De school van de ongelijkheid*

David Pestieau

Hoe vaak heb je je kinderen al niet naar school gevoerd, denkend aan hun toekomst? Hopend dat zij en hun klasgenootjes het later goed zullen stellen. Elk kind verdient zijn kans.

Alleen, ongelijkheid begint al vroeg. Twee studies – een van de KU Leuven over  het onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap en een van de ULB over de Franstalige Gemeenschap – brengen daar relevante gegevens over. “Meer dan elders bepaalt de sociaaleconomische positie van de ouders de schoolresultaten van kinderen. De school zou moeten werken als een sociale lift, maar die lift is in België klaarblijkelijk nog in panne”, schrijven de onderzoekers van de ULB. De school reproduceert generatie na generatie de sociale ongelijkheid. Ons land haalt hier zowat de slechtste resultaten van de 65 landen die bij het PISA-onderzoek betrokken zijn.

Landen als Finland, die maatregelen namen om het onderwijs minder ongelijk te maken, blijken ook kwalitatief het beste onderwijs te hebben

Het ULB-rapport heeft het over “een sterk onderscheid, zowel academisch als sociaaleconomisch, met grote negatieve gevolgen”. Zo is er een verband tussen schoolresultaten en het feit dat “scholen leerlingen met een gelijkaardig sociaal profiel samenbrengen”. Met goede resultaten in scholen met een kansrijk publiek, en minder goede resultaten in scholen met een kansarm publiek. 

Erger is dat dit onderscheid de laatste jaren nog toeneemt. Zo schrijven de KUL-onderzoekers: “De verdeling van kansrijke en kansarme leerlingen over de verschillende scholen, de sociale mix, is verder scheefgetrokken.” Als scholen een goede afspiegeling zouden zijn van de samenleving, dan zouden in buurten waar bijvoorbeeld een op de vier kansarm is en drie op de vier kansrijk, de scholen er ook zo uitzien. Dat is lang niet het geval. Er is ongelijkheid in onze samenleving, maar in plaats van ze te bestrijden, vergroot de school ze nog. 

Onze onderwijsministers halen dus een barslecht rapport. Als ze dan al maatregelen nemen – het inschrijvingsdecreet in de Franse Gemeenschap en het centraal aanmeldingsregister voor de Vlaamse scholen – dan zijn die zo schuchter, dat ze totaal niet volstaan voor een ommekeer. Nochtans zijn er in het buitenland voorbeelden van maatregelen die wel werkten. 

Eerst en vooral moet het inschrijvingsbeleid helemaal veranderen. Het onderwijs zou alle kinderen een school dicht bij huis moeten garanderen, een kwaliteitsschool op mensenmaat en met een grote sociale mix. In plaats van de jungle van de inschrijvingen wordt dan aan elk kind een school toegewezen, met de kans daarna van school te veranderen. 

Daarnaast is een algemene herfinanciering nodig, met bijkomende middelen voor de omkadering van de meest kansarme scholen.

En ten slotte: een onderwijs met een gemeenschappelijke polytechnische “stam” tot 16 jaar, “voor het hoofd en voor de handen”, om zo de huidige opdeling in algemeen, technisch en beroepsonderwijs, en het watervalsysteem ongedaan te maken. 

En wat blijkt? Landen als Finland, die maatregelen namen om het onderwijs minder ongelijk te maken, blijken ook kwalitatief het beste onderwijs te hebben. 

* Onlangs verscheen een geactualiseerde heruitgave van het boek “De school van de ongelijkheid” van Nico Hirtt, Ides Nicaise en Dirk De Zutter bij uitgeverij EPO.