Al-Taweel, Westelijke Jordaanoever. De Rode Halve Maan installeert een tent op de plek waar het Israëlische leger de dag ervoor een huis verwoestte, in een gebied dat illegaal bezet wordt door Israël. (Foto Solidair, Marco Van Hees)

Dagboek van een PVDA-volksvertegenwoordiger in Palestina (deel 5)

Marco Van Hees, volksvertegenwoordiger voor de PVDA in het federaal parlement, nam deel aan een vijfdaagse missie naar Palestina, georganiseerd door het CNCD (de Franstalige tegenhanger van 11.11.11). Hieronder het vijfde deel van zijn verslag.

Deel 1 - Deel 2 - Deel 3 - Deel 4 - Deel 6

Dinsdag 4 november 2014

Vandaag, dinsdag, zijn we bijna “live” getuige van nieuwe gewelddaden die de Israëlische staat gisteren tegen de Palestijnen pleegde. We waren al van plan om naar Al-Taweel (op de Westelijke Jordaanoever) te gaan. Het is daar dat Israël elektriciteitsleidingen vernietigde die gelegd werden door de Belgische Technische Coöperatie (BTC), het agentschap voor ontwikkelingssamenwerking. Dat haalde in september ruim de media. Naast een ploeg van de RTBF gaan er ook leden van Al Haq met ons mee. Al Haq is een Palestijnse ngo actief op het vlak van mensenrechten.

Eerst worden we ontvangen op het gemeentehuis van Akraba. Al-Taweel hangt bestuurlijk van deze gemeente af. De burgemeester en de verantwoordelijke voor de internationale samenwerking van het Belgische consulaat staan ons te woord. Ze vertellen ons hoe in september 70 elektriciteitspalen over een afstand van 3,5 kilometer naar beneden gehaald werden. Het is een deel van een veel groter elektriciteitsnet dat de BTC noodgedwongen in samenwerking met Israël bouwde, omdat het moest aangesloten kunnen worden op het Israëlische net.

Het is waar dat er voor de aanleg van het gedeelte dat werd verwoest, geen vergunning werd aangevraagd. Het ligt namelijk in zone C (het gedeelte van de bezette gebieden dat uitsluitend door Israël wordt gecontroleerd) en alle aanvragen die op deze zone betrekking hebben, worden systematisch geweigerd. Maar het ging hier wel om een humanitaire noodsituatie: elektriciteit, een paar watt ocharme, leveren aan een aantal boeren die sterk afgezonderd leven. Het is trouwens wel het toppunt dat Israël het argument aanhaalt van een illegale actie, terwijl het juist de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever is die wereldwijd – ook door de Verenigde Naties – als illegaal wordt bestempeld.

Dan vertelt de burgemeester ons dat nieuwe vernielingen pas de dag ervoor zijn begonnen. Als we naar Al-Taweel gaan, zien we dat stukken van de weg, waterleidingen en twee huizen inderdaad pas verwoest werden. De Rode Halve Maan is trouwens volop bezig met het monteren van een tent voor de bewoners van de huizen die met de grond gelijk werden gemaakt. Maar de elektriciteitspalen staan er weer. De dorpsbewoners hebben ze opnieuw rechtgezet, zo goed en zo kwaad als het gaat, hierbij de Israëlische beslissingen negerend.

We zijn hier in een minuscuul dorpje, een gehucht van enkele veehouders. De grond is dor en je vindt er tien keer meer stenen dan aarde. Ik zit echt met zo’n gevoel van “in the middle of nowhere”. Toch zijn er ook hier, achter die hoge heuvels die ons omringen, Israëlische nederzettingen. Je hoeft dan ook niet ver te zoeken naar de reden van deze vernielingen: uitbreiding van die kolonies. Observatoren van de Scandinavische mensenrechtenorganisatie EAPPI zijn ter plaatse. Een van hen vertelt me dat hij pas is aangekomen. Meteen al op de tweede dag van zijn verblijf hier in het land zag hij met zijn eigen ogen deze nieuwe gewelddaden.

“Wat komen jullie hier doen in mijn bedrijf?”

Op weg naar de Jordaanvallei en de Dode Zee. De informatie die we gisterenavond kregen op de zetel van de vereniging Who Profits en die werd bevestigd door de leden van Al Haq die ons vergezellen, kunnen we nu met eigen ogen vaststellen. Hier in de Jordaanvallei zien we niets anders dan lange rijen van het ene gewas na het andere, een oase van groen in schril contrast met het dorre landschap dat veel weg heeft van een woestijn, dat we net achter ons hebben gelaten. Al die gronden – en het water in de ondergrondse waterbekkens – zijn gestolen van de Palestijnen.

We komen aan bij een soort industriezone voor de verwerking van de landbouwproducten, geteeld op de aangrenzende gronden. We houden halt bij een bedrijf met de naam “Ada Fresh”. Afgaande op de logo’s, aangebracht tegen de gevel, levert de onderneming onder meer groenten en fruit van het merk Carmel. Op de binnenkoer van het bedrijf voert een vorkheftruck kisten vol groente aan. Als we dichterbij komen, zien we dat het rucola is. Ja, een deel van die lekkere Italiaanse salade wordt gekweekt in de illegaal bezette Palestijnse gebieden.

We beslissen naar binnen te gaan en te kijken of we in de fabriek nog andere producten of etiketten vinden, informatie die van pas kan komen voor de campagne Made in Illegality. Een aantal arbeiders, naar we vermoeden afkomstig uit Zuid-Oost-Azië, zijn groenten aan het inpakken. Dan komt de directeur eraan en schreeuwt ons toe: “Wat komen jullie hier doen in mijn bedrijf? Onmiddellijk naar buiten, jullie!” En we maken dat we wegkomen, zodat hij de politie niet belt.

We naderen de Dode Zee. Kilometers lang rijden we erlangs op een totaal verlaten kuststrook, waar niemand mag komen. Ook hier, zoals overal in Israël, verboden toegang om veiligheidsredenen. De Palestijnen kunnen niet naar hun beroemde binnenzee, behalve op een stukje strand en… als ze betalen voor een toegangsticket. Ons minibusje komt aan bij een ander bedrijf, dat natuurlijke rijkdommen van de Palestijnen illegaal ontgint: Ahava, beroemd cosmeticaproducent. Toch gebeurt hier niets in het geheim: ze laten alles zien aan de toeristen, zelfs de band in de productiehal waar de flesjes ronddraaien. In een zaaltje naast de fabriekswinkel houdt een bediende van Ahava een reclamepraatje voor een gezelschap potentiële klanten. De dame prijst hun de kwaliteiten aan die deze lotions uit het hoge zoutgehalte van de Dode Zee halen. De gekoloniseerde grondstoffen maken hierdeel uit van het verkoopspraatje...