Foto Solidair

Interventie Peter Mertens (PVDA+) over de meerjarenbegroting

auteur: 

Webredactie

Foto Solidair

Op de gemeenteraad van maandag 18 november 2013 stond de meerjarenplanning voor de Stad Antwerpen op de agenda. Bewoners, jongeren en personeel dreigen de slachtoffers van dit meerjarenplan te worden. Peter Mertens analyseerde het plan in zijn interventie in de gemeenteraad en stelde heel wat sociale alternatieven voor."Bewoners, jongeren en personeel zijn de belangrijkste slachtoffers van dit meerjarenplan", zei PVDA+ fractieleider Peter Mertens. "Van de drie crisissen in Antwerpen, de onderwijscrisis, de wooncrisis en de jeugdwerkloosheid, zal er op het einde van de legislatuur niet één zijn opgelost. Alles moet wijken voor projectontwikkelaars, big business en rijke toeristen, de winnaars van deze begroting. Nochtans zijn er alternatieven mogelijk, maar dan moet men wel durven vertrekken vanuit een echte sociale visie op de stad. Met dit bestuur zullen de tegenstellingen in de stad blijven groeien, en zal onze PVDA+ fractie consequent de onderstroom blijven steunen."

Fractievoorzitter Peter Mertens vatte zijn kritiek op de duizenden bladzijden van de meerjarenplanning samen in zeven punten:

(1) de rekening wordt doorgeschoven;
(2) pensioenen: après nous le déluge;
(3) ‘dienstverlening is een relatief begrip’, aldus de schepen;
(4) voor elk kind een plek in het onderwijs? Geen begin van antwoord;
(5) wooncrisis postmodernistisch opgelost: Yes Is More!;
(6) jobs schrappen in de stad en dan vervangen door geactiveerde leefloners;
(7) als men vertrekt vanuit een sociale visie op de stad zijn er alternatieven. 

Geachte burgemeester,
Beste schepenen,

Alle steden en gemeenten moeten vanaf nu een meerjarenplan opstellen. Dat is een goede zaak, want het verplicht hen een bepaalde visie op papier te zetten.
Wat mogen verwachten van zo’n meerjarenplan?

dat het ambitieus is en dat het oplossingen biedt voor de belangrijke uitdagingen en sociale noden in de stad
dat het ideeën aanreikt voor investeringen die het recht op de stad voor elke inwoner realiseren
dat het een blauwdruk levert voor het goede beheer van de stad en haar financiën
dat het pistes uittekent om mensen te betrekken, en actieve participatie mogelijk te maken

Dit meerjarenplan doet het tegendeel. Het is niet ambitieus, en het is niet sociaal. Het schuift de problemen voor zich uit: zowel financieel als sociaal.

1. De rekening wordt doorgeschoven

Het stadsbestuur gaat leningen aan tot aan het wettelijke maximum. In 2019 zit Antwerpen dan opnieuw met een totale schuld van 1,13 miljard euro opgezadeld. Dit zou op zich geen drama zijn, als er geen twee grote ‘maars’ zouden zijn:

De bevolking neemt niet alleen toe, maar ook de uitdagingen en de sociale noden zullen met deze bevolkingstoename toenemen: er zal meer nood zijn aan betaalbaar wonen, aan kinderopvang, aan scholen, aan ouderenzorg, aan goede mobiliteit en aan ruimte.
Ondertussen worden de financiële buffers van deze stad opgesoupeerd. Het patrimonium wordt uitverkocht ter waarde van 84,3 miljoen euro. De historische Gildekamerstraat, Home Mathilde Schroyens – de stedelijke infrastructuur voor de zeeklassen, worden verpatst met éénmalige maatregelen die een grote hypotheek op de toekomst leggen.

De conclusie luidt: bij de minste economische tegenslag of dip – minder ontvangsten uit personenbelasting, meer uitgaven OCMW, minder inkomsten gemeentefonds –, mogen we ons verwachten aan pijnlijke budgetwijzigingen. Het staat in de sterren geschreven dat dit stadsbestuur nog meer zal snoeien in personeel en dienstverlening; dat bepaalde activiteitenplots plots niet meer tot de kerntaken zullen behoren; en dat het aantal creatieve belastingen en retributies in de komende jaren nog zal toenemen.

Bij de aankondiging van de meerjarenbegroting heeft het stadsbestuur veel reclame gemaakt voor het punt dat ‘de burger’ de besparingen niet zou voelen: noch door tanende dienstverlening, noch door extra belastingen. En elke week groeit de newspeak en groeit het aantal neologismen.

Daarnet had schepen van financiën Kennis het nog over “budgetneutrale vereenvoudigingen van de belastingen”. En terzelfdertijd groeit ook elke week de lijst met creatieve belastingverhogingen, excuseer met ‘retributie-verhogingen’: de riooltaks is bijna verdubbeld; het parkeren wordt fors duurder; de bijdrage voor het offerfeest stijgt van 25 naar 40 euro; in het huwelijk treden gaat van 0 euro naar 200 euro; de containerparken zullen niet langer gratis zijn. Stap na stap schuift dit stadsbestuur de rekening door naar de Antwerpse bevolking.

