Foto Solidair, Dieter Boone.

Halftijds pensioen: een nieuwe misleiding van de regering om u langer te doen werken voor minder pensioen

auteur: 

Kim De Witte

Onder druk van de sociale beweging heeft minister van pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) het pensioen met punten moeten opbergen. Maar hij raakt het noorden niet kwijt. Om de aanval op onze pensioenen verder te zetten, heeft hij een nieuw idee: het halftijds pensioen. Een systeem dat de landingsbanen moet vervangen…met 70 tot 150 euro per maand minder, natuurlijk.

Het halftijds pensioen is bedoeld voor mensen vanaf 60 jaar die het wat rustiger aan willen doen. Als ze tenminste 44 jaar loopbaan hebben. Volgens de minister een prima vooruitzicht: “Men zal halftijds blijven werken en halftijds betaald worden, maar ook de helft van het pensioen krijgen. Aangezien men ook nog werkt, zullen ook nog rechten worden opgebouwd voor een volledig pensioen. Elk jaar zal zo tellen voor een half.”

De werkelijkheid is heel wat minder rooskleurig. Ten opzichte van een landingsbaan (tijdskrediet einde loopbaan) betekent het halftijds pensioen een serieus verlies aan pensioenrechten. Iemand met een halftijds pensioen gaat alleen nog pensioenrechten opbouwen op een halftijds loon, terwijl iemand met een landingsbaan verder pensioenrechten opbouwt op een voltijds loon.

70 tot 150 euro minder pensioen

Het gemiddeld pensioen voor werknemers is 1.250 euro netto per maand. Voor iemand die vroeger stopt, bijvoorbeeld op 60 jaar, ligt dat bedrag op 1.200 euro. Nemen we nu twee collega’s - Serge en Daniël - die exact even lang gewerkt hebben en evenveel verdienen. Serge gaat halftijds met pensioen vanaf 60 jaar en Daniël stapt in een landingsbaan. Wat zien we dan?

Serge krijgt een pensioenbedrag van 600 euro netto per maand. Daarnaast krijgt hij een halftijds loon. Stel dat Serge 25.000 euro bruto per jaar verdient, dan is dat halftijds 12.500 euro bruto. Netto zal dat neerkomen op ongeveer 750 euro per maand. Serge zal in totaal dus 1.350 euro netto per maand verdienen tot zijn 65. Vanaf dan trekt hij een voltijds pensioen. Maar dat zal een pak lager liggen, want de laatste vijf jaar van zijn loopbaan bouwt hij enkel pensioen op op basis van een half loon.

Daniël doet het ook wat rustiger aan vanaf 60 jaar, maar hij stapt in een landingsbaan. Hij krijgt per maand een vergoeding van 498,41 euro netto (tijdskrediet einde loopbaan). Daarnaast heeft hij ook een halftijds loon van 750 euro per maand. In totaal heeft hij bijna 1.248 euro netto per maand. Dat is 100 euro minder dan Serge, gedurende vijf jaar. Maar Daniël bouwt die vijf jaar wel verder pensioenrechten op op basis van zijn volledig loon.

Voor de rest van zijn leven zal Daniël elke maand een pensioen krijgen dat 70 euro hoger ligt dan dat van Serge (1). Gemiddeld leeft een 65-jarige in ons land nog 18 jaar. Elke maand 70 euro meer pensioen gedurende 18 jaar is gelijk aan 15.000 euro in totaal. Dat is het verschil tussen de pensioenen van Daniël en Serge. Maar daarover zwijgt onze pensioenminister in alle talen.

Voor werknemers die in een landingsbaan stappen in het kader van een herstructurering of een bedrijf in moeilijkheden en voor werknemers met een zwaar beroep, loopt het verschil tussen halftijds pensioen en landingsbaan nog veel hoger op: al 100 tot 150 euro minder pensioen per maand, voor de rest van hun leven.

Landingsbanen vanaf 55 jaar

Het idee van een halftijds pensioen bestaat al meer dan 20 jaar. Er is lang geleden zelfs al een wet gestemd om dat mogelijk te maken. Maar die wet werd nooit uitgevoerd, omdat er geen draagvlak voor was. Een landingsbaan is immers veel voordeliger dan het halftijds pensioen. Je wordt niet gestraft in de verdere opbouw van je pensioenrechten. In een land als België, waar de wettelijke pensioenen voor werknemers al zo laag zijn, is dat geen detail.

Vandaag doen 109.000 mensen beroep op een landingsbaan. Twee derden van hen doet dat voor de leeftijd van 60 jaar, één derde erna. Tijdens het zomerakkoord heeft de regering beslist om de landingsbanen af te bouwen. In de toekomst zal het systeem enkel nog toegankelijk blijven vanaf 60 jaar. Tot zover het “werkbaar werk” dat deze regering ging doorvoeren.

De PVDA verdedigt het behoud van de landingsbanen vanaf 55 jaar. Het werkritme stijgt. Zowat overal is het meer-doen-met-minder-mensen. Als dat draagbaar moet blijven voor oudere werknemers, dan mag je de landingsbanen niet afbouwen. In Oostenrijk kunnen vrouwen vanaf 53 jaar halftijds gaan werken met behoud van 75 procent van hun loon. De 25 procent loon die ze behouden wordt voor de helft betaald door de werkgevers en voor de helft door de overheid. Waarom zou zoiets bij ons niet kunnen?

De PVDA wil ook dat het vervroegd pensioen toegankelijk blijft vanaf 60 jaar en het wettelijk pensioen vanaf 65 jaar. Slechts onder die voorwaarden - het zogenaamde "stelsel 55-60-65" - kan je discussiëren over de beroepen die echt te zwaar zijn om zolang door te doen. Dan gaat het bijvoorbeeld over mensen die heel hun leven in wisselende posten staan of mensen vanaf hun zestiende in de bouw werken. Voor hen moet je nog een soort van brugpensioen behouden.

Om ons te verzetten tegen het afbouwen van de landingsbanen en de aanvallen op de pensioenen, neemt de PVDA deel aan de syndicale acties van 2 oktober.

Teken de petitie

Wij hebben trouwens al meer dan 40.000 handtekeningen verzameld voor onze petitie www.blijfvanonspensioen.be

Teken jij ook om een menselijk einde van onze loopbaan en onze pensioenen te verdedigen?

(1) Voor die vijf jaar zal Daniel concreet 1.666,66 euro aan wettelijk pensioen opbouwen (op jaarbasis): 25.000 euro x 5 jaar landingsbaan / 45 jaar (loopbaanbreuk wettelijk pensioen werknemers) x 60 procent (pensioenrecht voor alleenstaanden) = 1.666,66 euro. Serge slechts de helft, namelijk 833,33 euro (op jaarbasis): 12.500 euro x 5 jaar x 60 procent = 833,33. Op maandbasis is het verschil 70 euro.