Exclusief: Hoe de EU de totale aanval inzet op wet-Major. De brief van de Europese Commissie

De studiedienst van de linkse PVDA+ brengt exclusief de brief uit die de Europese Commissie richtte aan de Belgische regering. “Er is al veel gepraat over de Belgische dokwerkers die vrijdag betoogden in Brussel, maar er is heel weinig gezegd over het waarom van de actie”, legt PVDA-voorzitter Peter Mertens uit. “Onze studiedienst brengt deze brief van de Europese Commissie uit zodat iedereen met eigen ogen kan lezen hoe zwaar de aanval is die de Europese Unie lanceert tegen de havenarbeiders. De brief is de eerste stap die de Europese Commissie zet in een inbreukprocedure om een eind te maken aan het beschermd statuut van de Belgische havenarbeiders, beter gekend als de wet-Major.”

Op vrijdag 28 maart ontving de Belgische regering een 20 pagina’s tellende brief van Europees Commissaris voor transport, Sim Kallas. Als het van Europa afhangt, blijft er niets meer over van het erkend statuut van de 10.000 Belgische havenarbeiders. Men wil de totale liberalisering en concurrentie mogelijk maken in de Belgische havens in naam van van het recht op vrije vestiging. Opnieuw worden de liberale dogma’s gebruikt om de sociale verworvenheden af te breken en de vakbonden klein te krijgen. Terje Samuelsen, voorzitter van de Europese federatie van havenvakbonden, stelt het zo: “Ik heb de indruk dat sommigen het systeem van havenarbeid terug willen draaien naar het begin van de 20ste eeuw.”

Wat staat er in de brief?

De Belgische regels rond havenarbeid zijn volgens de Europese Commissie in strijd met de principes van de vrijheid van vestiging zoals beschreven in artikel 49 van het werkingsverdrag van de Europese unie. De vrijheid van vestiging betekent hier dat een EU-lidstaat geen regels mag opleggen die bedrijven belemmeren (of het minder aantrekkelijk maken) om zich ergens te vestigen. Er mogen eventueel wel beperkende regels bestaan, maar die uitzonderingen worden uiterst eng geïnterpreteerd, het mag enkel om “dwingende redenen van algemeen belang” gaan en de regels mogen niet strenger zijn dan nodig is “om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen” (blz. 1-2). De brief beschrijft de organisatie van de havenarbeid in België met zijn vast contingent van erkende havenarbeiders en de verplichting voor werkgevers om dagelijks langs het centrale  aanwervingslokaal te passeren. De Commissie argumenteert dat die regeling veel te strak is om de beoogde doelstellingen (flexibiliteit en veiligheid) te realiseren en dus een belemmering vormt voor het recht op vrije vestiging van havenbedrijven. Concreet wil de Commissie de havenarbeid aanpakken op volgende punten:

1) Afschaffing van het contingent en uitholling van het erkend statuut van havenarbeider

Volgens de Commissie is de Belgische arbeidsorganisatie in de havens in strijd met de vrijheid van vestiging in de Belgische havens omwille van de beperking in de keuze van personeel: “Aanbieders van havendiensten die activiteiten willen ontplooien in de Belgische havengebieden moeten daarvoor erkende havenarbeiders aanwerven uit het beschikbare exclusieve contingent via één centrale aanwervingskantoor. Zij mogen zelf niet arbeiders naar keuze in dienst nemen die niet tot het contingent behoren. Dit betekent dat werkgevers werknemers moeten aanwerven die zijn niet noodzakelijkerwijs zelf zouden hebben aangenomen. De vrijheid van vestiging is daarmee beperkt (blz. 7).” Wat verder lezen we: “Ze zijn verplicht om havenarbeiders uit het contingent in dienst te nemen onder voorwaarden waarover zijn geen controle hebben. Hierdoor zijn bedrijven gedwongen om hun bestaande arbeidsstructuur en aanwervingsbeleid aan te passen. Dat kan aanzienlijke financiële gevolgen hebben waardoor aanbieders van havendiensten ontmoedigd kunnen raken om zich in een Belgische haven te vestigen.”

Werkgevers die havenactiviteiten uitoefenen, moeten inderdaad elke dag erkende havenarbeiders gaan aanwerven uit het contingent van hun desbetreffende haven. Dat gebeurt voor de havenarbeiders ‘algemeen werk’ nog altijd via een aanwervingslokaal (het kot), al worden veel havenarbeiders voor langere periodes ‘doorbesteld’ door een firma. De havenpatroons kunnen dus niet om het even wie aanwerven om bijvoorbeeld een schip te gaan lossen. Die regeling werd afgedwongen om een strikte controle op arbeidsomstandigheden en veiligheid te garanderen in een complexe industriezone die honderden vierkante kilometers bestrijkt.

