De lonen onder de loep: over de indexsprong, loonbevriezing en andere stokpaardjes van de werkgevers

De regering voorziet een aanval tegen de lonen op verschillende fronten. Als deze maatregelen goedgekeurd worden, zullen de werknemers in dit land verschillende honderden euro's verliezen. De regering zegt dat dit noodzakelijk is om de economie zuurstof te geven, want "de loonkost is te hoog". Maar klopt dit wel? De studiedienst van de PVDA analyseerde de maatregelen van het regeringsakkoord en geeft antwoord aan pro-patronale argumenten van de regering Michel-De Wever.

In haar regeringsverklaring kondigt de regering-Michel-De Wever een hele reeks maatregelen aan die een directe of indirecte aanval op de lonen inhouden. Als we het in dit document over ‘loon’ hebben, dan bedoelen we de betaling van het personeel (onder de vorm van direct loon of van uitgesteld loon[1]) voor hun werk. Het gaat dus niet over ‘koopkracht’. Al zijn deze twee wel sterk met elkaar verbonden en zullen we in dit document geregeld de link tussen beide leggen. Maar de maatregelen die verband houden met koopkracht, zijn nog veel uitgebreider. Die slaan niet alleen op de lonen, maar gaan ook over fiscaliteit, prijsstijgingen voor allerlei goederen[2] en diensten[3], enz.

We geven een overzicht van vijf aanvallen die het loon treffen:

  • de indexsprong
  • de loonbevriezing via de wijziging van de “wet van 1996”
  • de wijziging van het stelsel van de baremieke verhogingen
  • de verlaging van de sociale bijdragen
  • de uitbreiding van de mogelijkheden voor overuren door de berekening van de arbeidstijd op jaarbasis.

Op deze vijf fronten zien we een rechtstreekse aanval op het loon. Maar er zijn ook nog indirecte aanvallen. Die hebben te maken met de jacht op werklozen, met minder werkzekerheid of de verlenging van de beroepsloopbaan. Allemaal maatregelen die passen in het kader van het in stand houden van een zeer actief “reserveleger” van werklozen. Daarmee kan men constant neerwaartse druk uitoefenen op de lonen. Die indirecte aanvallen behandelen we in andere documenten van de studiedienst van de PVDA.

De regering-Michel-De Wever maakt er geen geheim van: al die maatregelen zijn bedoeld om de loonkost te drukken. De bedoeling is daarmee onze economie opnieuw concurrencieel te maken en op die manier – “misschien, maar we kunnen dat niet garanderen”[4] – te zorgen voor nieuwe werkgelegenheid. Fundamenteel komt het discours van de werkgeversorganisaties en van de regering erop neer dat ze onze lonen gaan verlagen en ons beloven dat dit de economische toestand in ons land zal verbeteren en nieuwe investeringen met zich mee zal brengen die mogelijkerwijze eventueel zullen leiden tot nieuwe werkgelegenheid. En al wie hun redenering in twijfel trekt en niet dringend iets wil doen om de loonkost te drukken, houden ze het schrikbeeld van een economische woestenij voor.

Zo’n discours is tevens een goed middel om er ideologisch systematisch op te hameren dat het toch de patroons[5] zijn die voor onze rijkdom zorgen en dat we alles moeten doen om hen te steunen. Anders zal er gewoon helemaal geen rijkdom meer zijn om sociaal te verdelen.

We zullen in dit document laten zien dat deze redenering van patroons en regering niet klopt. En het is niet door ze dikwijls te herhalen, dat ze aan geloofwaardigheid wint. Ze leidt tot een sociale catastrofe en maakt de werkende mensen steeds armer. Hun redenering leidt tot een economische ramp.

De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) stelt dat “een strategie van kappen in de arbeidskosten per eenheid, een frequent gegeven beleidsadvies in landen in crisis (…), kan veel meer het risico lopen op inperking van het binnenlands verbruik dan dat hiermee de export toeneemt. Als een groot aantal landen tegelijk overgaan tot loonsverminderingen in functie van het behoud van hun concurrentievermogen, dan kan dit leiden tot een ‘neerwaartse loonspiraal’ in de wedren om meer competitiviteit (…) en dat kan op die manier de globale vraag doen afnemen.”[6] Door te leiden tot een algemene daling van de vraag zal deze wedren naar steeds lagere loonkosten de crisis enkel nog erger maken. We hoorden het onlangs nog de liberale econoom Paul De Grauwe[7], zeggen: “Hoge loonkosten moeten we koesteren. We moeten minder luisteren naar de werkgevers.”[8]

1ste aanval: de indexsprong... een verlies van 34.000 euro per gezin

N-VA, MR, Open Vld en CD&V vergrijpen zich, wat ze ook mogen beweren, aan “iedereen die vroeg moet opstaan”. Met de indexsprong die de regering-Michel-De Wever wil doorvoeren, zal een koppel tweeverdieners gemiddeld 34.000 euro bruto verliezen op nog geen 20 jaar werken. Laten we hier wat concreter op ingaan.

Ken en Sara wonen samen. Ken is arbeider en verdient 2.800 euro bruto per maand. Sara werkt als bediende in de distributie en verdient 2.400 euro bruto per maand. Een indexsprong gaat hen het eerste jaar waarin die toegepast wordt elk tussen de 650 en 750 euro bruto doen verliezen. Alleen al die maatregel gaat het koppel dat jaar meer dan 1400 euro bruto kosten. Gedurende een loopbaan van twintig jaar zal zo’n indexsprong ons koppel 34.000 euro bruto kosten (detailberekening in tabel verder). Hoe is dat mogelijk? 

Een indexsprong met sociale correcties?

De regering beweert wel dat ze een aantal “sociale correcties” zal doorvoeren bij de indexsprong. Ze wil een deel van de “welzijnsenveloppe” gebruiken om de gevolgen van de indexsprong voor mensen met een laag loon te compenseren. Waarover gaat het precies?

