Foto Flickr / Prime Education

Herexamens en meer hulp van de school om effectief te slagen

auteur: 

Tino Delabie

Vlaams minister van Onderwijs Crevits wil leerlingen met een B-attest verbieden hun jaar over te doen. Daarnaast wil ze een leerling die in het vijfde jaar van het secundair een C-attest krijgt (“niet geslaagd”) na herexamens bij de centrale examencommissie in Brussel toch naar het zesde jaar laten overgaan. Beide maatregelen zorgen voor veel discussies in de onderwijswereld en bij de ouders. De PVDA wil dat grootschalige middelen worden ingezet om zoveel mogelijk leerlingen te laten slagen, desnoods via herexamens. 

Een leerling die vandaag op het einde van het derde jaar “economie”  (aso) een B-attest krijgt met clausulering “alle studierichtingen van het aso” – wat uitsluiting van die richtingen inhoudt –  kan vandaag ofwel het derde jaar “economie” overdoen, ofwel naar een vierde jaar gaan maar dan niet in het aso. Crevits wil nu dat deze leerling zijn derde jaar “economie” niet meer kan overdoen. Van de 19.332 zittenblijvers in het secundair onderwijs zijn er meer dan 5.000 met een B-attest.  Met 5.000 zittenblijvers minder bespaart de Vlaamse overheid natuurlijk een pak geld: minder leerkrachten, minder werkingsmiddelen, minder klaslokalen... Crevits: “Zittenblijven leidt niet altijd tot betere schoolresultaten, vergroot de kans op vroegtijdige schooluitval en kost ook de samenleving een aardige duit: per jaar 185 miljoen euro.” 

Met de tweede maatregel bespaart Crevits ook geld want leerlingen die nu met een C-attest hun vijfde jaar van het secundair overdoen, zouden, mits slagen in herexamens, toch naar het zesde jaar kunnen overgaan. 

PVDA voor herexamens als tweede kans 

Vandaag bestaan er nog nauwelijks herexamens in het secundair onderwijs. Dat betekent dat een klassenraad op het einde van het jaar vaak voor een dilemma staat bij leerlingen met belangrijke tekorten op een beperkt aantal vakken. Ofwel krijgt de leerling toch een A-attest en bestaat het risico dat hij het jaar nadien nog minder kan volgen in de vakken waar de opbouw van de leerstof belangrijk is. Gevolg: meer zo'n leerlingen die het veronderstelde beginniveau voor een vak niet halen in de klas, maakt het voor de leraar onmogelijk het voorziene programma af te werken. De laksheid bij het toekennen van A-attesten is voor leerlingen ook soms het signaal dat men zich niet moet inspannen omdat “men toch slaagt”. Ofwel krijgt de leerling een C-attest of een B-attest en kan hij de gekozen studierichting niet verder zetten, tenzij hij zijn jaar over doet. Voor veel leerlingen is dit een frustrerende ervaring. 

De PVDA is voorstander van herexamens als tweede kans, om ervoor te zorgen dat een leerling met grote tekorten alsnog aansluiting kan vinden. We zijn dus akkoord met minister Crevits om leerlingen die na het vijfde jaar in juni een C-attest krijgen, herexamens te laten doen. Dit hoeft echter niet voor de centrale examencommissie in Brussel te gebeuren, maar in de eigen school. 

Herexamens oké, maar mits bijwerken leerstof onder het verlof

Voor de PVDA moet de herinvoering van herexamens – en niet enkel in het vijfde jaar - echter gepaard gaan met enkele maatregelen.  

Ten eerste moet een leerling met een herexamen geholpen worden door de school om te slagen. Dat wil concreet zeggen dat de leerling verplicht wordt om de hiaten in de leerstof bij te werken tijdens de grote vakantie onder begeleiding van een deskundige leerkracht. Er zijn meerdere vormen mogelijk: men kan leerlingen per vak bijeen zetten gedurende enkele dagen – tijdens de laatste week of de laatste tien dagen van augustus bijvoorbeeld - en les geven over de leerstof die problemen stelt. Men kan hen oefeningen laten maken en laten verbeteren door een leerkracht. Individuele bijles kan ook noodzakelijk zijn. De school is verantwoordelijk om die service aan te bieden: hetzij op de eigen school, hetzij in samenwerking met een andere school. De leerkrachten die instaan voor deze bijlessen en begeleiding worden extra betaald. Dat kan met het geld dat de Vlaamse overheid inderdaad zou uitsparen door het zittenblijven te verminderen. 