In het begin van de 20ste eeuw gingen havenbazen nog elke dag werkmannen van straat plukken om te werken in de haven. Dokwerkers leefden in armoedige omstandigheden. Alle verworvenheden die de dokwerkers vandaag hebben, zijn afgedwongen door jarenlange sociale strijd. Er kwamen opleidingen en voorwaarden om havenarbeider te worden, om de veiligheid van het werk te verbeteren. De dokwerkers verenigden zich in een contingent. Dat zorgt ervoor dat havenarbeiders sterker staan en collectief kunnen optreden tegenover een agressieve patroon. Ze dwongen goede loon- en arbeidsvoorwaarden en bestaanszekerheid af voor de dagen dat er geen werk is door het schommelende werkaanbod. Een werkgever kreeg inderdaad niet langer de totale vrijheid om iemand van straat te plukken of zelf een pool van havenarbeiders op te richten. Dat is in 1972 vastgelegd door de wet-Major.

De Europese commissie wil de vrijheid van de werkgevers terug herstellen. Ze vindt dat er meerdere concurrerende aanwervingskantoren in de haven actief moeten kunnen bestaan die havenarbeiders aanleveren. Werkgevers moeten hun eigen contingenten kunnen aanleggen of naar bestaande arbeidsbureaus kunnen stappen voor het rekruteren van havenarbeiders. Op die manier wordt de totale concurrentie en een ‘race to the bottom’ ingevoerd. Eén contingent en één centraal aanwervingskantoor maakt het veel gemakkelijker afdwingbaar dat dezelfde lonen, dezelfde voorwaarden en het statuut gegarandeerd is voor al wie havenarbeid verricht. Het is eenvoudiger voor de vakbonden om controle uit te oefenen op de naleving van de regels, opleiding, erkenning en de samenstelling van het contingent. Als de commissie haar slag slaat, worden de vakbonden buitenspel gezet en kunnen de havenpatroons ongehinderd hun eigen voorwaarden opleggen, waarbij ze de concurrentie organiseren tussen verschillende contingenten.

De Commissie aanvaardt dat er een erkenning van havenarbeider moet blijven bestaan, maar zoals de brief het voorstelt, wordt dat een lege doos: “Dezelfde doelstelling (om de kwaliteit en veiligheid te waarborgen) kan ook bereikt worden door gewoon van havenarbeiders een bewijs van bekwaamheid te vragen en de aanbieders van havendiensten vrij hun personeel te laten kiezen, ook arbeiders die niet tot het unieke contingent behoren, onder voorwaarden die tussen de werkgevers en werknemers zijn overeengekomen.”

De verdedigers van de wet-Major zeggen dat het systeem van erkende havenarbeid enerzijds flexibiliteit, een hoge kwaliteit en productiviteit van het werk garandeert, maar anderzijds zorgt voor een degelijke sociale bescherming voor de havenarbeiders. Die bescherming is er teveel aan voor de Commissie. Eigenlijk gaat het helemaal niet over de ‘vrijheid van vestiging’ maar simpelweg over kostprijs en concurrentiepositie. Er is geen enkele belemmering of discriminatie in de havens inzake vestiging van bedrijven, indien ze zich houden aan de algemene regels die gelden voor alle havenbedrijven. Wat de patroons dwars zit is de sociale bescherming. Om dat te verdoezelen dist de Commissie een heel ingewikkeld en vals klinkend verhaal op. Zonder die strikte regeling van de wet Major zou de haven veel sneller groeien, zouden minder bedrijven vertrekken, zouden méér havenarbeiders aangeworven worden, zou alles veel beter zijn. Bescherming betekent volgens de Commissie: “bescherming van het huidige werkgelegenheidsniveau en het ondersteunen van de creatie van nieuwe banen door de vraag naar havenarbeid te stimuleren” (blz. 10). Het klassieke verhaal dus dat de vernieling van de sociale verworvenheden garant staat voor werkgelegenheid. Met deze definitie zet men de deur wagenwijd open voor sociale dumping, zoals dit nu al uitgebreid wordt bewezen in de bouwsector, in het wegtransport, in de schoonmaaksector. Vaste en menswaardige jobs worden vervangen door onderbetaalde jobs, in de meest wraakroepende omstandigheden. Dat door het bestaande systeem nieuwe jobs verloren zouden gaan, heeft bovendien nog niemand kunnen bewijzen, dus ook niet de commissie.

