Foto Sadak Souici / Belga

Franse spoorwerkers blijven strijden voor stipte treinen

“Macron heeft gewonnen”, “Macron verslaat spoorbonden”, “Spoor: overwinning voor Emmanuel Macron” ... De voorbije weken brachten de Franse kranten een eensgezind geluid over de sociale strijd die de spoorwerkers al drie maanden voeren tegen de Franse president. Maar zo simpel is het niet.

27 juni 2016, om 21.00 u. De Engelse nationale voetbalploeg betreedt het veld in Nice voor zijn wedstrijd in de achtste finale van het Europees kampioenschap. De spelers zitten met hun gedachten al bij de Fransen die ze later in de kwartfinale van het EK zullen treffen. Ze moeten enkel eerst nog even IJsland verslaan. De IJslanders zijn de verrassing van het toernooi, maar al bij al een klein land van 330.000 inwoners, dat zich nog nooit eerder heeft weten te plaatsen voor een internationaal toernooi. De spelers van het IJslandse elftal komen uit voor kleine clubs in Denemarken, Zweden, Wales of Noorwegen. Onmogelijk dat zij het halen van de Engelse sterren die miljoenen opstrijken bij de beste clubs ter wereld.

27 juni 2016, om 22.45 u. De Engelsen stappen verdwaasd het veld af. Ze vragen zich af wat er zonet gebeurd is. De IJslanders hebben hen met 1-2 verslagen. De achtste finale is het eindstation geworden. Met gebogen hoofd keren ze huiswaarts.

Wat heeft dat nu te maken met de strijd van de Franse spoorwerknemers? Wel, het resultaat van een strijd kan niet voorspeld worden voor die gestreden is. Dat geldt voor Engeland-IJsland, maar evengoed voor de match tussen Macron en de “cheminots”, ook die is nog niet afgelopen. We zitten zelfs nog niet in de verlengingen.

Franse spoorwerkers met een acite in Calais die informeert over de privatisering in Groot-Brittannië. (Foto David Gobbé)

Al maandenlang strijden de werknemers van de Franse spoorwegmaatschappij SNCF tegen de spoorhervorming die hun statuut zal opdoeken, de sector zal liberaliseren en de SNCF zal veranderen in een vennootschap op aandelen (eerste stap richting privatisering). (Lees hier meer) Hun tactiek? Een “gespreide staking”: twee op de vijf dagen leggen ze het werk neer. Het oorspronkelijke plan voorzag 28 juni als laatste stakingsdag. De regering en de werkgevers geloofden nooit dat de strijdbeweging het zo lang zou volhouden. Maar ondanks het feit dat de hervorming werd goedgekeurd door de twee kamers van het parlement, ondanks het feit dat de spoorwerkers moe zijn na meer dan dertig dagen staken (en daardoor gemiddeld 1.000 euro loonverlies), ondanks het feit dat de Macrongezinde media de overwinning al luidop toejuichte, ondanks dat alles blijft het gemeenschappelijk vakbondsfront (CGT, Sud, CFDT en Unsa) standhouden en willen de vakbondsleden de strijd deze zomer voortzetten. Een uitzonderlijke strijdbeweging dus.

Een uitzonderlijke strijdbeweging

Eerst en vooral door de aanpak is de beweging uitzonderlijk. “De werknemers zeiden ons dat een staking veel geld kost. Vaak haken velen af vanaf de tweede week en dan beginnen ze niet meer opnieuw, natuurlijk. Dus zou het maar een kwestie van tijd zijn – ik schat een week of drie, vier – vooraleer de bazen ons op de knieën kregen. We moesten een systeem vinden dat waarbij iedereen individueel bijdraagt aan de staking en ook ook op elk moment weer kan inpikken”, legde Laurent Brun (algemeen secretaris van spoorvakbond CGT Cheminots) uit aan Solidair. (Lees hier het hele interview: https://solidair.org/artikels/laurent-brun-cgt-spoor-het-isolement-doorbreken-steunen-op-overwinningen-en-doorgaan-tot). Het gemeenschappelijk vakbondsfront koos dan ook voor een “gespreide” staking. “Deze aanpak is nieuw. Sociale conflicten zijn meestal kort en snel. Deze methode maakt het mogelijk om langer strijd te voeren”, zo legt Sylvain Sirot, Franse historicus gespecialiseerd in sociale bewegingen, uit.” Het gaat erom een vakbondsfront te vormen, bonden die normaal gezien niet dezelfde methoden hanteren op één lijn te krijgen. De financiële kant van de zaak weegt iets minder zwaar. Deze aanpak kan de strijd boven de parlementaire agenda doen uitgroeien.”

