Foto Solidair, Dirk Holvoet

De Wever sluit niet uit dat para’s nog lang in Antwerpen blijven

auteur: 

han Soete

Antwerpen beleefde gisterenavond (26 januari) een bewogen gemeenteraad. Het debat over de inzet van para’s in de Antwerpse straten stond op de agenda, en bij aanvang van de gemeenteraad stond een indrukwekkende politiemacht klaar. PVDA-voorzitter en gemeenteraadslid Peter Mertens weigerde zich te laten controleren, en dat zorgde voor enige ophef.

Rond 19 u leek het Antwerpse stadhuis even een belegerde vesting. Meer dan 35 politieagenten stonden voor en in het stadhuis, sommigen bewapend met machinegeweren. In het stadhuis had de federale politie ook een politiehond geposteerd die alle gemeenteraadsleden besnuffelde. De raadsleden moesten hun tas of rugzak openen en werden een voor een gecontroleerd. Toen PVDA-voorzitter Peter Mertens weigerde zich te laten controleren, ontstond een discussie met de bevoegde politiediensten. Mertens bracht daar kalm tegen in: “Ik begrijp ten volle dat jullie jullie werk doen, dat het niet gemakkelijk is en dat sommigen onder jullie ook nog de hele nacht in de weer zijn om veiligheidstaken uit te voeren. Ik heb daar respect voor, en ik begrijp even goed dat – als er aanwijzingen van dreiging zijn – het stadhuis extra moet beschermd worden. Dat is geen gemakkelijke taak. Maar jullie moeten begrijpen dat er ergens een lijn moet getrokken worden. De aanwezige dreiging komt niet van de gemeenteraadsleden. Het is een externe dreiging. Als we het signaal geven dat voortaan iedereen verdacht is, dan komen we op een hellend vlak. Gemeenteraadsleden moeten hun mandaat kunnen uitoefenen zonder dat ze beschouwd worden als een potentieel gevaar voor de democratie. Het zijn niet de gemeenteraadsleden die gevaar vormen voor de democratie, integendeel. Ik begrijp dus ten volle dat jullie zich controleren op externe dreiging, maar dat raadsleden nu ook als mogelijke verdachten worden behandeld, vind ik een brug te ver.” Uiteindelijk werd de argumentatie van Mertens gevolgd, en mocht de fractievoorzitter van de PVDA de gemeenteraad zonder controle bijwonen.

Op een interventie van Peter Mertens op de gemeenteraad over de politiecontroles op gemeenteraadsleden antwoordde burgemeester De Wever: “We zijn de scherpe maatregelen rond dit gebouw niet gewoon. Dit is eigenlijk een open huis waar iedereen kan binnenglippen. Dat is nu verleden tijd. Zijn we vanavond in het tegenovergestelde beland? Inderdaad. Maar dat heeft alles te maken met de federale inschatting. We moeten de vrijheid afwegen tegenover de offers die we moeten maken voor de veiligheid.”

Is de inzet van het leger proportioneel?

Het was tekenend voor de sfeer die er ondertussen hangt op het Antwerpse ‘Schoon Verdiep’. Filip De Winter had de troepen van het Vlaams Belang opgeroepen de gemeenteraad bij te wonen, nu de aangekondigde Pegida-betoging verboden was. De Winter maakte van de gelegenheid gebruik om nog maar eens zijn platvloerse racistische plaat op te zetten, een heruitgave van het nummertje dat hij vorige week al in het parlement te berde bracht.

“Het is een moeilijke oefening”, zo kwam Peter Mertens tussen in het debat rond de veiligheid. “Als er dreiging is, dan zijn maatregelen om mensen en gebouwen te beschermen nodig. En dan zijn er ook extra maatregelen nodig, die soms pijn kunnen doen. Ik denk niet dat iemand dat ontkent. Als gemeenteraad moeten wij ondertussen voortdurend waken over de proportionaliteit en de effectiviteit van de genomen maatregelen. Dat betekent dat er een evenwicht wordt gevonden, een billijke balans tussen veiligheid en democratische vrijheden. De vraag is of we met de para’s op onze straten vandaag een billijke balans in Antwerpen hebben.”

