deze regering. (Foto Solidair, Salim Hellalet)

Brussel-Kaboel

David Pestieau

Anmetkwor is een meisje van Afghaanse origine in het lyceum van Molenbeek. Er hangt haar een uitwijzing boven het hoofd. Amir Mohammad Jafari is er 12. Hij zit in het vijfde leerjaar in Geraardsbergen. Hij stapte met zijn broer Amir Hussein naar Brussel. Te voet. In Wielsbeke is Navid Sharifi, loodgieter en 21, uitgewezen. Aref Hassanzada, 20, werd uit ons land gezet en ginder vermoord.

De Afghaanse vluchtelingen hebben de laatste tijd een gezicht gekregen. Ze zijn hun land in oorlog ontvlucht, op zoek naar een andere toekomst. Ze gaan naar school, ze werken. Moeten wij hen verwelkomen? Nee, zegt de regering-Di Rupo.

Heeft ons land geen verantwoordelijkheid voor die vluchtelingen? Is ons leger al niet 12 jaar aanwezig in Afghanistan, met vandaag 193 soldaten en zes F-16-vliegtuigen? We zijn daar op vredesmissie, zeggen onze ministers. Maar volgens ex-parlementslid Malalai Joya heeft de vreemde bezetting de situatie in zijn land nog verergerd, met “meer bloedbaden, meer misdaden, meer schendingen van de mensenrechten en meer roof van de Afghaanse rijkdommen”. In 12 jaar zijn 200.000 burgerslachtoffers gevallen. En de situatie van de vrouwen blijft er erbarmelijk. 56 procent van de huwelijken betreft meisjes van nog geen 16.

Alle ministers en regeringspartijen zijn verantwoordelijk voor dit niet verlenen van hulp aan personen in nood

De Belgische aanwezigheid heeft de vrede geen millimeter dichterbij gebracht. Ze kost 120 miljoen euro per jaar. Een vlucht met een F-16 kost 31.250 euro. Zes zo’n vluchten jagen er een budget door dat volstaat voor de hele jaarwerking van de Belgische ngo Mothers For Peace in Afghanistan, die 87 mensen tewerkstelt en tienduizenden mensen bereikt met medische en sociale hulp. 

Onze regering Di Rupo-De Crem-De Block neemt deel aan een oorlog die honderdduizenden mensen op de vlucht jaagt. En als een heel klein deel van die vluchtelingen – 3.290 van de 450.0001 – hier belandt, wordt hen vaak een visum geweigerd. Ze worden op straat gezet en soms uitgewezen. 

Toppunt van cynisme: onze regering zegt dat ze efficiënt is, dat ze 7.000 opvangplaatsen – in vluchtelingencentra en gemeenten – heeft geschrapt en zo 85 miljoen euro bespaart. Gevolg: omdat de regering niet zoveel Afghanen tegelijk kan uitwijzen, leven honderden families in de kou, zonder dak boven het hoofd, zonder hulp.

Onze regering heeft mee het probleem van de oorlogsvluchtelingen gecreëerd, ze weigert er iets aan te doen (ze weigert asiel) en lokt een humanitaire crisis uit voor meer dan 400 Afghanen. 120 miljoen uitgeven om oorlog te voeren en dan 85 miljoen besparen om de gevolgen niet te moeten dragen, is dat niet pervers? Alle ministers en regeringspartijen zijn verantwoordelijk voor dit niet verlenen van hulp aan personen in nood.

Het beleid moet anders. Met een moratorium op alle uitwijzingen, gezien de oorlogssituatie daar, en een verblijfsvergunning voor alle Afghaanse asielaanvragers. Met een onmiddellijke stop van de Belgische deelname aan de bezetting. Dat zal oplossingen helpen vinden in plaats van het ene probleem na het andere te veroorzaken.
__________________________________________________________________
1 Le Monde Diplomatique, november 2013, p.17