Dat laatste aspect werd al aangehaald door Laurent Brun: “De manier waarop de regering probeert te hervormen is niet door een volledig wetsvoorstel in te dienen waarmee meteen kan worden ingegrepen. Ze werkt met decreten die door het parlement worden goedgekeurd, maar waarvan de inhoud pas maanden later duidelijk wordt. Je moet dus van het begin tot het einde van het proces gemobiliseerd blijven.”

“Dat zagen we ook in 2006 met de strijd tegen het CPE (Contrat première embauche of ‘contract voor eerste aanwerving’, een wet die onzekere arbeidscontracten voor jongeren invoerde. Twee maanden na de aanname door het Parlement zag de rechtse regering zich genoodzaakt de wet in te trekken onder druk van de werknemers, n.v.d.r.)? Het is dus mogelijk om actie te voeren zelfs nadat een wet goedgekeurd is. Door onze acties te beperken tot de stemming zouden we ook een boodschap naar de parlementsleden sturen: ‘Haast jullie en keur snel jullie wet goed. Zodra dat achter de rug is, stopt ook de staking.’ De vakbeweging is gebouwd op transgressie. Ze werkt vooral wanneer ze een utopie creëert, ze een politieke rol vervult en buiten het kader durft te denken”, aldus Sylvain Sirot.

De PVDA steunt de beweging actief. Ze was aanwezig op de betogingen van 22 maart, 19 april, 22 mei in Parijs, en op de “Marée populaire” van 26 mei in de Franse hoofdstad. De partij organiseerde op 15 mei een conferentie met als thema “De strijd van de Franse spoorwerkers, belangrijk voor heel Europa” met Laurent Brun en Raoul Hedebouw, nationaal woordvoerder en federaal parlementslid van de PVDA. Daarvoor lanceerde ze een campagne om fondsen te werven voor het solidariteitsfonds van de stakers. “Als linkse militanten hebben we veel te leren van uw beweging”, zei Raoul Hedebouw aan Laurent Brun op de conferentie.

Een ander kenmerk van de strijd is creativiteit. Staken is niet het enige wat de spoorwerkers doen. Telkens wanneer ze het werk neerleggen gebruiken ze die tijd om actie te voeren: manifesteren, vergaderen, meetings organiseren, symbolische acties voeren, etc. Er is geen plaats voor routine.

Als de Macrongezinde pers de cijfers van de directie overneemt die moeten aantonen dat het verzet de voorbije maanden is afgenomen, dan nemen ze hun wensen voor werkelijkheid. Hoe verklaar je anders dat de spoorwerkers na al die tijd nog op de barricaden staan? Om de strijd aan te wakkeren hebben de vakbonden in mei een “dag zonder spoorwerker” gelanceerd, en vervolgens een “dag van woede op het spoor” in juni. Tussen de twee organiseerden ze een stemming waarbij de spoorwerkers naar hun mening werd gevraagd. Het idee achter dit democratisch proces, dat onbegrijpelijk is voor een regering die enkel machtsvertoon kent en voor wie “overleg” een lelijk woord is, was om het liedje van de regering en het patronaat, die beweren dat “slechts 20% van de spoorwerkers staakt, en dus 80% voor de hervorming is”, te ondermijnen. Resultaat? 95% van de spoorwerkers antwoorden “tegen” op de vraag: “Bent u voor of tegen de hervorming.” Met een deelname van 61% is deze stemming een krachttoer van de vakbonden.

Een sociale strijd bij het spoor is zelden populair. Hoewel bepaalde media maar al te graag het woord laten aan “gegijzelde” pendelaars, maar niet aan de strijdende spoorwerkers, zakte de steun voor de beweging nooit onder de 40%, en waren er geregeld pieken van boven de 50%.

