De 10 voorstellen van de PVDA tegen jihadterreur

Hoe maken we een einde aan terrorisme en jihadistische rekrutering? De PVDA stelde een strijdplan op, dat bestaat uit tien punten.

  1. Iedereen die naar Syrië vertrekt om zich daar aan te sluiten bij IS, of die ervan terugkeert, alsook de ronselaars van IS, moeten worden gearresteerd en onmiddellijk voor een onderzoeksrechter gebracht worden. Wie gevaarlijk blijkt, moet in voorlopige hechtenis worden genomen. Niemand mag opnieuw in vrijheid worden gesteld zonder dat hij een speciaal programma heeft gevolgd om de jihadistische overtuiging te deprogrammeren.
  2. Aanzetten tot jihadisme of haat moet even vastberaden worden vervolgd. Gebedsplaatsen of internetsites waar oproepen wordt tot jihadisme of haat moeten worden gesloten.
  3. De regering creëert een vals veiligheidsgevoel door militairen in de straten te laten paraderen, maar ze zou beter zorgen voor meer onderzoekersrechters die gespecialiseerd zijn in de strijd tegen terrorisme. Geef hen voldoende onderzoekers, vertalers en analisten die expert zijn in het jihadisme en de financiering ervan. Als een lid van een politie- of inlichtingendienst verzuimt pertinente informatie door te geven, dan moet hij streng gestraft worden. 
  4. In plaats van alle burgers onder controle te plaatsen en hun gegevens op te slaan in databanken, moeten we focussen op de personen die werkelijk gevaarlijk zijn. De personen die de recente aanslagen pleegden, waren allen gekend. Het is onaanvaardbaar dat belangrijke informatie verloren gaat in een overvloed van nutteloze informatie.
  5. Al sinds 2012 vragen familieleden, leerkrachten … hulp om te voorkomen dat jongeren naar Syrië vertrekken, maar er gebeurde niks. Er is dringend nood aan een interfederaal centrum voor de strijd tegen de jihadistische rekrutering. Dat centrum moet multidisciplinaire hulp bieden aan de naaste omgeving van een jongere die radicaliseert. Het moet de jongere bijstaan in zijn resocialisatie en eventueel begeleiden in het programma dat de jongere volgt om de jihadistische overtuiging te deprogrammeren, indien de situatie dat vereist.
  6. In plaats van iedereen als een verdachte te beschouwen en gemeenschappen of zelfs hele wijken te stigmatiseren, ziet de PVDA familieleden, buurtverenigingen, jongerenverenigingen en moskeeën als bondgenoten. Zij moeten ingeschakeld worden om de jihadistische onschadelijk te maken.
  7. De discriminatie tegenover een deel van de jeugd neemt nog steeds toe. Ronselaars maken daar gebruik van om jongeren te hersenspoelen met hun wereldvisie van “wij tegen zij”. Discriminatie moet gebannen worden uit onze maatschappij. Een sociaal noodplan moet ervoor zorgen dat het recht op onderwijs verzekerd is en dat iedereen een goede job kan krijgen. Investeren in verenigingswerk, scholen en jongerenorganisaties in de wijken moet een prioriteit zijn.
  8. We moeten de zuurstof van IS afsnijden en degenen die olie van IS kopen, straffen. We moeten Turkije verplichten zijn grens met Syrië strikt te bewaken.
  9. Onze samenwerking met landen die banden hebben met terroristische groeperingen – Saoedi-Arabië en Qatar op kop – moet stopgezet worden. Ook moet er een Europees embargo komen op de wapenverkoop aan Saoedi-Arabië en aan andere landen in het Midden-Oosten.
  10. België moet ijveren voor een actief vredesbeleid in Syrië, door middel van onderhandelingen tussen Syriërs, behalve IS en andere terroristische organisaties. Dat betekent dat er een eind moet komen aan de militaire avonturen zoals in Irak, Afghanistan of Libië die de hele regio gedestabiliseerd hebben. Dat betekent ook stoppen met bombarderen, want dat versterkt de positie van IS enkel en het trekt nieuwe rekruten aan.