Angela Merkel. (Foto European People's Party / Flickr)

Duitse kiezer straft besparingscoalitie af. En nu?

auteur: 

Marc Botenga

Van tevreden Duitsers die voor continuïteit stemden is geen sprake. De twee regeringspartijen van de “Grosse Koalition” krijgen zware klappen. Ze betalen hun beleid van armoede en besparingen cash. Merkels CDU behaalt haar slechtste resultaat sinds 1949. De sociaaldemocratische SPD, Merkels coalitiepartner, haar slechtste resultaat ooit. De grootste winnaar is extreemrechts, dat voor het eerst sinds 1945 in het Duitse parlement komt. Die Linke gaat in de moeilijke context licht vooruit. Maar komt er nu ook beleidsverandering? 

Pak slaag voor traditionele partijen

In 2013 haalde Angela Merkels CDU nog 41% van de stemmen. Vandaag nog maar 33%. Voor de SPD is het helemaal een catastrofe: slechter dan de huidige 20% deden ze nooit. De afstraffing van de grote coalitie is in de eerste plaats een sociaaleconomische afstraffing.

Het gaat goed met Duitsland, beweerde Merkel. Daarmee zweeg ze zedig over de reële sociale gevolgen van het “Duitse model”. De laatste jaren stegen de ongelijkheid en de sociaaleconomische onzekerheid exponentieel. Sinds Merkel bondskanselier werd, verdubbelde het aantal werkende armen. Tien percent van de actieve bevolking komt niet rond met zijn of haar job. Meer dan 30% van de gepensioneerden riskeert armoede. Ze vullen hun karige pensioentje aan met mini-jobs. Alleenstaande moeders riskeren hun uitkering te verliezen als ze geen job in een seksshop aanvaarden. Vijftigplussers moeten voor het eerst in hun leven in de zware bouwsector aan de slag. Veertig procent Duitsers verdient vandaag minder dan in 1995. Tezelfdertijd waren er nog nooit zoveel Duitse euromiljonairs. De kloof is immens.

De sociaaldemocraten schoven geen enkel alternatief voor Merkel naar voren. De SPD zat de voorbije jaren met Merkel in de regering. Hoe voer je oppositie tegen jezelf? Het was trouwens de SPD, niet Merkel, die via arbeidsmarkthervormingen massaal veel “working poor” creëerde. Dat is geen Duitser vergeten. Ook de Duitse Groenen kwamen niet met een alternatief verhaal. Ze hoopten vooral op een coalitie met Merkel. Hoofddoelstelling? Zo “regierungsfähig” mogelijk overkomen.

Het linkse Die Linke haalt met 9% een behoorlijk resultaat. Het voerde een duidelijk sociale campagne, met veel aandacht voor pensioenen, lonen en openbare investeringen. Volgens Die Linke-parlementslid Fabio De Masi kampte de partij echter ook met een imagoprobleem. Dat heeft gedeeltelijk te maken met anticommunistische propaganda, maar ook met interne debatten over het profiel van de partij. Moest Die Linke radicaal de anti-establishment weg van Corbyn, Sanders of Mélenchon volgen, of vooral gaan voor compromissen en een regering met de SPD?

Merkel, Mutti van extreemrechts

Voor het eerst sinds 1945 krijgt extreemrechts een plaats in het Duitse parlement. Leden en militanten van het AfD flirten openlijk met het naziverleden. De ene is fier op de prestaties van Duitse soldaten in de twee wereldoorlogen. Een andere wil een Duits-Turkse politica in Anatolië dumpen. Columnist Jakob Augstein heeft geen twijfel: Merkel is de moeder van het AfD-monster. “De steeds brutalere bourgeoisie, de precarisering van de onderste sociale lagen, de teleurstelling van vele Duitsers inzake eerlijke verdeling [van de rijkdom] en kansengelijkheid, dat gebeurde allemaal onder Merkel. En dat staat aan de wieg van het AfD”, schrijft hij.