Volgens Olivier Gendron, federaal secretaris van CGT Cheminots, is er een goede verklaring voor die steun: “We bekijken de zaak vanuit het juiste perspectief: we verdedigen de openbare dienstverlening in zijn geheel. We strijden voor de miljoenen mensen die de treinen van de SNCF nemen. En voor de miljoenen mensen die dagelijks rekenen op de openbare diensten.”

De sensibiliseringsacties naar de treinreizigers zijn een andere reden voor de steun onder de bevolking, legt Laurent Brun uit: “Er heerste een enorme gelatenheid. (…) We vonden al snel dat de belangrijkste oorzaak een gevoel van isolement was. ‘Wij zijn de enigen die strijden, de reizigers haten ons, we worden politiek niet gesteund …’ We zijn dus begonnen met aan te tonen dat er wél steun was. We hebben een gratis krant uitgegeven op 500.000 exemplaren om de dialoog tussen vakbondsmilitanten en reizigers in gang te zetten.” Die ontmoetingen toonden aan de spoorwerkers dat de reizigers helemaal niet vijandig waren. En dat gaf hen nieuwe moed. Van daaruit breidde de vakbond de sensibilisering uit naar alle leden, vervolgens naar de sympathisanten en ten slotte naar alle werknemers.

De steun komt ook van andere werknemers die in een strijd verwikkeld zijn. Want in het Frankrijk van Macron beperkt de woede zich niet tot de spoorwerkers. Het beleid dat de openbare diensten wil afbreken, dat besparingen oplegt aan de minst welvarende mensen ... kortom de liberale richtlijnen van de Europese Unie, maken heel veel mensen kwaad. Verpleegkundigen, gepensioneerden, ambtenaren, studenten, vuilnismannen, piloten, advocaten, leerkrachten, postwerkers ... Het zou gemakkelijker zijn om op te lijsten wie er niet boos is: een kleine minderheid van superrijken en bazen die fiscale en andere cadeaus krijgen van de regering.

Zo organiseerden de studenten heel wat betogingen. Ze nodigden de spoorwerkers uit op hun bijeenkomsten wanneer ze de universiteiten bezetten, enz. En de ambtenaren die op 22 maart en 22 mei betoogden, gaven hen een spectaculaire ontvangst.

De regering is dezer dagen bezig de PACTE-wet in te voeren om “de Franse economie competitiever te maken”. Nog zo’n bewijs van de antisociale politiek van ex-Rothschildbankier Emmanuel Macron. Die wet voorziet onder andere in de privatisering van de luchthavens van Parijs, de staatsloterij Française des jeux en energiebedrijf Engie. “Het komt niet toe aan de staat om concurrerende bedrijven te leiden in de plaats van aandeelhouders die de competenties en de knowhow hebben om dat beter te doen”, aldus de minister van Economie, Bruno Le Maire (Le Monde, 14 juni). De privatisering van Engie heeft de werknemers in de energiesector nog woedender gemaakt, terwijl ze al een drijvende kracht van de strijd waren. De acties in die sector kunnen de spoorwerkers een boost geven. “Twee grote stakingen tegelijkertijd, die allebei de openbare dienstverlening verdedigen, dat biedt de mogelijkheid om de krachten te bundelen en is een heel ander verhaal dan één alleenstaande actie”, zo merkt een blogger van Mediapart op.1

Overwinningen

Hoewel de overwinning zeker (nog) niet binnen is, hebben de werknemers van het spoor al op meerdere vlakken vooruitgang geboekt. Ten eerste, is er het feit dat ze zo al lang standhouden tegen de liberale machine. Want het is geen toeval dat zij nu een doelwit zijn: “Macron heeft een krachtmeting opgezocht met een sector die in staat is om weerstand te bieden. En een bastion van de CGT. Macron schrijft zich in in de traditie van Thatcher, die de mijnwerkersvakbonden brak, en Reagan, die de luchtverkeersleiders aanviel. Macron wil zijn grote antisociale overwinning”, zo zegt historicus Sylvain Sirot.

En wat meer is, de vakbonden zijn erin geslaagd de grenzen te verleggen. De regering heeft besloten om 35 van de 50 miljard van de schulden van de SNCF over te nemen. Een schuld waar de spoorwerkers absoluut niet verantwoordelijk voor zijn.

