Gezondheid onder de loep: over dure specialisten, ongezonde besparingen en de vloek van Maggie De Block

Twee miljard euro besparingen in de gezondheidszorg hangen boven ons hoofd. Nog nooit eerder waren de geplande besparingsmaatregelen in de gezondheidszorg zo groot. Maggie De Block beweert dat de patiënten hier niet veel van zullen voelen. De studiedienst van de PVDA en Geneeskunde voor het Volk namen de plannen onder de loep en concluderen dat de patiënt wel degelijk de rekening betaalt. Ofwel wordt de financiering herzien waardoor de patiënt meer uit eigen zak betaalt, ofwel wordt het aanbod aan zorgen verminderd. Daarnaast blijven de woekerprijzen van de farma-industrie en de exorbitante erelonen van bepaalde specialisten zo goed als buiten schot en dringt privatisering van de zorgverzekering zich meer en meer op. Dit alles bij elkaar maakt de last voor de patiënt gevoelig groter waarbij vooral de minstbedeelden het meest getroffen worden.

Het cactus-plan van de PVDA stelt 5 structuele maatregelen voor als alternatief voor een haalbare financiering van een toegankelijke en kwaliteitsvolle gezondheidszorg voor iedereen.

1. Gezondheidszorg op een keerpunt

1.1. Grote noden

De laatste 20-30 jaar is de situatie voor de patiënt steeds zwaarder geworden. Een aantal cijfers op een rijtje[1]:

  • 14% van de Belgen stelt medische zorgen uit om financiële redenen. In 1997 was dat nog 8%.
  • 900.000 Belgen kunnen hun dokter niet betalen. Op 31 Europese landen haalt België amper de 20ste plaats.[2] 
  • Mensen met een chronische ziekte zijn de grootste slachtoffers. Een voorbeeld, de campagne van de Vlaamse Liga tegen Kanker: Kanker Maakt Arm. Uit een analyse van de aanvragen bij het Kankerfonds van de VLK was gebleken dat bijna de helft van de gezinnen die een uitkering krijgen van het fonds, het moet rooien met een inkomen onder de armoedegrens.
  • De oorzaak: de patiënt moet steeds meer uit eigen zak betalen, ondertussen al 28% van alle gezondheidszorguitgaven in ons land. Gemiddeld is dat 666 euro per Belg per jaar. Daarmee staan we aan de top in Europa.
  • Twee grote boosdoeners doen de factuur voor de patiënt gevoelig stijgen: Ereloon- en materiaalsupplementen op de ziekenhuisfactuur of in de ambulante zorg.[3] De prijs van geneesmiddelen. Het gevolg: een nieuw verschijnsel in België, de hospitalisatieverzekeringen. Door de torenhoge eigen bijdrage voor gezondheidszorg hebben vandaag 8,2 miljoen Belgen naast hun ziekteverzekering een aanvullende hospitalisatieverzekering.
    Deze evolutie is helemaal niet positief. De privatisering leidt tot een groeiende ongelijkheid in toegang tot zorg. Hoe groter de premie die je kan betalen, hoe meer je verzekering dekt. En wat met de 20% van de Belgen die geen aanvullende hospitalisatieverzekering heeft?
  • In België slikken meer dan 1 miljoen mensen antidepressiva.[4] Op 8 jaar tijd met 40 procent toegenomen. De eerste cijfers van de meest recente gezondheidsenquête toonden ons hoe urgent de crisis een oplossing voor dit probleem gemaakt heeft. Het aantal Belgen met depressieve gevoelens en zelfdodingsgedachten, met angststoornissen en met slaapstoornissen is sinds 2008 spectaculair gestegen.[5]
  • Door een contingentering van het aantal Riziv-nummers – ondertussen al sinds 1997 – is er een tekort aan artsen. De decanen van de Franstalige geneeskundefaculteiten kondigden aan het begin van dit academiejaar namelijk aan dat ze geen Riziv-nummer hebben voor de helft van de geneeskundestudenten die dit jaar – na zeven jaar studeren – afstuderen:  een onhoudbare maatregel op een moment dat er een nijpend tekort is aan huisartsen en verschillende soorten specialisten.[6]

1.2. Roep naar hervormingen

Overconsumptie

“De prijs van uw gezondheid”, dat is de titel van het boek dat professor Gezondheidseconomie Lieven Annemans in februari uitbracht. Het boek deed veel stof opwaaien. Zelfs oud-minister vor Volksgezondheid Onkelinx reageerde verbolgen. Nochtans zijn de fenomenen die hij in zijn boek beschrijft, allemaal uit het leven gegrepen. Annemans plaatste de misstanden in onze zorg – de over- én de onderconsumptie – als nooit tevoren op de agenda.[7]

Ziekenhuisfinanciering

De Belgische ziekenhuizen worden zwaar ondergefinancierd. Voor een deel is dat ook de reden dat artsen gepusht worden om extra onderzoeken te doen en om meer ereloonsupplementen te vragen. Onkelinx had toen al aan het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg gevraagd om de ziekenhuisfinanciering onder de loep te nemen. Ondertussen verschenen twee rapporten. Een dat het systeem in onze buurlanden bestudeerde, en een dat een aantal aanbevelingen formuleerde voor ons systeem.[8] De belangrijkste aanbeveling is een uitbreiding en verfijning van de bestaande forfaitaire financiering per opname, veel meer gebaseerd op reële kosten.

Gratis eerstelijn

De eis voor een gratis eerstelijnsgezondheidszorg vindt steeds meer weerklank, bleek tijdens de verkiezingscampagne van 2014. Het voorstel werd sinds lang ondersteund door de PVDA, maar deze keer kwamen ook opvallend veel organisaties en academici ermee op de proppen. Onder andere het Netwerk Tegen Armoede en de Vlaamse huisartsenvereniging Domus Medica hadden het opgenomen in hun eisenpakket, alsook ook professor Jan De Maeseneer (UGent). De argumenten pro zijn legio: niet alleen verlaagt het de drempel voor mensen met beperkte financiële middelen, het is ook bewezen dat het helpt om de tweedelijnszorg meer te ontlasten.

1.3. Regering-Di Rupo: besparingen en halfslachtige maatregelen

Vandaag vertrekken we vanuit een toestand die we hebben geërfd van de regering-Di Rupo. Aan de ene kant werd door de regering-Di Rupo serieus bespaard, aan de andere kant waren de weinige sociale maatregelen die ze nam, te zwak.

Met haar maatregelen toonde de regering-Di Rupo dat ze zag waar de problemen liggen, maar de maatregelen waren halfslachtig. De regering durfde de confrontatie met de belangengroepen (rijke artsen, privéverzekeringen, de farmaceutische lobby en het medisch-industrieel complex) niet aan. Minister Onkelinx voerde het verplicht voorschrijven op stofnaam enkel in voor antibiotica en geneesmiddelen tegen schimmel. Woekerprijzen voor medicijnen, generische producten tot en met kankermedicatie, bleven dus bestaan.

Onkelinx voerde onder druk van Europa het kiwimodel voor ziekenhuizen in, maar voor elk ziekenhuis apart en niet nationaal. Bovendien gaan de opbrengsten ervan niet naar de patiënten. Onkelinx verbood ereloonsupplementen, maar enkel voor tweepersoonskamers. Voor eenpersoonskamers, voor daghospitalisatie en voor ambulante consultaties of zorg kunnen specialisten buitensporige erelonen blijven vragen. Het probleem van de tweesnelhedengeneeskunde neemt toe: wachttijden en ondermaatse zorg voor de niet-begoede patiënt, en speedy pass en luxebehandeling voor de private klant, op de private raadpleging en in de private ziekenhuiskamers.

