Foto Solidair, han Soete

Europese Commissie viseert opnieuw statuut havenarbeiders

Foto Solidair, han Soete

Europees commissaris van Transport Violetta Bulc vroeg onze minister van Werk Kris Peeters al op 23 juli om binnen de drie maanden onze regels rond havenarbeid in overeenstemming te brengen met die van Europa.

Het bericht stond in Gazet van Antwerpen. Volgens de krant valt de deadline op 23 oktober. Violetta Bulc vindt ook dat de voorstellen die uit het overleg van de laatste maanden gekomen zijn niet ver genoeg gaan.

Dokwerkers vechten al jaren voor behoud, met succes

Het statuut van de Belgische havenarbeiders ligt al  langer onder vuur vanuit Europa. Eerst probeerde de Commissie met havenrichtlijnen (Port Package I en II) de havenarbeid te liberaliseren, maar die vonden nooit een meerderheid in het Europees parlement.  In maart vorig jaar maakte de Europese commissie gebruik van een klacht van Fernand Huts van Katoen Natie en drie anonieme partijen om een Europese inbreukprocedure tegen België te starten. Dat bracht de zaak in een stroomversnelling.

Het begon met een ingebrekestelling op 28 maart 2014: de Commissie verweet de Belgische regering daarin dat het statuut van havenarbeider, de Wet-Major en bijhorende KB's en cao’s, niet in  overeenstemming zijn met het recht op vrije vestiging, want een werkgever mag vandaag voor havenarbeid uitsluitend met erkende havenarbeiders uit een pool werken. Hij wordt beperkt in zijn aanwervingsvrijheid.

De EC eiste een antwoord van België binnen de twee maanden (juli 2014), zo niet zou de Commissie eisen om het statuut van  havenarbeider drastisch te hervormen en ons land desnoods voor het Hof van Justitie van de Europese Unie dagen. Die eerste deadline werd eerst naar september 2014 en later naar het einde 2014 verschoven. In december 2014 werd Spanje ook voor zijn systeem van havenarbeid veroordeeld en hing volgens de media het zwaard van Damocles echt boven de havenarbeiders. Maar… de deadline werd opnieuw verschoven naar midden 2015, toen naar september, en nu is het dus 23 oktober 2015.

Alle aanvallen teruggeslagen

Werden er sluwe vertragingsmanoeuvres gebruikt door de Belgen? Jazeker, maar de doorslaggevende reden was het sociaal verzet, al van de eerste aanval van de Europese Commissie. Nog geen week na de ingebrekestelling betoogden 1.500 dokwerkers mee op de Europese betoging in Brussel op 4 april 2014. En in het verzet tegen de regering-Michel liepen 2 à 3.000 dokwerkers mee (op een totaal van ongeveer 10.000 dokwerkers in Antwerpen, Zeebrugge en Gent) op de grote betoging van 6 november. Tijdens de provinciale stakingen van 24 november en 1 december en tijdens de nationale staking van 15 december lagen de havens telkens compleet stil. De werkgeversorganisaties spraken van grote imagoschade en een economische schade van 600 miljoen euro, grotendeels door het platleggen van de havens.

Fernand Huts, de olifant in de onderhandelingen

Kris Peeters probeerde de gemoederen nog te bedaren met een plechtige belofte (einde 2014) aan de sociale partners dat hij “alles (zou) doen om een Europese veroordeling rond de havenarbeid te vermijden”. De Commissie gaf hem effectief wat ruimte en dus begonnen er achter de schermen gesprekken met de werkgevers, de vakbonden, medewerkers van Kris Peeters en van de Europese Commissie.