De “welzijnsenveloppe” is een budget dat de vakbonden hebben afgedwongen om de kleine pensioentjes en sociale uitkeringen wat op te trekken. Mensen met een klein pensioentje, werklozen, zieken enz. kunnen immers niet genieten van loonsverhogingen die voortvloeien uit het collectief overleg tussen werkgevers en vakbonden. Hun uitkering volgt niet de evolutie van de economische ontwikkeling van de maatschappij, van wat men het “welzijn” is gaan noemen.

Bovendien is de gemiddelde inflatie een sterke onderschatting van de reële inflatie voor de lage inkomens (de prijs voor elementaire basisproducten – die de lage inkomens verhoudingsgewijs meer verbruiken – is veel meer gestegen dan de gemiddelde inflatie). Om deze twee redenen hebben de vakbonden altijd gevochten voor de aanpassing van de laagste pensioenen en van de sociale uitkeringen aan het welzijnsniveau.

Door nu die welzijnsenveloppe te gebruiken om de verliezen van de indexsprong te compenseren, lost de regering helemaal niks op. Ze gebruikt een budget, dat nu moet dienen om kleine pensioenen en lage uitkeringen een beetje te verhogen, om de verminderde inkomsten door de indexsprong bij te passen.

Hoeveel verlies ik met een indexsprong?

1. Het voorbeeld van Ken en Sara

Ken en Sara zijn een jong koppel met twee kinderen. Ken is arbeider. Hij werkt voltijds in een groot bedrijf. Hij werkt in ploegen en verdient 2.800 euro bruto of 1.790 euro netto. Sara werkt als bediende in de distributiesector. Ze verdient 2.400 euro bruto of 1.630 euro netto. Een indexsprong betekent voor dit gezin een verlies van 34.000 euro bruto over een loopbaan van nauwelijks 20 jaar.

Alle getallen zijn in euro

Bruto maande-
lijks verlies (eerste jaar)

Bruto jaarlijks verlies (eerste jaar)Totaal bruto verlies na 20 jaarTotaal bruto verlies na 40 jaarNetto maande-
lijks verlies (eerste jaar)
Netto jaarlijks verlies (eerste jaar)Totaal netto verlies na 20 jaarTotaal netto verlies na 40 jaar
Ken5675618.30940.1703648311.70525.680
Sara4864815.69334.4313344010.65823.385
Totaal verlies voor het gezin1041.40434.00274.6016992322.36349.065

 

2. Het voorbeeld van Nawal en Sam

Nawal en Sam zijn een koppel en hebben geen kinderen. Nawal is medisch secretaresse en verdient 3.300 euro bruto of 1.934 euro netto. Sam is bibliothecaris. Hij verdient 2.650 euro bruto of 1.650 euro netto. Een indexsprong betekent voor hen dat ze binnen twintig jaar bijna 39.000 euro minder zullen hebben verdiend.

Alle getallen zijn in euroBruto maande-
lijks verlies (eerste jaar)
Bruto jaarlijks verlies (eerste jaar)Totaal bruto verlies na 20 jaarTotaal bruto verlies na 40 jaarNetto maande-
lijks verlies (eerste jaar)
Netto jaarlijks verlies (eerste jaar)Totaal netto verlies na 20 jaarTotaal netto verlies na 40 jaar
Nawal6689121.57847.3433952212.64627.746
Sam5371617.32838.0183344610.78923.672
Totaal verlies voor het gezin1191.60738.90685.3617296823.43551.418

 

Een transfer vanuit een heleboel kleinde zakjes naar een paar grote zakken

Zoals we zien verliezen Ken en Sara, Nawal en Sam… en alle werkende mensen in dit land een boel geld door de indexsprong. En de sociale zekerheid verliest er ook aan. Want het brutoloon en de patronale bijdragen krijgen natuurlijk ook geen indexaanpassing.

Maar dat geld, dat ze willen afpakken van de werkende mensen en van de sociale zekerheid, waar gaat dat naartoe? Rechtstreeks in de zakken van patroons en aandeelhouders. De indexsprong op zich alleen al betekent een cadeau van bijna 3 miljard euro[9], weggehaald uit de zakken van de werknemers en uit de kassen van de sociale zekerheid om de bedrijfswinsten aan te dikken.

De index, wat is dat eigenlijk?

We willen hier even kort herhalen wat de index precies is. Het gaat om een coëfficiënt die de gemiddelde evolutie meet van de consumptieprijzen. Hierbij houdt men rekening met honderden producten en diensten (voedingswaren, kleding, meubels, gezondheidszorg, enz.). Die vormen samen wat men noemt de “huishoudkorf”. Aan de hand van dit cijfer kunnen we meten in welke mate de prijzen en dus de levensduurte stijgen.

In België bestaat een mechanisme van automatische loonindexering. Dat wil zeggen dat de lonen en de sociale uitkeringen (pensioenen, ziektevergoedingen, werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslag...) normaal gezien automatisch worden aangepast aan de evolutie van de index. Het is de bedoeling de koopkracht van werkende mensen en uitkeringsgerechtigden constant op hetzelfde peil te houden. Als uw wekelijkse boodschappenmandje bij de Colruyt van 100 naar 102 euro stijgt, moet uw loon omhoog met 2 % om evenveel koopkracht te behouden.

Oorsprong van, geknoei met en tenslotte een sprong van de index

Waartoe dient het een loonsverhoging te krijgen van 2 % als de prijzen met 3 % stijgen? Het is door dit soort ervaringen dat de arbeidersbeweging gevochten heeft voor loonakkoorden die de band legden tussen de lonen en de index. Het is niet onbelangrijk dat de aanpassing van de lonen aan de index automatisch gebeurt: zo hoeven we niet elk jaar opnieuw te vechten voor die indexaanpassing.