Augstein heeft gelijk. De besparingslogica en arbeidsmarkthervormingen van CDU-SPD creëerden alle voorwaarden voor een terugplooien op zichzelf. In armere regio’s, en met name in het oosten, doet de AfD het dubbel zo goed. Als je mensen alles afpakt en weigert te raken aan de privileges van de allerrijksten, dan zet je mensen ertoe aan de allerzwaksten aan te pakken. Als er nooit geld is voor scholen of sociale woningen, wil je dat mensen er onderling voor te vechten. Dan creëer je een voedingsbodem voor haat. Jaren besparingen leidden zo ook in Frankrijk en Nederland tot de opkomst van extreemrechts. Volgens peilingen stemde inderdaad 60% van de AfD-kiezers voor de partij vooral uit teleurstelling met de traditionele partijen.

Gedurende de campagne presenteerde de AfD zichzelf als de anti-establishment partij, met een sociaal kantje zelfs. In werkelijkheid biedt ze de werkende mensen geen enkel alternatief. Integendeel, ze staat traditioneel voor meer neoliberale maatregelen. Om die te vergemakkelijken, zet ze mensen tegen elkaar op. Hoe meer er over vluchtelingen gesproken wordt, des te minder komt een miljonairstaks op de agenda. Niet toevallig praatte ook de hardliberale FDP de AfD naar de mond rond migratiethema's. En waarom ging het voornaamste verkiezingsdebat tussen Merkel en Schulz nauwelijks over sociale problemen? Daarenboven teerde extreemrechts op miljoenen euro’s van vaak anonieme giften. Een anoniem establishment sponsorde haar eigen oppositie.

(Geen) weiter so?

Het zogenaamde Duitse model werd opgebouwd op de kap van werkende armen en arme gepensioneerden. De agressieve Duitse exportstrategie vereist lage lonen en steeds hogere competitiviteit. Nationaal lonen drukken om de wereldmarkt te veroveren, daar worden niet enkel de Duitse werknemers het slachtoffer van. Op Europees vlak worden competitiviteitsraden opgelegd. Die vergelijken hoe “competitief” een land is in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland. Looncompressie en competitiviteitsdruk doorheen de Unie dus. Dat geldt niet alleen voor Zuid-Europese landen, maar ook andere economieën die de Duitse economie bevoorraden met chemische producten, zoals België, of als onderaannemers werken voor Duitse bedrijven, zoals Hongarije, Tsjechië of Slovakije.

Op termijn is dat model onhoudbaar. Niet alleen worden de ongelijkheden binnen en tussen landen groter, wereldwijd zullen andere landen niet structureel een negatieve handelsbalans met Berlijn willen behouden. De Duitse wegen, scholen en gezondheidszorg zijn daarenboven in steeds erbarmelijkere staat en hebben dringend investeringen nodig. Het Volkswagen-schandaal rond uitlaatgassen toonde ook de kwetsbaarheid van centrale industrietakken.

Het Europese establishment betreurt dat de grote coalitie niet voortgezet kan worden. Nog meer CDU-SPD ware immers, met de Franse president Macron, een garantie voor de “juiste” hervormingen: meer besparingen, meer concurrentie, meer autoritarisme. De opkomst van extreemrechts toont: een koerswisseling is dringend nodig. Toch wil Merkel graag gewoon verder doen. Business as usual in plaats van een sociale ommekeer.

De liberale FDP wil graag meedoen, mogelijk zijn ook de Duitse Groenen bereid. Concurrentie doorheen Europa en hetzelfde besparingsbeleid dat in Frankrijk van Nicolas Sarkozy tot François Hollande, het Front National boostte. Dat worden harde jaren. PVDA-voorzitter Peter Mertens ziet echter ook reden tot optimisme: “Gelukkig bestaat er ook een ander Duitsland. Een Duitsland van de hoop. Dat is het Duitsland van de werknemers die bij Amazon, in de ziekenhuizen, bij de post, in de openbare diensten en in de kleinhandel massaal opkomen voor betere lonen en arbeidsomstandigheden. Een Duitsland dat pleit voor echte openbare investeringen, zoals het Marshallplan van de Duitse vakbondskoepel DGB. Een solidair en strijdend Duitsland, met nog een lange weg voor de boeg, maar wel ver weg van haat, wanhoop en defaitisme.”