2) Afschaffing van de regulering rond de samenstelling van ploegen en beroepscategorieën

Het statuut van erkende havenarbeid is gebaseerd op de wet-Major, haar uitvoeringsbesluiten en een reeks van collectieve arbeidsovereenkomsten, samengevat in de zogenaamde codex. In de codex staan praktische regels die de havenarbeid in goede en veilige banen leiden.

Veiligheid op het werk is een belangrijk aspect bij havenarbeid, want het is ondanks alle regels nog altijd een van de gevaarlijkste beroepen in ons land. Elk jaar gebeuren er dodelijke arbeidsongevallen. In geen enkele andere economische sector in België is de globale ernstgraad van arbeidsongevallen zo hoog. Een van die regels die de veiligheid bewaren is de verplichte samenstelling van de ploeg om een bepaalde taak uit te oefenen. Een ander aspect is het verbod om als arbeider in verschillende beroepscategorieën te werken zoals kraanman, markeerder, kuipers… Dat zorgt voor een betere kwaliteit en veiligere uitvoering van het werk.

Er zijn in de Belgische havens inderdaad beperkingen op ongebreidelde flexibiliteit en dat is dus een doorn in het oog van de Commissie: “Bedrijven zijn hierdoor gedwongen om hun arbeidsstructuur en aanwervingsbeleid aan te passen. Dat kan binnen een bedrijf tot ernstige verstoring leiden en aanzienlijke financiële gevolgen hebben. Aanbieders van havendiensten zouden daardoor ontmoedigd kunnen raken om zich in een Belgische haven te vestigen. (…) Een aanbieder van havenactiviteiten moet zelf de grootte en de samenstelling van een ploeg kunnen bepalen” (blz. 13).

Dat dit kan leiden tot onveilige werkomstandigheden, is voor de Commissie geen argument om te reguleren. “De algemene Belgische arbeidsrechtwetgeving beschermt al genoeg”, staat er in de brief (blz. 11).

3) Afschaffing van het logistiek contingent en de beperking van het begrip havenarbeid

Het fundament van de rechten en de bescherming van de havenarbeiders is de geografische afbakening van het havengebied waarbinnen enkel erkende havenarbeiders havenarbeid mogen verrichten. De Belgische definitie van het begrip havenarbeid is veel te breed, zegt de Commissie (blz. 19). Het zorgt ervoor dat niet alleen laden en lossen van schepen onder havenarbeid valt, maar ook de havengebonden logistieke activiteiten. Voor die logistieke activiteiten moeten de werkgevers werken met havenarbeiders uit het logistiek contingent.

Een grote speler in de logistiek, Fernand Huts van Katoen Natie, legt die regels naast zich neer. Hij werkt met werknemers onder een ander paritair comité met minder rechten en lagere lonen, maar nog belangrijker: hij werkt met 50% interimmers in zijn magazijnen. Dat is veel hoger dan het toegelaten percentage in de codex van het logistiek contingent. Dit leidde dit tot een scherp conflict met de havenvakbonden en een tussenkomst van de sociale inspectie, die Huts in het ongelijk stelde. Daarop diende Huts een klacht in bij de Europese Commissie. In de brief stemt de commissie in met alle argumenten van Huts.

De Commissie vindt dat logistieke havenarbeiders door hun erkenning “overbeschermd” worden. Een hogere bescherming – en volgens de Commissie dus beperking van de vrijheid van vestiging – is volgens de brief enkel gerechtvaardigd om specifieke kwaliteits- of veiligheidsredenen (blz. 18). Het argument dat logistieke werknemers in de havens een zeer hoge toegevoegde waarde creëren en dus collectief aanspraak kunnen maken op hogere loon- en arbeidsvoorwaarden is voor de Commissie van geen belang (blz. 19).

De brief van de Commissie is de eerste fase in een Europese inbreukprocedure

De brief van Sim Kallas is de eerste fase in een Europese inbreukprocedure tegen de Belgische overheid. De concrete aanleiding voor het opstarten van de procedure is de klacht van Fernand Huts, CEO van Katoen Natie, en van drie andere, anonieme havenwerkgevers.

De Europese Commissie was al veel langer bezig haar aanval voor te bereiden. Ze bestelde bij het patronale havenrechtcentrum Portius van professor Eric van Hooydonk een lijvige studie van 1.400 pagina’s om te besluiten dat het Belgisch systeem het meest rigide van Europa zou zijn. De brief is voor een groot deel knip- en plakwerk uit die studie. Ondertussen is de Europese Unie ook de aanval op de Spaanse havenarbeiders begonnen via een zelfde inbreukprocedure. De Europese commissie zet dus een goed voorbereide en doordachte stap om komaf te maken met de wet-Major.

