Hoezo, 6% btw is “pervers” en “asociaal”?

Het regent politieke reacties op de 6% btw voor elektriciteit. “Asociaal”, zegt Groen, die de btw-verlaging “een verkapte indexsprong” noemt, terwijl ook NVA de btw-verlaging afbrandt omdat het “niks oplevert voor de bedrijven.” Tom De Meester, initiatiefnemer van de 6%-campagne, zet de puntjes op i.

NVA, met de a van asociaal

“VOKA is mijn baas”, liet NVA-voorzitter Bart De Wever zich ooit ontvallen, en ook gisteren weer leek NVA wel de spreekbuis van de Vlaamse werkgevers. Jan Jambon noemde de 1,3 miljard euro loonlastenverlagingen voor de ondernemingen “een habbekrats” en veegde ook de btw-verlaging voor elektriciteit van 21 naar 6 procent “heel stellig” van tafel. “Voor de ondernemingen levert de verlaging niks op”, orakelde Jambon, “zij zijn vrijgesteld van btw.” Dat heeft tenminste het voordeel van de duidelijkheid: voor de NVA telt tegenwoordig maar één ding: de winst van de bedrijven. Wat goed is voor VOKA, is ook goed voor NVA.

Toen de PVDA in 2008 (!) het voorstel lanceerde om de btw op elektriciteit en gas te verlagen van 21 naar 6 procent, op kosten van de nucleaire woekerwinsten, was dat niet om VOKA te plezieren, maar in de eerste plaats om de energiefactuur van de gezinnen te verlichten. Verwarming en verlichting zijn basisbehoeftes, maar worden stilaan onbetaalbaar duur. Elektriciteit is sinds de liberalisering van de energiemarkt 39 procent duurder geworden, en gas zelfs 65 procent. Meer dan 106.000 gezinnen hebben een afbetalingsplan lopen bij hun energieleverancier, en 80.000 gezinnen zijn door Electrabel & co simpelweg gedropt omdat ze de energiekosten niet meer kunnen betalen. Anno 2013 zitten in België gezinnen in de kou omdat ze op koude winterdagen het geld niet hebben om hun budgetmeter voor elektriciteit of aardgas op te laden.

De partij van Bart De Wever & co ligt duidelijk niet wakker van onze energiefactuur. Nochtans is zes procent btw een kwestie van gezond verstand. Er bestaat in ons land al een verlaagd btw-tarief van 6 procent btw voor basisbehoeftes als water en geneesmiddelen. Dat wij voor gas en elektriciteit het luxetarief van 21 procent zouden moeten betalen is dus zonder meer absurd.
 

Een verkapte indexsprong?

Opvallend genoeg haalt ook oppositiepartij Groen fel uit naar de btw-verlaging. “6% btw is asociaal en niet duurzaam” zeggen de groenen en dus “geen goede oplossing.” Volgens Groen profiteren vooral de rijken van de btw-verlaging. De maatregel zou ook “het verbruik van elektriciteit door gezinnen opdrijven” en “gooit overheidsgeld in een bodemloze put”. "De btw-verlaging is een nepmaatregel”, zegt Kamerfractieleider Stefaan Van Hecke, “Het is een perverse omweg om een indexsprong te realiseren. Groen wil de loonlasten verlagen, niet de lonen.”

Hoezo, de btw-verlaging is een verkapte indexsprong? Bij een indexsprong stijgen de consumptieprijzen, maar worden de lonen niet aangepast. De consumenten zien de prijzen stijgen, maar hun loon volgt niet. Ze houden dus minder koopkracht over. Dat is hier allerminste het geval! Bij een btw-verlaging gebeurt precies het omgekeerde. Een btw-verlaging op elektriciteit verlaagt de energiefactuur van een gemiddeld gezin onmiddellijk met 100 euro, terwijl de lonen stabiel blijven. Meer koopkracht dus, niet minder.
 

Schiet niet op de index, aub!

Dat bij een btw-verlaging ook de lonen verlagen, zoals Stefaan Van Hecke insinueert, is pure demagogie. Aan de lonen wordt niet geraakt. Wel is het natuurlijk waar dat de btw-verlaging een effect heeft op toekomstige loonstijgingen. Die worden een beetje uitgesteld. Dat is logisch. De elektriciteitsprijs zit immers in de index, en gelukkig maar. Als elektriciteit goedkoper wordt – door de btw-verlaging in dit geval – dan houdt de index daar uiteraard rekening mee. Maar dat is helemaal niet “pervers”. Dat de lonen en uitkeringen automatisch aangepast worden aan de reële levensduurte is de logica zelve.