De meeste havenwerkgevers waren voor de aanpak van Peeters. Met één uitzondering: Fernand Huts van Katoennatie, de aanstoker van de klacht. Die wil niet met logistieke havenarbeiders werken in zijn magazijnen en om de publieke opinie voor zijn zaak te winnen vertelt hij dat hij soutiens in enveloppes moet laten steken door kraanmannen en dokwerkers die normaal stalen platen laden en lossen. In feite bestaan er al logistieke havenarbeiders met een statuut dat minder bescherming geeft dan dat van de echte havenarbeider, maar toch beter is dan dat van de interims die Huts in dienst neemt. De andere havenwerkgevers  zijn bang voor sociale onrust in de haven en geven daarom de voorkeur aan onderhandelingen. Ook wegen de baten van de afschaffing van de wet-Major voor hen niet op tegen de kosten. Een  'big bang' in de havens willen ze niet, want ze zijn tevreden over de hoge productiviteit van de havenarbeiders. De meerderheid van havenpatroons verwachten veel meer van sluipende flexibiliteit en automatisering van het werk.

Vakbonden onderhandelen wel mee

De vakbonden nemen ook deel aan de onderhandelingen van Peeters, in de hoop een juridische veroordeling te vermijden. Ze hebben zich ook altijd bereid verklaard om mee na te denken over modernisering en verbetering aan het statuut van havenarbeid. Ze zijn dus helemaal geen onredelijke conservatieven die enkel privileges van een beperkte kliek willen bewaren. Maar ze willen natuurlijk geen sociaal overleg met de strop van een juridische veroordeling rond hun nek. En modernisering mag geen alibi zijn voor sociale afbraak.  De fundamenten van het statuut van havenarbeider moeten overeind blijven staan.

Wat nu?

De PVDA wil dat de Europese Commissie haar  klacht intrekt. De ervaringen van strijd tegen 'Business-Europa' leren dat wie het spel speelt volgens de regels van de Europese Commissie, van een kale reis terugkomt. De Europese Commissie valt niet met redelijke argumenten te overtuigen. Ook de Griekse regering heeft mogen ondervinden  dat heel redelijke argumenten tegen sociale afbraak en besparingen niet werken, zelfs niet als de meerderheid van de Griekse bevolking die argumentatie actief steunt. Ze botste op een neoliberale muur. In de Europese context van vandaag kan je enkel verworvenheden bekomen en behouden, door krachtsverhoudingen op te bouwen, zoals de dokwerkers bewezen hebben tussen april en december 2014.

Dankzij de eenheid en het sociaal verzet van de Belgische dokwerkers staat hun statuut er nog altijd. In combinatie met brede steun vanuit de publieke opinie, blijven dat twee beslissende elementen  in de strijd tegen sociale dumping in de havens. De 'Wet-Major' is een verhaal van meerdere generaties die gestreden hebben voor rechten en sociale bescherming. Veel dokwerkers beseffen heel goed dat alles wat ze hebben, te danken is aan de strijd van hun ouders en grootouders.

PVDA-voorzitter Peter Mertens: “Dokwerkers hebben bescherming van wet-Major nodig om veilig te kunnen werken.”

Waarom is het zo belangrijk dat alle havenarbeid binnen een havengebied op gelijke wijze georganiseerd wordt via één pool van erkende en geschoolde havenarbeiders (die bestaanszekerheid genieten bij gebrek aan werk) en met duidelijke regels rond flexibiliteit? PVDA-voorzitter Peter Mertens geeft daarop volgend antwoord: “Wij verdedigen het statuut van erkende havenarbeid. Het is een modern systeem dat zorgt voor een degelijk loon en bescherming bij economische werkloosheid. De dokwerkers staan 24 uur op 24 uur klaar en werken nu al flexibel genoeg om de wisselende situaties in de haven op te kunnen vangen. Het is van levensbelang dat ze in veilige omstandigheden werken, dus de huidige bescherming is echt nodig. De plannen van de Commissie zetten de deur wagenwijd open voor sociale dumping in de haven. Maar dit is niet alleen een kwestie van havenarbeid. Als de sociale bescherming in de sterke sectoren wordt aangerand, dan zal op termijn geen enkel statuut en werksituatie veilig zijn. En dat is voor de PVDA onaanvaardbaar.”

Commentaar toevoegen