CETA: Europarlementsleden vrezen Europees Hof van Justitie

auteur: 

Marc Botenga

De vraag die de Europese afgevaardigden op 23 november moesten beantwoorden, was heel simpel: wilt u, ja of neen, het oordeel vragen van het Hof van Justitie over de speciale rechtbanken opgenomen in het CETA? Het antwoord van de meerderheid van socialisten, conservatieven, liberalen en christendemocraten op die vraag was al even duidelijk: neen.

Zoals medeplichtigen de dief helpen om de politie te snel af te zijn, zo weigerden 419 Europarlementsleden het CETA-verdrag voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie. Hun angst voor dit Hof – dat nochtans sterk liberaal denkt – toont aan dat dit Verdrag wel eens echt onwettig kan zijn. Vooral de speciale rechtbanken voor de multinationals lijken niet te verzoenen met een democratische orde.

Die schrik voor het Hof van Justitie is niet alleen een teken aan de wand voor het mogelijk onwettig karakter van het verdrag. De Europarlementsleden willen de goedkeuring van het Verdrag versnellen in de hoop te veel protest te vermijden. Alle peilingen wijzen uit dat meer en meer Europese burgers niet willen weten van dit soort verdragen. In Wallonië en Brussel scheelde het geen haar of de mobilisatie van een heleboel verenigingen was erin geslaagd de ondertekening van het verdrag te verhinderen. Een verdere verbreding van het protest doorheen Europa zou een drama zijn voor de verdedigers van het verdrag.

Voor een Europees referendum

Voor die CETA-aanhangers komt het er dus op aan het Verdrag zo snel mogelijk en met zo weinig mogelijk debat goedgekeurd te krijgen.

Het Europees-Canadese Verdrag CETA wordt op 21 november officieel bezorgd aan het Europees Parlement. Normaal heeft dat dan zes maanden de tijd om het te analyseren, bediscussiëren en vervolgens goed te keuren of te verwerpen. Onder druk van de Europese Commissie en van de Europese Raad was die termijn al ingekort tot drie maanden. Dat is de streefdatum om het verdrag voorlopig in werking te laten treden. Zelfs al is dat verdrag mogelijk onwettig en in ieder geval schadelijk. Maar in de achterkamers van het Parlement probeerde de grote coalitie nog veel verder te gaan. Ze wilde het verdrag reeds goedkeuren in december. Dat wil zeggen zonder debat in de commissies en zonder hoorzittingen met experten, zoals dat nog wel het geval was in het Waals Parlement.  De mening van commissies die te kritisch staan tegenover het verdrag werd verboden. Of hoe van het Europees Parlement helemaal een doofpot te maken.

Deze beslissing, die binnen de conferentie van fractievoorzitters door socialisten en rechts genomen werd, creëerde nogal wat commotie. Onder druk van verschillende verenigingen en burgers moeten de traditionele europartijen nu gedeeltelijk op hun beslissing terugkomen. Vijf commissies zullen toch mogen zeggen of ze voor of tegen CETA zijn. De eindstemming zal in februari plaatsvinden. Maar minder dan 3 maanden debat en geen enkel inhoudelijk amendement, blijft belachelijk weinig voor een zeer technisch verdrag van 1600 pagina’s en vele bijlagen.

Gezien het belang van het Verdrag heeft de groep van Europees Verenigd Links (GUE/NGL) gevraagd om ten minste respect op te brengen voor de parlementaire procedure en om de organisaties van het middenveld te betrekken. De PVDA, lid van GUE/NGL, protesteert tegen de antidemocratische stormloop. Het is onaanvaardbaar dat de traditionele partijen het democratisch debat vergrendelen. Europa heeft niet minder maar meer democratie nodig. En dus moeten niet alleen de gewone parlementaire procedures nageleefd worden, maar moet er ook een Europees referendum komen over het Verdrag. Een Europese petitie tegen deze handelsverdragen is al meer dan 3 miljoen keer ondertekend. Dat is een Europees record. Het is hoog tijd dat de burgers een stem krijgen.

 

Commentaar toevoegen