De Belgische overheid moet nu binnen twee maanden antwoorden op de aantijgingen van de Europese commissie. Als het antwoord er niet komt of niet overtuigt, dan zal de Commissie formeel eisen om de wet-Major en het statuut van de erkende havenarbeider drastisch te hervormen. Als de Belgische regels dan niet worden aangepast, zal België voor het Hof van Justitie van de Europese unie in Luxemburg gedaagd worden.

Het Europees Hof van Justitie heeft al uitvoerig bewezen dat het zweert bij de dogmatische liberale vrijheden om sociale verworvenheden onder de mat te vegen. De Commissie hoopt dit te realiseren door de vrijheid van vestiging uit te spelen. In feite gaat het niet daarover. De brief van de Europese Commissie is een toonbeeld van patronale logica die haaks staat op de belangen van de werknemers. Als zij spreken over “beperkingen afschaffen”, betekent dat werknemersrechten afschaffen. Als zij spreken over “activiteiten vrijmaken”, dan betekent dat werknemersbescherming afbreken. Alles wordt in functie gesteld van de concurrentiepositie. Alles draait om de hogere winstmarges die de internationale rederijen en havenwerkgevers willen boeken.

De Europese Commissie heeft een niet te onderschatten dossier opgebouwd om het Belgisch systeem van erkende havenarbeid af te breken. De vraag is nu hoe de Belgische regering zal reageren. Sinds 28 maart is het oorverdovend stil langs de kant van de regering en van minister van Werk Monica De Coninck. In de week voor de aanval van de commissie stelde ze nog de resultaten voor van de werkgroep ‘actualisering havenarbeid’ waarbij ze zei: “Ik wil niet op de feiten vooruitlopen. Ik zal reageren wanneer ik die brief krijg.” Waarop wacht de regering om de intrekking van de brief te eisen en het statuut van de havenarbeiders voluit te verdedigen? De kans is groot dat de traditionele politieke partijen dit dossier over de verkiezingen willen tillen om dan in het volgend regeerakkoord tegemoet te komen aan de eisen van Europa onder de noemer van een verdere modernisering van de arbeidsorganisatie in de haven.

Een harde strijd dient zich aan om Europa op andere gedachten te brengen. Europa heeft al enkele keren een liberalisering van de havenarbeid willen doorvoeren, via de Port Packages I, II en III. Deze werden steeds weggestemd of tijdelijk afgevoerd onder druk van stevig protest van de havenarbeiders. Als er een deel van de werkende bevolking al bewezen heeft dat je het neoliberale Europa in het stof kan doen bijten, dan zijn het de dokwerkers.

Op de betoging in Brussel afgelopen vrijdag bevestigde voorzitter Peter Mertens nogmaals het standpunt van de PVDA+: “Wij verdedigen het bestaande statuut van erkende havenarbeid. Het is een modern systeem dat zorgt voor een degelijk loon en bescherming bij economische werkloosheid. De dokwerkers staan 24 uur op 24 uur klaar en werken nu al flexibel genoeg om de wisselende situaties in de haven op te kunnen vangen. Het is van levensbelang dat ze in veilige omstandigheden werken, dus de huidige bescherming is echt nodig. De plannen van de Commissie zetten de deur wagenwijd open voor sociale dumping in de haven. Maar dit is niet alleen een kwestie van havenarbeid. Als de sociale bescherming in de sterke sectoren wordt aangerand, dan zal op termijn geen enkel statuut en werksituatie veilig zijn. En dat is voor de PVDA+ onaanvaardbaar. Wij vragen dat de Belgische regering de onmiddellijke terugtrekking van deze brief eist.”

• Lees hier de brief van de Commissie.

• Lees hier het artikel “1.500 woeste dokwerkers betogen tegen de aanval van Europa op hun statuut”

• Bekijk hier het pamflet van de PVDA+: “Handen af van het statuut van de havenarbeider”

Commentaar toevoegen

Reacties

Havenarbeider te Gent sinds 11jaar...het meest boeiend werk dat ik ooit gedaan heb maar ook het meest gevaarlijke als je niet goed opgeleid bent.Al bijna 11 jaar havenarbeider en nog moet je iedere dag uitkijken om veilig te werken.Hoe kan m,n zulke arbeid privatiseren...Dan gaan er pas veel ongelukken en doden vallen.Hadden we maar nooit één Europa geworden...dan waren de grenzen gebleven,geen criminaliteit,geen onderbetaalde jobs en onder druk van EUROPA ons welverdiend statuut (waar onze oudere collega's voor gevochten hebben)van Havenarbeider behouden....Grts van een hardwerkende dokwerker
Bedankt voor dit artikel! Nu weet ik tenminste waarom de dokwerkers zo kwaad zijn, en ik begrijp hen volledig.