2. De pensioenen: après nous le déluge

Dit stadsbestuur beweert dat het pensioenprobleem geneutraliseerd zou zijn. Men heeft een politieke beslissing genomen, op kap van het personeel. De 420 miljoen pensioenlasten die Antwerpen zou moeten betalen, zijn tegenover het personeelsbestand gezet, en zo heeft men met een politieke berekening beslist dat er 1.420 jobs moeten verdwijnen om de pensioenlasten op te hoesten. De afbouw van 1.420 jobs heeft niets, maar dan ook niets met een efficiëntie-oefening te maken, niets met een bekommernis over publieke dienstverlening, niets met de noden van de Antwerpse bevolking.

Er zijn 1.420 jobs die moeten verdwijnen om de pensioenlast te betalen.  Zo denkt men. Maar ook dat is niet waar. Door 1.420 jobs te schrappen wordt de financiering van de pensioenen moeilijker. Het is een technisch dossier en dus rekent men er op dat mensen niet kunnen volgen, en dat men het stadsbestuur toch maar het voordeel van de twijfel zal gunnen.

In 2007 heeft een Bijzondere Commissie in opdracht van de minister van Pensioenen een studie gemaakt over de evolutie van de pensioenen van de Lokale Besturen tegen 2050. Uit deze studie volgen een aantal interessante punten. Zo wordt aangetoond dat het hoofdprobleem met de pensioenen niet de stijgende uitgaven, maar wel de dalende inkomsten zijn. Dat is zo op nationaal niveau, waar men de bijdragen van de werkgevers voor de pensioenen steeds verder afbouwt, en dat is zo op lokaal niveau. De gepensioneerde ambtenaren worden betaald met bijdragen op de wedden van de werkende ambtenaren.

Volgens de studie van de Bijzondere Commissie voor de Pensioenen van de Lokale Besturen dreigen die bijdragen te stijgen tot bijna 100 procent van het inkomen. Dat is natuurlijk veel. Voor elke ambtenaar die men in dienst heeft moet men dan eigenlijk twee lonen betalen. Maar de stijging heeft niet zozeer te maken met de toename van het aantal gepensioneerden, dan wel met de afname van het aantal ambtenaren. Ambtenaren worden steeds meer vervangen door contractuelen, nepstatuten, schijnzelfstandigen. Indien men terug meer ambtenaren zou benoemen, dan zouden de bijdragen voor de pensioenen op de wedden van de werkende ambtenaren slechts stijgen tot 30 à 40 procent.

Dat is wel betaalbaar en houdbaar op lange termijn. Terug meer ambtenaren benoemen is de beste garantie op een menswaardig pensioen. Het is bovendien de piste die de Bijzondere Commissie voor de Pensioenen van de Lokale Besturen zelf voorstelt. Uiteraard vereist dat een wijziging in het begrotingsbeleid van de lokale besturen en van de regering in Brussel. Maar de burgemeester kan daarvoor op tafel kloppen, samen met collega’s van andere grote steden. Burgemeester De Wever weigert hiervoor in Brussel op tafel te kloppen, en weigert om de verantwoordelijke minister, zijn partijgenoot Bourgeois, hierover aan te spreken. Neen, liever worden in Antwerpen 1.420 jobs geschrapt, een keuze die op termijn geen enkele oplossing biedt voor het pensioen van de ambtenaren, integendeel. Après nous le déluge. Door jobs te schrappen om de extra  pensioenkost te financieren,  zadelt het de  stad op met een gigantisch probleem voor de toekomst. Schepen Kennis zegt het zelf: de responsabiliserings-bijdrage in de volgende legislatuur zal oplopen tot bijna 1 miljard euro per jaar voor de groep Antwerpen. 1.420 jobs worden opgeofferd, maar aan het probleem is niets verholpen.

3. ‘Dienstverlening is een relatief begrip’, aldus de schepen

Over de gevolgen van de afbouw van het personeel heb ik deze meerderheid al twee keer geïnterpelleerd. Zowel op de gemeenteraadszitting van 29 april, als op de zitting van 21 oktober. Maar nooit kwam er echt een antwoord op de vraag. Er kwam alleen een soort bouwdoos-antwoord waarbij het personeel zelf een zin moet samenstellen met de woorden digitalisering – interne mobiliteit – optimalisering – geen naakte ontslagen.

Om pensioenlast te betalen, worden er 1.420 banen opgeofferd, en dit stadsbestuur blijft halsstarrig beweren dat het geen enkel effect zal hebben op de dienstverlening. In de commissie heeft schepen Van Campenhout dit vorige week wel wat gecorrigeerd. “Dienstverlening is een relatief begrip”, zo vertelde de schepen ons. “Ik bedoel dat er geen gevolgen zijn voor de dienstverlening zoals de burger dat aanvoelt, ik bedoel niet dat er geen gevolgen kunnen zijn voor de dienstverlening zoals de vakbonden die aanvoelen.” Men krabbelt dus wat terug, en zet alvast de vakbonden preventief buiten spel. Het ergste is het gebrek aan respect dat dit stadsbestuur toont voor al het personeel dat werk bij de Stad Antwerpen.