Zo’n aanpassing wordt in België voor de eerste keer goedgekeurd op 1 maart 1920. Dat gebeurt in de hout- en meubelsector. Andere sectoren zullen snel volgen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schaft de nazibezetter alle systemen van loonindexering af. Na de oorlog voert men ze opnieuw in en worden ze al snel van toepassing in alle sectoren.

Natuurlijk zal het niet ontbreken aan pogingen om met de index te foefelen. Al in 1953 wou de regering de prijs van een klein brood blokkeren en de prijzen van de andere broodproducten verder laten stijgen. Omdat enkel de prijs van een klein brood opgenomen was in de korf die dient voor de berekening van de index van de consumptieprijzen. De minister moest na verzet van de vakbonden bakzeil halen.

Een volgende poging tot manipulatie vindt plaats in 1976. Na een hittegolf in de zomer van 1976 wil de regering de prijzen voor fruit en groeten en aardappelen uit de indexkorf halen. Wanneer de vakbonden dreigen met een algemene staking zal de regering een compromis moeten  uitwerken.

In de jaren 80 voert de regering Martens-Gol drie "indexsprongen" door. Drie keer op rij zullen de lonen niet aangepast worden aan de indexstijging. Men slaat een indexaanpassing over, met andere woorden men maakt een “indexsprong”.

In 2012 voert de regering-Di Rupo-De Croo de "soldenindex" in. Ze voegt aan de huishoudkorf een reeks nieuwe producten toe en beslist onder meer om rekening te houden met de solden in de berekening van de prijzenindex. Het onmiddellijke effect hiervan is dat de stijging van de index kunstmatig vertraagd wordt en dat loonaanpassingen uitgesteld worden.

Vandaag wil de regering de “gescande” producten toevoegen. In tijden van crisis kopen mensen minder dure producten, meer “witte producten”.  Door zich hierop te baseren wil de regering het ritme van de indexstijging nog een beetje meer vertragen.

U ziet: 94 jaar na het eerste akkoord over de index, gaat de strijd nog altijd verder.

2de aanval: het verstrengen van de loonwet van 96 ...en een lookblokkering voor zo goed als altijd

De intenties van de regering laten geen enkele twijfel bestaan. Ze plant “een bijkomende periode van loonmatiging in 2015-2016 (of zolang het concurrentievermogen niet hersteld is)”. Concreet? Voor 2013 en 2014 liet de regering-Di Rupo een maximum marge voor loonsverhogingen van… 0 %. In 2011 bedroeg de marge 0 % en in 2012 lag die op 0,3 %. Met geknoei aan de index die de loonsverhoging met 0,3 % zo goed als ongedaan maakte (zie hierboven). We kunnen gerust stellen dat tussen 2011 en 2014 ons loon niet meer steeg. Met de regering-Michel–De Wever blijven de lonen op zijn minst voor nog eens twee jaar geblokkeerd (wat neerkomt op een loonbevriezing van in totaal bijna zes jaar). Maar als de regering van oordeel is dat ons concurrentievermogen nog niet “hersteld” is, kan het best nog wat langer duren.

Om dat te bereiken beslist de regering om het werk dat de vroegere sp.a-minister van Arbeid Monica De Coninck gestart was, verder te zetten. Zij deed al een poging om de kaderwet die de mogelijkheden voor loonsverhogingen in de privé regelt, te wijzigen. We noemen die wet ook de “wet van 96”[10]. Syndicale mobilisatie stak toen een stokje voor de plannen van minister De Coninck. Vandaag pakt de regering de plannen die de ijskast in gingen, opnieuw op en gaat nog een stapje verder.

Allereerst zal de regering “voor het einde van de legislatuur de loonhandicap van onze bedrijven wegwerken die sinds 1996 ten opzichte van de buurlanden werd opgebouwd”. (Regeerakkoord punt 1.1, blz. 5) Wat wil dat zeggen? De regering is van mening dat België een toenemende “loonhandicap” heeft in vergelijking met onze buurlanden (Nederland, Frankrijk en Duitsland). Ze beweert dat de Belgische lonen sinds 1996 sneller gestegen zijn dan de lonen van de buurlanden. Daarom wil ze de wet wijzigen en de Belgische lonen blokkeren zodat ze niet meer stijgen zolang de zogenaamde “handicap” niet weggewerkt is.

Onmiddellijk rijzen twee vragen. Is dat dan zo erg om een “loonhandicap” te hebben? En wie meet eigenlijk die loonkloof? Op de eerste vraag antwoorden we straks. Laat ons eerst eens kijken hoe de regering antwoordt op die tweede vraag.

Handicap of geen handicap?

Sinds 1996 (het referentiejaar) blijken de Belgische lonen sneller te zijn gestegen dan gemiddeld bij de buurlanden. Maar onlangs verscheen een rapport van deskundigen[11] - de studie was besteld door de vorige regering – waarin klaar en duidelijk stond dat dit maar bedrieglijke schijn is.

Waarom? Omdat de patroons elk jaar steeds meer subsidies krijgen als ze iemand aanwerven. Tussen 1996 en 2011 werd het aandeel van subsidies in de totale loonmassa in de privé 11 keer groter! Vandaag gaat het om meer dan 4 % van de totale loonmassa in de privésector.

Wanneer de werkgevers beweren dat ze een werknemer 100 euro betalen, zit daar dus eigenlijk 4 euro subsidies en steun bij en betalen ze in werkelijkheid maar 96 euro. Die steun is velerlei: subsidie voor ‘activering’ als ze een jongere aannemen, dienstencheques, subsidies voor nachtwerk of ploegenarbeid, voor overuren, enz.

En in de andere landen? Wel, België is een heel specifiek geval. Het percentage subsidies aan bedrijven ligt in ons land stukken hoger dan in de buurlanden. “Of het nu gaat over subsidie voor overuren of voor ploegenarbeid en nachtwerk, in de buurlanden bestaat iets dergelijks niet”, horen we van de deskundigen.

