Foto Solidair, Sophie Lerouge

Franse spoorpersoneel op 1 mei: "We moeten de strijd samen voeren!"

“Proficiat, Fransen! Wij staan pal achter jullie! “ Die zin was op 1 mei in Luik niet uit de lucht. Terecht. Op uitnodiging van de PVDA kwamen spoorbeambten van de Franse vakbond CGT een dag over uit Parijs.

9.30 u, Place Saint-Paul in Luik. De laatste voorbereiding worden getroffen. Hier op het plein komen op dit Feest van de Arbeid het ABVV, de PVDA en de PC bijeen. De rand van het plein staat stilaan vol met partytenten, plaatselijke en Franse spoorbeambten nemen samen plaats aan tafel.  “Onze regering is van plan de winsten te privatiseren en de schulden te nationaliseren, net als hier”, vertelt Matthieu Bolle-Reddat, secretaris-generaal van de CGT cheminots Versailles, die met zes collega’s naar Luik is afgezakt.

Ontbijt met het spoorpersoneel. (Foto Solidair, Sophie Lerouge)

Ondanks de vermoeidheid na weken van stakingen, betogingen en sensibiliseringsacties, zijn de zeven spoorbeambten toch ingegaan op de uitnodiging van de PVDA. “Het is belangrijk voor ons dat we hier vandaag aanwezig zijn”, gaat Matthieu verder. “We moeten het isolement doorbreken. In Frankrijk, uiteraard, maar ook daarbuiten. De werkgevers spelen immers allemaal onder één hoedje. Geld laat zich immers niet door grenzen tegenhouden. Dat hebben we wel kunnen zien met de Panama Papers.”

“Nieuwe rechten verwerven”

“In bepaalde traditionele media werden onze acties hard veroordeeld. We waren ‘bevoorrechten’ die de staat te veel kosten. Maar we zijn erin geslaagd die opinie om te buigen.”

Hoe hebben ze dat voor elkaar gekregen? Spoorstakingen zijn immers zelden populair. De vraag van de tien Luikse spoormannen die samen met hun Franse collega’s ontbijten, komt meermaals op tafel. Jean-Baptiste, een rangeerder, antwoordt: “We hebben pamfletten gemaakt met een tariefvergelijking voor en na de hervorming. Zelfs tegenstanders van de vakbonden zijn verontwaardigd over de prijsverschillen.”



 

Céline: "Zonder de steunkassen zou ik terug bij mijn moeder moeten gaan wonen."

Ik ben de “stem” die het slechte nieuws aankondigt (gelach). Als alleenstaande moeder met twee kinderen is het niet eenvoudig om te staken. Soms denk ik erover om een of twee dagen terug aan het werk te gaan, om mijn bankrekening weer positief te krijgen. Maar dat idee berg ik dan toch weer op, want ik kan niet anders dan nu strijd te voeren, anders kom ik in de toekomst in nog grotere problemen, en dat geldt ook voor mijn dochters, en voor alle werknemers.

Bij het begin van de actie heb ik mijn dochter, die bij mij woont, gewaarschuwd: De komende maanden zullen we veel pasta moeten eten. Als ik te krap bij kas kom te zitten, springt mijn zus bij. Als mijn moeder boodschappen doet, neemt ze altijd een paar extra dingen mee voor mij.

Ik verdien 1750 euro per maand. Nochtans werk ik al 25 jaar bij de SNCF. In mei zal ik tussen 600 en 700 euro moeten inleveren vanwege de stakingsdagen. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Maar gelukkig zijn er de steunkassen. Degenen die het het moeilijkst hebben, krijgen ook de meeste hulp. Zonder die steunkassen zou ik terug bij mijn moeder moeten gaan wonen.

Ook op sociaal vlak is het soms lastig. Ik heb diverse “vrienden” op Facebook moeten ontvrienden. Ze begrijpen onze strijd niet en vinden dat we geprivilegieerden zijn. Excuseer, ik sta om 3.00 u op om te beginnen om 4.30 u. Maar niks aan te doen, de manier waarop we in de publieke opinie het vaakst worden afgeschilderd, zorgt ervoor dat sommige mensen echt niet weten hoe het er bij ons echt aan toe gaat. Wanneer ik op televisie hoor dat het gemiddelde salaris 2700 euro bedraagt, spring ik bijna uit m’n vel. Ik zou maar wat graag zo’n salaris hebben! Maar de liberale redacteurs vergeten één ding: 45% van het personeel bij de SNCF is kaderpersoneel. En dat weegt uiteraard zwaar door op het gemiddelde loon.

