“Ook de rijken hebben het recht om belastingen te betalen.” (Foto Solidair)

Gezocht: eerlijke belastingen

De beweging van de gele hesjes toont een diep ongenoegen in onze samenleving: alles wordt duurder, maar onze lonen stijgen niet, en heel wat taksen blijven maar stijgen. En het zijn dan nog sociaal onrechtvaardige taksen ook. De fortuinen van de miljonairs blijven buiten schot. Tijd om daar verandering in te brengen. 

Over onrechtvaardige belastingen …

De btw, een belasting speciaal om gezinnen te laten betalen

In tegenstelling tot wat de benaming laat uitschijnen is de belasting op de toegevoegde waarde (btw) geen belasting op de productie, maar op de consumptie. Enkel gezinnen betalen die belasting, ondernemingen niet (die kunnen de btw aftrekken).

Fiscale rechtvaardigheid betekent: hoe hoger het inkomen, hoe hoger het belastingtarief

Bovendien is die belasting sociaal onrechtvaardig. Fiscale rechtvaardigheid vloeit immers voort uit het principe van een progressieve belasting: hoe hoger het inkomen, hoe hoger het belastingtarief. En voor de btw is dat niet het geval. De Franse econoom Thomas Piketty zegt daarover: “Een belasting op consumptie is een 19de-eeuwse belasting die niet meer thuishoort in de 21ste eeuw. Indirecte belastingen, zoals btw, zijn voor iedereen even hoog. Ze wegen dan ook zwaarder op de lage inkomens.”

De regering-Michel heeft dat niet zo begrepen. Haar taxshift betekende geen verhoging van de (min of meer) rechtvaardige belastingen, integendeel. De regering verlaagde de personenbelasting, een progressieve belasting, en verhoogde de btw en de accijnzen, die vlaktaksen zijn waarbij iedereen hetzelfde belastingtarief betaalt (btw) of hetzelfde bedrag (accijnzen), ongeacht het inkomen. Ondanks andere beloftes trok Charles Michel het btw-tarief voor elektriciteit op van 6% naar 21%, waarmee de belasting op deze basisbehoefte even hoog is als die op kaviaar. Maar hij breidde de btw ook uit naar andere sectoren, zoals de e-commerce en de renovatie van huizen van 5 tot 10 jaar oud. Tussen 2014 en 2019 stegen de btw-inkomsten van 29,2 naar 35,4 miljard euro, een gigantische toename van 6,2 miljard.

We kunnen de regering terugdringen

De PVDA steunt de acties voor meer fiscale rechtvaardigheid en meer koopkracht. Da betekent ook: strijd voor hogere lonen en de pensioenen verdedigen tegen de aanvallen van de regering. Gele, groene en rode hesjes ... samen kunnen we de regering terugdringen. De PVDA staat de komende dagen dan ook aan de zijde van iedereen die daarvoor actie voert (te beginnen op 14 december, de actiedag van de vakbonden).

Accijnzen, of hoe de lont in het kruitvat steken

Net als de btw vallen ook accijnzen onder de noemer onrechtvaardige belastingen, want iedereen betaalt hetzelfde bedrag, ongeacht zijn inkomen. Toch verhoogde de regering-Michel met haar taxshift de accijnzen op tabak, alcohol, frisdrank en brandstof. De accijnzen zijn dan ook nog eens onderworpen aan btw, waardoor de consument drie keer mag betalen: via een hogere btw, via hogere accijnzen en via een hogere btw op de accijnsverhoging.

Hoewel de accijnzen al eerder waren opgetrokken, begonnen ze helemaal de pan uit te swingen door het zogenaamde “cliquetsysteem”, een systeem dat voor het eerst werd toegepast in 2003 door de regering-Verhofstadt II, een coalitie van liberalen en sociaaldemocraten. Nochtans had Émile Vandervelde (1866-1938), de socialistische leider die zijn naam gaf aan de studiedienst van de PS, in 1919 al vastgesteld dat “een belasting op verbruik vooral de werkende klasse treft”. En dat in een tijd waarin accijnzen de belangrijkste vorm van belasting was, want de btw bestond toen nog niet.