Ze hebben de eerste minister, Edouard Philippe, gedwongen om aan de onderhandelingstafel te komen. Want er zijn veel zaken waarover gepraat moet worden. Olivier Gendron: “Er is nog maar 20% van de wet goedgekeurd. De rest moet nog geschreven worden.”

Bij die overige 80% hoort ook de toekomstige collectieve arbeidsovereenkomst. “We hebben een ontmoeting afgedwongen tussen de drie partijen (vakbonden, werkgever en overheid, n.v.d.r.). Tijdens de eerste ontmoeting hebben we kunnen vaststellen met welke arrogantie de bazen en de regering naar de zaak keken. Drie maanden na het begin van ons verzet hebben ze nog steeds niet begrepen waarom we woedend zijn”, legt de federaal secretaris van de CGT uit. Een andere overwinning, en niet de minste, is dat de vakbonden van de rechtbank gelijk hebben gekregen om te stellen dat de vrije dagen tijdens de staking ten laste van de SNCF zijn.

Globaal hebben de spoorwerkers de uitputtingsslag gewonnen. “De regering had erop gerekend dat ze het conflict sneller zou kunnen smoren”, zegt Sylvain Sirot. “En het resultaat van die strijd zal belangrijk blijken in de volgende beleidsfase. De hervorming van de pensioenen is buitengewoon slecht voor de werkende bevolking”, vat de historicus samen. Macron wil aan de pensioenen sleutelen.

Macron lanceert zijn grote hervorming, heel vergelijkbaar met wat we in België zien: een systeem met punten dat de loopbaanduur gaat verlengen en de pensioenbedragen gaat verlagen. We zien het bij ons met de twijfels van de regering en in Spanje met de massale mobilisering van werknemers en “pensionistas”, dit onderwerp kan een regering op haar grondvesten doen daveren. Voormalig Frans eerste minister Alain Juppé moest aftreden door het verzet onder werknemers tegen zijn pensioenhervormingsproject. Een pijnlijke herinnering voor de liberalen.

De vakbond van de stipte treinen

De kracht van de spoorwerkersbeweging komt ook uit haar creativiteit: “We beperken ons niet tot kritiek geven op de hervormingen van werkgevers en regering, maar we ontwikkelen een alternatief plan. In “Ensemble pour le fer” doen we positieve voorstellen voor een betere SNCF. Dat plan werd door de werknemers opgesteld. Het is belangrijk niet altijd bij het negatieve te blijven. We moeten ook een positieve visie aanbrengen.” Voor Laurent Brun moet de boodschap zijn: de CGT is de vakbond van de stipte treinen, en niet de vakbond die de tijd doorbrengt met staken.

De CGT verspreidden een krantje op 500.000 exemplaren om de band tussen reizeiger en werknemers te versterken.

Om dat te bewijzen lanceerde de CGT haar plan “Ensemble pour le fer” (“Samen voor het spoor”), om ook aan de spoorwerkers duidelijk te maken: “De SNCF is van jullie, neem jullie bedrijf terug in handen.” Op het pamflet van het gemeenschappelijk vakbondsfront dat in Rijsel aan alle reizigers werd uitgedeeld stond te lezen: “De spoorwerkers zijn zich bewust van de tekortkomingen van hun bedrijf, ze zijn de eersten om daar de gevolgen van te dragen. Ze pleiten voor een ontwikkeling richting een spoorwegbedrijf voor reizigers (onderhoud van kleine stations, meer treinen op piekuren, regelmatige dienstverlening ...) maar ook voor goederen (ecologie, ontlasten van de wegen, spoorsnelwegen …).”

Een Europese dimensie

De hervorming van de spoorwegen komt niet enkel uit het programma van de president. “Macron kreeg een welkom duwtje in de rug vanuit Brussel. In 2015 besloot de EU om het spoor in alle lidstaten per 2020 open te stellen voor concurrentie. Staatsspoorbedrijven zoals de SNCF verliezen daarmee het alleenrecht om het spoor in eigen land uit te baten”, schreef De Morgen op 16 juni.

Het voorbeeld van landen waar de spoorwegen zijn geprivatiseerd versterkt de Franse spoorwerkers nog in hun wil om hun publieke diensten te redden: in Groot-Brittannië, Duitsland, etc. zijn de prijzen de hoogte in geschoten, de veiligheid gedaald en de vertragingen toegenomen. Aan de overkant van het Kanaal eisen pendelaars en spoorwerkers een hernationalisering van het spoor. “De privatisering van de Britse spoorwegen door de conservatieven in het midden van de jaren 1990 ging vergezeld van de belofte dat de dienstenverlening efficiënter en goedkoper zou worden. Vijfentwintig jaar later is de balans rampzalig, met overvolle, afgeschafte of vertraagde treinen en enorm dure tickets. De tarieven stijgen elk jaar meer dan 3%. De Britten geven zo elke maand zes keer meer uit voor hun voor hun verplaatsingen met de trein dan de gemiddelde Europeaan. (...) Redenen genoeg voor de reizigers om een campagne op te starten voor de hernationalisering van de spoorwegen in het land. Een boodschap die overkomt bij de publieke opinie: meer dan 70% van de Britten is voorstander”, meldde Radio France International in een reportage op 23 juni.

De spoorwerkers van andere Europese landen hebben ook begrepen dat als de hervorming erdoor komt in Frankrijk, hun land het volgende in de rij is, als het al niet te laat is. De Italianen, Portugezen, Engelsen enz. hebben zich dan ook solidair getoond door de Franse spoorwerkers een bezoek te brengen.

En de spoorwerkers bij ons? Die bezochten geregeld de stakingspiketten. Er waren ook meer dan tweehonderd spoormannen en -vrouwen op de grote betoging in Parijs van 22 maart.

De spoorwerkers bij ons staakten van 28 tot 30 juni tegen hetzelfde Europese beleid dat het pensioenstelsel afbreekt, het spoorwegstatuut bedreigt, het welzijn en de veiligheid van de reizigers in gevaar brengt en de dienstverlening in het gedrang brengt ...

Een sterk vakbondsfront

De vier vakbonden die samen het vakbondsfront vormen houden al drie maanden lang stand. De langste sociale strijd bij de spoorwegen sinds 1995 was nochtans geen lang leven beschoren, als we verschillende opiniemakers mochten geloven.

De strategie van de regering om dat front te breken was eenvoudig, of zo leek het toch: het in twee delen. Aan de ene kant de CGT en Sud, de vakbonden van de “harde lijn”, aan de andere kant de CFDT en de Unsa, de “hervormingsgezinde” vakbonden. Kortom, enerzijds de “slechten” die alleen maar klagen en anderzijds de “goeden” die het spel van de machthebbers meespelen. Maar kijk, ondanks enkele elementen die voorgesteld werden als toegevingen van de regering aan de “hervormingsgezinde” vakbonden houdt het front nog steeds stand. Waarom?

Ten eerste worden de CFDT en de Unsa dan wel voorgesteld als “hervormingsgezind”, dat neemt niet weg dat hun militanten deelnemen aan de staking. Alles nu stopzetten zou een vreemde boodschap meegeven: “Jullie hebben gestaakt, dat heeft jullie fysiek maar ook financieel veel gekost. Maar helaas, we stoppen ermee ...” Dat allemaal voor niets? En elke strijd, hoe die ook afloopt, is voor wie eraan deelneemt ook een stuk politieke vorming. De vakbondsleden zouden een compromis tussen de regering en hun leiding dus slecht verteren. Een boodschap die de secretaris-generaal van de CFDT, Laurent Berger, goed begrepen had toen hij op het congres van zijn vakbond in Rennes begin juni verklaarde: “Het bedrijf zal geen ingrijpende hervormingen doormaken tegen de wil van zij die de hervormingen in de praktijk moeten uitvoeren.”2

En dan is er nog de autoritaire houding van de regering. Sinds hij verkozen is, is de beleidswijze van Macron samen te vatten als volgt: “Ik ben verkozen, ik moet aan niemand verantwoording afleggen.” En zeker niet aan de vakbonden ... Overleg is geen methode voor de “president van de rijken”. Waarom mijn geduld verliezen met de meest “gematigden”.

Welke perspectieven?