 

“We hebben gesproken met treinreizigers en werknemers uit andere sectoren”, vertelt Jonathan, die over de veiligheid op het spoor waakt. “We zijn in eigen land begonnen, want je moet niet denken dat iedereen al voor de strijd gewonnen was. In ons bedrijf zijn veel meer personeelsleden lid van een vakbond dan bij andere bedrijven in het land (ongeveer 40% bij de SNCF, minder dan 10% voor de rest van Frankrijk, n.v.d.r.). Ik ben 27 jaar en ik heb de geschiedenis van de vakbondsbeweging, van de arbeiderswereld, pas in de vakbond geleerd. We hebben dus gesproken met onze jonge collega’s en hen aan de hand van historische feiten uitgelegd dat het dankzij de strijd is dat we vandaag kunnen genieten van betaalde vakantie, sociale zekerheid, enz. Het defaitisme is het eerste wat we moeten aanpakken.”

Matthieu geraakt op dreef: “We moeten de strijdcultuur nieuw leven inblazen. Vaak ontmoet ik mensen die me vragen wat de vakbond doet om dit probleem aan te pakken. Dan antwoord ik: ‘Wat ben jij van plan om te doen?’ Want wij zijn er niet om de werknemers een dienst te bewijzen, om in hun plaats te strijden. We willen mét hen vechten. Macron wil hetzelfde doen als Thatcher in de jaren 1980: het spoor breken, maar vooral het spoorpersoneel, want dat is een sector die bekend staat om zijn rijke strijdtraditie. Maar wij zijn een soort dijk. Als wij breken, breekt iedereen.”

 

Jonathan: "Ik heb gezien wat er gebeurt als de staat de infrastructuur overdraagt aan de privé."

Ik maak deel uit van het PIT (het productie-interventieteam). Dat betekent dat ik me bezig hou met veiligheid. Ik moet in staat zijn een trein van a tot z in elkaar te zetten, technisch gesproken uiteraard. Ik moet ook het vertreksignaal geven aan de treinbestuurders. Het is een risicoberoep, de kleinste fout kan zware gevolgen hebben.

Ik werk sinds 6 jaar bij de SNCF. Mijn salaris varieert elke maand omdat ik vooral op basis van bonussen word betaald. Ik werk tijdens weekends, op feestdagen... In mei zal ik in plaats van mijn gebruikelijke loon van ongeveer 1800 euro in het beste geval 1400 euro krijgen. Als ik ziek ben of vakantie wil nemen, verlies ik veel geld. Je moet weten dat in Frankrijk enkel ambtenaren onder het wettelijk minimumloon (SMIC) kunnen worden betaald. Ik ben ook aangeworven onder het wettelijk minimumloon.

Voor ik bij de SNCF ging werken, heb ik de privatisering van de autosnelwegen meegemaakt. Ik werkte in die sector en ik heb gezien wat er gebeurde toen de staat de infrastructuur overdroeg aan de privésector. Voor de gebruikers en de werknemers was dat een regelrechte ramp.

 

“De steun van de Belgische werknemers is een sterk signaal voor ons”

Jean-Baptiste:“Mensen die klagen dat er geen treinen rijden tijdens de staking bewijzen dat ze het spoor nodig hebben! Het is het bewijs dat we gelijk hebben om strijd te voeren, voor onszelf en voor hen. We proberen hen op een originele manier te sensibiliseren. We hebben bijvoorbeeld een actie op de autosnelwegen georganiseerd. We hebben de tolhokjes gedwongen de mensen door te laten zonder te betalen en de mensen gevraagd het geld in onze stakingskas te storten. De mensen wilden 100 keer liever het geld aan ons geven dan aan de multinational Vinci, die een groot deel van de autosnelwegen beheert en de tol int.”

Ter afronding van deze spoorvergadering neemt Matthieu nog een laatste keer het woord: “Waarom zijn we vandaag hierheen gekomen? We hoorden iets waaien over wafels, gehaktballen met frieten en bier (gelach). 1 mei is de internationale dag waarop we de strijd voor de rechten van de arbeiders vieren. Die internationale uitstraling is een belangrijk aspect van het feest van de arbeid. We hebben een andere nationaliteit, maar we staan dichter bij jullie dan bij onze president. De wetenschap dat er mensen zijn die ons steunen, zelfs al wonen ze in een ander land, is voor ons een sterk signaal. Als onze strijd de spoorwegarbeiders en de werknemers van andere sectoren in België op ideeën kan brengen... De hervormingen die in Frankrijk op stapel staan, zullen ook naar hier komen. We hebben met dezelfde problemen af te rekenen en moeten deze strijd samen voeren.”