Het cliquetsysteem

Het cliquetsysteem komt erop neer dat bij elke daling van de olieprijzen de accijnzen op brandstof verhogen. Zo profiteert de regering van de schommelingen van de olieprijzen. Op korte termijn lijkt dat geen pijn te doen (de accijnsverhoging treedt in werking als de olieprijzen dalen), maar op lange termijn blijken die accijnzen enorm toegenomen. In 2003, werd op een liter diesel 23 eurocent accijnzen geheven. In 2015 was dat 43 eurocent. En in juli 2018, 60 eurocent. Op een prijs van 1,56 euro aan de pomp is er dus 69 eurocent voor de productie en de distributie, 60 eurocent accijnzen en 27 eurocent btw. De taksen lopen dus op tot 126% van de prijs zonder taks.

Onder de regering-Michel, van 2014 tot 2019, stegen alle accijnsrechten samen met 1,7 miljard euro, waarvan 1,3 miljard op energieproducten. Deze bijkomende taksen hebben geen enkel effect op het milieu. Bewijs: een ontradende taks die het gedrag van de bevolking moet veranderen, wordt verondersteld niets op te brengen, anders is het een bewijs dat de gedragsverandering niet gelukt is. En hoe zouden de mensen hun auto aan de kant kunnen laten staan, als de regering minder geld steekt in openbaar vervoer? Een ander bewijs dat deze belasting geen effect heeft op het milieu: de opbrengst ervan wordt niet gebruikt om te investeren in een beleid dat de CO2-uitstoot doet verminderen. Het is gewoon een gemakkelijke manier om antisociale belastingen te heffen. En het zadelt de mensen op met een schuldgevoel.

De koolstoftaks of de ecologische hypocrisie

In heel wat Europese landen werd al een koolstoftaks ingevoerd – in Denemarken, Finland, Zweden en Frankrijk, waar het leidde tot de opkomst van de gele hesjes. Ook ons land wil dat doen, met de steun van alle partijen behalve de PVDA.

De koolstoftaks past in een milieubeleid dat gericht is op de markt. De gevolgen daarvan zijn catastrofaal

Deze taks bestaat erin dat er voor elk geproduceerd ton CO2, een bepaald bedrag wordt betaald. Er zijn twee manieren om dat te berekenen; ofwel wordt op elk product een taks geheven naargelang de CO2-uitstoot die ermee gepaard gaat, ofwel wordt de taks geheven op fossiele brandstoffen, wat erop neerkomt dat er gewoon een extra accijns wordt toegevoegd aan de reeds bestaande. Aangezien die tweede methode eenvoudiger is, is het deze die wordt gevolgd in de landen waar de koolstoftaks reeds van toepassing is.

Welke berekeningsmethode ook wordt gehanteerd, het is een nieuwe onrechtvaardige belasting, net als de btw en de accijnzen. Een zoveelste belasting met drie tekortkomingen: 1) ze treft enkel de eindverbruiker, dus de gezinnen; 2) ze treft rijk en arm op dezelfde manier (en de laagste inkomens worden zelfs meest getroffen, aangezien ze hun hele inkomen opgebruiken); 3) ze geeft de consument een schuldgevoel zonder dat die echt de mogelijkheid heeft om zijn gedrag te veranderen.

Het is eens te meer een alibi om de bevolking uit te zuigen. In Frankrijk trouwens, diende de opbrengst van de koolstoftaks voor cadeaus aan ... de werkgevers.

De koolstoftaks past in een milieubeleid dat vooral gericht is op de markt. Maar de gevolgen van die koers zijn catastrofaal. Om de omschakeling te maken fossiele en nucleaire brandstoffen naar hernieuwbare energie, rekent de regering op privébedrijven. Dat bleek al een dramatische mislukking die leidde tot een gevaarlijke verlenging van de kerncentrales. Hetzelfde geldt voor de vermindering van de CO2-uitstoot, een koolstofmarkt (ETS) en een "vervuilingstoelating" werden ingevoerd, die hebben de uitstoot niet serieus verminderd – de CO2-uitstoot is sinds 2014 zelfs weer aan het toenemen – maar ze gaven multinationals als ArcelorMittal de kans zich te verrijken toen ze hun staalbedrijven sloten.

We kunnen de regering terugdringen

De PVDA steunt de acties voor meer fiscale rechtvaardigheid en meer koopkracht. Da betekent ook: strijd voor hogere lonen en de pensioenen verdedigen tegen de aanvallen van de regering. Gele, groene en rode hesjes ... samen kunnen we de regering terugdringen. De PVDA staat de komende dagen dan ook aan de zijde van iedereen die daarvoor actie voert (te beginnen op 14 december, de actiedag van de vakbonden).

