Op donderdg 13 juni betoogden in Brussel op het Koningsplein zo‘n 600 juristen, advocaten en mensen uit het brede middenveld voor de gratis toegang tot de rechtspraak. Dit gebeurde op initiatief van het Platform ‘Recht voor iedereen’. (Foto Oumnia Berrahal)

Btw betalen aan je advocaat? Grondwettelijk Hof stelt pertinente vragen

auteur: 

Ivo Flachet

Donderdag 13 november velde het Grondwettelijk Hof een arrest in de procedure tegen de invoering van btw op advocatendiensten. Een uitspraak is er nog niet, maar het arrest opent wel perspectieven. Het Hof had immers wel oren naar het argument dat de btw-plicht de grondrechten van de rechtszoekende schendt.

Eind vorig jaar startten tien organisaties* een procedure op bij het Grondwettelijk Hof tegen de invoering van de btw op diensten van een advocaat. Die extra belasting doet de prijs voor rechtsbijstand in één klap met 21% toenemen, een zoveelste drempel voor de burger om zijn rechten te realiseren of zich met bijstand van een advocaat te verdedigen. De organisaties die de vernietiging van de wet vragen, klagen aan dat deze btw leidt tot discriminatie. Btw-plichtigen, vooral de vennootschappen, kunnen deze immers zelf aftrekken. Voor hen is het dus een nuloperatie. Particulieren betalen de volle pot.

Donderdag 13 november velde het Grondwettelijk Hof een arrest. Maar ze deed spijtig genoeg nog geen uitspraak. Het Hof stelt eerst prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie. Ze wil van het Europees Hof weten of de btw op advocatendiensten het grondrecht op rechtsbijstand niet schendt. De gestelde vragen zijn zeer interessant omdat ze naar de kern van de kritiek van de mensenrechten- en middenveldorganisaties gaan**:

• Is deze btw wel verenigbaar met de fundamentele rechten van verdediging zoals bepaald in Internationale Verdragen?

• Is het systeem wel in overeenstemming met bepalingen die een daadwerkelijke toegang tot een rechter garanderen?

• En als het Hof daar geen graten in zou zien. Is deze btw dan geen schending van het  beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie nu sommigen de btw zelf kunnen aftrekken en anderen niet?

• Waarom zijn andere diensten van algemeen belang, zoals openbare postdiensten,  medische diensten of nog diensten in verband met onderwijs, sport of cultuur wel vrijgesteld en de diensten van een advocaat aan de burger niet?

Het arrest van het Hof leidt tot verder uitstel over de grond van de zaak, iets wat de tien middenveldorganisaties betreuren. Maar “tegelijk opent het arrest ook wel perspectieven”, zegt advocaat Jan Buelens van Progress Lawyers Network, die de procedure mee opstartte. “Het Hof had wel oren naar ons argument dat de btw-plicht de grondrechten van de rechtszoekende schendt.”

Bij het Europees Hof van Justitie kunnen bovendien ook middenveldorganisaties uit andere lidstaten bevraagd worden. “En dat is een kans die we ten volle gaan benutten”, zegt Frederic Vanhauwaert, coördinator van Netwerk tegen Armoede.

De PVDA was van in het begin fel gekant tegen de invoering van btw op advocatendiensten, omdat het de klassenjustitie versterkt. Het maakt namelijk de drempel tot het gerecht nog hoger voor iemand die zijn rechten wil doen gelden of zich dient te verdedigen. En bovendien discrimineert deze btw de gewone burger ten opzichte van het bedrijfsleven.

Het is jammer dat het Grondwettelijk Hof niet onmiddellijk zelf uitspraak deed maar de verderzetting van de zaak opent perspectieven om de strijd verder te zetten en dat ook op Europees niveau.

*Netwerk tegen Armoede, ABVV, l’ordre des barreaux francophones et germanophones, le Syndicat des avocats pour la démocratie, le Bureau d’accueil et de défense des jeunes, le Syndicat des Locataires de logements sociaux, Ligue des Droits de l’Homme, l’Association de défense des allocataires sociaux, l’Atelier des droits sociaux, le Collectif Solidarité contre l’Exclusion – Bruxelles

** We hebben ze even in mensentaal omgezet maar als je ze toch volledig wilt lezen, hier komen ze:

“Alvorens ten gronde uitspraak te doen, stelt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de volgende prejudiciële vragen :

