(Foto Solidair, Marco Van Hees)

Dagboek van een PVDA-volksvertegenwoordiger in Palestina (deel 3)

Marco Van Hees, volksvertegenwoordiger voor de PVDA in het federaal parlement, nam deel aan een vijfdaagse missie naar Palestina, georganiseerd door het CNCD (de Franstalige tegenhanger van 11.11.11). Hieronder het derde deel van zijn verslag.

Deel 1 - Deel 2 - Deel 4 - Deel 5 - Deel 6

Zondag 2 november 2014

Vandaag gaan we naar Hebron, een zeer oude stad in het zuiden van de Westelijke Jordaanoever. Onze gids heet Yehuda Shaul. Hij is stichtend lid van de beweging ‘Breaking the silence’. Dat is een organisatie van soldaten en officieren van het Israëlische leger die kritiek hebben op de bezetting van de Palestijnse gebieden. Ze verzamelt en publiceert vele getuigenissen daarover. Yehuda Shaul zat zelf ook drie jaar in het leger, van 2001 tot 2004. Hij geeft ons een stadsplan van Hebron waarop de nederzettingen zijn aangeduid. Niet alleen in de buitenwijken zijn die te zien: er zijn ook nederzettingen in het centrum van de stad zelf. Langs sommige centrale wegen is elke handel verboden, op andere is dan weer geen verkeer toegelaten, nog andere wegen zijn afgesloten voor zowel winkels als autoverkeer en voetgangers. De toegang is er dus compleet verboden.

Als we aankomen in het centrum van Hebron, ontdekken we inderdaad een echte spookstad. Onze gids maakt de vergelijking met de grote markt in Brussel: “Beeldt u even in dat het hier net zo is als op de zondagsmarkt in Brussel. Er is een tijd geweest dat hier in het centrum een van de grootste markten was op de Westelijke Jordaanoever.”

Vandaag ligt de plaats er verlaten bij, alle luiken zijn naar beneden, de huizen staan leeg en zijn vervallen. En dan rijst de vraag: hoe zijn de Israëlische autoriteiten erin geslaagd om van deze stad een spookstad te maken? Ten eerste is er de ontvolking die het rechtstreekse gevolg is van al die verbodsbepalingen: verboden er te rijden, er te werken, er een winkel te openen... Op de tweede plaats zijn Palestijnse inwoners weggetrokken omwille van het geweld van de kolonisten. De politie is hier namelijk niet om de Palestijnen te beschermen. Ze komt wel tussen om de nederzettingen en de kolonisten te beschermen: voor de Israëli’s geldt het burgerlijk recht, voor de Palestijnen zijn militaire wetten van kracht. Ten derde is er de houding van het Israëlische leger, dat allerlei technieken gebruikt om permanent zijn aanwezigheid te laten voelen aan de Palestijnse bevolking en alleen al hierdoor een gevoel van onderdrukking creëert. Een van die technieken is die van de valse arrestatie: de geheime diensten kiezen een slachtoffer, liefst zo onschuldig mogelijk, en de militairen komen hem arresteren. Daarop vraagt iedereen zich af, wat is er aan de hand, waarom hij…

Heel die politiek wordt gevoerd in naam van de veiligheid, maar het eigenlijke doel is niets meer of minder dan de verdere kolonisering. Vaak hoort men dat het Israëlisch-Palestijns conflict zeer complex is, dat je niet in een-twee-drie oplost, maar onze gids haast zich om dat schijnargument de pas af te snijden: “Ja, repliceert hij, maar de bezetting kan je heel eenvoudig oplossen.”

In de buitenwijken van Hebron, achteraan in een parkje, ontdekken we een grafmonument opgericht ter ere van een zekere Baruch Goldstein. De man is een joodsreligieuze nationalist die in 1994 het vuur opende in een moskee en hierbij 29 mensen doodde en 125 verwondde.

We verlaten Hebron en gaan naar het dorp Wadi Foukin, ook op de Westelijke Jordaanoever. We worden ontvangen door de burgemeester van deze gemeente van 1.300 inwoners. De meeste zijn landbouwers. Hij projecteert voor ons een aantal kaarten die een beeld geven van de voortschrijdende inpalming van de gronden door de kolonisten vanaf 1949 tot vandaag. Hij toont ons ook foto’s van voor en na de vestiging van de nederzettingen. We vragen hem of er financiële compensaties of schadevergoeding betaald werd voor de in beslag genomen gronden. Hij antwoordt ons alsof het de grootste evidentie is: “Nee, natuurlijk niet.” Deze kolonisatie betekende voor het dorp een enorm verlies aan bouwland en zorgde daarbij ook voor zware vervuiling van de waterbronnen.

We wandelen door het dorp. Op de heuvels rondom plakken honderden ultramoderne gebouwen tegen elkaar aan. Ze domineren het dorpje, zoals een fort van veroveraars. De kolonisten kunnen voor heel weinig geld die woningen kopen. Het is voor velen gewoon een tweede verblijfplaats, zelfs voor mensen die helemaal niet in Israël wonen maar bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Alles wordt in het werk gesteld om de nederzettingen tegen elke prijs uit te breiden. Hiervoor wordt zelfs de Israëlische bevolkingsaanwas geforceerd, bijvoorbeeld via massale immigratie vanuit landen als Rusland en Oekraïne. Het doet er niet toe dat meer dan de helft van die Russen niet joods zijn: ze worden toch als dusdanig geregistreerd in de statistieken, zodat de Israëlische bevolking sneller aangroeit dan de Palestijnse…