Op de tweede plaats mag de herinvoering van herexamens geen alibi zijn om niet alle maatregelen te nemen om zoveel mogelijk leerlingen tijdens het schooljaar te laten slagen. Snelle remediëring is het beste, dus niet wachten tot het einde van het schooljaar. 

Remediëring tijdens het schooljaar 

Zo'n remediëring houdt bijvoorbeeld in dat er voor elk vak coherente, begrijpbare en gedetailleerde leerplannen moeten zijn en dat er tevens minstens één referentiehandboek voor bestaat, gebaseerd op het leerplan.

Klassen zouden in het secundair nooit meer dan 20 leerlingen mogen tellen, en nooit meer dan 15 in het kleuter- en in de beginjaren van het lager onderwijs. In moeilijke situaties zouden er best twee leerkrachten in de klas zijn. 

In de school en in de klas moet gespecialiseerde hulp ter beschikking zijn voor leerlingen met leerstoornissen of beperkingen. Dit is nu des te meer noodzakelijk omdat er door het M-decreet meer leerlingen uit het buitengewoon onderwijs in het gewoon onderwijs terechtkomen. Snel remediëren houdt ook in dat er extra leerkrachten zijn om leerlingen met leerproblemen onmiddellijk extra les en begeleiding bij huistaken te bieden.

Op de derde plaats mag de herinvoering van herexamens geen alibi zijn om onredelijke eisen te stellen tijdens het schooljaar. Zo moeten examens en toetsen dienen om te controleren of de basisleerstof gekend is en kan toegepast worden. Een examen dient niet om via spitsvondigheden de leerlingen in de val te lokken.  

Tenslotte zijn er ook tekorten die zonder herexamen en zonder onredelijke aanpassingen (van de leerkracht) kunnen aangepakt worden in een volgend schooljaar.

PVDA niet akkoord om leerlingen te verbieden hun jaar opnieuw te doen bij een B-attest

De PVDA is voorstander van een veelzijdig onderwijs waar algemene en polytechnische vorming, theorie en praktijk, alsook artistieke vorming en lichamelijke opvoeding hun plaats hebben. Dat wil zeggen dat we tegen een vroegtijdige specialisatie en opsplitsing in studierichtingen zijn. Zolang er geen verschillende studierichtingen zijn, heeft een B-attest (“geslaagd maar met clausulering voor een aantal studierichtingen”) geen zin. In Finland zitten de leerlingen samen tot 16 jaar. Wij denken dat dit bij ons mogelijk moet zijn. 

In de huidige omstandigheden heeft een B-attest een dubbele betekenis. Enerzijds is het soms een alibi om leerlingen snel te laten afzakken naar een minder veeleisende studierichting of, erger, is het een middel om sommige leerlingen op basis van hun afkomst aan de deur te zetten. Anderzijds is een B-attest vaak de uitdrukking van reële tekorten bij een leerling en van de bekommernis van leerkrachten om de leerling niet te laten “spartelen” in een studierichting die hij nu niet aan kan. 

Omwille van het eerste aspect zijn sommige – goed menende en meestal progressieve – leerkrachten of beleidsverantwoordelijken voor het afschaffen van het B-attest. Maar het probleem is dat men niet per decreet kan oplossen dat er vandaag grote verschillen zijn tussen de leerlingen die in het secundair onderwijs aankomen. Omwille van het tweede aspect zijn sommigen voor het strikter toepassen van de geest van het B-attest: de leerling moet van studierichting veranderen. Daarom denken we dat het B-attest in de huidige omstandigheden beter behouden blijft. De leerling die niet slaagt -  ook niet in zijn herexamen – blijft de keuze behouden tussen dezelfde studierichting overdoen of naar een hoger leerjaar in een andere studierichting overgaan. Een bijkomende reden voor dit pragmatisch standpunt is dat de klassenraad bij een B-attestering nu soms zonder grondige motivatie een “passende” studierichting aanbeveelt. 

Ten gronde is de PVDA er voor dat er grootschalige maatregelen en middelen moeten ingezet worden om zoveel mogelijk leerlingen te laten slagen tijdens het schooljaar of desnoods via herexamens .