2. Maggie De Block: vloek of zegen?

Tegenwoordig is Maggie De Block minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken. Na één maand kunnen we zeggen dat een aantal krachtlijnen van haar beleid duidelijk geworden zijn:

Het eerste nieuws dat uit het regeerakkoord bekend geraakte, zorgde meteen voor een koude douche: de regering-Michel-De Wever wil 2 miljard euro besparen in de gezondheidszorg. Nooit eerder gezien. De gevolgen voor de patiënt kunnen niet anders dan groot zijn.
Maar De Block maakte zich sterk dat de patiënt weinig hinder zal ondervinden. Volgens haar is er wel degelijk ruimte om te besparen zonder dat de zorg voor de patiënten in het gedrang komt.[9]
Ze wil een ‘efficiëntere gezondheidszorg’. Ze wil ziekenhuisbedden afbouwen, en ze wil dat ziekenhuizen zich specialiseren in bepaalde behandelingen. Dat zijn voor haar speerpunten voor de komende vijf jaar.
Een dikke week later legde ze al meteen een voorstel voor aan het Riziv voor het budget van 2015. Het remgeld voor sommige specialisaties werd verhoogd, en pas bevallen moeders moeten sneller het ziekenhuis verlaten. Maar van een aanpak van de toplonen van een aantal specialisten wil ze niet horen.
Als reactie op de strijd van de Franstalige geneeskundestudenten beloofde ze wel dat er een medisch kadaster komt. Ze wil er alles aan doen om in Wallonië en Brussel een ingangsexamen op te leggen.

2.1. “Teveel verspild én teveel bespaard”

2 miljard euro moet er dus bespaard worden. De groeinorm wordt verlaagd naar 1,5%. De groeinorm is het percentage waarmee het budget van het Riziv mag groeien elk jaar.

Waarom is die zo belangrijk? De groeinorm van 4,5% in de ziekteverzekering is een tiental jaar geleden ingevoerd. Er waren drie belangrijke redenen:

1) de toenemende vergrijzing,

2) de oplopende kosten van technologische vooruitgang, en

3) de onvervulde noden.

De groeinorm werd vervolgens al snel onder vuur genomen door de rechtse partijen. Ze werd een eerste maal verlaagd naar 3 % door de regering Di Rupo, en nu dus nog verder verlaagd, naar 1,5%.

Volgens Maggie De Block gaan we die drastische verlaging van de middelen niet voelen. Alles kan opgelost worden door de verspilling aan te pakken. Maar klopt die bewering? Als we gaan kijken naar de cijfers van het Planbureau alleszins niet. Die schat dat de uitgaven in de ziekteverzekering tot 2018 jaarlijks met 2,9% moeten groeien willen we eenzelfde toegankelijkheid en kwaliteit bewaren. Historische en internationale trends leren dat een realistische uitgavengroei voor de OESO-landen 3% bedraagt. De regering voorziet een groeinorm van 1,5%. Gevolg: ieder jaar opnieuw zullen patiënten 1,5% van het totale gezondheidsbudget of 375 miljoen euro méér uit eigen zak moeten betalen.

Verspilling aanpakken kan goed zijn. Maar dan moet je het op een sociale manier doen. En dan moet het gewonnen geld op een sociale manier besteed worden. Dat was ook de boodschap in het boek van professor Annemans: in onze gezondheidszorg wordt veel verspild, maar worden vele noden ook niet beantwoord. In zijn conclusie schrijft hij: “In de gezondheidszorg wordt er te veel verspild én te veel bespaard.” De nieuwe regering zet deze trend voort.

2.2. Besparen door splitsen

Eén ding ‘vergeet’ men echter vaak te vermelden: een heleboel bevoegdheden zijn sinds de zesde staatshervorming wel verdwenen. Die sectoren van de gezondheidszorg waar door de vergrijzing jaarlijkse groeicijfers van 7% à 9% worden opgetekend, de forfaits voor de RVT’s (rust- en verzorgingstehuizen), de revalidatiecentra… vallen nu onder de bevoegdheid van de gemeenschappen. Zonder dat daarvoor de financiële middelen zijn voorzien. Gevolg: de gemeenschappen gaan zwaar het mes moeten zetten in deze diensten.

Waarschijnlijk wordt dit nog een van de meest voelbare besparingen voor de patiënt, al wordt er nu wel niets over verteld. Het wordt dus steeds belangrijker om ook het beleid van de gemeenschappen op te volgen. Enkele genomen maatregelen beloven alleszins niet veel goeds: ze tonen hoe de neoliberale ideologie die steeds meer ingang vindt in de zorg.

Besparen op animatie

Deze zomer lekte uit dat de regering-Bourgeois de subsidies voor de animatie in de woon-zorgcentra wou afschaffen. Zorgnet Vlaanderen berekende dat de prijs van woon-zorgcentra daarmee tot 720 euro per jaar zou stijgen.[10] Ondertussen is in de beleidsnota van minister Vandeurzen geen sprake meer van deze afschaffing, maar dat ook bejaarden op hun hoede moeten zijn, is duidelijk.

Persoonsvolgende financiering

Voor de Vlaamse Gemeenschap wil de bevoegde minister Vandeurzen in navolging van de gehandicaptenzorg ook in de ouderenzorg het concept van ‘persoonsvolgende financiering’ uittesten. Dat wil zeggen: ouderen die zorg nodig hebben krijgen net als mensen met een handicap een budget, een ‘rugzakje’, ter beschikking waarmee ze zelf op de private markt hun zorg moeten gaan inkopen. Dergelijk systeem heeft bij onze noorderburen de hele zorgsector op enkele jaren tijd geprivatiseerd. Gevolg: voor de patiënt werd de zorg veel duurder voor mindere kwaliteit en het personeel in de publieke zorgsector werd op straat gegooid en vervangen door goedkope werkkrachten van onderaannemingen. De werkloze verzorgenden worden nu trouwens in het kader van de verplichte gemeenschapsdienst in Nederland, in ruil voor het behoud van hun uitkering opnieuw tewerkgesteld in de zorgsector…

Verdubbeling bijdrage Kafkiaanse Zorgverzekering

De Vlaamse zorgverzekering is asociaal, de toegang ertoe kafkaiaans en er een op beroep doen wordt alsmaar ontoegankelijker.

Ontoegankelijker

Heel wat zwaar zieke patiënten verloren het recht op uitkering door de Vlaamse zorgverzekering, niettegenstaande hun gezondheidssituatie verergerd was. De criteria worden immers alsmaar strenger toegepast. Aanvankelijk moest iedere Vlaming jaarlijks 10 euro betalen voor behoeften die eigenlijk door een volwaardige sociale zekerheid zouden moeten worden gedekt. Later klom die bijdrage op tot 25 euro. En nu wil de Vlaamse regering ze nog eens verdubbelen tot 50 euro.

Asociaal

Bovendien is de heffing van eenzelfde bijdrage ongeacht het inkomen asociaal en ondermijnt het de solidariteit. Niet-rijken betalen in verhouding tot hun inkomen meer bijdragen dan rijken, in plaats van omgekeerd, zoals in een solidaire ziekteverzekering.