De index wordt berekend op basis van een grote korf producten en diensten. Het voorbije jaar werden sommige producten in die korf duurder (voeding, verzekeringen en ziekenhuisfacturen bijvoorbeeld), andere producten werden dan weer goedkoper (groenten, energie en kleding bijvoorbeeld). De 'index' is de optelsom van al die dalende en stijgende prijzen. Daar kun je moeilijk iets op tegen hebben.

Wat is het alternatief? Moeten we de automatische koppeling van onze lonen en uitkeringen aan de index, een unicum in Europa, dan maar in vraag stellen omdat de dalende elektriciteitsprijs een 'negatief' effect heeft op de index? Dat is met vuur spelen! De index beschermt onze koopkracht. Gemiddeld gezien stijgen de consumptieprijzen jaar na jaar, en dankzij de automatische indexkoppeling stijgen onze lonen (grotendeels) mee.
 

6% btw voor de rijken?

Groen noemt de btw-verlaging “asociaal” omdat “vooral de rijken” ervan zouden profiteren. De rijkste gezinnen geven immers meer uit aan elektriciteit en gas, omdat ze in grotere huizen wonen, en meer uitgeven aan energieverslindende airco's en verwarmde buitenzwembaden, klinkt het bij Groen. Maar de rijkere gezinnen verbruiken ook drie keer meer water en geneesmiddelen dan de armere gezinnen! Wil Groen dan ook het btw-tarief voor water en geneesmiddelen verhogen van 6 procent naar 21 procent omdat 'vooral de rijken' profiteren van het verlaagd btw-tarief? Dat is absurd. Voer dan een rijkentaks in op verwarmde buitenzwembaden, maar 95 procent van de bevolking straffen met een peperduur btw-tarief van 21 procent op energie omdat de rijkste 5 procent energie verspillen, dát is pas asociaal.

Hoge btw-tarieven voor basisproducten zijn sociaal onrechtvaardig. In verhouding tot hun inkomen geven de lagere inkomens immers véél meer uit aan basisproducenten als energie, water en geneesmiddelen dan de rijkste gezinnen. Bij de 25 procent laagste inkomens neemt de energiefactuur een hap van 13 procent uit het gezinsbudget, terwijl dat bij de 25 procent rijkste gezinnen nauwelijks 3 procent is. Minder kapitaalkrachtige gezinnen voelen een btw-verlaging dus vier keer méér dan de rijkste gezinnen.

Dat Groen een btw-verlaging voor elektriciteit vandaag bestempelt als “asociaal” en “in het voordeel van de rijken” is bovendien weinig consequent. Toen vorig jaar een algemene btw-verhoging op de regeringstafel lag, verkondigde Groen-fractieleider Stefaan Van Hecke exact het omgekeerde. Een btw-verhoging is “asociaal”, klonk het toen, “want vooral de midden- en lagere klasse zullen dit voelen. Indien men de btw op verbruiksgoederen verhoogt, weegt dat het zwaarste door op de mensen met de laagste lonen.” Precies! Juist omdat het de midden- en lagere klasse is die de hoge btw van 21 procent op energie voelt, wil de PVDA dat tarief omlaag.
 

Is een btw-verlaging duurzaam?

Volgens Groen is de btw-verlaging “niet duurzaam” omdat gezinnen zo “meer elektriciteit gaan verbruiken”. Daar komt het voor Groen op neer: hoge energieprijzen zorgen ervoor dat mensen minder energie verspillen. En dat is goed voor het klimaat. Ook Vlaams volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne (CD&V) sabelde het 6%-voorstel daarom neer als “een anti-klimaatvoorstel”. Maar zet een lagere energiefactuur echt aan tot energieverspilling?

Mensen zijn niet achterlijk. Het is niet omdat elektriciteit een beetje goedkoper wordt dat gezinnen plots met ramen en deuren open gaan stoken. Veel gezinnen hebben de voorbije jaren fors geïnvesteerd in isolatie, dubbele beglazing en energiezuinige toestellen. Je hebt geen stapel wetenschappelijke studies nodig om te weten dat die investeringen hun nut niet verliezen, ook niet bij een btw-verlaging. Niemand is zo dwaas om zijn spaarlampen weer door oude gloeilampen te vervangen omdat de btw op elektriciteit zakt van 21 naar 6 procent.

