Fiscaal regime diamantsector voert ons terug naar “Ancien Régime”

De Karaattaks, zoals voorgesteld in het ontwerp van programmawet, is een belasting op maat van de diamantsector en kan aanleiding geven tot discriminatie en fraude, dat is de analyse van PVDA-volksvertegenwoordiger Marco Van Hees. “Het brengt ons terug naar de tijd van het Ancien Régime, voor de Franse Revolutie de fiscale privileges afschafte”, zegt hij.

“Inzake belastingen kunnen geen voorrechten worden ingevoerd.” Dat principe, dat staat ingeschreven in artikel 172 van de Belgische Grondwet, is gebaseerd op de Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger (1792). Die Verklaring maakte komaf met de fiscale privileges die kenmerkend waren voor het Ancien Régime. “Het fiscaal gunstregime voor de diamantsector leidt ons terug naar het Ancien Régime en zijn fiscale ongelijkheid”, zegt Marco Van Hees. “Die ongelijkheid leidde in 1789 tot een opstand tegen de privileges van een minderheid.” 

De volksvertegenwoordiger wijst op een aantal ernstige problemen in het ontwerp, die voor de PVDA onaanvaardbaar zijn.

1. Een belasting vastgelegd door degene die ze moet betalen

De memorie van toelichting van het ontwerp is duidelijk: de forfaitaire taks op de omzet is een eis van de diamantsector zelf. Stel je voor… In wat voor een maatschappij is het denkbaar dat een specifieke categorie belastingplichtigen het recht verwerft om zelf de lijnen uit te tekenen van de afwijkende wet op het algemeen recht dat op hem van toepassing zal zijn? De gelijkenis met de fiscale privileges in het Ancien Régime is niet veraf.

De diamanttaks lag in de vorige legislatuural op tafel, maar een nota van de FOD Financiën uit 2013 was er tegen gekant. Maar nu liggen de kaarten anders. De nauwe banden tussen de diamantsector en de huidige regering (zeven ministers van de regering-Michel-De Wever hebben banden met of handelden ooit voor de diamantairs, met name Jambon, Geens, Marghem, Reynders, Jamar, Van Overtveldt en Sleurs) zorgen ervoor dat de diamantairs de fiscale privileges die ze eisen kunnen verkrijgen.

2. Een vreemd idee over het begrip “rechtszekerheid”

Volgens de memorie van toelichting bij het ontwerp van programmawet, kom te maatregel tegemoet “aan het verlangen van de sector naar een fiscaal stelsel dat een grotere mate van rechtszekerheid (…) verschaft”. Wat betekent dat begrip “rechtszekerheid”? Een belasting instellen op basis van de reële winst van een bedrijf, in plaats van op forfaitaire onzekere basis, is juridisch het zekerste wat er bestaat. Behalve, natuurlijk, als de praktijken van de sector bezoedeld zijn met fraude en tot veelvuldige conflicten met de fiscus leiden (de SwissLeaksaffaire toont dat de diamantairs het gros uitmaken – zowat 70% – van het peloton Belgen die bij de HSBC-fraude betrokken zijn). “Hier komt ‘rechtszekerheid’ erop neer dat fraude aanvaard wordt”, hekelt Marco Van Hees. “Als je ene fraudeur bent en je moet maar een klein forfaitair bedrag betalen om ongebreideld te kunnen frauderen, ja, dan is dat ongetwijfeld een vorm van rechtszekerheid.”

Dat blijkt ook uit de verklaringen van Karen Rentmeesters, woordvoerster van de Antwerp World Diamond Centre (AWDC) in april 2014, toen toenmalig minister van Financiën Koen Geens deze maatregel overwoog: “Minister Reynders sprak bij zijn bezoek vorig jaar voor het eerst over de ‘karaattaks’. We maken er geen geheim van dat we er voorstander van zijn. Dit zou de sector de nodige zuurstof kunnen geven. We zitten in een zeer competitieve omgeving.” In een competitieve omgeving wordt de zuurstof over het algemeen uitgedrukt in euro: het fiscaal regime voor de diamantsector is dus financieel een goede zaak voor de diamantsector. Een fiscaal privilege dus.