“We hebben geen glazen bol. We weten niet hoe een strijd zal eindigen wanneer we die beginnen. Het enige waar we zeker van zijn is dat wanneer we ze niet voeren, we de strijd hebben verloren”, vertelde de algemeen secretaris van de CGT Cheminots Versailles ons op de 1 meiviering in Luik, waar hij samen met zes andere spoorwerkers uit Parijs uitgenodigd was door de PVDA.

Laurent Brun, algemeen secretaris van CGT Cheminots, op een conferentie die de PVDA samen de PCF (de Communistische Partij van Frankrijk) in Brussel organiseerde op 15 mei. (Foto Solidair, Sophie Lerouge)

Ondanks de boodschap van gelatenheid die bepaalde grote media verpreidden, ondanks de oproep tot “verantwoordelijkheidszin” van de regering en de werkgevers, hebben de vakbonden besloten om hun strijd verder te zetten. Eerste stap: 28 juni. Hoewel die dag voorzien was als de laatste stakingsdag door het gemeenschappelijk front, riepen verschillende vakbonden op om er een dag van sectorale acties van te maken. Waar sommigen er een laatste wapenfeit in zien, denken anderen nog niet aan opgeven. Laurent Brun sluit het interview af met: “Wat zal tellen is hoe stevig we kunnen blijven mobiliseren. We moeten geregeld de mobilisatie herlanceren, door verschillende actievormen, door nieuwe strijdpunten. Op een dag zal de regering zich de vraag moeten stellen: ‘Hoe geraken we uit dit conflict?’ En dan …”

“Deze zomer mogen we nog korte maar krachtige acties verwachten”, zegt historicus Sylvain Sirot. “De collectieve arbeidsovereenkomst moet onderhandeld worden. Niets sluit uit dat het verzet dan niet weer oplaait. De strijd kan hervatten na een korte pauze. In ieder geval laat deze beweging sporen na. Maar zowel de overwinning als de nederlaag zullen historisch zijn: ofwel winnen de spoorwerkers en worden de machthebbers een eerste keer halt toegeroepen, wat anderen kan inspireren, ofwel wint de regering en stuurt ze zo het signaal dat ze zelfs de sterkste bastions van werknemers klein kan krijgen. De inzet is, al van in het begin, historisch: als de spoorwerkers winnen, wil dat zeggen dat onze maatschappij in staat blijft om de afbraak van ons sociaal model tegen te houden.”

“De regering roept iets te snel de overwinning uit. De manifestatie van 28 juni zal ons helpen om te laten zien dat het geen zwanenzang is”, concludeert Olivier Gendron op zijn beurt.

Socioloog Julian Mischi schreef in zijn boek “Le bourg et l’atelier”: “Wat ze vandaag proberen te breken is de cultuur van de spoorwerkers: de waarden van solidariteit. De maatschappij wordt steeds individualistischer. We zijn het over het algemeen met elkaar eens, maar vaststellingen doen en de mensen meekrijgen in de strijd zijn twee verschillende zaken. Misschien komt er op een dag een omslag ...”

1 https://blogs.mediapart.fr/jean-marc-b/blog/210618/la-greve-enedis-et-grdf-est-extraordinaire
2 https://www.lemonde.fr/economie-francaise/article/2018/06/06/en-congres-a-rennes-laurent-berger-estime-que-le-syndicalisme-est-mortel-mais-pas-la-cfdt_5310680_1656968.html

Commentaar toevoegen

Reacties

Het is een schande dat men de Franse spoorwegvrouwen en mannen alleen de strijd laat voeren. Waar blijft de rest van de Europese spoorwegmensen? Gaat het hier bij onze Belgische spoorwegen dan zo goed? Het ganse Europese spoorwegnet zou nu moeten reageren want de mentaliteit van de elite zal nooit veranderen, Alleen het keiharde weerwerk houdt hun ongebreidelde machtswellust in toom. Actieven van vandaag rust dus niet op de lauweren behaalt door uw voorgangers maar blijf strijdvaardig. Laat zien dat er met jullie niet te spotten valt. Spring de Fransen bij, vecht samen voor meer menselijkheid en zekerheid.
Als de werkmens niet voor zijn rechten opkomt en zijn tanden niet laat zien, wordt hij opnieuw een slaaf van de rijke bourgoisie en zal hij bloeden tot de laatste druppel bloed, door die sociaal gestoorde zelfverklaarde ubermens