Staking tegen de besparingen, Henegouwen, 24 november 2014. (Foto Solidair, Vinciane Convens)

“De sociale strijd voor de intrekking van de wet op de indexsprong is begonnen”

auteur: 

Koen Hostyn

De strijd voor de intrekking van de indexsprong is zonet begonnen, dat tweette PVDA-volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw op 22 april vlak nadat de federale Kamer de wet op de indexsprong had goedgekeurd. De Kamerleden van de PVDA stemden uiteraard tegen.

Hieronder de tussenkomst van Raoul Hedebouw in de Kamer, daags voor de staking van de openbare diensten en de stemming. 

"Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, we zijn toegekomen aan het debat in de plenaire over de indexsprong ! We hebben er lang op gewacht, op dit debat ! Normaal zal het morgen gedaan zijn.

Ik heb de hoop nog niet opgegeven dat deze regering nog van mening zal veranderen en het wetsvoorstel niet zal goedkeuren, maar ik voel dat ze vastberaden zijn.

Een stap achteruit

Bij wijze van inleiding, wil ik herinneren dat, zelfs als u het wetsvoorstel morgen goedkeurt, we u nog altijd een stap achteruit kunnen laten zetten. U hebt het al gedaan met het Koninklijk Besluit op de brugpensioenen, mijnheer de minister, waarin u heel wat oudere werknemers op brugpensioen, waaronder die van ArcelorMittal, terug aan het werk wou zetten. Deze regering heeft dus een stap achteruit gezet. Dat is een belangrijk signaal voor al mijn vrienden die morgen strijd zullen voeren in de publieke sector : het is niet omdat de regering en een sociaal en economisch onverantwoorde maatregel doorvoert, dat de strijd voorbij is. 

Beste vrienden, beste kameraden , ik heb het tegen jullie! De strijd gaat voort zelfs als ze de indexsprong goedkeuren. Als linkse volksvertegenwoordiger vind ik het belangrijk dit signaal te geven aan het geheel van de wereld van de arbeid, die deze debatten misschien volgt .We blijven vechten, want regeringen elders in Europa hebben in vergelijkbare omstandigheden ook de klok teruggedraaid. 

Nog nooit zoveel rijkdom

Het debat van vandaag gaat over de verdeling van de rijkdom in ons land en niet over de omvang ervan. We hebben nog nooit zoveel rijkdom geproduceerd als vandaag. 

De tegenstelling tussen werk en kapitaal is even oud als het kapitalisme zelf, en er is altijd strijd geweest tussen werknemers en werkgevers over het deel van de nationale rijkdom dat moet terugvloeien naar de werknemers. 

Wij hebben in België nog nooit zoveel rijkdom geproduceerd als vandaag, in 2015. 

In de jaren 80 ging 58 % van het bruto nationaal product naar de lonen.  Sinds de jaren 80 is het percentage van het bbp dat wordt besteed aan lonen met 7 procent gedaald, namelijk van 58 naar 51 procent. Door het doorvoeren van de indexsprong zult u rechtstreeks ingrijpen in het evenwicht op de arbeidsmarkt om een deel van de door de werknemers gecreëerde rijkdommen in te palmen. 

Geen garanties op jobs

Mijnheer Vuye, ik had u gevraagd welke garanties u kunt bieden dat de opbrengst van de indexsprong niet integraal naar de winsten van de bedrijven gaat. U hebt niet kunnen antwoorden. Dat is niet erg, want het is logisch: er is geen antwoord. U hebt er geen enkele controle op of het geld gewoon in de zakken van de aandeelhouders terechtkomt. U hebt daar geen enkele controle op, omdat de jongste vijftien jaar hetzelfde gebeurd is. De winsten zijn verdriedubbeld. Waar is dat geld vandaag, mijnheer Vuye? In elk geval is het niet geïnvesteerd in nieuwe jobs. 

Wij hebben met de Partij van de Arbeid vier jaar geleden een studie uitgevoerd over de fiscale cadeaus aan bedrijven, meer bepaald aan de top 50. Toen waren wij nog geen lid van de Kamer. Welnu, de vijftig grootste bedrijven betaalden een aanslagvoet van min of meer 3,4 %. Wij hebben ook berekend hoeveel jobs er in die 50 bedrijven tussen 2010 en 2011 bijkwamen. Wij telden daar 3.200 jobs minder! U kunt dus op geen enkele manier bewijzen dat de maatregelen die u vandaag voorstelt, jobs zullen creëren. 

U heeft veel gepraat over de loonhandicap. De loonhandicap is – ik ben het met u eens, mijnheer de minister – echt een probleem. U moet echter vaststellen dat de loonkloof verkleint. Dat is ook juist. Die verkleint om een aantal redenen, ten eerste omdat u druk legt op de lonen. Ik ga overigens akkoord met de kritiek op de vorige regeringen. 

