Foto Bibliotheek Boekelberg, Flickr

Een werkbaar en positief loopbaanpact voor beter onderwijs

auteur: 

Simon Heijens

Het beroep van leraar moet aantrekkelijker gemaakt worden. Daar is iedereen het over eens. Op 24 januari stelde minister van Onderwijs Hilde Crevits vanuit die optiek dan ook een pakket maatregelen voor. Ze wil 150 miljoen euro vinden om beginnende leerkrachten en leerkrachten aan het eind van hun loopbaan minder uren te laten presteren. Ze wil ook een vervangingspool opzetten voor beginnende leerkrachten zodat ze meer werkzekerheid hebben. Dat zijn maatregelen die we toejuichen. Waar knelt het schoentje dan? Ze wil het geld halen bij de leerkrachten zelf. Door hen gratis extra uren per week te laten presteren.

 

Elk jaar zijn er 6000 nieuwe leerkrachten nodig. Dat komt door de grote uitstroom van gepensioneerden en door de toename van het aantal leerlingen in het basis- en secundair onderwijs.

Weinig studenten kiezen voor een lerarenopleiding. En voor 40 procent daarvan is het een “tweede keuze”. Eén op vijf jonge leerkrachten verlaat binnen de vijf jaar het onderwijs. Ze vinden de job te zwaar en/of de werkonzekerheid te groot. In 2015 was een leerkracht gemiddeld 16 dagen ziek per jaar. Ook het aantal burn-outs stijgt zienderogen, zowel bij oudere leerkrachten die steeds later op pensioen kunnen als bij dertigers.

Voor vakken zoals wiskunde, Frans, fysica en aardrijkskunde vinden scholen vandaag geen masters met het vereiste diploma en ook voor heel wat technische vakken zijn er onvoldoende gekwalificeerde leerkrachten.

Arbeidsduurverhoging kost 3000 jobs

Volgens Crevits kan er geen extra geld worden geïnvesteerd om de loopbaan van de leerkracht te verbeteren. Dus spreekt ze van een “heroriëntering van de middelen”. Met andere woorden, elke euro die naar de verbetering van de lerarenloopbaan gaat, zal op de kap van het personeel worden bespaard.

De grote besparing voor minister Crevits is dat leraren van de tweede en derde graad van het secundair onderwijs 22 uren moeten presteren in plaats van 21 of 20. Dat betekent dat er één job sneuvelt per 10 leerkrachten die elk 2 extra uren presteren. Het zou de regering inderdaad 150 miljoen euro opleveren, maar 3000 jonge leerkrachten zouden hun job verliezen. En de overige leerkrachten zouden harder moeten werken. Een te presteren lesuur moet immers ook voorbereid worden. Stel dat Eline, een leerkracht geschiedenis, er 2 extra uren bijkrijgt, dan is de kans groot dat ze er een extra klas bij krijgt. Een nieuwe klas betekent misschien andere lessen dan ze al geeft. Dat betekent dus dat ze heel wat extra uren moet voorbereiden. Eline werkt dan niet twee uur langer, maar bijvoorbeeld zes uur langer per week voor hetzelfde bedrag.

Harmoniseren in plaats van besparen

Als Crevits zo nodig wil harmoniseren (alle leerkrachten in het secundair onderwijs hetzelfde aantal uren laten presteren), laat het dan aan iedereen ten goede komen. Twintig lesuren in de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs.

Laat ons een korte vergelijking maken met 1980. Sinds dan is het aantal lesuren voor een voltijds leraar in het secundair onderwijs met 1 à 4 toegenomen. De bonusuren voor klassenraden, klastitularissen, extra taallessen en verplaatsingen tussen meerdere scholen werden afgeschaft. En er kwam een lineaire verhoging met 1 lesuur. Nu komen er opnieuw 2 uren bij voor leerkrachten uit de derde graad. Zou het lesgeven vandaag zoveel gemakkelijker verlopen dan 35 jaar geleden? Met hoeveel leerkrachten heeft de minister contact gehad, als ze dat denkt?

Met het opschuiven van de pensioenleeftijd, het M-decreet* en het snijden in werkingsmiddelen, heeft het onderwijs de laatste jaren al vele besparingen geslikt. Het tekort aan middelen wordt steeds groter, net zoals de druk op de leerkrachten. Het is tijd voor een ander, positief loopbaanpact.

 

*M-decreet: Het M-decreet maakt het onderwijs inclusief. Elke leerling, ook die met bijzondere noden, heeft het recht om zich in te schrijven in een gewone school en heeft dus ook recht op redelijke aanpassingen.