 

Jennifer: "Als de hervorming er komt, zijn wij de eersten die mogen opstappen."

Ik loop geen risico om mijn statuut kwijt te spelen, want ik heb er geen. Ik ben een contractueel. Ik ben aangeworven na de hervorming van Sarkozy. Ik doe dit werk intussen 4 jaar. Ik maak deel uit van het “mobiele spoorwegteam”. Dat betekent dat ik mijn dienst begin in een station en met de dienstwagen naar een van de 27 stations in mijn zone rijd.

Als er een probleem opduikt, bijvoorbeeld een trein die defect is, rijd ik ernaartoe en probeer een oplossing te vinden. Maar we vrezen dat die dienstverlening na de hervorming geschrapt zal worden en wij dus onze job zullen verliezen. Hoe dan ook, als de hervorming er komt, zullen wij de eerste zijn die mogen opstappen.

Omdat mijn loon niet bepaald hoog is, werk ik ook aan de kassa van een grote doe-het-zelfzaak. De woningprijzen in de regio Parijs liggen erg hoog. Daarom moest ik een heel eind van mijn werk gaan wonen om een betaalbare woning te vinden. Maar het probleem is dat er geen treinen rijden op het uur dat ik soms moet beginnen (om 4.55 u). En ook niet als ik tot 1.15 u werk.

Op sociaal vlak zorgt de staking ook voor problemen in het dagelijkse leven. Ik heb vrienden die beter in de slappe was zitten. Het is echt moeilijk om hen aan het verstand te brengen hoe mijn dagelijkse leven eruitziet en waarom ik staak.

 

Het is tijd om naar de meeting te gaan. Net voor het begin van de toespraak van Raoul Hedebouw, nationaal woordvoerder en parlementslid voor de PVDA, wordt Matthieu gevraagd of hij het woord wil nemen: “Als we horen spreken over de ‘arbeidskost’, bewijzen we door de staking dat dit fout is. Arbeid kost niet, arbeid loont! Wij zijn degenen die welvaart creëren. Niet de bazen.”

Matthieu tijdens de meeting. (foto Solidair, Sophie Lerouge)

Na de toespraken begint de optocht. Dit jaar heeft de PVDA gekozen voor de slogan: “Minder graaiers, meer pensioen”. “Het is niet te geloven, maar alles wat jullie volksvertegenwoordiger daar op het podium verteld heeft over het pensioen met punten, is precies wat ons in 2019 te wachten staat”, verbaast Matthieu zich terwijl hij van het podium stapt en zijn plaats inneemt naast zijn collega’s aan het hoofd van de stoet.

“Als ze ons op de knieën krijgen, krijgen ze iedereen op de knieën”

Het is tijd om te eten en een beetje op adem te komen. De spoorwegbeambten van de CGT zijn nog steeds heel populair en bedanken constant Belgische werknemers die hen feliciteren met hun acties. Op de tafel waaraan ze zitten, staat een spaarpot voor de stakingskas, voortdurend komen mensen er geld in stoppen. Of dit een geslaagde dag is? “O ja, vooral omdat ik nog nooit in België geweest was”, lacht Céline. “De strijd is overal dezelfde. Wij zijn het proeflapje. Als ze ons op de knieën krijgen, krijgen ze iedereen op de knieën. Dat geldt niet alleen voor Frankrijk uiteraard”, voegt Jonathan er nog aan toe.

Net als zijn collega’s denkt hij dat ze de strijd kunnen winnen. Waarom? “Omdat er mensen zijn die nog nooit gestaakt hebben en dat vandaag wel doen. De leugens van de regering zorgen er ook voor dat de publieke opinie geleidelijk aan onze kant kiest en ons steunt. De mensen beseffen dat we gelijk hebben om in actie te komen. Want deze strijd raakt alle werknemers. Ook de toon in de media wordt anders. Ik kom steeds vaker mensen tegen op straat die me zeggen dat ze ons steunen”, verduidelijkt Céline.

Het is tijd om afscheid te nemen. Matthieu, die duidelijk tevreden is en geroerd door deze dag, besluit: “Benadruk vooral dat deze steun in twee richtingen werkt. Nu is het aan de Belgische werknemers om ons een bezoek te brengen. Jullie zijn altijd van harte welkom. En we hebben jullie nodig.

Macron terugdringen, is ook het Europa van de rijken terugdringen, dat door onze regeringen wordt gesteund. We kunnen hen helpen te winnen. Doe een gift op het rekeningnummer van de CGT.