Maar de regering is wat doof voor die conclusie. Voor haar bestaat die loonhandicap nog altijd. Hoe berekent zij dat dan? Ze maakt er een punt van om de loonsubsidies gedeeltelijk (of geheel?) weg te laten bij de berekening van de handicap. Normaal zijn het de werkgevers en de vakbonden die tot een akkoord komen over de maatregelen in verband met de loonkloof, maar nu gaat de regering dat zelf doen. Zij bepaalt nu “met welke subsidies rekening wordt gehouden voor het meten van de loonhandicap”.

Conclusie? De regering keurt een wet goed om een handicap weg te werken die niet bestaat. Maar om die toch te doen bestaan, eigent ze zich het recht toe om wijzigingen aan te brengen in de berekening van de handicap. Zo wil ze bereiken dat de lonen geblokkeerd blijven tot meerdere eer en glorie van de patroons, net zoals in 2013-2014.

Strengere controles en automatische correcties

Maar wat gebeurt er als we dan toch (van de werkgever) een loonsverhoging krijgen? Wat kan de regering dan doen? “Er moet een efficiënt toezicht worden ingevoerd op elke collectieve arbeidsovereenkomst die een hogere loonevolutie dan de loonnorm voorziet of daarin resulteert...” en “zodat er een automatisch correctiemechanisme wordt ingevoerd voor de vastgestelde overschrijdingen.” (Regeerakkoord 1.2.1, blz. 9) De regering gaat zorgen voor strengere controles op de collectieve arbeidsovereenkomsten en ‘automatische’ mechanismen zullen ‘corrigeren’ als die de loonnorm niet respecteren. De regering kiest meer dan ooit duidelijk kamp in de strijd waarin werknemers en werkgevers op vlak van het loon tegenover elkaar staan. Wie tracht dankzij de bestaande collectieve krachtsverhoudingen toch buiten de opgelegde loonmarges te onderhandelen, kan rekenen op controle en automatische correctie.

Ook de openbare diensten opgenomen in de wet

“De overheidsbedrijven (Belgacom, bpost...) zullen voortaan ook onder het toepassingsgebied van de loonnormwet van 1996 vallen.” (Regeerakkoord 1.2.1, blz. 9) In theorie waren de overheidsbedrijven niet betrokken bij de wet van 1996. Met deze nieuwe regering geldt de loonbevriezing voortaan ook voor hen.

Hoeveel gaat mij dat dan kosten?

Het is moeilijk om precies op die vraag te antwoorden. Het hangt af van wat de regering beslist over de grootte van die loonhandicap. Stel dat de regering zegt dat er een loonhandicap is van 4 %, dan komt het verlies neer op twee indexsprongen. Voor ons koppel Nawal en Sam komt dat neer op een verlies ter waarde van een woonhuis!

3de aanval: de barema’s onder vuur...

Naast de indexsprong en de loonblokkering via de wijziging van de wet van 96 maakt de regering-Michel-De Wever gewag van nog een derde frontale aanslag op lonen en koopkracht. Deze keer richt ze haar pijlen op het systeem van loonbarema’s, dat in voege is voor bedienden. Opnieuw dreigen de werknemers duizenden euro’s te verliezen. Maar het nieuwe systeem dat de regering wil invoeren is er bovendien op gericht elke vorm van collectieve solidariteit bij het afdwingen van loonsverhogingen te breken. Een beetje uitleg.

Hoe werkt het baremasysteem?

Bedienden hebben bij het begin van hun loopbaan betrekkelijk lage lonen. Hun loon stijgt automatisch met het aantal gewerkte jaren, volgens anciënniteit. Elke “trede” op die anciënniteittrap is een “barema”. Over het algemeen bereik je het maximumbarema na een loopbaan van twintig jaar. Bijvoorbeeld: in sommige distributieketens begin je met een brutoloon van 1.800 euro, en dat stijgt trapsgewijs gedurende je loopbaan van twintig jaar naar 2.650 euro bruto. De verhoging verloopt progressief en automatisch doorheen de loopbaan.

Een oud stokpaardje van de werkgevers

De werkgevers willen al jaren alle mechanismen van automatische loonsverhoging afschaffen. Of het nu gaat over de automatische loonindexering of over het baremasysteem. En dus luistert de regering-Michel-De Wever en doet ze braaf wat de werkgevers vragen.

Terug naar de 19de eeuw

De regering Michel I wil een “nieuw loopbaanmodel” invoeren waarbij “de werknemers een loon ontvangen dat meer overeenstemt met hun competenties en productiviteit, in plaats van een loutere lineaire toename in functie van leeftijd en anciënniteit” (federaal regeerakkoord). Of in mensentaal: de bedoeling is om een systeem in te voeren waarin elke werknemer betaald wordt in functie van zijn of haar individuele productiviteit en individueel verworven competenties.

Dit is een serieuze stap achteruit, een afbraak van het systeem van collectieve verloning (het principe dat alle werknemers gelijk loon ontvangen voor het werk dat ze doen). In plaats daarvan wil de regering een systeem gebaseerd op individuele “verdienste” en “productiviteit”, zoals dat al bestond in de 19e eeuw met het “stukloon”.

Zo’n systeem brengt de lonen ernstig in gevaar en bovendien breekt het de solidariteit tussen de werknemers. Het is de bedoeling de betrekkingen tussen werknemers en hun patroon te individualiseren. En zo de werknemers onderling te laten concurreren. Alleen de sterkste werknemers die de beste resultaten behalen, zullen dan nog een loonsverhoging krijgen. Of je nu ziek bent of een ongeval gehad hebt… iedereen moet zo veel mogelijk presteren om een loonsverhoging te kunnen krijgen. Met zo’n systeem maak je de enige kracht kapot die werkende mensen hebben: de collectieve krachtsverhouding.