 

Voorstel van de PVDA voor een positief loopbaanpact voor leraren 

De PVDA stelt voor om onder andere het onderwijs te herfinancieren met de miljonairstaks. De miljonairstaks (een vermogensbelasting van 1% op het vermogen boven 1 miljoen, 2% boven 2 miljoen en 3% boven 3 miljoen) kan jaarlijks meer dan 8 miljard euro opbrengen. Van die 8 miljard kan een vierde geïnvesteerd worden in onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Zodra deze enorme welvaart wordt aangesproken, wordt een positief loopbaanpact mogelijk.

Een positief loopbaanpact

1. Niet minder maar meer leerkrachten om de werkdruk te verlagen

Harmonisatie van het aantal lesuren kan, maar dan naar beneden: minder lesuren voor praktijkleerkrachten; 20 lesuren in de eerste, tweede en derde graad van het secundair onderwijs.

2. Extra leerkrachten

Alle aanwendingspercentages op 100 procent (sinds 25 jaar krijgen de scholen niet het aantal lesuren waarop ze wettelijk recht hebben op basis van hun aantal leerlingen omdat de opeenvolgende regeringen arbitrair “aanwendingspercentages” opleggen)

Afschaffing van de sperperiodes (14 dagen voor elk verlof) waardoor zieke leerkrachten niet kunnen vervangen worden.

Voor kleinere klassen: maximaal 20 leerlingen per klas (15 in de eerste jaren van het basisonderwijs)

Voor co-teaching, onder andere voor ondersteuning van leerkrachten wanneer nodig.

Investeren in leerkrachten en deskundigen om van het falende M-decreet (integratie van leerlingen met een beperking in het gewoon onderwijs) een positief verhaal te maken voor leerlingen en leerkrachten.

3. Werkzekerheid voor beginnende leerkrachten

Alle werkloze leerkrachten met een vereist diploma hebben recht op een vast contract van een jaar in een regionale (netoverschrijdende) vervangingspool

- Werkzekerheid en een vast loon gedurende 12 maanden

- Zij worden ingezet om vervangingen te doen voor zieke leerkrachten zodat er minder lesuren verloren gaan voor de leerlingen.

- In de periodes dat zij geen vervangingen doen, worden ze ingezet voor co-teaching (tweede leerkracht) in moeilijke klassen of voor bijlessen op school.

Recht op TADD (tijdelijke aanstelling van doorlopende duur) na maximaal 3 schooljaren en op vaste benoeming na maximaal 5 schooljaren.

4. Aanvangsbegeleiding voor beginnende leerkrachten

Beginnende leerkrachten hebben recht op coaching door ervaren leerkrachten (mentoren)

Minder lesuren voor beginnende leerkrachten om over meer tijd te beschikken voor lesvoorbereidingen en/of coaching.

5. Werkbaar werk voor oudere leerkrachten

Voor arbeidsduurvermindering naar analogie van de ADV-dagen in de social profit (de witte woede).Bijvoorbeeld: telkens een lesuur minder op 50, 55 en 60 jaar

Inschakeling van ervaren leerkrachten als mentoren voor beginnende leerkrachten

 

Het woord aan de onderwijsvakbonden 

De onderwijsvakbonden reageren kritisch op de voorstellen van Crevits. ‘De minister komt met een lege portemonnee naar de onderhandelingen’, klinkt het bij COV (Christelijk Onderwijzersverbond).

‘Dat gebeurt nu op de kap van de leraren in de tweede en de derde graad’, zegt Raf De Weerdt van de socialistische vakbond ACOD-onderwijs. ‘De kans is groot dat dit leraren tegen elkaar uitspeelt, want het is één deel van het personeel dat de rekening betaalt.’

‘Hoe kan je spreken over een verhoogde aantrekkelijkheid van het lerarenberoep als de maatregelen die daarvoor genomen worden, moeten gefinancierd worden door een substantiële werkdrukverhoging op de leraren in de tweede en derde graad?’, reageert Koen Van Kerkhoven van COC (Christelijke Onderwijscentrale). 

De onderwijsvakbonden zijn bezig met algemene vergaderingen voor hun leden of schoolafgevaardigden om te polsen naar de reacties en naar de actiebereidheid.  In de voorbije weken hebben ACOD-onderwijs, COC en COV een actieplan uitgewerkt om de druk op de Vlaamse regering te verhogen. Op 14 februari verwacht Crevits een antwoord van de vakbonden. Maar het omgekeerde is ook waar. Een loopbaanpact zonder extra middelen is een doodgeboren kind. Als Crevits tegen 14 februari niet met extra geld op tafel komt, is het tijd voor actie.

 

Simon Heijens is leraar secundair onderwijs en lid van de commissie “onderwijs” van de PVDA