Deze politiek leidt sneller tot privatisering. De Vlaamse regering had namelijk de privéverzekeringsmaatschappijen DKV en Ethias erkend als uitvoerders. Voor het eerst staan ze op gelijke voet met sociale non-profitverzekeraars, zoals de mutualiteiten. Het principe is erdoor. Alleen gezien de premies voor de zorgverzekering onvoldoende de uitgaven plus een riante ‘marktconforme’ winstmarge dekten hebben deze private verzekeringsmaatschappijen hun interesse in deze markt laten vallen. Dat kan nog allemaal veranderen nu de regering een verhoging van de bijdragen wil opleggen.

Kafkiaans en discriminerend

Bovenal toont de Vlaamse zorgverzekering dat communautaire splitsing leidt tot kafkaiaanse toestanden. Vlamingen die niet betalen, krijgen een boete en een sanctie. Walen hebben geen recht op een zorgverzekering. Brusselaars mogen kiezen. Maar een Brusselaar die bijvoorbeeld in 2006 is ingestapt, zal eerst ononderbroken tien jaar zijn bijdrage moeten betaald hebben vooraleer hij ervan kan genieten. Een Vlaming die in Wallonië woont en in Vlaanderen werkt, kan geen aanspraak maken op de zorgverzekering. Je moet er wonen én werken, tenzij je burger bent van een ander Europees land. Een Nederlander die in Nederland woont en in Vlaanderen werkt, moet verplicht aansluiten. Europa verbiedt namelijk discriminatie van burgers van Europese lidstaten in andere staten, niet in andere gewesten. Als toetje op de zure kafkaiaanse taart: arme Roma-zigeuners die hier verblijven krijgen een boete van 250 euro omdat ze hun Vlaamse Zorgverzekering niet hebben betaald. De Vlaamse zorgverzekering discrimineert. Daar heeft het Europees Hof van Justitie in 2008 al op gewezen.

2.3. 2015 overgangsjaar?

Enkele weken na de afsluiting van het regeerakkoord werd het budget van het Riziv voor 2015 bekendgemaakt. De ziekenfondsen hadden een voorstel gedaan, maar dat werd geweigerd door de vertegenwoordigers van de artsen en de farma-industrie.[11] Daarop deed de regering een voorstel dat goedgekeurd werd op de algemene raad. Regeringsvertegenwoordigers en werkgevers stemden voor, vakbonden en het socialistische ziekenfonds stemden tegen, terwijl de christelijke mutualiteit zich onthield.[12]

355 miljoen wordt bespaard in dat voorstel. Dat is het gevolg van het bijstellen van de groeinorm. De begrotingsdoelstelling voor 2015 stijgt met 1,9% tegenover 2014. Dit is 1,5% boven de inflatie. Om die begrotingsdoelstelling te bereiken moet de regering 804 miljoen euro besparen in 2015. 449 miljoen euro is er over van niet-gebruikt budget van 2014. Dit komt door de groeinorm van 3%, waarbij Onkelinx deze niet tenvolle heeft aangewend voor onvervulde noden te lenigen. Vroeger ging dat naar een toekomstfonds of naar andere takken van de Sociale Zekerheid. 355 miljoen euro moet dus nog concreet bespaard worden door deze regering.

De maatregelen die hiervoor moeten zorgen, kondigde Maggie De Block als volgt aan: “Volgend jaar wordt een overgangsjaar voor de gezondheidszorg. We zijn van plan enkele grote hervormingen door te voeren. Maar de besparingen die daarmee gepaard gaan, laten zich pas op de lange termijn voelen. Daardoor moeten we voor 2015 op zoek naar enkele snelle besparingen, zoals we die ook de voorbije jaren hebben gezien.”

In totaal gaat het om veertien besparingsmaatregelen. De meest opvallende op een rijtje:

Verhoging remgeld

De maatregel die het meest tot de verbeelding spreekt, is sowieso de verhoging van het remgeld voor de patiënt bij de oftalmologen en gynaecologen. Van 8,3 naar 12 euro. “Het doel is geen verhoging, wel een gelijkschakeling van het remgeld voor de verschillende specialismen op hetzelfde niveau”, heet het bij De Block. “Kan zijn”, reageerde Paul Callewaert van de Socialistische Mutualiteit (SM). “Maar in de praktijk wordt het remgeld wel verhoogd, niet verlaagd.”

Moeders sneller naar huis

Vrouwen zullen na hun bevalling in het ziekenhuis sneller weer naar huis moeten. Ligt het gemiddelde nu op een opname van 4,5 dagen, dan moet dat volgend jaar naar 4 dagen en tegen 2016 zelfs naar 3,5. Dat zijn de gemiddeldes, in de praktijk betekent het dat met name gezonde moeders en kinderen na een bevalling snel weer naar huis zullen moeten.

“In West-Europa ligt de gemiddelde opnametijd na bevallingen op 2,1 dagen”, zegt de woordvoerster van De Block. “Er is dus nog wel wat marge.” Dan moet het alternatief wel ondersteund worden, maar dat gebeurt niet. CM-voorzitter Marc Justaert: “Voor thuisbegeleiding van bevallen moeders is geen extra budget voorzien. De sector van thuisverpleging en vroedvrouwen zou nochtans wel een extra injectie kunnen gebruiken.”

Uitstel derdebetaler en terugbetaling psychotherapie

Niet alleen moet de patiënt meer betalen, sociale maatregelen die beloofd waren in het regeerakkoord werden uitgesteld. “De administratie was er nog niet klaar voor”, aldus de minister. Dat komt haar wel goed uit, want het levert nog eens 38,5 miljoen euro op.

Meer betalen voor implantaten

Er worden te veel implantaten gebruikt in België. Dat blijkt uit een studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE), die grote geografische verschillen had aangetoond.[13] De regering wil dit nu aanpakken en zo 25 miljoen euro besparen. Ze gaat dat doen door ‘de terugbetalingsbasis te doen dalen’, aldus de tekst. De regering wil dus de verspilling aanpakken door de kost voor de patiënt te verhogen. Nochtans ligt de oorzaak van de geografische verschillen niet bij de patiënt, volgens het rapport. Wel mogelijke verklaringen zijn: “de densiteit van het aanbod”, “een aanbodsgedreven beleid” of “een overdreven enthousiasme bij de chirurgen”. Kortom: een prestatiegericht betalingssysteem met inhalige specialisten. Of hoe verspilling door artsen een goed argument wordt om nog wat extra geld te besparen op de kap van de patiënt.

Aanklampend beleid

En wat moeten de artsen daar dan tegenover stellen? Er komt een ‘task force’ die verspilling moet aanpakken met een ‘aanklampend beleid’. Dat betekent “dat men via een uitgebreid administratief instrumentarium (het opsporen van obsolete technieken, onverklaarbare consumptiepatronen en praktijkvariaties, het identificeren van geografische verschillen en sensibiliseringscampagnes van voorschrijvers) de uitgaven tracht te harmoniseren en verspillingen tracht te minimaliseren”.

Klinkt goed, tot je hoort hoeveel geld dit moet opleveren: 5 miljoen euro. De onevenredigheid van de inspanningen kon niet duidelijker.

Farma-industrie doet mee?

