Voormalig minister van Financiën Didier Reynders. (Foto European Parliament - Pietro Naj-Oleari / Flickr)

Hoe Reynders zonder enig parlementair debat 700 miljoen euro aan fiscale cadeaus uitdeelde aan multinationals

De Europese Commissie veroordeelde België voor een systeem van belastingsvoordelen waardoor 35 multinationals in ons land vrijgesteld werden van 700 miljoen euro belastingen. In 2004 kreeg dit systeem nochtans de goedkeuring van alle partijen, zonder enige parlementaire discussie en ondanks de zware kritiek van de Raad van State op dit systeem.

In 2004 keurde de toenmalige regering de zogenaamde “Excess Profit Ruling” goed, een maatregel die vandaag zwaar onder vuur genomen door de Europese Commissie. De nochtans ultraliberale Commissie vindt dat het hier gaat om illegale staatssteun. Toch is er geen haar op het hoofd van de huidige regering die er ook maar aan denkt de aanbeveling van de Europese Commissie uit te voeren en die 700 miljoen euro niet betaalde belastingen alsnog bij de multinationals te gaan halen.

Een onbegrijpelijk houding, maar niet verwonderlijk als je weet dat in die tijd alle partijen deze maatregel goedkeurden (sociaaldemocraten en liberalen in de meerderheid, cdH en Ecolo in de oppositie - Vlaams Belang en CD&V stemden tegen, maar de christendemocraten vreesden vooral dat de nieuwe wet het bestaande rulingmechanisme in het gedrang zou brengen). En dit ondanks een negatieve advies van de Raad van State. Wou toenmalig minister van Financiën Didier Reynders (MR) een lobby van multinationals bevoordelen door een wet in te voeren die in de praktijk neerkomt op het tegendeel van wat werd aangekondigd? In de uiteenzetting van de motieven van de wet staat inderdaad dat men wil vermijden dat multinationals spelen met de prijzen tussen hun filialen teneinde de winsten over te brengen naar landen waar ze weinig belastingen betalen. We zouden dus kunnen denken dat het hier gaat om het idee dat elk filiaal eerlijk en proportioneel belast wordt op zijn werkelijk aandeel in de omzet van de groep.

Maar in de praktijk leidt dit systeem er integendeel toe dat de winsten van het Belgische filiaal niet belast worden, zonder dat er een overeenkomstige overbelasting van de winst van een buitenlands filiaal van dezelfde groep is. Wat leidt tot een dubbele niet-belasting, zoals de Europese commissie zegt.

Was het een manoeuvre om een ongelooflijk cadeau te geven aan multinationals, onder het mom dat het de bedoeling was de fiscale misbruiken beter te controleren? Veel wijst in die richting.

Er was geen parlementair debat

Afgezien van een stemverantwoording vanwege CD&V Carl Devlies (die vreesde dat de nieuwe wet het mechanisme van de rulings in gevaar bracht), was er geen enkel debat noch in de commissie, noch in de plenaire vergadering in de kamer. En de wet werd goedgekeurd door de meerderheid (sociaaldemocraten en liberalen) en de oppositie (cdH, Ecolo, met uitzondering van CD&V en Vlaams Belang die tegen stemden). Deze afwezigheid van debat zou kunnen wijzen op een duister politiek akkoord, of toch zeker op een strategie die erop gericht is iets er snel door te jagen, zonder dat het parlement er al te lang blijft bij stilstaan.

De lobby van de multnationals

Destijds behartigde de minister van Financiën, Didier Reynders (zelf voormalig bestuurder van het coördinatiecentrum van Carmeuse), de belangen van het “Forum 187”, de lobby van de multinationals, die probeerde het fiscale regime van de coördinatiecentra – waarvoor België door de EU veroordeeld was – in stand te houden. Uiteindelijk zou de minister dit regime vervangen door de notionele interesten. Maar de Europese Commissie veroordeelde nog een andere maatregel: de ruling infocap. Die werd op haar beurt officieus vervangen door de Excess Profit Ruling. Het komt er dus op neer dat de commissie door haar recente beslissing België voor de tweede keer veroordeelt voor een gelijksoortige fiscale procedure.