4de aanval: verlaging van de sociale bijdragen

De nieuwe regering gaat de verlaging van de sociale werkgeversbijdragen die de regering-Di Rupo al had gepland, versnellen. In het plan van de vorige regering was een eerste verlaging van de sociale bijdragen voorzien van 471 miljoen euro in 2015 en een bijkomende verlaging met 489 miljoen euro voor 2017. In totaal een cadeau van 960 miljoen vanaf 2017.

De huidige regering wil het volledige bedrag van 960 miljoen al toekennen vanaf 2016. Ze wil dat doen door de bedrijfsvoorheffing te verlagen.

Waarin schuilt hierbij de aanval op het loon?

Maar waarin schuilt hierbij dan die aanval op het loon? Om dit te begrijpen, moeten we even in herinnering brengen wat ons loon precies is. Het is wat de werknemer krijgt als vergoeding voor werk, dat hij of zij geleverd heeft aan een werkgever.

Dat loon is samengesteld uit een belastbaar brutoloon, waarvan men een deel inhoudt als belasting (bedrijfsvoorheffing, om zaken te financieren zoals de aanleg van wegen, het loon van leerkrachten, ambtenaren, rechters...) en een ander deel dat men RSZ-bijdragen (of werknemersbijdragen voor de RSZ) noemt. Wat overblijft na aftrek van bedrijfsvoorheffing en werknemersbijdragen is uw nettoloon.

Maar dat is niet alles. Een derde deel in uw loon (bovenop uw brutoloon) zijn de sociale werkgeversbijdragen of “patronale” bijdragen (ook “patronale lasten” genoemd). Theoretisch gaat dat over ongeveer 33 % van uw loon). De sociale bijdragen (werknemers- en werkgeversbijdragen) noemen we ook wel uitgesteld loon.

Het gaat om een deel van je loon, dat naar een kas versluist wordt voor als je hulp nodig hebt: al je je werk verliest (werkloosheidsverzekering), als je ziek bent (ziekteverzekering), als je ouder wordt (pensioenverzekering), als je kinderen hebt (kinderbijslag), enzovoort.

Helemaal in het begin, in de 19e eeuw, zetten de werknemers zelf dit soort sociale verzekeringskassen op poten om te vermijden dat ze ineens niets meer hadden als ze hun werk verloren of ziek werden. Geleidelijk werd de arbeidersbeweging sterker en konden de werknemers afdwingen dat die sociale kassen àlle werknemers zou verzekeren. De uitbreiding van al die sociale kassen tot alle werknemers kreeg vorm in de oprichting van de Sociale Zekerheid. Precies om die reden was de vakbond altijd betrokken partij bij het beheer van de Sociale Zekerheid. Het zijn de werknemers zelf die dit systeem gecreëerd hebben. Het is van hun.

Een verlaging van de sociale werkgeversbijdragen met een of twee miljard betekent dan ook een serieuze vermindering van uw uitgesteld loon. Het betekent evenveel geld minder voor de werkloosheidsvergoedingen, voor de kinderbijslag, voor de ziekteverzekering, voor de pensioenen, enz.

5de aanval: de arbeidstijd berekend op jaarbasis

De regering wil het systeem van annualisering van de arbeidstijd gemakkelijker maken. Waarover gaat het? Tot nu toe werd de arbeidstijd geteld in aantal werkuren per week. Een fulltime is bijvoorbeeld 38 uur (in sommige sectoren 36) werk per week. De arbeidstijd berekenen op jaarbasis wil zeggen dat men het aantal gewerkte uren niet meer telt per week maar per jaar. In functie van de bestellingen kan de werkgever je vragen de ene week veel langer te werken dan de andere week. Zolang hij, over een heel jaar gerekend, de arbeidstijd maar respecteert.

Wat heeft dit met het loon te maken? Als je vandaag meer dan 38 uur werkt in een week, is dat aantal overuren niet alleen beperkt, maar je krijgt er meer voor betaald (er is een loontoeslag voor overuren) en je kunt er ook recup voor nemen.

Dat overuren meer kosten heeft verschillende redenen:

a) men wil het ongemak compenseren dat werknemers ondervinden door meer dan het normale aantal arbeidsuren te presteren en dat doen ten nadele van gezondheid en gezinsleven

b) men wil ook de toename van overuren afremmen en aanwerving aanmoedigen. Hoe meer de overuren kosten aan de werkgever, hoe meer dit hem zal aanzetten mensen in dienst te nemen als er teveel werk is.

Als men nu de arbeidstijd gaat berekenen “op jaarbasis”, gaat men het normaal vinden dat een werknemer een keer meer uren werkt in een week. Het gevaar is natuurlijk ook dat de loontoeslag voor overuren, sterk zal dalen of gewoon wegvallen in sectoren waar de vakbond minder sterk staat.

Sociaal onrechtvaardige recepten die economisch geen steek houden

“We gaan maatregelen nemen die jobs creëren”, zegt Didier Reynders (MR), “dus de lasten verlagen voor de bedrijven via een indexsprong en via een vermindering van hun voorheffing.” Een cadeau van in totaal 3,5 miljard, waarvan 2,8 miljard afkomstig van de indexsprong alleen, schrijft de krant Le Soir. De vorige regering deed het haar al voor en nu wil de regering-Michel-De Wever ons dezelfde grijsgedraaide redenering doen slikken door voortdurend te herhalen: we zorgen voor economisch herstel door de loonkosten te doen dalen.

Die redenering klopt gewoon niet. En het is niet omdat je de leugen vaak genoeg herhaalt dat zij plots waarheid wordt.

Het loon verlagen is de dood van de economie

In 2013 merkte de Nationale Bank dat al op in haar analyse van de economische achteruitgang in 2012: “De achteruitgang van het bbp in 2012 is hoofdzakelijk het gevolg (...) van de inkrimping van de binnenlandse vraag, voornamelijk als gevolg van de verslapping van het volume van de besteding van de huishoudens, vermits zowel hun consumptie als hun investeringen zijn gedaald.”

