Foto Solidair

Indexsprong: waarom we die verwerpen

Kris Peeters, Vlaams Minister van Werk, kondigde aan dat de regering "asap' (zo snel mogelijk) een wetsvoorstel zal indienen dat haar de mogelijkheid biedt een wettelijke basis te creëren voor een indexsprong. De minister legde deze verklaring af 20 minuten voor de herneming van de onderhandelingen tussen vakbonden en patronaat over de loonevolutie. De regering heeft meer dan ooit kamp gekozen. 

Midden december vorig jaar bevindt het sociaal verzet zich op een hoogtepunt. De regering en het patronaat zitten in het defensief. "Er zijn ruime marges voor onderhandelingen", klinkt het dan ook eind december. De acties van november en december hebben tot verandering geleid. 

De werknemers en hun vakbonden beslissen om de onderhandelingen een kans te geven. Meer bepaald die over de lonen. De discussies starten op 13 januari. Amper twee weken later zitten ze vast. 

Na de mooie woorden van december, het gekonkel van januari...

De patroons willen een integrale toepassing van het regeerakkoord: een indexsprong, een totale loonblokkering en een vermindering van de patronale bijdrage. Alles samen willen ze in feite niet minder dan 4% van de loonmassa die normaal naar de werknemers zou gaan, recupereren. Een transfer van meerdere miljarden uit de zak van de werknemers naar de bedrijfswinsten.

De vakbonden zijn het daar uiteraard niet mee eens. Temeer daar de lonen in onze drie grootste buurlanden in de komende twee jaar met 4,7% gaan stijgen. Bovendien zien we ook een explosie van de dividenden. “Het zijn niet altijd de werkgevers die alles moeten hebben", verklaarde Marc Goblet, algemeen secretaris van het ABVV, bij de onderhandelingsvergadering. Naast het intrekken van de indexsprong eisen de vakbonden een marge voor loonsverhoging.

En de regering? Die beslist "asap" de indexsprong op te leggen. De mooie woorden van december zijn al lang vervlogen. ze werden vervangen door het gekonkel van januari. Hoe verder de grote algemene staking van 15 december achter ons ligt, hoe vraatzuchtiger onze ministers en de patronale wereld worden. Ze voelen geen druk meer van de sociale beweging en rekenen erop dat die niet in staat zal zijn om opnieuw te mobiliseren.

Maar de sociale beweging zou wel eens heel snel een nieuwe adem kunnen krijgen. De vakbondsbeweging is volop in debat. Meer en meer syndicalisten, centrales en regionales (de openbare diensten, LBC, ABVV Luik,...) vragen een nieuw actieplan, gelijkaardig aan dat van november en december. Velen wijzen er ook op dat de sterkte van de beweging vooral lag in de eenheid tussen openbare sectoren en privé rond duidelijke en eenmakende eisen. 

Een onrechtvaardig, gevaarlijk en onverantwoord sociaal beleid...

De indexsprong die de regering wil opleggen en het beleid van loonblokkering is allereerst sociaal onrechtvaardige. De indexsprong zal een koppel met een gemiddeld salaris op 20 jaar tijd 34.000 euro kosten (je kan het verlies voor jezelf berekenen op http://pvda.be/indexsprong-calculator). Een netto verlies, terwijl het aandeel van de lonen in de geproduceerde rijkdom op zijn laagst staat.

Het is ook een gevaarlijke maatregel. Minder loon betekent minder uitgeven en uiteindelijk minder productie. Minder productie betekent minder jobs en meer werkloosheid. De lonen verminderen, leidt dus tot een vertraging van de economie.

Het is een onverantwoorde maatregel. De patroons van de andere Europese landen zullen het verminderen van de Belgische lonen aangrijpen om bij hen een gelijkaardige loonsvermindering te eisen. We riskeren zo in Europa in een algemene neerwaartse loonspiraal terecht te komen. Die zal de economie nog sterker vertragen. 

Zal de forfaitaire aftrek de indexsprong compenseren?

De regering verklaarde dat de indexsprong gecompenseerd zal worden door een forfaitaire aftrek van 250 euro voor "beroepskosten". Klinkt goed, maar er schuilen toch wel wat addertjes onder het gras.

De aangekondigde aftrek bedraagt 125 euro voor 2015 en 250 euro in 2016. Dat bedrag zal ver beneden het verlies door de indexsprong liggen. De aftrek van forfaitaire kosten geldt alleen voor wie professionele kosten heeft. Wie gepensioneerd is of van een uitkering leeft, kan er niet van genieten.

De forfaitaire aftrek, die ongeveer 900 miljoen euro zal bedragen, compenseert enkel de verhoging van de accijnzen (onder andere op diesel) en de BTW die door de regering gepland wordt. Het gaat om exact hetzelfde bedrag. Tenslotte wordt de forfaitaire aftrek in feite betaald door onszelf, omdat hij minder inkomsten betekent voor onze openbare diensten. Dat zal dus leiden tot minder en/of duurdere diensten.