De patiënten moeten niet alle besparingen dragen, viel er ook te horen in het kamp van de regering. Ook de farma-industrie moet inleveren: 100 miljoen euro. Veel geld, lijkt het? Misschien interessant om weten dat de CM recentelijk een studie uitebracht waarbij door toepassing van het Sluismodel (een verbeterd kiwimodel) alleen al voor één groep van geneesmiddelen, de cholesterolverlagers, jaarlijks 200 miljoen euro kan bespaard worden. Weinig kans toe in dit beleid alleszins: de industrie mag van Maggie De Block zelf bepalen hoe ze die 100 miljoen gaat bekomen.

De trends zijn duidelijk

Het mag dan maar om ‘snelle maatregelen’ gaan, de trends voor de besluitvorming van de komende jaren zijn wel duidelijk.

Eerste trend: De efficiëntere gezondheidszorg waarover Maggie De Block sprak, is gericht op centen en niet op patiënten. Ofwel gebruikt men financieringsmechanismen en verhoogt men de kost voor de patiënt (cf. implantaten), ofwel bouwt men gewoon het aanbod af, zonder ondersteuning voor het alternatief (cf. kraamzorg). In beide gevallen is de patiënt de dupe. En in beide gevallen loert privatisering om de hoek. Om via verzekering toch de duurdere implantaten mogelijk te maken, of om het gat in de thuiszorg op te vangen: privé dreigt uit te breiden en te leiden tot steeds meer geneeskunde tegen twee snelheden.

Tweede trend: De woekerprijzen van de farma-industrie en de exorbitante inkomsten van bepaalde specialisten blijven zo goed als buiten schot. De vergelijking maakt de last voor de patiënt des te zwaarder.

2.4. Structurele hervormingen van De Block bieden geen oplossing

Na het overgangsjaar belooft Maggie De Block ons dus een aantal grote structurele maatregelen. Het aantal ziekenhuisbedden moet drastisch afgebouwd worden, en ziekenhuizen moeten zich meer specialiseren.

Er loopt veel verkeerd in de gezondheidszorg. Duurzame oplossingen zijn mogelijk, maar dan moet men investeren in de alternatieven in plaats van te besparen, en dan moet men durven te raken aan de belangen van een aantal groepen die nu profiteren. Dat is nu in de plannen van Maggie De Block niet het geval, en dat zou wel eens zware gevolgen kunnen hebben voor de patiënt.

Drastische afbouw aantal ziekenhuisbedden

In de regeringsverklaring lezen we: “Het vermijden van onnodige ziekenhuisopnames en onnodig lange ziekenhuisverblijven, gecombineerd met het aanbieden van alternatieve en goedkopere vormen van zorg, moeten de nodige ruimte creëren om, in overleg met de betrokken deelstaten en de sector, een substantieel deel van de ziekenhuisbedden, (...) om te zetten in al dan niet residentiële of transmurale opvang van patiënten die tijdelijk of definitief niet ambulant verzorgd kunnen worden maar die geen dure ziekenhuisomkadering (meer) behoeven..” (p. 49)

Wij stellen ons wel ernstig vragen bij wat nu gaat komen. Zoiets kan enkel lukken als er voldoende geïnvesteerd wordt in het alternatief. De ervaring in het budget van 2015 met de afbouw van de kraamzorg doet alleszins weinig goeds vermoeden. Goede en toegankelijke thuiszorg, dat is wat we nodig hebben. Pas dan kan er gesproken worden over een afbouw van het aantal ziekenhuisbedden.

Nu dreigt een daling van de toegankelijkheid op de twee niveaus. En dan loert privatisering om de hoek. De onderfinanciering van de thuiszorg leidt tot verdere privatisering omdat er wordt egschermd met het argument ‘er zijn te weinig diensten’. En de ‘lange wachttijden’ zullen worden opgevangen door private ziekenhuisbedden. Dat is dus tweemaal een geneeskunde met twee snelheden, zowel in de ziekenhuiszorg als in de thuiszorg.

Vaak wordt verwezen naar de hervormingen in de psychiatrie. Maar hoe staat het momenteel met die hervorming? De toegankelijkheid is een ramp, en de toestand verslechtert zienderogen. Een huisarts omschreef het als volgt: “Vandaag voor (sub)acute opname psychiatrie gebeld met Dr. Y: wachttijden voor ten vroegste in november, maar waarschijnlijk véél langer. Er staan nu 6 mensen op écht acute wachtlijst en een 30-tal op de gewone acute wachtlijst. Dat is ongeveer evenveel als er bedden zijn. Er is afbouw van bedden door de overheid en dat wordt nu duidelijk gevoeld…”

Met exact dezelfde redenering werd in de Zuid-Europese landen het aantal publiek gefinancierde ziekenhuisbedden drastisch afgebouwd. De alternatieven, zowel voor intramurale zorg (zorg binnen een instelling, bvb. ziekenhuis) als voor thuiszorg werden dan uitbesteed aan de privé. Nederland is daar ook al een voorbeeld van. De publiek thuiszorg is er afgebouwd. Men heeft dat allemaal geprivatiseerd. Aan de armsten werden subsidies gegeven om op de markt hun zorg te kopen. Uiteindelijk leidt dat tot een gezondheidszorg die gericht is op de centen en niet op de patiënten.

Specialisering ziekenhuizen

Een andere aanbeveling van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, was om ziekenhuizen meer te laten specialiseren. Maggie De Block: “Voor gewone ingrepen zijn regionale ziekenhuizen in de buurt van de patiënten geschikt, terwijl voor gespecialiseerde ingrepen ziekenhuizen onderling keuzes zullen moeten maken”, luidde het.

Zeker voor de behandeling van aandoeningen als slokdarmcarcinoom en pancreascarcinoom is hooggespecialiseerde zorg nodig. Ook de mutualiteiten gaven dit al eerder aan.[14] Maar we vrezen nu dat men bepaalde misstanden wil aanpakken om het hele fundament van de solidaire gezondheidszorg te breken. De regering wil op die manier wellicht bepaalde behandelingen enkel terugbetalen als ze in een specifiek centrum zijn gebeurd. Ook dat kan weer een voedingsbodem voor een geneeskunde met twee snelheden zorgen.

De belangrijkste reden waarom er überhaupt zo’n wildgroei is aan geneeskundige disciplines is dat ziekenhuizen concurrentieel gemaakt zijn om centen binnen te rijven. Het is het marktdenken in de zorg dat leidt tot dergelijke wantoestanden. Maar het marktdenken pakt men niet aan.

Echte verspilling buiten schot

Dat er in de Belgische gezondheidszorg verspilling is, staat buiten kijf. De ene na de andere studie legt de vinger op de schaamteloze verspilling en overconsumptie in ons gezondheidszorgsysteem. De meest recente studie over de ziekenhuisfinanciering meldt dat in ons land veel meer onderzoeken worden uitgevoerd dan elders. Jaarlijks worden volgens het KCE-rapport bijvoorbeeld 178 CT-scans genomen per 1.000 Belgen, tegenover gemiddeld 125 per 1.000 inwoners in West-Europa. Het aantal nodeloze onderzoeken in de beeldvorming en in de klinische biologie wordt geschat op 15 à 30 procent. Dat betekent dat alleen al in die twee sectoren besparingen mogelijk zijn tussen de 400 à 800 miljoen euro.