En als de gezinnen minder uitgeven, dan komt dat omdat hun loon niet meer stijgt of omdat ze hun werk verliezen. Een andere oorzaak van de crisis ligt in het feit dat de publieke uitgaven dalen (door de besparingen). Als de overheid geen geld meer uitgeeft, betekent dat eveneens een rem op de economie. En omdat de staat maar geld kan uitgeven dankzij de belasting op onze lonen, betekent een daling van de lonen ook dat de overheid minder kan uitgeven, en dat de economie stokt.

Anders bekeken, het probleem van de economie is dat niemand investeert:

  • Noch de gezinnen: hun loon stagneert of ze verliezen hun werk.
  • Noch de overheidssector: de opeenvolgende regeringen zetten de overheidsdiensten (administraties, gemeenten, NMBS, onderwijs...) voortdurend op dieet. Zo berekende het Planbureau onlangs dat de begrotingssanering 47.000 banen gaat kosten! 47.000 werknemers die hun inkomen zien dalen en hun werk verliezen. Allemaal zaken die de spiraal van de crisis verergeren.
  • Noch de bedrijven: zij kunnen door de daling van de uitgaven van de huishoudens en door de besparingen bij de openbare diensten, geen projecten meer vinden die voldoende opbrengen voor hun aandeelhouders.

Volgens het laatste Rapport van de Nationale Bank[12] gingen de investeringen van de Belgische bedrijven in 2013 nog verder met 0,5 % naar beneden, terwijl het niveau van de investeringen in 2012 al was gedaald (met 2,1 %).

Gevolg? “De niet-financiële ondernemingen beschikken sinds 2009 over een reserve aan liquide middelen die (...) duidelijk hoger ligt dan het gemiddelde op lange termijn.”  Concreet wil dat zeggen dat de Belgische privébedrijven op een berg van meer dan 240 miljard cash[13] slapen! In 2007 bedroeg de cash die de bedrijven hadden opgestapeld 185,8 miljard. In 7 jaar crisis kwam er voor de bedrijven meer dan 60 miljard euro bij!

Besluit: we zullen niet uit de crisis geraken met de huidige logica van verarming van de werkende bevolking en van de openbare diensten om de privésector te verrijken. Integendeel, hierdoor zullen we alleen maar dieper in de crisis wegzakken.

Modellen die allang hun failliet bewezen hebben

De recepten die men vandaag wil toepassen, hebben ten overvloede bewezen dat ze niet deugen. Onlangs nog konden we het volgende lezen in de Franstalige krant Le Soir: “Nederland slaagt er maar niet in omhoog te kruipen uit de recessie waarin het land sinds eind 2011 is ondergedompeld. Hetzelfde voor Italië. En zelfs Duitsland ontsnapt er niet aan: het reële bbp van het land daalde in het tweede trimester; en een aantal negatieve indicatoren wijzen op verdere stagnatie in het derde trimester. Europa staat nog ver af van het ongedaan maken van de gevolgen van de crisis.”[14]

De meeste Europese landen halen niet meer hun productieniveau van voor de crisis. En in die landen die daar wel in slaagden, slaat nu ook de recessie toe.

Alle landen van Zuid-Europa die de zwaarste saneringsoperaties doorvoerden in hun begrotingen, met de sterkste loonsverlagingen en een beleid van cadeaus aan de rijken, zijn vandaag helemaal weggezakt in de sociale achteruitgang en kennen een explosie van werkloosheid en armoede.

Nog maar pas toonde Paul Krugmann – Nobelprijs voor Economie – aan dat er een zeer sterk verband bestaat tussen besparingen en economische achteruitgang.[15]

Valse voorspellingen

De grote voorstanders van de economische maatregelen, van de begrotingsbeperkingen en van de loonsverminderingen beweren voortdurend dat het beter zal gaan. We moeten gewoon geduld hebben tot de maatregelen effect zullen hebben. Maar hun voorspellingen komen nooit uit.

(De zwarte lijn geeft de werkelijke evolutie van de Griekse economie aan.) De Europese Unie, het IMF en de Griekse regering hebben beloofd dat hun bezuinigingsmaatregelen de economie van het land opnieuw op gang zou trekken. Maar GEEN ENKELE van al hun vooruitzichten bleek correct te zijn. Met een Griekenland, dat vandaag steeds verder wegzakt in een nooit eerder geziene sociale achteruitgang.

Arbeidskosten verminderen zal onze jobs niet redden

Ze beloven ons dat ze tienduizenden nieuwe banen gaan scheppen door de arbeidskosten te verlagen (door de verlaging van de sociale bijdragen, een indexsprong enz.). Maar zo gauw je aan de regering en aan de patroons vraagt: hoeveel jobs komen er dan bij als de arbeidskosten naar beneden gaan? Kunnen jullie ons garanties geven dat er effectief werkgelegenheid bijkomt door de arbeidskosten te verlagen? krijg je altijd hetzelfde antwoord: “We kunnen helemaal niets garanderen.” En niet zonder reden! Geen enkel onderzoek heeft kunnen aantonen dat de miljarden die de werkgevers de afgelopen jaren cadeau werden gedaan, zelfs maar één enkele extra baan hebben opgeleverd. Integendeel.

Uit cijfers van de socioloog Jan Hertogen blijkt dat de werkgelegenheid in de industrie de voorbije 4 jaar is gedaald met 48.545 banen. En dat terwijl diezelfde industrie ondertussen volop geniet van de verlaging van de sociale lasten die ze van de regering kregen. In diezelfde periode groeide de tewerkstelling in de gezondheidszorg en het onderwijs met 63.000 eenheden.

Een paar jaar geleden deed de voormalige gouverneur van de Nationale Bank al diezelfde vaststelling. Hij legde uit dat de toename van de werkgelegenheid tussen 2000 2000 en 2010 zo goed als uitsluitend was toe te schrijven aan overheidstussenkomst. Terwijl de privésector in die periode praktisch voor geen enkele extra job zorgde.[16]

Ja maar, en Duitsland dan? Dat wist toch heel veel werkgelegenheid te scheppen? Niet echt. Eerst en vooral zien we dat Duitsland tussen 1996 en 2013 veel minder arbeidsuren heeft per persoon in de beroepsactieve leeftijd dan België.

Ja, maar de werkloosheid is toch gedaald in Duitsland, niet? Inderdaad. Maar niet omdat het aantal vaste jobs omhoog ging, maar wel omdat men zeer slecht betaalde mini-jobs heeft uitgevonden met zeer slechte arbeidsomstandigheden. 7,5 miljoen Duitsers werken vandaag in zo’n mini-job. De ongelijkheid is daardoor explosief toegenomen. Het land is vandaag Europees koploper in de toename van het aantal werkende armen in vergelijking met de toename van de rijkdom in het land. Van meer dan de helft van de werknemers is het inkomen gedaald. De armste werknemers verloren meer dan 20 % van hun inkomen. Alleen werknemers met een werk dat beschermd werd door sterke collectieve arbeidsovereenkomsten, zagen hun loon (een beetje) omhoog gaan. 

En dan is er nog iets: dit beleid van lage lonen heeft heel Europa in de crisis gestort ten voordele - althans tijdelijk - van Duitsland. Maar nu is zelfs Duitsland slachtoffer van zijn eigen beleid van lage lonen. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) stelt dat “een strategie van kappen in de arbeidskosten per eenheid, een frequent gegeven beleidsadvies in landen in crisis (…), kan veel meer het risico lopen op inperking van het binnenlands verbruik dan dat hiermee de export toeneemt. Als een groot aantal landen tegelijk overgaan tot loonsverminderingen in functie van het behoud van hun concurrentievermogen, dan kan dit leiden tot een ‘neerwaartse loonspiraal’ in de wedren om meer competitiviteit (…) en dat kan op die manier de globale vraag doen afnemen.”[17] Dat is precies wat er vandaag in Europa gebeurt. Met als resultaat de massale vernietiging van de tewerkstelling.

Kapitaalkost versus arbeidskost?

Paul De Grauwe, econoom aan de London School of Economics, legt in zijn boek De limieten van de markt uit dat we de loonkost moeten koesteren en dat we moeten stoppen met naar de werkgevers en de financiële sector te luisteren. Landen met een hoge loonkost komen het best uit de crisis, zegt hij. “Hoge loonkosten zijn een uitdrukking van economisch succes.” De lonen doen dalen (netto en bruto) zorgt niet voor economisch herstel en schept geen enkele job. Het maakt de crisis alleen maar erger.

De eerste vraag die we ons moeten stellen in de discussie over de lonen, is: wie is verantwoordelijk voor de crisis? En wie moet er betalen? Zijn het de loonkosten die de crisis hebben veroorzaakt? Of zouden we het antwoord niet eerder moeten gaan zoeken bij wat we de ‘kapitaalkosten’ noemen? Dat wil zeggen bij wat de mensen die aandelen hebben, uitbetaald krijgen.

De inkomsten van de ondernemingen zijn de afgelopen 30 jaar bijna tweemaal zo snel gestegen als de inkomsten van de werknemers. Nochtans is de massa geproduceerde rijkdom hoegenaamd niet kleiner geworden. Alleen het deel van die rijkdom waar de werknemers van kunnen genieten, verminderde.

De economie en de ondernemingen gaan gebukt onder die lasten op het kapitaal: de betaling van dividenden aan de grote aandeelhouders. Tussen 2000 en 2011 verdubbelden de uitbetaalde dividenden van de niet-financiële bedrijven.[18] In zijn Jaarverslag 2013 verklaarde de Nationale Bank: “Hoewel de koersen van de genoteerde aandelen in 2013 stegen, zijn de dividenduitkeringen relatief sterker toegenomen, waardoor de kosten van financiering via aandelen opliepen. De geraamde kosten voor de genoteerde aandelen van de niet-financiële ondernemingen zijn sinds eind 2012 met 20 basispunten gestegen, en bedroegen eind november 6,3 %.” Dat wil zeggen dat de kosten voor elk aandeel (de kapitaalkosten) in 2012 sterk zijn gestegen. Gemiddeld zijn de kosten gestegen met 6,3 %. Dat betekent dat de aandeelhouders een interest hebben gekregen van meer dan 6% terwijl de rente op spaarboekjes minder dan 1 % bedraagt en de Belgische economie stagneerde! En die tendens zet zich door in 2013 en 2014. Zo lagen de dividenden die de Belgische ondernemingen uitkeerden in het tweede trimester van 2013 bijvoorbeeld 37 % hoger dan in dezelfde periode in 2012![19]

Christophe Gloser is de patroon van de groep Fidelity (een financiële multinational voor inzameling en beheer van spaargelden, beleggingsfondsen en leningen aan bedrijven) in Frankrijk. Hij verklaarde: multinationals hebben bergen cash geld opgestapeld waarmee ze niet weten wat doen en die ze niet kunnen investeren omwille van de lage economische groei. Daarom hebben ze dan maar beslist de kranen open te draaien voor hun aandeelhouders.[20]

In 30 jaar zijn de inkomsten van de ondernemingen bijna tweemaal zo snel gestegen als de inkomsten van de werknemer

Over de periode 1981-2011 stegen de bruto basisinkomsten van de ondernemingen van 8,1 naar 69,5 miljard euro. Dat komt neer op een stijging met 758 %.
De prijsindex van 2011 ten opzichte van 1981 bedraagt 224,60. Als we de invloed van de inflatie eruit wegnemen dan bekomen we een (geometrische) stijging (van de inkomsten van de bedrijven) met 282 % of een toename met 4,57 % per jaar.

