Fiscale cadeaus: de notionele-intrestaftrek heeft een broertje … maar wat brengt dat op?

Drie miljard euro. Dat is wat de “vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing” in 2014 heeft gekost. Die is zowat het kleine broertje van de notionele-intrestaftrek, dat andere fiscaal cadeau, en kostte de schatkist in tien jaar 19 miljard euro. Het staat allemaal in de nieuwe studie van de studiedienst van de PVDA, ondertekend door Marco Van Hees, die daarin ook de vraag opwerpt hoeveel jobs die cadeaus nu in feite opgeleverd hebben.

U vindt de studie in bijlage.

Elke werknemer zou er vast van schrikken als hij zou vernemen dat zijn werkgever een deel van de bedrijfsvoorheffing op zijn loon, die hij integraal aan de fiscus hoort door te storten, voor zichzelf houdt. Nochtans is dat wat er gebeurt. De bedrijfsvoorheffing is inderdaad een deel van het brutoloon, dat door de werkgever wordt ingehouden en doorgestort aan de belastingdiensten. Maar sinds het begin van de jaren 2000 heeft de regering een hele reeks vrijstellingen in het leven geroepen en een daarvan is deze vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. De werkgever stort sindsdien bijvoorbeeld nog maar 75% van de bedrijfsvoorheffing door aan de fiscus. De andere 25% houdt hij dus voor zichzelf.

PVDA-volksvertegenwoordiger Marco Van Hees, tevens fiscalist van de partij, heeft dit zoveelste fiscaal cadeau tegen het licht gehouden. Dit cadeau is minder bekend dan de notionele-intrestaftrek, maar kost de gemeenschap daarom niet minder geld. Het effect op de werkgelegenheid, waarvoor het zou moeten dienen, is dan weer allesbehalve gegarandeerd. Bovendien geeft de toepassing van de maatregel blijkbaar aanleiding tot heel wat misbruiken. Ook de Europese Commissie wees op tal van onregelmatigheden.

19 miljard euro

Zo is de kostprijs van de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing in tien jaar (van 2005 tot 2014) met 15 vermenigvuldigd en loopt het gecumuleerd verlies voor de staatskas voor die periode op tot 19 miljard euro. Dit verlies stijgt jaar na jaar en bedroeg voor het jaar 2014 alleen drie miljard euro. Dat is, om maar iets te noemen, twaalf keer het totaal van de jaarlijkse besparingen door de uitsluiting uit de werkloosheid van al de jongeren die genoten van een inschakelingsuitkering (247 miljoen euro).

Eerst sloeg de maatregel alleen op overuren, maar jaar na jaar werd de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing altijd maar uitgebreid, zowel inzake de toepassingsterreinen als inzake de toegepaste tarieven. Precies daardoor kost dit ‘kleine broertje van de notionele-intrestaftrek’ jaar na jaar meer.

Naast deze gerichte vrijstellingen krijgen alle werkgevers in de privé sinds 20071 ook een algemene en onvoorwaardelijke vrijstelling voor hun voltallige personeel.2 Het percentage ligt natuurlijk lager dan voor de gerichte maatregelen.

Het systeem zet werkgevers aan om werknemers overuren te laten presteren in plaats van nieuwe mensen aan te werven. (Foto Solidair, Vinciane Convens)

Meer overuren, minder jobs

Van bij het begin heeft de regering de maatregel verantwoord met het argument dat werk creëert. Nochtans bestaat daarvoor geen enkel bewijs en is er zelfs nooit een studie opgezet om dat na te gaan.

Bovendien mogen we niet uit het oog verliezen dat eventuele jobcreatie als gevolg van deze maatregel meer dan een gecompenseerd wordt door het jobverlies als gevolg van verminderde overheidsinkomsten. Ten eerste gaan er bij de overheid en in de privé banen verloren die gecreëerd worden door het verbruik van de staat. Ten tweede leiden lagere overheidsuitgaven tot een vermindering van de infrastructuur die de werkgelegenheid bevordert (vervoer, crèches, opleiding en vorming, enzovoorts). Ten derde kan een vermindering van de dienstverlening van de overheid leiden tot heel wat extra uitgaven voor de bevolking en zo de privéconsumptie doen dalen.

Doordat dit systeem geldt voor overuren, zet dit de werkgevers ertoe aan om meer en meer mensen overuren te laten werken in plaats van aan te werven. Op die manier krijg je aan de ene kant actieve werknemers die steeds meer onder druk staan (met alle negatieve gevolgen van dien) en aan de andere kant werkloze werknemers met als enig perspectief zich in slaap te laten wiegen door de mooie woorden van een premier die zingt: “Jobs, Jobs, Jobs”.

Idem voor ploegen- en nachtwerk. Dit is zelfs de belangrijkste vrijstelling: de weerslag op de begroting overschrijdt zelfs het miljard euro. Bedenk daarbij dat nacht- en ploegenwerk vooral in grote bedrijven plaatsvindt en dat die eens te meer profiteren van de Belgische fiscale cadeaus.

Dit is voor de werkgevers een fameuze stimulans om dergelijke arbeidsregelingen in te voeren of te verhogen. De fiscale opbrengst overtreft in veel gevallen zelfs de ploegenpremies die werkgever uitbetaalt.

Nochtans wijzen tal van studies op de schadelijke gevolgen van nacht- en ploegenarbeid. Het verstoort het sociale en familiale leven van de werknemers en brengt heel wat gezondheidsrisico’s mee: op korte termijn slaapproblemen, spijsverteringsstoornissen en verstoring van het voedingsevenwicht; op lange termijn verhoogde cardiovasculaire risico’s, vroegtijdige slijtage van het gestel.

Stop de blinde fiscale cadeaus

De PVDA vraagt een grondige analyse van de mogelijke positieve en negatieve gevolgen van de vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als uit dit onderzoek blijkt dat de positieve effecten verwaarloosbaar of onvoldoende zijn in vergelijking met de negatieve effecten, dan moeten deze maatregelen uit onze wetgeving worden geschrapt.

In afwachting van de resultaten van dergelijke analyse, pleit de PVDA voor:

  • stopzetting van elke verdere uitbreiding van de vrijstellingen;
  • afschaffing van het voordeel van deze vrijstellingen van ondernemingen die dividenden uitkeren.

U vindt de studie in bijlage.

1 Wet van 17 mei 2007.

2 Artikel 275/7 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting.

Dit artikel komt uit het maandblad Solidair van juni 2016Abonnement.

Commentaar toevoegen