 

Over eerlijke belastingen die er niet zijn ...

De patronale diefstal van bedrijfsvoorheffing en sociale bijdragen

De taxshift is een verlaging van de personenbelasting die gecompenseerd wordt hogere (onrechtvaardige) taksen op consumptie

De regering beweert dat ze met haar taxshift de koopkracht heeft versterkt. Het tegendeel is waar. Want de taxshift bestaat uit drie luiken van elk ongeveer 4 miljard euro. De eerste twee luiken, zoals hoger vermeld, zijn een verlaging van de personenbelasting gecompenseerd door een verhoging van (onrechtvaardige) taksen op de consumptie. De som is dus nul: geen hogere koopkracht, maar een onrechtvaardige belasting. Dan is er het derde luik van de taxshift: de cadeaus aan de werkgevers. En hoe worden die cadeaus gefinancierd? Door te besparen in de openbare diensten (waar vooral de minder gegoede gezinnen gebruik van maken) en de sociale zekerheid.

Bilan van de taxshift: de werkgevers winnen, de werknemers verliezen

Die cadeaus aan de werkgevers zijn vooral loonsubsidies in twee vormen. Er zijn vooreerst de vrijstellingen van bedrijfsvoorheffing. Wanneer de werkgever aan de werknemers hun loon (netto) stort, wordt daar eerst de voorheffing afgetrokken om die te storten aan de belastingen. Dat is een voorschot op de belastingen die zullen berekend worden als de loontrekkende zijn belastingaangifte invult. De werkgever speelt dus enkel de rol van postbode, om praktische redenen. Maar sinds 2003 heeft die postbode het recht om een deel van de voorheffing van zijn werknemers voor zich te houden. De eerste jaren waren die vrijstellingen van bedrijfsvoorheffing beperkt, tot een jaarlijks bedrag van 200 miljoen euro. Maar vandaag bedraagt die patronale diefstal 3 miljard euro per jaar.

Het andere cadeau aan de werkgevers zijn de verminderingen van de sociale bijdragen, patronale bijdragen genoemd. Deze term is niet correct aangezien, zoals de bedrijfsvoorheffing, het geheel van de sociale bijdragen het indirect loon van de werknemers is: het deel dat ze krijgen via de sociale zekerheid en de openbare diensten. De regering-Michel heeft op die manier de indirecte loonroof die begon in 1990 nog een versnelling hoger geschakeld. Zoals onderstaande grafiek aantoont, is die evolutie indrukwekkend: al die cadeaus samen waren in 1999 goed voor 2 miljard, maar bereiken nu de 16 miljard euro.

De lijn van de werkgevers wordt duidelijk gevolgd door alle regeringspartijen. Ze volgen onder meer het dogma van de concurrentiekracht wat noodzakelijk moet leiden tot “lagere loonlasten”. Ze worden voorgesteld als een noodzaak voor de economie van het land. Maar men verstopt dat die “lastenverlaging” in werkelijkheid een diefstal is van het indirect loon van de werknemers ten voordele van de werkgevers. Bovendien is deze overdracht van inkomsten uit arbeid naar het kapitaal nefast voor onze economie omdat het inkomen vermindert en dus de consumptie van de werknemers, wat leidt tot crisissen van overproductie.

België is een fiscale hel voor het volk, maar een belastingparadijs voor miljonairs en grote bedrijven

Minibelasting voor grote bedrijven

België is een fiscale hel voor het volk, maar een belastingparadijs voor de miljonairs en de grote bedrijven. Deze laatste profiteren van een reeks fiscale “achterpoortjes”, van aftrekposten waardoor ze véél minder betalen dan de officiële vennootschapsbelasting (33,99%).

Neem nu de laatste “top 50 van de fiscale kortingen” (over de winsten van 2017) die de PVDA-studiedienst elk jaar uitbrengt. Het gaat om de 50 bedrijven die het meest hebben geprofiteerd van de fiscale achterpoortjes. Gemiddeld betaalden ze een belastingtarief van 2,6%. Je vindt er een hele reeks bedrijven waar de rijkste families van het land met hun geld in zitten. GBL bijvoorbeeld, de grootste holding van de onlangs overleden miljardair Albert Frère: op een winst van 683 miljoen euro, betaalde dit bedrijf ... 12.000 euro belastingen, dat is een belastingtarief van 0,002%.