In Duitsland stijgen de lonen

Een loonstop is ook geen positieve maatregel. 

U moet zich wel voorstellen dat er vandaag in Duitsland loonsverhogingen zijn. 

In Duitsland hebben de metaalbewerkers een loonsverhoging met 5,5 procent verkregen, dankzij de strijd van IG Metall. Ik roep de leden van de regering ertoe op naar Duitsland en Frankrijk te trekken en er de werknemers te steunen in hun strijd voor hogere lonen, als de loonhandicap hun toch zo na aan het hart ligt. Ga met mij mee en bind mee de strijd aan met de Duitse regering, die intersectorale collectieve arbeidsovereenkomsten verbiedt, in plaats van de last op de schouders van de Belgische werknemers te leggen! 

Als de lonen in Duitsland verhogen, zal de loonkloof met ons land verminderen. Mijnheer de minister, laten we met het Parlement de Franse arbeiders en bedienden en de Duitse arbeiders en bedienden steunen. Ik heb de minister gehoord: hij komt alvast betogen. We kunnen dus morgen met een minibusje naar Parijs of Berlijn - mevrouw Demir, u kunt meekomen – om met de Franse en Duitse arbeiders te betogen voor loonsverhoging. Dan hebben wij veel minder competitiviteitproblemen hier in België. Laten we dus zo concrete oplossingen vinden voor de loonkloof. 

Onder druk van Europa

Uit geen enkele studie blijkt dat er jobs zullen bijkomen. U gaat ervan uit dat de loonmatiging in België niet zal leiden tot loonmatiging in de ons omringende landen. U kunt dat niet bewijzen. Europa oefent druk uit om de lonen te doen dalen. U wil ons de cijfers niet meedelen, omdat ze zouden laten zien wat de budgettaire gevolgen zijn voor de werkgelegenheid bij de overheid, waarin u het mes zet. De ambtenaren zullen morgen actie voeren, voor een goede dienstverlening en voor goede jobs in de openbare sector. 

En er is het probleem van de vraag. Mijnheer de minister, u zegt dat u een exportgerichte industrie wil. Zoals collega Laaouej al heeft gezegd, blijft 70 % van onze binnenlandse productie in België en worden wij dus geconfronteerd met het probleem dat wij de binnenlandse vraag zullen verminderen. Daarover gaat het. 

Spiraal naar beneden

Ik ben trouwens niet de enige die dat zegt. De Internationale Arbeidsorganisatie stelt al sinds 2012 dat een strategie die is gebaseerd op de vermindering van de arbeidskosten per eenheid — een frequent geformuleerde aanbeveling voor de landen in crisis — kan leiden tot een neerwaartse spiraal op het vlak van het aandeel van de lonen en zo de globale vraag kan verminderen. 

Dat is ook wat er in Europa aan het gebeuren is. Wij zijn de enigen die doorgaan met het verminderen van de vraag. Die vermindering van de vraag zal dus een vermindering van de verkoop veroorzaken, een vermindering van de verkoop zal leiden tot minder jobs, minder jobs zullen minder vraag teweegbrengen, enzovoort. 

In deze crisis zitten alle Europese landen vast in een neerwaartse spiraal. België vormt daarop geen uitzondering. 

4 miljard euro cadeau

Mijnheer de minister, alle cadeaus die u zult geven om jobs te creëren, kosten 4 miljard euro, als men de vermindering van de sociale lasten erbij telt. 4 miljard euro voor 50.000 jobs is 80.000 euro per job. Dat is toch veel geld dat door de overheid wordt betaald. 

In plaats van die 80.000 euro per job in een grote put te gooien, kunt u dat geld eventueel in openbare diensten steken. Dat is echte jobcreatie. Dat zijn jobs die niet kunnen worden gedelocaliseerd. Dat zijn jobs die echt nuttig kunnen zijn, bijvoorbeeld om oudere personen met de bus naar de markt te brengen of om bibliotheken in stand te houden; jobs die voorkomen dat wij met zijn allen met de wagen op de autosnelweg belanden, jobs die een maatschappelijk nut hebben. 

Tot morgen, op de stakersposten!

Vanavond wil ik dicht bij die sociale beweging zijn die altijd aanwezig is in onze maatschappij, die de bakens zal verzetten, die voelt dat er in de federale regering misschien partijen zijn die een sociaal idee voorstaan en die gevoelig zouden kunnen zijn voor de argumenten van de werknemers. De werknemers willen deze indexsprong niet, ze hebben genoeg betaald voor deze crisis, terwijl anderen het steeds beter hebben. 

Afspraak morgen in de sociale strijd. U heeft nog 24 uur om van gedacht te veranderen. We houden ons vast! Tot morgen, op de stakersposten!"