Er zijn twee hoofdoorzaken aan om waarop men zich zou moeten richten om de verspilling écht aan te pakken. Om te beginnen: de prestatiegeneeskunde, ons betalingssysteem in de zorg. Een andere studie van het KCE “naar praktijkverschillen bij electieve chirurgische ingrepen in België” onderzocht de verschillen per regio voor zes heelkundige ingrepen. Arthroscopie van de knie komt veel meer voor in het noorden van ons land, terwijl carotisstenten vaker worden ingeplant in het zuiden. In de Westhoek en in het zuiden krijgen veel meer mensen een knie- of heupprothese. Het oosten van het land telt twee keer zoveel keizersneden als het westen. Verwijdering van de baarmoeder vormt een mozaïekpatroon, met een overwicht in het noorden. Volgens de studie zijn die ingrepen “in veel gevallen onterecht”. Kortom: een prestatiegericht betalingssysteem met inhalige specialisten.

De gezondheidszorgmarkt verschilt van een klassieke markt van consumptiemiddelen. Niet de patiënt is koning, maar de dokter. Die beslist welke onderzoeken, behandelingen en geneesmiddelen een patiënt krijgt. Toch is de financiële verantwoordelijkheid van de dokter gering. Integendeel, de betaling per prestatie is een blanco cheque. Een arts kan zoveel onderzoeken doen of behandelingen voorschrijven als het hem of zijn portemonnee belieft. Een snellere genezing, zelfbehandeling of echt preventief werken en zo ziekten voorkomen, wordt in dit systeem financieel afgestraft, terwijl medicalisering wordt beloond. Op de geneesmiddelenmarkt, maar ook in de klinische biologie, de medische beeldvorming, de technische prestaties in de inwendige geneeskunde en zelfs in de chirurgie tref je specialisten die direct belang hebben bij medische overconsumptie. Niet te verwonderen dat farmaceutische bedrijven of handelaars in medisch materiaal al hun marketingkracht op hen concentreren.

Een tweede bron van ergerlijke verspilling binnen onze gezondheidszorg is het gebrek aan samenwerking tussen zowat alle actoren en op alle niveaus. In de plaats is er een hevige concurrentieslag gaande tussen verschillenden ziekenhuisgroepen. In plaats van samen te werken en aan optimale uitwisseling te doen, werken ze ieder apart als een concurrerende private praktijk binnen dezelfde ziekenhuisgroep. In Antwerpen, bijvoorbeeld, werden eensklaps de ereloonsupplementen voor eenpersoonskamers van 100% naar 200% verhoogd en deconventioneerden alle radiologen. Dat betekent dat ze zich niet meer aan de Riziv-tarieven hoeven te houden en de patiënt kunnen vragen wat ze willen. Hierdoor zijn bijvoorbeeld de voormalige OCMW-ziekenhuizen nu de duurste van Antwerpen geworden[15].

En wat met de toplonen van onze specialisten?

Maggie De Block maakt niet veel ergs van het verhogen van de remgelden voor patiënten: “Sommige specialismen zullen door een verhoging van het remgeld de patiënt meer kosten: een anesthesist en een oogarts, bijvoorbeeld. Maar een pediater en een geriater gaan wel minder kosten voor de patiënt. Ik ga daar niet onnozel over doen, in totaal levert dat een besparing van 30 miljoen euro op.”[16] Maar een maatschappelijk debat over de toplonen van specialisten is ‘not done’: “Ik mag hopen dat het debat over de lonen van de artsen binnen de geneeskunde blijft. Wat zou een ander daarover moeten oordelen?”

De Block zegt nog: “Die mensen staan als grootverdieners in de krant, terwijl ze misschien maar 20 of 40 procent van hun bruto-inkomen overhouden.” Het is waar dat specialisten gemiddeld 40% van hun bruto-inkomsten aan het ziekenhuis moeten afstaan. Maar dan nog nemen ze riante bedragen mee naar huis. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg deed een studie naar de inkomsten die specialisten uit hun ziekenhuiswerk genereerden. De grootverdieners onder de ziekenhuisartsen zijn nierspecialisten, die jaarlijks gemiddeld 640.000 euro bruto mee naar huis nemen. Radiologen en klinische biologen hebben respectievelijk een brutoloon van 460.000 en 430.000 euro. Let op, deze bedragen zijn na aftrek van de kosten die ze aan het ziekenhuis betalen. Bij die bedragen zijn ook niet meegeteld wat de specialisten aanrekenen in hun eigen privépraktijk. Neurologen, pediaters, psychiaters en reumatologen houden het minst over. Maar hun inkomsten uit het ziekenhuis bedragen toch nog rond de 150.000 euro per jaar.

Specialisten die ‘met machines werken’, verdienen veel meer dan degenen die ‘met mensen werken’. Dat komt door het systeem van betaling per prestatie. Als een perifere specialist drie tot vier keer zoveel verdient als een universiteitsprofessor in de geneeskunde, zoals prof. Bellemans in het voorjaar nog aan de pers liet weten bij zijn overstap van Gasthuisberg (Leuven) naar een perifeer ziekenhuis, zit het toch wel behoorlijk scheef. Betaal alle specialisten het fatsoenlijke salaris van de universiteitsprofessoren in de geneeskunde. Met volwaardige sociale zekerheid en pensioenopbouw. Met extra’s voor extra-prestaties en extra-kwaliteit. Specialisten met zo’n grote verantwoordelijkheid en inzet mogen gerust meer verdienen dan de eerste minister van dit land. Maar niet twee of drie keer zoveel, zoals nu dikwijls het geval is.

De Block wil het debat over de lonen van artsen binnen de geneeskunde houden. Het is niet aan anderen om daarover te oordelen, vindt ze. Maar uiteraard moet dat debat politiek gevoerd worden. Vooreerst is het recht op gezondheidszorg een grondrecht, dat ten tweede voor 80% of meer wordt gefinancierd met gemeenschapsgelden. De overheid heeft de plicht dat dit geld goed gebruikt wordt, dat verspilling wordt tegengegaan. Exorbitante topverloning van specialisten en de grote ongelijkheden en onevenwichten in de verloning van verschillende artsen zijn uiteraard onderwerp van een politiek debat. De verspilling en overconsumptie is een gevolg van de betaling per prestatie en het meer en meer door winst gestuurde marktdenken in de gezondheidszorg.

2.5. Minstbedeelden zijn de grootste slachtoffers

Langdurige zieken verliezen 269 euro per maand

Vanaf 2015 krijgen langdurig zieke werklozen geen extra uitkering van het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (Riziv) meer bovenop hun werkloosheidsuitkering. Dat betekent dat ze tot 269 euro per maand kunnen verliezen. Wie op dit moment ziek uitvalt, heeft de eerste zes maanden recht op een werkloosheidsuitkering. Bij een langdurige, zware ziekte komt daar in de zevende tot de twaalfde maand nog een extra uitkering van het Riziv bovenop. Die extra uitkering verdwijnt vanaf volgend jaar. De besparing moet de federale regering in 2015 ongeveer 15 miljoen euro opbrengen en vanaf 2016 zelfs 30 miljoen euro. Er worden ongeveer 12.000 mensen getroffen door de nieuwe regeling.

Verstrenging dringende medische hulp voor mensen zonder papieren

“Het principe van de dringende medische hulp aan personen zonder wettig verblijf, blijft gehandhaafd. De notie van ‘dringend karakter’ wordt, in overleg met medische experten verduidelijkt zonder dat dit leidt tot een lijst van aandoeningen die al dan niet in aanmerking komen om door de federale staat ten laste genomen te worden.”  (p. 39)

2.6. Conclusie

Nog nooit eerder werd zo zwaar bespaard in de gezondheidszorg. Maggie De Block probeert deze besparingen te verkopen als een aanpak van de verspilling in de zorg, maar een eerste blik op de maatregelen en de plannen die op tafel liggen, leert ons dat de patiënt het wel degelijk hard gaat voelen. Er is maar één rooie draad: de centen staan centraal, en niet de patiënten.

Patiënt is de dupe

Het gros van de besparingen komt op de rekening van de patiënt. Enerzijds wordt een deel van de besparingen gewoon lineair doorgerekend. Een voorbeeld is de remgeldverhoging voor oftalmologen en gynaecologen. In het regeerakkoord is ook sprake van maatregelen om de spoeddiensten te ontlasten. Vermoedelijk gaat men dit ook via remgeldverhogingen willen doen.

Anderzijds worden onder het mom van ‘efficiëntere gezondheidszorg’ ook heel wat besparingen doorgevoerd die de kwaliteit en de toegankelijkheid van onze zorg verslechteren.

En een groot deel van de besparingen moet nog komen, wanneer de gemeenschappen in geldnood geraken door de overdracht van nieuwe bevoegdheden. Gevreesd wordt dat vooral de kostprijs én de kwaliteit van zorg in de rusthuizen verder achteruit zal gaan.

Privatisering om de hoek

Op alle niveaus dreigen de besparingen te leiden tot meer besparingen. Zoals het gebrek aan financiële middelen voor rust- en verzorgingstehuizen wordt opgevangen door de privé, zal men het te voorzien tekort aan ziekenhuisbedden en/of thuiszorg hoogstwaarschijnlijk ook door de privé laten oplossen.

De hogere factuur voor de patiënt voor remgeld, implantaten… en voor zorg in de privé zal voor een deel terugbetaald worden door onze privéverzekeringen. Met als gevolg dat die hun premies zullen verhogen, of verder differentiëren.

Waarom is dit alles geen goeie evolutie? Omdat gezondheid geen koopwaar mag zijn. Waar privékapitaal geïnvesteerd wordt, moet winst gemaakt worden. En dat kan maar op twee manieren. Een eerste manier is om te besparen op de kosten. Denk bijvoorbeeld aan Sodexo, die het nieuw forensisch psychiatrisch centrum in Gent mag uitbaten. Die heeft de aanbesteding gewonnen omdat ze de zorg met minder personeelsleden wil bieden. Een tweede manier, die veel meer gebruikt wordt, is de differentatie. Differentiatie van zorgaanbod, differentiatie van premies… Wie meer kan betalen, krijgt meer terug. En wie dat niet kan, moet het stellen met een basiszorg. Een onaanvaardbare evolutie. Gezondheid is een recht, en mag niet afhangen van de dikte van je portemonnee.

Besparen op zorg voor begrotingstekort door de crisis waarvan de patiënten al het slachtoffer zijn

Alle besparingen die nu gebeuren zijn het gevolg van een financiele et economische crisis die de overheidsschuld en het begrotingstekort terug deed oplopen. En ze worden opgelegd door een neoliberale Europese Commissie die met haar Stabiliteitspact alle lidstaten in een begrotingskeurslijf heeft gestoken. Dat deze mistoestanden ertoe leiden dat op zorg bespaard moet worden, is onaanvaardbaar.

Hierboven staan een aantal concrete voorstellen voor een echte aanpak van de verspilling en overconsumptie, die reëel zijn en terecht worden aangeklaagd door vele artsen en academici. Maar het geld dat dat oplevert, moet wel dienen voor de vele onbeantwoorde noden in de zorg.

3. Minister van gezondheid in ongezonde regering

De plannen van de regering-Michel-De Wever zullen onze gezondheid treffen door de besparingen in de zorg, maar ook door nog veel meer. We zetten een aantal belangrijke voorbeelden op een rijtje, aangevuld met evidentie over de impact op gezondheid uit verschenen studies van Geneeskunde voor het Volk (GVHV) en van anderen.

3.1. Besparen: austerity kills

De regering zal de komende jaren 11,2 miljard euro besparen. Die komen bovenop de besparingen die de regering-Di Rupo al doorvoerde. Nochtans weten we van de andere landen in Europa dat harde besparingen geen oplossing zijn voor de crisis, integendeel. Ze hebben de Europese economie alleen maar meer de dieperik in geduwd.

Ook op het gebied van gezondheid kennen we ondertussen de catastrofale gevolgen van het Europees besparingsbeleid. De stevigste evidentie werd door de Britse academicus David Stuckler verzameld in het boek The Body Economic, Why Austerity Kills. In de Britse krant The Guardian vertelt hij: “Als het Europees besparingsbeleid was gestart als een wetenschappelijk onderzoek, dan was het stopgezet. Het bewijs voor haar dodelijke bijwerkingen is overweldigend. (…) Een recessie doet pijn, maar deze besparingen zijn dodelijk.”[17]

In een artikel dat hij publiceerde in de British Medical Journal, een van de vier medische toptijdschriften wereldwijd, geeft Stuckler de resultaten van zijn berekeningen naar de gezondheidswinst van ‘social welfare spending’. Elke 100 dollar extra die geïnvesteerd wordt in de sociale sector, levert een daling van de mortaliteit op van 1,19 %![18]

De cijfers van de regeringsverklaring tonen alvast dat de regering-Michel-De Wever 5,3 miljard wil halen in de sociale zekerheid.[19] Waarvan de grootste brok dus – 2 miljard – in de gezondheidszorg. Voor PVDA en GVHV zijn de regeringspartijen rechtstreeks verantwoordelijk voor de vele menselijke ellende die deze blinde besparingen zullen veroorzaken.

3.2. Pensioenen: langer werken is ondoenbaar

Voor de derde keer in tien jaar onderneemt de regering een aanval om de mensen langer te doen werken. Brugpensioen en vervroegd pensioen worden opnieuw uitgesteld, en deze keer wil men ook de pensioenleeftijd verlengen. Kim De Witte, pensioenspecialist van de PVDA, veroordeelde de maatregelen terecht als onnodig en onlogisch, maar vooral ook als doenbaar.

In 2011 al publiceerde Geneeskunde voor het Volk een studie onder haar eigen patiënten waaruit bleek dat driekwart voor hun 65e lijdt aan een chronische aandoening.[20]

Die cijfers werden trouwens onlangs bevestigd door de pas verschenen resultaten van de nieuwe Nationale Gezondheidsenquête.[21] Tussen 55 en 64 jaar lijdt 23% van alle Belgen aan minstens twee van die aandoeningen. Het betreft chronisch longlijden, ernstig hartlijden, diabetes, gewrichtslijden, hoge bloeddruk en kanker. Dit cijfer is trouwens sterk gestegen ten opzichte van vorige gezondheidsenquêtes, dat betekent dat de arbeidsintensiteit stijgt, ook voor hen.