Hoe is dat mogelijk? Omdat een holdingbedrijf, wiens enige activiteit erin bestaat enorme aandelen en andere participaties te beheren, is vrijgesteld op deze twee belangrijkste bronnen van inkomsten: dividenden en de meerwaarde op aandelen. En GBL is niet de enige die een minibelasting betaalt, zoals onderstaande tabel toont.
 

Belastingtarief van holdings van de Belgische (super)rijken

(op basis van de “Top 50 van fiscale kortingen 2017”, gepubliceerd door de PVDA)

Sofina (familie Boël)

0,05 %

GBL (familie Frère)

0,002 %

KBC Ancora (families Vlerick en co)

0 %

Cobepa (familie de Spoelberch)

0,3 %

AvH (families Bertrand, Ackermans, van Haaren)

0,04 %

Solvac (familie Solvay)

0 %

De regering-Michel heeft de vennootschapsbelasting hervormd en de officiële aanslagvoet verlaagd, en in ruil heeft ze – naar eigen zeggen – enkele fiscale achterpoortjes aangepakt zodat de hervorming uiteindelijk een nuloperatie moet zijn. Het eerste deel van de afspraak is de regering netjes nagekomen. De aanslagvoet zakte van 33,99% naar 25%.

In tegenstelling tot de oneerlijke belastingen, die de laatste jaren enkel maar gestegen zijn, blijft de vennootschapsbelasting maar dalen. Eind de jaren 1970 bedroeg de aanslagvoet 48% en de bedrijven die de hoogste winsten realiseerden, betaalden zelfs meer dan 50%. In 1982 werd de aanslagvoet verlaagd naar 45%, in 1987 naar 43%, in 1990 naar 41%, in 1993 naar 39% en in 2002 naar 33,99%. En nu dus, na de hervorming van de vennootschapsbelasting naar 29,58% in 2018 en 25% in 2020. Met andere woorden, in veertig jaar tijd is het belastingtarief dus gehalveerd. Over diezelfde periode zijn de accijnzen op diesel maal zeven gegaan.

De rijkste 1% van de bevolking bezit evenveel als de armste 60%

Dan bekijken we even het tweede luik van de hervorming van de vennootschapsbelasting: zou de regering in ruil voor een daling van het belastingtarief echt de fiscale achterpoortjes wegwerken? Neen, luidt het antwoord. De enige fiscale gunstmaatregel die echt werd hervormd, is de aftrekpost notionele intresten, maar die had al nauwelijks impact meer, want hij hangt af van de algemene evolutie van de interestvoeten en die zijn sterk gedaald. Zo is het tarief van de notionele-interestaftrek, na een stijging tot 4,473% (winsten 2009), vanzelf gedaald tot 0,237% (winsten 2017), twintig maal lager dus. De regering heeft dus een fictieve hervorming doorgevoerd op fictieve interesten. Een virtuele hervorming.

De twee grootste fiscale gunstmaatregelen, waarvan grote bedrijven profiteren zoals GBL van de familie Frère, zijn niet kleiner geworden maar … nog uitgebreid. De vrijstelling op meerwaarden van aandelen gaat van 98,79% naar 100%. En de belastingvrijstelling op dividenden (DBI-systeem) gaat eveneens van 95% naar 100% (terwijl een kleine aandeelhouder wel degelijk 30% roerende voorheffing moet betalen op dividenden). De vraag die zich stelt is hoe de hervorming van de vennootschapsbelasting dan ooit budgetneutraal kan zijn? Om het gat op te vullen zal de bevolking dus nog meer oneerlijke belastingen moeten betalen.

Grote vermogens ontspringen de dans

De inkomensongelijkheid in ons land is groot, maar de vermogenskloof is nog groter. Zo bezit de rijkste 1% van de bevolking evenveel als de armste 60%. En helemaal op de top van de piramide tronen de miljardairsfamilies (we hebben het wel degelijk over families die meer dan duizend maal een miljoen euro hebben) die in 2014 met z’n veertienen waren. Na vier jaar regering Michel zijn het er al 27 geworden, een verdubbeling dus.