1. a) Is, door de diensten verricht door advocaten aan de btw te onderwerpen zonder rekening te houden, ten aanzien van het recht op de bijstand van een advocaat en het beginsel van de wapengelijkheid, met de omstandigheid dat de rechtzoekende die geen juridische bijstand geniet, al dan niet aan de btw is onderworpen, de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde bestaanbaar met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in samenhang gelezen met artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre dat artikel aan eenieder het recht toekent op een eerlijke behandeling van zijn zaak, de mogelijkheid zich te laten adviseren, verdedigen en vertegenwoordigen, en het recht op rechtsbijstand voor diegenen die niet over toereikende financiële middelen beschikken, wanneer die bijstand noodzakelijk is om de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen?

b) Is, om dezelfde redenen, de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 bestaanbaar met artikel 9, leden 4 en 5, van het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998, in zoverre die bepalingen voorzien in een recht op toegang tot de rechter zonder dat die procedures onevenredig kostbaar mogen zijn en op voorwaarde van « het instellen van passende mechanismen voor bijstand om financiële of andere belemmeringen voor de toegang tot de rechter weg te nemen of te verminderen »?

c) Kunnen diensten die advocaten leveren in het kader van een nationaal stelsel van rechtsbijstand worden begrepen onder de in artikel 132, lid 1, onder g), van voormelde richtlijn 2006/112/EG bedoelde diensten welke nauw samenhangen met maatschappelijk werk en met de sociale zekerheid of kunnen zij op grond van een andere bepaling van de richtlijn worden vrijgesteld ? Is, in geval van ontkennend antwoord op die vraag, de richtlijn 2006/112/EG, in die zin geïnterpreteerd dat zij niet toelaat de diensten verricht door advocaten ten gunste van de rechtzoekenden die het voordeel van de juridische bijstand genieten in het kader van een nationaal stelsel van rechtsbijstand, van de btw vrij te stellen, bestaanbaar met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in samenhang gelezen met artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens?

2. Is, in geval van ontkennend antwoord op de onder punt 1 vermelde vragen, artikel 98 van de richtlijn 2006/112/EG, in zoverre het niet voorziet in de mogelijkheid om een verlaagd btw-tarief toe te passen voor de diensten verricht door advocaten, in voorkomend geval naargelang de rechtzoekende die niet het voordeel van de juridische bijstand geniet, al dan niet btw-plichtig is, bestaanbaar met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in samenhang gelezen met artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre dat artikel aan eenieder het recht toekent op een eerlijke behandeling van zijn zaak, de mogelijkheid zich te laten adviseren, verdedigen en vertegenwoordigen, en het recht op rechtsbijstand voor diegenen die niet over toereikende financiële middelen beschikken, wanneer die bijstand noodzakelijk is om de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen?

3. Is, in geval van ontkennend antwoord op de onder punt 1 vermelde vragen, artikel 132 van de richtlijn 2006/112/EG bestaanbaar met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie opgenomen in de artikelen 20 en 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in artikel 9 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, in samenhang gelezen met artikel 47 van dat Handvest, in zoverre het, onder de activiteiten van algemeen belang, niet voorziet in de vrijstelling van de btw voor de diensten van advocaten, terwijl andere diensten als activiteiten van algemeen belang zijn vrijgesteld, bijvoorbeeld de door openbare postdiensten verrichte diensten, verschillende medische diensten of nog diensten in verband met onderwijs, sport of cultuur, en terwijl dat verschil in behandeling tussen de diensten van advocaten en de diensten die bij artikel 132 van de richtlijn zijn vrijgesteld, voldoende twijfel doet ontstaan omdat de diensten van advocaten bijdragen tot de eerbiediging van bepaalde grondrechten?

4. a) Kan, in geval van ontkennend antwoord op de onder de punten 1 en 3 vermelde vragen, artikel 371 van de richtlijn 2006/112/EG, overeenkomstig artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in die zin worden geïnterpreteerd dat het een lidstaat van de Unie ertoe machtigt de vrijstelling van de diensten van advocaten gedeeltelijk te handhaven wanneer die diensten worden verricht ten gunste van rechtzoekenden die niet aan de btw zijn onderworpen?

b) Kan artikel 371 van de richtlijn 2006/112/EG, overeenkomstig artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, eveneens in die zin worden geïnterpreteerd dat het een lidstaat van de Unie ertoe machtigt de vrijstelling van de diensten van advocaten gedeeltelijk te handhaven wanneer die diensten worden verricht ten gunste van rechtzoekenden die het voordeel van de juridische bijstand in het kader van een nationaal stelsel van rechtsbijstand genieten?”