Artikel 43, de federale politie en het leger

Mertens onderstreepte het belang van een wettelijk kader waarin de krijgsmacht ter hulp wordt geroepen: “Er is nu slechts één artikel dat de inzet van de krijgsmacht ter vervanging van de politie regelt. En dat is artikel 43 van de Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst. Dat artikel stelt dat indien er ‘een ernstige en nakende dreiging’ is, en wanneer er ‘onvoldoende middelen’ van de lokale politie voorhanden zijn, de burgemeester een beroep kan doen op federale politiemiddelen. Alleen wanneer ook die federale politiemiddelen zijn uitgeput kan men tijdelijk ook een beroep doen op de krijgsmacht. Dat zegt het artikel. Op de commissievergaderingen hebben alle gemeenteraadsleden cijfers gekregen die moeten bewijzen dat er onvoldoende lokale politiemiddelen zijn om de bescherming bij terreurniveau 3 te garanderen. Dan blijft de vraag: heeft men in de eerste plaats een beroep gedaan op de federale reserve, of is men onmiddellijk overgestapt naar de inschakeling van het leger. Dat is uiteraard geen nuance, want de taken van de politie zijn anders dan de taken van het leger.” Op dit punt viel Annemie Turtelboom bij. “De politie en het leger hebben totaal andere taken”, zo onderstreepte minister Turtelboom. Ze stelde zich ook vragen bij de inzet van het leger. “Ook angst is onze vijand, een militair met een geweer houdt die angst niet buiten de stad”, zo zei ze. Niet alleen coalitiepartner Open Vld stelde zich vragen, ook de andere coalitiepartner van de N-VA, de CD&V liet merken minder gelukkig te zijn. “Als we met 20 tot 30 para's de joodse wijk kunnen beschermen, waarom kunnen we dat dan niet realiseren met onze politie, die toch 2.400 agenten telt, eventueel aangevuld met federale agenten?”, aldus Caroline Bastiaens.

Burgemeester De Wever ging niet in op de vraag of hij in de eerste plaats een beroep had gedaan op de federale politie. “De federale reserve, dat is iets zoals het Zilverfonds: er zit niets in. Mensen moeten uit Oostende komen om bewakingsopdrachten uit te voeren, en ik bespaar u de details, maar dat verhoogt de veiligheid niet. Ik ben al lang blij dat de mensen uit het leger willen bijspringen”, aldus De Wever. Een bijzonder antwoord, dat wel. Bij de twee algemene stakingsdagen in Antwerpen was de federale politie massaal aanwezig, en leek het dus in niets op de lege bodem van het Zilverfonds. Bovendien is de insinuatie dat federale politieagenten uit Oostende niet geschikt zijn om in Antwerpen beveiligingstaken uit te oefenen op zijn minst bijzonder misplaatst. De vraag blijft dus open waarom De Wever, conform artikel 43, niet eerst een beroep heeft gedaan op de federale politie.

Is inzet leger een uitzonderingsmaatregel?

 “Vincent Gilles, de voorzitter van politievakbond VSOA, sprak over ‘demagogische maatregelen’. Hij zei dat politieagenten en militairen niet dezelfde taken hebben, en dat het beter zou zijn de politie de nodige middelen te geven om haar taak van binnenlandse veiligheid te kunnen waarborgen. De politie moet zorgen voor de binnenlandse veiligheid.”, aldus nog Peter Mertens. “Burgemeester, U haalt aan dat de criminaliteitscijfers in Antwerpen de afgelopen twee weken enorm zijn gedaald. Dat is goed nieuws, en daarvoor mogen complimenten gaan naar het Antwerpse politiekorps. Maar dat heeft niets te maken met de redenen waarom het leger in Antwerpen wordt ingezet. De para’s zijn hier niet om de kleine criminaliteit te bestrijden, daarvoor is er de politie. Het is verontrustend dat er een discours ontstaat waarin alles door elkaar wordt gehaspeld, en dat de indruk wordt gewekt dat de para’s de beste garantie vormen voor criminaliteitsbestrijding. Zo bereidt u de bevolking voor op een permanente aanwezigheid van het leger. Een leger, dat misschien ook ingezet zal worden wanneer er nieuwe stakingsbewegingen in de Antwerpse haven komen. Mijn vraag is dus heel concreet, mijnheer de burgemeester. Bent u ja dan neen van oordeel dat de inzet van het leger een uitzonderingstoestand moet zijn? Bent u het eens dat, conform artikel 43, het leger alleen kan ingezet worden wanneer er sprake is van een ‘ernstige en nakende dreiging’, en wanneer lokale én federale middelen zijn uitgeput, of vindt u dat het leger ook op langere termijn in de stad aanwezig moet blijven?

Ook op die concrete vraag weigerde Bart De Wever te antwoorden. De Wever verlegde het debat naar de Joodse gemeenschap: “Het is een gemeenschap die al veel te verduren had: de kinderen gingen niet meer naar school. Dat was de situatie in onze stad. De mensen zijn erg enthousiast over de inzet van het leger. De kinderen gaan nu opnieuw naar school. De mensen geven geen negatieve reacties, we krijgen alleen maar positieve reacties binnen op het leger. Over hoe lang het leger hier zal blijven, kan ik niets zeggen. We leven niet in de wereld van ‘soft speech’. Als het terreurniveau in ons land naar 2 zakt, dan betekent dat niet dat het terreurniveau tegenover de Joodse doelwitten zakt. Ik kan daar dus niets over zeggen, behalve dat blijkbaar niet iedereen daarover eensgezind is.” De Wever laat dus in het midden of de para’s voor lange tijd in Antwerpen zullen blijven, zelfs wanneer het algemene bedreigingsniveau in ons land zakt.