3. Een belastingtarief dat de concurrentie achter zich laat

Het fiscaal regime voor de diamantsector legt de belastbare nettowinst vast op 0,55% van de omzet. Concreet betekent het dat een bedrijf een belasting van 0,19% zal betalen op die omzet (0,55% x 34%, het tarief van de vennootschapsbelastingen).

Hoe heeft de regering dit tarief vastgelegd? De memorie van toelichting beperkt zich ertoe te noteren, zonder referentie: “Uit studies kan blijken dat een vergelijking op Europees vlak met andere sectoren, die vervolgens rekening houdt met de eigenheden van het diamant stelsel en de diamanthandel, de gepastheid van het percentage van 0,55% onderbouwt.” (p. 83)

De enige statistische gegevens in de memorie van toelichting worden met volgende zin samengevat (steeds zonde referenties): “Indien men een aantal relevante sectoren inzake trading pan-Europees selecteert op grond van de internationale Nace-codes, dan kan men vaststellen dat de ‘winst voor belasting’ een mediaan kent van ongeveer 0,96% (afhankelijk van de wijze waarop de studie wordt uitgevoerd) met een lager kwartiel (Q1) van 0,15% en een hoger kwartiel (Q3) van 3,09%.” (p. 83).

Als de Belgische diamantbedrijven dit statistische beeld volgen, betekent dat met het diamantregime, de meest winstgevende helft van de bedrijven minder dan 57% van de verschuldigde belastingen zou betalen (0,55% in plaats van 0,96%), terwijl het meest rendabele kwart van de bedrijven zelfs maar 18% van de verschuldigde belastingen zou betalen (0,55% in plaats van 3,09%). Dit in de veronderstelling dat de statistische basis die in rekening wordt genomen niet is vervalst door fiscale fraude.

4. Een officiële capitulatie voor fiscale fraude

De bedrijven waarop de diamanttaks van toepassing is, betalen nu slechts 20 miljoen euro belastingen, met de nieuwe maatregel zou dat in 2015 50 miljoen euro worden, en nog meer vanaf 2016.

Dit schijnbaar goede nieuws is maar goed nieuws als we de strijd tegen de fiscale fraude in de sector stopzetten. Ter herinnering, het Belgische luik in de SwissLeaks-HSBC-affaire, waar vooral diamantairs opdoken, gaat over zes miljard euro. Substituut Van Calster had zelf een goed miljard gerecupereerd in enkele fraudedossiers van Antwerpse diamantairs (hij werd reeds in 2012 van de dossiers afgehaald).

5. Legalisering van omstreden omzendbrief

De diamanttaks die in het ontwerp van programmawet staat, doet niets meer dan bevestigen wat in een omzendbrief uit 2000 staat. Daarin hanteert men tarieven die vergelijkbaar zijn met de 0,55%. Maar daar ging het over een defensief standpunt en het tarief was het minimum waar de diamantbedrijven niet mochten onder gaan. Voortaan is 0,55% het maximumtarief, de diamantbedrijven kunnen nog beslissen om te kiezen voor een regime van gemeenschappelijke belastingen als dat voordeliger uitkomt. We vragen ons af hoe men erbij komt dat de diamanttaks meer zou opbrengen. En vooral, wat voordien slechts een omzendbrief was, wordt voortaan in een wet gegoten, een wettelijk privilege.  

6. Mogelijke staatssteun

De Raad van State waarschuwt de regering over de diamanttaks want, niets laat toe te besluiten dat “een belasting van 0,55% op de omzet een correct percentage is in vergelijking met het gewone inkomensbelastingstelsel”. De belasting kan dan als staatssteun worden aanzien. De Raad van State raadt de regering dus aan “het voorstel ten gronde te herbekijken, in overleg met de diensten van de Europese commissie”, wat zes tot twaalf maanden kan duren.

In zijn analyse van de begrotingscontrole van maart 2015, stelde het Rekenhof reeds vast dat “de budgettaire berekeningsnota uitgaat van een aantal parameters (bv. de gerealiseerde omzet) en hypothesen (bv. de groei van de sector) waaraan elementen van onzekerheid zijn verbonden”.

Deze kritische bedenkingen van de Raad van State en het Rekenhof getuigen van de onzekere wettelijke basis van de diamanttaks, wat in schril contrast met het beoogde doel, namelijk rechtszekerheid, zoals de initiatiefnemers van het ontwerp vooropstelden.

Commentaar toevoegen