4. Cactusplan

In het Cactusplan van de PVDA staat een deel over gezondheid en zorg (www.pvda.be/cactusplan). De PVDA stelt structurele maatregelen voor, die de verspilling in de gezondheidszorg aan de wortel aanpakken en die niet besparen op de kap van de patiënt, maar wel investeren om de onvervulde noden van toegang en kwaliteit tegemoet te komen.[22]

4.1. Vijf haalbare maatregelen

Om aan de overconsumptie en verspilling van al dat geld van onze solidaire ziekteverzekering het hoofd te bieden kunnen volgende structurele hervormingen veel soelaas bieden.

Eén: Ontkoppel het voorschrijfgedrag van de specialisten van financieel profijt, beëindig de prestatiegeneeskunde en schaf de ereloonsupplementen af. Het is precies omdat de specialisten die zelf veel met machines werken (nefrologen, cardiologen, pneumologen, orthopedische en abdominale chirurgen, endoscopisten...), het meeste financieel profijt kunnen halen uit een overconsumerend voorschrijfgedrag, dat de inkomenskloof tussen hen en de specialisten die bijna alleen met patiënten werken (geriaters, pediaters, psychiaters) zo groot is. Je lost dat niet op door hier en daar wat te morrelen aan de nomenclatura en de remgelden. Voor de medische beeldvorming en de klinische biologie geldt dit a fortiori.

Het hoeft ook niet geld te zijn dat artsen drijft. De eigenheid van het beroep laat toe om te steunen op veel krachtigere intrinsieke motivatoren. Eigenschappen van het artsenberoep als een hoge graad aan autonomie en controle, de mogelijkheid tot zelfontwikkeling, aan kwaliteitsverbetering te kunnen doen, met anderen constructief te kunnen samenwerken, ten dienste te staan van de patiënt werken sterk intrinsiek motiverend. Betaal alle specialisten het fatsoenlijke salaris van de universiteitsprofessoren in de geneeskunde. Met volwaardige sociale zekerheid en pensioenopbouw. Met extra’s voor extra-prestaties en extra-kwaliteit. Specialisten met zulke grote verantwoordelijkheid en inzet mogen gerust meer verdienen dan de eerste minister van dit land. Maar niet twee of drie keer zoveel, zoals nu dikwijls het geval is.

Deze maatregelen kunnen tot 2,8 miljard euro opleveren. Het totale bedrag aan honoraria dat het Riziv in 2013 uitbetaalde aan de artsen bedroeg 7,8 miljard euro. Daarvan gaat 1,3 miljard euro naar de huisartsen en 6,5 miljard naar specialisten. Hiervan blijft gemiddeld 40% in het ziekenhuis en krijgen de specialisten 3,9 miljard mee naar huis. Specialisten met een vaste wedde in een universitair ziekenhuis verdienen de helft tot een kwart van hun collega’s in de andere ziekenhuizen. Door het betalingssysteem van de universitaire ziekenhuizen te veralgemenen bespaart onze ziekteverzekering  2 miljard euro.

De afschaffing van het systeem van betaling per prestatie bespaart minstens een derde van de medisch-technische prestaties in de laboratoria en in de medische beeldvorming. Goed voor 0,8 miljard euro op de 2,4 miljard euro die jaarlijks van onze ziekteverzekering naar deze onderzoeken gaat. Opnieuw geld dat kan gebruikt worden om de schrijnende behoeften te lenigen.

Twee: stimuleer optimale samenwerking in plaats van concurrentie en uitwisseling in plaats van monopolievorming. Dit op alle niveaus en tussen alle actoren: specialisten, huisartsen, verpleegkundigen en andere disciplines; tussen ziekenhuizen onderling, tussen afdelingen binnen hetzelfde ziekenhuis, tussen ziekenhuizen en andere zorginstellingen, tussen ziekenhuizen, de huisarts en de thuiszorg; tussen nulde, eerste, tweede en derde lijn, enz. Maar hiervoor is het nodig om het winstgestuurd marktdenken en concurrentiedenken uit de zorg te halen. Gezondheidszorg mag geen koopwaar zijn. Vertrek van een wetenschappelijke behoefte-analyse en rationele planning van de zorg. Verdeel mensen en middelen gelijk naargelang de behoeften van de patiënt (equity). Bijvoorbeeld bij het uitwerken van een nieuw systeem van ziekenhuisfinanciering.

Drie: Voer het kiwimodel voor geneesmiddelen en medisch materiaal in. Binnen zulke hervormingen waar samenwerking het haalt van concurrentie, uitwisseling van monopolievorming en de patiënten boven de centen staan, is het veel makkelijker om de collectieve koopkracht van de gemeenschap volop uit te spelen. Dit om op de nog steeds winstgestuurde markten van de farmaceutische industrie en van de medisch-technische industrie de beste prijs voor de beste kwaliteit te bedingen, via de toepassing van het kiwimodel (openbare aanbestedingen). Dat zal ook de woekerprijzen die op deze markten nog steeds overheersen kunnen corrigeren.

– Goedkopere medicamenten door de invoering van het kiwimodel.

– Afschaffing van materiaalsupplementen en remgelden op de ziekenhuisfactuur, door het goedkoper maken van medisch materiaal dankzij het kiwimodel.

– Het kiwimodel ook toepassen op ambulante geneesmiddelen.

Vier: Maak de eerstelijnsgeneeskunde gratis. De raadplegingen bij de huisarts kunnen onmiddellijk gratis gemaakt worden, ofwel door het forfaitsysteem ofwel door de veralgemening van de derdebetalersregeling met afschaffing van het remgeld. Kostprijs: 250 miljoen euro.

Vijf: Herfederaliseer bevoegdheden waarbij de gemeenschappen kampen met onderfinanciering. Laat ze opnieuw deel uitmaken van solidair gefinancierde federale ziekteverzekering. Bijvoorbeeld het zou veel logischer zijn dat de Vlaamse zorgverzekering volwaardig deel uitmaakt van een federaal stelsel. Zo kunnen andere inwoners van dit land die behoeftig zijn er ook gebruik van kunnen maken, evenals ertoe kunnen bijdragen. Dat zou de toepassing veel vereenvoudigen en de financiering solidair kunnen maken, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.

4.2. De cijfers op een rij

Door de verspilling écht aan te pakken en het geld te halen waar het zit, kan de gezondheidszorg 4,8 miljard euro winnen.

Het kiwimodel voor geneesmiddelen bespaart 1,5 miljard euro in de sociale zekerheid. Hetzelfde systeem toepassen voor medische apparatuur en materiaal levert nog eens 0,5 miljard euro op.

Er kan ook bespaard worden op buitensporige specialistenlonen. Door het betalingssysteem van de universitaire ziekenhuizen te veralgemenen bespaart onze ziekteverzekering 2 miljard euro.

Overbodige onderzoeken in ziekenhuizen vermijden door de ‘betaling per prestatie’ af te schaffen. Dat levert 0,8 miljard euro op.

Die 4,8 miljard wil de PVDA integraal herinvesteren in de zorg.

Toegankelijkheid:

Uitbouw van groepspraktijken met zowel huisartsen als verpleegkundigen, kinesisten en psychologen. We investeren 250 miljoen om het bezoek aan de huisarts of de groepspraktijk gratis te maken.
We schaffen de remgelden en supplementen voor de patiënt helemaal af.
Via openbare aanbestedingen (het ‘kiwimodel’) drukken we de prijs van geneesmiddelen met 50% tot 90%.