Over dezelfde periode stegen de basisinkomens van de werknemers met 367,9 % of 108,3 % als we er de impact van de prijsstijging van aftrekken. Dat maakt een (geometrische) toename van 2.47 % per jaar.

[bron cijfers: Verslag 2012 van de Nationale Bank van België]

Samengevat:

  1.  Het probleem is niet dat we niet genoeg rijkdom zouden produceren. Nooit eerder was de rijkdom zo groot.
  2.  Het probleem is niet dat de lonen hoog zouden zijn. Ze zijn minder snel gestegen dan de groei van de geproduceerde rijkdom.
  3. Het probleem ligt bij de kapitaalkosten. Die zijn juist veel sneller gestegen dan de groei van de geproduceerde rijkdom.

Een einde maken aan het obscurantisme

In tegenstelling tot wat de werkgeversorganisaties en onze regeringen maar steeds herhalen, zijn de ondernemers niet de eerste producenten van rijkdom. En al helemaal niet de grote aandeelhouders. Laat ons, om het wat concreter te maken, het voorbeeld nemen van Lilianne Bettencourt – een van de allergrootste fortuinen van Frankrijk en hoofdaandeelhouder van de groep l'Oréal. De afgelopen jaren heeft ze geen voet in de fabrieken en onderzoekslabo’s van haar groep moeten zetten. Op geen enkele manier heeft haar werk iets bijgedragen aan het maken van ook maar één flesje shampoo of één potje dagcrème. Ze is nochtans een flink pak rijker geworden dankzij de fiscale cadeaus die de opeenvolgende Franse regeringen haar hebben gegeven. We zouden hetzelfde kunnen zeggen van Albert Frère, de familie Spoelbergh, enz...

Als we diegenen die rijkdom creëren willen helpen, laat ons dan op de eerste plaats de werkende mensen helpen, mensen die leven van een loon of een inkomen als zelfstandige. Want wat de patroonsorganisaties ook mogen beweren, het zijn wel degelijk op de eerste plaats de werkende mensen die de rijkdom produceren. Niet meer dan normaal dat zij van de welvaart profiteren: rechtstreeks onder de vorm van een fatsoenlijk loon en indirect via goede openbare diensten, via de sociale zekerheid, via investeringen van de overheid in wetenschappelijk onderzoek en in werkgelegenheid enz. Dat is sociaal rechtvaardig en economisch veel efficiënter.

In deze context is het onontbeerlijk de index te beschermen en ons te verzetten tegen elke indexsprong en elke nieuwe vorm van indexmanipulatie. En het recht om collectieve loonsverhogingen op interprofessioneel niveau af te dwingen is niet slecht voor de economie. De afschaffing van dat recht daarentegen zal leiden tot sociale achteruitgang en economische vertraging.

In de Middeleeuwen bleven sommigen bij hoog en bij laag beweren dat de Aarde het middelpunt van het heelal was. Ook al toonden stapels wetenschappelijk bewijs aan dat het niet zo was, ze bleven het herhalen. Maar hoe vaak ze het ook bleven herhalen: de leugen werd daarmee geen waarheid.

Vandaag zijn het de liberalen die blijven beweren dat lagere lonen zuurstof geven aan de economie, dat cadeaus voor de rijken zullen zorgen voor economisch herstel. Maar neen, net als in de Middeleeuwen is het ook nu niet zo dat een leugen waarheid wordt als je hem maar genoeg herhaalt. Net als in de Middeleeuwen moeten we de leugen bestrijden met de waarheid en met vooruitgang.

Benjamin Pestieau is verantwoordelijke voor de vakbondsrelaties van de PVDA

Noten

[1] Onder ‘uitgesteld loon’ verstaan we dat deel van het loon dat we niet in handen krijgen, maar bedoeld is voor de belastingen of voor de sociale zekerheid.

[2] Via de verhoging van de accijnzen of van de btw, bijvoorbeeld.

[3] We denken hier aan de verhogingen van de tarieven voor het openbaar vervoer in de gewesten, voor gezondheidszorg, hoger onderwijs, crèches, enz.

[4] Zowel het VBO (het Verbond van Belgische Ondernemingen) als verschillende ministers uit de regering wezen op het feit dat ze geen garanties kunnen geven voor het scheppen van nieuwe banen.

[5] Patroons worden soms investeerders, werkgevers...

[6] Rapport over lonen in de wereld 2012/2013, IAO, Samenvatting, december 2012.

[7] Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics

[8] De Morgen, 26 september 2014

[9] Samen zijn lonen en sociale bijdragen in de privé goed voor een bedrag van ongeveer 150 miljard euro.

[10] De juiste naam van de wet: De wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen

[11]  Verslag aan de regering, “Loonkosten, loonsubsidies, arbeidsproductiviteit en opleidingsinspanningen van de ondernemingen”, groep deskundigen “concurrentievermogen en werkgelegenheid”, juli 2013

[12] Jaarverslag Nationale Bank  2013

[13] Beoordeling uitgevoerd voor een onderzoek van B-information. http://www.rtbf.be/info/economie/detail_240-milliards-d-euros-les-entreprises-belges-sont-assises-sur-une-montagne-de-cash?id=8394954

[14] Le Soir - 30 okt. 2014

[15] http://krugman.blogs.nytimes.com/2014/11/06/spending-and-growth-2009-13/?_r=0

[16] Knack 24 januari 2010

[17] Rapport over lonen in de wereld 2012/2013, IAO, Samenvatting, december 2012.

[18] Nationale Bank van België, nationale rekeningen, geciteerd in de ‘Sociaal-economische barometer’ van het ABVV – editie 2014. 

[19] Henderson Global, dividend index, augustus 2014

[20] Christophe Gloser, BFM, http://www.clubpatrimoine.com/partenaire/Fidelity/video/En_2014_les_entreprises_vont_choyer_leurs_actionnaires_par_les_dividendes_Christophe_Gloser_Fi-v1614.aspx