Liberale economen steken de realiteit graag in een dwangbuis. Maar burgers laten hun gedrag niet alleen bepalen door prijssignalen op de vrije markt. Volgens een onderzoek van het Vlaams Energieagentschap (VEA) uit september 2013 blijkt dat negen Vlamingen op de tien energiebesparingen belangrijk vinden en zeven op de tien omschrijven zichzelf als (zeer) zuinig op het vlak van energieverbruik. De samenleving is meer dan een kudde consumenten.
 

6% btw en energiebesparing is dubbele winst

Als we het energieverbruik willen beperken, is er nood aan een structurele aanpak. Prijsprikkels zijn onrechtvaardig: hoge btw-tarieven op energie treffen immers vooral de lagere inkomens, omdat zij in verhouding het meest uitgeven aan energie. Bovendien zijn het ook net die gezinnen die het financieel moeilijk hebben om te investeren in isolatie en energiezuinige toestellen of verwarmingsinstallaties. Daarom pleit de PVDA resoluut voor een derdebetalerssyteem. De staat schiet de kosten voor broodnodige isolatiewerken voor en de huurder betaalt de investering in schijven terug, dankzij de winst die hij maakt op zijn fors gedaalde energiefactuur.

Wie een prioriteit wil maken van een klimaatvriendelijk energiebeleid, moet vooral investeren in structurele energiebesparing in plaats van de consumenten op kosten te jagen met hoge btw-tarieven.

Bovendien moet het energieprobleem ook bij de wortel aangepakt worden. Dat consumenten besparen op hun elektriciteitsverbruik is nuttig en nodig. Maar het is een 'end-of-pipe'-oplossing. De consument responsabiliseren is één ding, zorgen voor een energiezuinige, duurzame elektriciteitsproductie is iets anders. En ook dat is nodig. Dat probleem kan je aanpakken door strikte en hogere normen voor groene energie, of door als overheid de energieproductie zélf weer aan te sturen, in plaats van onze toekomst in handen te geven van Electrabel & co.

Met een hoge btw los je dat niet op. Zeker niet omdat je met een btw van 21 procent cynisch genoeg óók die 48 procent van de gezinnen straft die bewust kiezen voor een klimaatvriendelijk groenestroomcontract.

Inzetten op energiebesparing en een verlaagd btw-tarief voor energie gaan hand in hand. Een én-én-verhaal dus.
 

Is de 6% meer dan een verkiezingsstunt?

De regering mag dan vrijdag beslist hebben om de btw op elektriciteit te verlagen van 21 procent naar 6 procent, er blijft veel werk aan de winkel. Alleen de btw op elektriciteit wordt verlaagd, niet op gas. Nochtans is gas evengoed een basisbehoefte, goed voor twee derde van de energierekening bovendien. Ook blijft het totaal onduidelijk wie de factuur moet betalen voor de btw-vermindering. Voor de PVDA is het zonneklaar. Van in het begin hebben wij voorgesteld om het geld van de nucleaire woekerwinsten te gebruiken om de 6% btw op gas en elektriciteit te betalen.

Bovendien is het opletten geblazen. De btw op elektriciteit wordt verlaagd vanaf 1 april 2014, toevallig één maand voor de verkiezingen. Maar voor hoelang? In de officiële regeringsdocumenten staat letterlijk dat “het behoud van de maatregel vanaf 1 januari 2016 zal geconditioneerd worden aan een evaluatie van de maatregel tegen ten laatste 1 september 2015.” Met andere woorden: de btw-verlaging is slechts voor één jaar gegarandeerd. De deur staat wagenwijd open om ná de verkiezingen van volgend jaar de btw-verlaging weer af te voeren. Als we willen vermijden dat de 6% btw op elektriciteit méér is dan een goedkope verkiezingsstunt van Johan Vande Lanotte (SP.a) en Alexander De Croo (Open VLD), dan moeten we wakker blijven en actie blijven voeren! Tot de btw op elektriciteit én gas definitief verlaagd wordt naar zes procent, op kosten van Electrabel.
 

Meer argumenten nodig?

• Opinie De Standaard: 'Energie is even belangrijk als kraantjeswater' 

Opinie De Wereld Morgen: '6 procent btw, een ramp voor het klimaat?'