De praktijk van de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB)

Als je het desbetreffende artikel van de wet leest (zie annex), stel je vast dat de wet behoorlijk duidelijk zegt dat een Belgisch filiaal van een multinationale groep slechts een aanpassing naar omlaag van zijn fiscaal resultaat kan bekomen op voorwaarde dat diezelfde winsten overgenomen worden in een ander bedrijf (van dezelfde groep). Nochtans overtreedt de Dienst Voorafgaande Beslissingen in de praktijk dit wettelijk voorschrift en kent hij de fiscale aftrek toe zonder een overbelasting te eisen als tegenprestatie in een ander filiaal.

Zo gebeurde het dat de wet die de Excess Profit Ruling creëerde ook de macht van de Dienst Voorafgaande Beslissingen uitbreidde. Daarbij komt dat de dienst werd geleid door een voorzitster (Véronique Tai werd aangesteld in 2004) die rechtstreeks van het kabinet van minister Reynders kwam.

Daarin kan een mogelijke voorbedachtheid worden gezien om tot een praktijk te komen die opzettelijk zou afwijken van de strikte toepassing van de wet. In elk geval waren fiscalisten (onder wie fiscaal journalist Jan Van Dyck) behoorlijk verbaasd over de interpretatie door de Dienst Voorafgaande Beslissingen.

Een parlementaire vraag om de procedure af te sluiten

Naast de aftrek die de Dienst Voorafgaande Beslissingen toekent zonder tegenprestatie, moet hij ook geen informatie verschaffen aan de buitenlandse fiscus over excess profit rulings. Daartoe stelde liberaal volksvertegenwoordiger Bart Tommelein een parlementaire vraag aan minister Reynders, die hem de kans gaf om negatief te antwoorden.

De kritiek van de Raad van State

De Raad van State verbaasde zich destijds eerst en vooral over de rol die werd toebedeeld aan de Dienst Voorafgaande Beslissingen: “De voorafgaande beslissing interpreteert de wet of de verdragen, maar kan de vaststelling van de belastbare grondslag niet wijzigen …” In de feiten is het dus die dienst die de belastbare grondslag vaststelt.

De Raad van State was ook bezorgd over de onnauwkeurigheid met betrekking tot het fiscale voordeel dat volgens de wet kan worden gegeven: “Het is de Raad van State niet duidelijk wat bedoeld wordt met de herziening van de winsten ‘op passende wijze’.”

De Raad van State besloot zijn advies uiteindelijk door er uitdrukkelijk op te wijzen dat het deel van artikel 185 §2 dat niet een ontlasting maar een overbelasting voorziet van het Belgisch filiaal, nutteloos is aangezien een soortgelijke inhoud reeds bestaat – en duidelijker geformuleerd – in artikel 26 van hetzelfde wetboek: “Er is geen grond om artikel 185 van het WIB (de wet die het systeem van de Excess Profit ruling instelt, n.v.d.r.) te wijzigen.” Toch behield de regering haar voorontwerp van wet, praktisch zonder wijzigingen.

De macht van de lobby van de multinationals

Het mag dus niet verbazen dat de (nochtans erg liberale) Europese Commissie deze overheidssteun voor zeer specifieke belangen veroordeelt. Net zoals ze eerder al de Ruling Infocap en de coördinatiecentra had veroordeeld.

Wat evenwel schokkend is, is het feit dat de huidige regering (met de ultraliberale minister van Financiën Johan Van Overtveldt, maar ook Didier Reynders en Bart Tommelein) geneigd is de Europese beslissing aan te vechten. Dat lijkt aan te tonen dat de macht van de lobby van de multinationals sinds 2004 niet verzwakt is. Integendeel ...

Annex - Artikel 185 §2 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen

§ 1. Vennootschappen zijn belastbaar op het totale bedrag van de winst, uitgekeerde dividenden inbegrepen.

§ 2. Onverminderd het tweede lid, voor twee vennootschappen die deel uitmaken van een multinationale groep van verbonden vennootschappen en met betrekking tot hun grensoverschrijdende onderlinge relaties:

a) indien tussen de twee vennootschappen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke vennootschappen, mag winst die één van de vennootschappen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die vennootschap;

b) indien in de winst van een vennootschap winst is opgenomen die eveneens is opgenomen in de winst van een andere vennootschap, en de aldus opgenomen winst bestaat uit winst die deze andere vennootschap zou hebben behaald indien tussen de twee vennootschappen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke vennootschappen zouden zijn overeengekomen, wordt de winst van de eerstbedoelde vennootschap op passende wijze herzien.

Het eerste lid vindt toepassing bij voorafgaande beslissing onverminderd de toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436) van 23 juli 1990 en de internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting.