Wat tot nu toe overeind bleef van onze sociale verworvenheden zoals de index is uitsluitend de verdienste van de sociale en syndicale beweging en haar acties, zoals de recente vakbondsbetoging van 21 februari. (Foto Solidair, Salim Hellalet)

Di Rupo en de onverantwoordelijken

David Pestieau

“Het is niet zo dat de goeden aan de ene kant staan en de slechten aan de andere kant. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Het is gemakkelijk mee te stappen met de vakbonden, zoals de oppositie doet. De toestand is moeilijk, nu is er geen plaats voor onverantwoordelijkheid.” Zo sprak Di Rupo op 21 februari vanop de Kamertribune.

Die dag kwamen 40.000 woordvoerders van de werkende mensen – vakbondsafgevaardigden en militanten – betogen in Brussel. Tegen de loonstop, het gepruts aan de index, de overuren die jobs kosten... Zij vertolkten de algemene afkeuring van het inleveringsbeleid. En alles wat de premier hen wist te antwoorden was: “Jullie zijn onverantwoordelijken.”

Geen goeden en slechten? Vanaf 1 november laatsleden worden wél 150.000 werklozen gestraft. Volgens een studie van het ABVV zien zij hun uitkering verminderd met 12 tot 42%. En gepensioneerden met recht op gelijkgestelde periodes zullen door de hervorming van de eindeloopbaan hun pensioen zien dalen met 50 tot 200 euro per maand. In december stelde de regering een nieuwe inleveringsbegroting op voor 2013 met daarin een verlies van 4.000 banen bij de ambtenaren. De regering ontzegt zich elke vernieuwingspolitiek, behalve op één vlak: haar concurrentieplan… waartegen de 40.000 op 21 februari betoogden. Dat plan zou de werkgevers in twee jaar nog eens 1,8 miljard euro opleveren en de werkende mensen 747 miljoen kosten, rekende de PVDA-studiedienst voor.

Achter het “zonder-ons-zou-het-nog-erger-zijn” leiden de socialistische excellenties ons recht naar het Duitse model

En dat zou dan verantwoordelijke politiek zijn? Nee toch. De Nationale Bank geeft in haar laatste rapport, omzwachteld met neoliberale frazen, toe dat het bruto binnenlands product achteruitgaat vooral door “de inspanningen om de begroting te saneren”, door het banenverlies en door de loonmatiging. Daardoor daalt de binnenlandse vraag. Toch blijft de regering de ingeslagen weg verder gaan en vindt dat alleen het tempo het voorwerp kan zijn van een “verantwoord debat”, niet het beleid zelf. “Wij hebben de meest sociale regering van Europa”, protesteren Magnette en Tobback. De meest sociale? Dan hebben ze het zeker niet over de wetgeving op de sluiting van ondernemingen, een van de meest liberale. Wellicht ook niet over het aantal sociale woningen, dat veel lager ligt dan in de buurlanden. En al helemaal niet over het feit dat ons land een fiscale hel is voor de werkende mensen en een paradijs voor de rijksten. Achter het “Zonder-ons-zou-het-nog-erger-zijn” leiden de socialistische excellenties ons recht naar het Duitse model. Dat model moeten we in gestrekte looppas inhalen om toch maar het asociale Europese gemiddelde te halen, vinden ze.

Jullie zouden moeten beseffen, heren Tobback en Magnette, dat wat tot nu toe overeind bleef van onze sociale verworvenheden zoals de index, niet jullie werk is, maar de verdienste van de sociale en syndicale beweging. Die heeft weerstand geboden zowel op 21 februari als vorig jaar met de algemene staking van 30 januari. Het zijn “onverantwoordelijken” zoals onze stakende grootouders, die de sociale zekerheid en het betaald verlof hebben afgedwongen, ook al was het toen ook crisis. Hun weg willen wij verder gaan. Jullie hebben die weg allang verlaten.

Commentaar toevoegen