Het wordt tijd dat we het tij keren en de oneerlijke belastingen voor het volk verminderen

Al jaren ijvert de PVDA voor de invoering van een miljonairstaks die enkel op 2 tot 3% van de rijkste families van toepassing zou zijn en dus 97% van de bevolking zou sparen. Uit alle peilingen blijkt dat een zeer grote meerderheid van de bevolking voorstander is van zo’n belasting. In Frankrijk wordt in het politieke debat dat onder invloed van de beweging van de gele hesjes op gang is gekomen ook een verband gelegd tussen de brandstofaccijnzen en de vermogensbelasting (ISF) of rijkentaks die Macron vorig jaar heeft afgeschaft. De Franse president heeft onder druk van de straatprotesten aangekondigd dat de hogere brandstofbelastingen zouden worden uitgesteld, enkele uren later zelfs dat ze volledig zouden worden afgeschaft, maar tegelijk bevestigde hij ook dat hij volledig tegen de herinvoering van de vermogensbelasting is. Ook hier stelt zich de vraag wie zal opdraaien voor het afvoeren van de hogere brandstofbelastingen? Zullen er nieuwe belastingen komen, die door het volk moeten worden gedragen?

In België voerde de regering-Michel in 2017 een vermogensbelasting in die in werkelijkheid niet meer is dan een rookgordijn: de zogenaamde taks op effectenrekeningen. Het tarief van de taks is vastgesteld op 0,15% voor alle deelbewijzen die een persoon heeft bij een bank (op een effectenrekening dus) als die hoger is dan 500.000 euro. Het probleem is dat de rijkste Belgen – Frère, Boël, de Spoelberch, Bertrand en co – hun vermogen niet op een effectenrekening onderbrengen. Ze ontsnappen dus aan die taks. En nog afgezien van die tekortkoming, zijn alle fiscalisten het erover eens dat die taks op effectenrekeningen op alle manieren kan vermeden worden, zo lek is als een zeef dus. Zoals we boven al stelden, de taks is niet meer dan een rookgordijn waarmee de regering probeert enige legitimiteit aan haar asociale beleid.

Samengevat: oneerlijke belastingen alom en de fiscale rechtvaardigheid is volledig zoek. Het wordt tijd dat we het tij keren en we de oneerlijke belastingen verminderen die het volk moet betalen – bijvoorbeeld door het btw-tarief op elektriciteit te verlagen naar 6% en de accijnzen terug te brengen naar het niveau voor de invoering van het cliquetsysteem – waarbij we ook de rijksten laten bijdragen door de invoering van een miljonairstaks en door alle fiscale gunstmaatregelen voor de vennootschapsbelasting te schrappen.

We kunnen de regering terugdringen

De PVDA steunt de acties voor meer fiscale rechtvaardigheid en meer koopkracht. Da betekent ook: strijd voor hogere lonen en de pensioenen verdedigen tegen de aanvallen van de regering. Gele, groene en rode hesjes ... samen kunnen we de regering terugdringen. De PVDA staat de komende dagen dan ook aan de zijde van iedereen die daarvoor actie voert (te beginnen op 14 december, de actiedag van de vakbonden).

 

Commentaar toevoegen

Reacties

Wie geen wagen heeft,vervuilt het milieu niet.Veroorzaakt geen files en rijdt geen wegen kapot.Ook worden er geen subsidies voor een salariswagen gegeven .Het zou maar eerlijk zijn deze mensen gratis met tram of bus te laten rijden.Sollidair zijn moet van twee kanten komen. Waarom wordt er niet gesproken over alleenstaanden gepensioneerden of éénoudergezinnen.Wij betalen ivm steeds meer dan gezinnen.Dit is pure discriminatie.Ben niet voor indexeringen maar wel voor verminderingen van belastingen.Waarom zijn gezonde voeding,elektriciteit ,water en verwarming zo duur?
Inderdaad, de ecoliberalen van Groen, de sociaalliberalen van SP-a, de christenliberalen van CD&V, de liberalen van VLD (er waren al liberalen, waarom al die anderen liberaal werden?), de conservatief of nationaalliberalen (de nazi's werden nalib's) van N-VA willen een klimaatbeleid op kap van de mensen, terwijl de kapitalisten daarvoor de hoofdverantwoordelijken zijn. Het zijn heus niet de kacheltjes die de meeste vervuiling veroorzaken. Alleen al de vliegtuigen waar politiekers mee naar een klimaatconferentie vliegen vervuilen meer dan een jaar lang kacheltjes wereldwijd. Overigens zou in een 24/7 economie het openbaar vervoer ook 24/7 moeten rijden voor het woon-werkverkeer, misschien moeten we van die doordraaieconomie af, en opnieuw alleen nog overdag gaan werken in het arbeidscircuit in plaats van op één of andere "markt".
Hoe gaat daar ooit een einde aan komen. Al zolang dat die onrechtvaardigheid duurt.