Betrouwbare zorg:

We investeren in zorg voor mensen. We bouwen de publieke dienstverlening verder uit. Méér mensen die ouder worden, dat vraagt om nieuwe rust- en ziekenhuizen.
We zorgen voor betaalbare, kwaliteitsvolle zorginfrastructuur. We investeren 2,05 miljard euro in kinderkribbes, rust- en verzorgingstehuizen, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg.
We investeren 1 miljard euro in nieuwe zorgjobs.

[1] #GoLeft14: Gezondheidszorg mag geen koopwaar zijn. http://pvda.be/programma/goleft14-gezondheidszorg-mag-geen-koopwaar-zijn

[2]  900.000 Belgen kunnen dokter niet betalen. De Morgen, 7 augustus 2014. http://www.demorgen.be/dm/nl/993/Gezondheid/article/detail/1982384/2014/08/07/900-000-Belgen-kunnen-dokter-niet-betalen.dhtml

[3] Pijn in de portemonnee? U heeft supplementitis. De Standaard, 9 augustus 2012. http://www.standaard.be/cnt/dmf20120808_00251745

[4] Huisarts moet pillengebruik afremmen. De Morgen, 13 augustus 2013. http://www.demorgen.be/lifestyle/huisarts-moet-pillengebruik-afremmen-a1685909/

[5] Resultaten gezondheidsenquête: brugpensioen en minder flexibiliteit zijn nodig, ook voor gezondheid. http://pvda.be/artikels/resultaten-gezondheidsenquete-brugpensioen-en-minder-flexibiliteit-zijn-nodig-ook-voor

[6] Een voor iedereen toegankelijke zorg zou het doel van het RIZIV moeten zijn. http://pvda.be/artikels/een-voor-iedereen-toegankelijke-zorg-zou-het-doel-van-het-riziv-moeten-zijn

[7] ‘Nee, we krijgen vandaag niet de best mogelijke zorg’. De Standaard, 19 februari 2014. http://www.standaard.be/cnt/dmf20140218_00986868

[8] Conceptueel kader voor de hervorming van de ziekenhuisfinanciering. KCE Reports 229As, 26 september 2014. https://kce.fgov.be/nl/publication/report/conceptueel-kader-voor-de-hervorming-van-de-ziekenhuisfinanciering#.VGIwoPmG-So

[9] De Block wil efficiëntere gezondheidszorg. http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/1.2116303

[10] De prijs van besparingen: rusthuizen tot 720 euro per jaar duurder. De Morgen, 14 augustus 2014. http://www.demorgen.be/nieuws/de-prijs-van-besparingen-rusthuizen-tot-720-euro-per-jaar-duurder-a1989824/

[11] Persbericht CM, 6 oktober 2014. https://www.cm.be/b2b/pers/persberichten-2014/evenwichtig-begrotingsvoorstel-ziekteverzekering-verworpen.jsp

[12] Remgeld omhoog bij oogarts, gynaecoloog, orthopedist. De Morgen, 21 oktober 2014. http://www.demorgen.be/binnenland/remgeld-omhoog-bij-oogarts-gynaecoloog-orthopedist-a2096314/

[13] Studie naar praktijkverschillen bij electieve chirurgische ingrepen in België. KCE Reports 42A, 20 oktober 2006. https://kce.fgov.be/nl/publication/report/studie-naar-praktijkverschillen-bij-electieve-chirurgische-ingrepen-in-belgi%C3%AB#.VGJKZPmG-Sp

[14] Persbericht CM 17 juni 2013. http://www.cm.be/b2b/pers/persberichten-2013/slokdarmkanker.jsp

[15] Dat blijkt uit de publicatie van de CM-ziekenhuisbarometer van 9 november 2013.

[16] De Standaard, 3/11/2014

[17] 'Recessions can hurt, but austerity kills'. The Guardian, 15 mei 2013. http://www.theguardian.com/society/2013/may/15/recessions-hurt-but-austerity-kills

[18] Budget crises, health, and social welfare programmes. BMJ, 24 juni 2010. http://www.bmj.com/content/340/bmj.c3311

[19] Michel bespaart 5,3 miljard op sociale zekerheid. De Tijd, 16 oktober 2014. http://www.tijd.be/detail.art?a=9556764&n=3136&ckc=1

[20] Studie PVDA: Drie kwart van Belgen ziek voor pensioenleeftijd. Persbericht PVDA, 8 oktober 2011. http://archief.pvda.be/nieuws/artikel/article/studie-gvhv-brugpensioen-afschaffen-is-medisch-niet-te-verantwoorden.html

[21] Resultaten gezondheidsenquête: brugpensioen en minder flexibiliteit zijn nodig, ook voor gezondheid. http://pvda.be/artikels/resultaten-gezondheidsenquete-brugpensioen-en-minder-flexibiliteit-zijn-nodig-ook-voor

[22] http://pvda.be/cactusplan

Commentaar toevoegen

Reacties

PERSMEDEDELING Graag richten we ons tot u om onze bezorgdheid te uitten. De non-profit Ieper komt op voor een rechtvaardige samenleving. We schuiven volgende vier punten naar voor : 1. De verminderde werkingsmiddelen en toelagen in de ziekenhuizen en zorginstellingen baren ons grote zorgen. We zijn ervan overtuigd dat dit in de toekomst de tewerkstelling binnen onze sectoren sterk onder druk zal zetten, en de kwaliteit van de zorg zal doen dalen. 2. We maken onze zorgen over onze patiënten/cliënten en de mantelzorg. De afbouw en verminderde financiering van de zorg zal veel mensen in de kou zetten. We zijn ervan overtuigd dat door de genomen maatregelen de drempel naar zorg toe heel hoog komt te liggen. 3. We kennen reeds een langere periode van loonstop. De huidige geplande maatregelen zullen ertoe leiden dat de koopkracht van de werknemers binnen de sectoren nog zal verminderen. Ook de afbouw van bepaalde rechten zoals landingsbanden, SWT( het vroegere brugpensioen) enz.. zullen ertoe leiden dat de werklast voor ons werknemers onhoudbaar hoog wordt. 4. We komen op voor de huidige solidaire samenleving . Wat we zeker niet wensen is een samenleving gespiegeld aan de Amerikaanse/Angelsaksische levensvisie. We bedoelen daarmee een levenswijze waar het elke voor zichzelf is, en waar de zorg volledig geprivatiseerd is en niet meer voor iedereen toegankelijk. Met hoogachting, Voor de werknemersafgevaardigden van de Ieperse non-profitinstellingen De fietstocht vertrok aan het Jan Yperman ziekenhuis en liep voorts langs Westlandia, RVT Sint-Jozef, Huize Wieltjesgracht, WZC Zonnelied, PVT H Hart, Ons Tehuis tot aan het psychiatrisch ziekenhuis Heilig Hart in Ieper http://www.wtv.be/nieuws/personeel-ieperse-zorgsector-houdt-fietstocht http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-ieper/solidariteit-op-de-fiets-a2153532/ http://kw.knack.be/west-vlaanderen/nieuws/algemeen/economie/stakingsdag/non-profitsector-houdt-ludieke-protestactie-per-fiets-in-ieper/article-4000818826486.htm http://www.westhoek.be/nieuws/50727/solidariteitsfietstocht-zachte-sector-ieper http://www.wittewoede.be/videoreportages/toespraak-mark-selleslach-lbc-nvk-op-15-december-gent