In 2011 waren er 123.000 bewoners die gebruik maakten van de stadskantoren Permeke, Paleisstraat, Kiel en Luchtbal. Die vier stadskantoren worden nu gesloten, en schepen Homans gaf in de commissie vorige week toe dat dit niet echt een besparingsresultaat zal hebben. En toch sluit men die stadskantoren en zal de dienstverlening verminderen. Want je kan niet alles digitaliseren, en je kan menselijke interactie niet uitsluiten. De belangrijkste lijn in de dienstverlening blijft de menselijke interactie, waarbij er vragen gesteld kunnen worden, waarbij mensen iets niet mogen weten of iets moeilijk onder woorden kunnen brengen, waarbij hulp aanvaard wordt en respect getoond wordt. Bovendien wil dit stadsbestuur bijna alle dienstverlenende contacten in de toekomst op afspraak laten maken. Twee weken wachten op dit, drie weken wachten op dat. Er is een gebrek aan respect voor het stadspersoneel, en er is een gebrek aan respect voor de inwoners die gebruik maken van de stadskantoren. Inderdaad, dienstverlening is een relatief begrip, alvast voor dit schepencollege.

4. Voor elk kind een plek in het onderwijs? Geen begin van antwoord

Een meerjarenplanning is een plaats om vooruit te denken, om de toekomst te vatten, om projecten uit te werken en om de grote uitdagingen in de ogen te kijken. Maar in plaats van vooruit te kijken, de toekomst in, steekt dit stadsbestuur liever het hoofd in het zand.

We hebben samen met de begroting 700 bladzijden omgevingsanalyse gekregen, maar het lijkt er op dat het Stadsbestuur die zelf niet heeft gelezen. Antwerpen staat, net als andere grootsteden, voor enorme uitdagingen. De onderwijscrisis met het exploderende capaciteitstekort, met de enorme schoolachterstand, schooluitval en sociale ongelijkheid. De wooncrisis met meer dan 10.000 gezinnen op de wachtlijst, en met de hoogste woonquote van Vlaanderen (gezinnen besteden meer dan 30 procent van hun inkomen aan woonkost). En een enorme jongerenwerkloosheid, met ook een blijvende discriminatie op de arbeidsmarkt.
Van die drie crisissen in Antwerpen, zal er op het einde van de legislatuur niet één zijn opgelost. Alles moet wijken voor projectontwikkelaars, big business en rijke toeristen, de winnaars van deze begroting.

Laten we beginnen met het onderwijs, dat grote problemen kent:

Het slaagt er niet in alle talenten te doen ontplooien. Op het einde van het lager onderwijs heeft 35 procent van de leerlingen in Antwerpen al minstens één jaar schoolse vertraging opgelopen. Eén op vijf Antwerpse jongeren verlaat het onderwijs zonder enig diploma.
Het onderwijs is te duur. Eén op drie van de gezinnen in onze stad heeft problemen met het betalen van de schoolrekeningen. Middagstudie en na-bewaking dikken de factuur aan. In het secundair lopen de kosten op voor de eerste graad tot 800 euro, de tweede graad 950 en de derde graad tot 1000 euro per jaar. Ook de maximumfactuur van 300 euro blijft in het eerste jaar van het Stedelijk Onderwijs een flinke hap voor veel ouders.

De klassen zijn te groot. Hoe kan een leerkracht zwakke leerlingen helpen en sterkere leerlingen uitdagen in de context van een veel te grote klas?

Er is een scholentekort. Dertig jaar besparingen op onderwijs, ondermeer in de bouw en renovatie van schoolgebouwen, eisen hun tol en dat is zacht uitgedrukt. De vorige en de huidige Vlaamse regering hielden voor dat ze via de publiek-private samenwerking (PPS) een snelle inhaalbeweging zouden maken in de bouw van nieuwe scholen. De aanvankelijke kostprijs is ondertussen al verdubbeld. En de gebruiksvergoeding blijkt zo hoog te zijn dat de scholen bijna al hun werkingsmiddelen daaraan zouden moeten besteden. Antwerpen probeert dit debacle nu te herhalen in ’t klein met het project Regatta.

Er is een onaanvaardbare sociale ongelijkheid in het onderwijs. De sociale segregatie in het onderwijs is groter dan de segregatie tussen armere en rijkere buurten. Want nergens zijn er buurten met 95 procent kansarmen. De 15-jarige leerlingen van wie de ouders tot de 10 procent rijksten behoren, zitten voor 90 procent in het ASO. De leerlingen met ouders uit de laag van de 10 procent armsten zitten voor slechts 8 procent in het ASO.

In het meerjarenplan lezen we: “Het stadsbestuur is van mening dat de komende 6 tot 10 jaar van levensbelang zullen zijn voor het onderwijs in Antwerpen en dus voor de toekomst van de stad. Kinderen zijn de grondstof voor de toekomst van onze samenleving.” Dat is een mooie zin en we steunen die ten volle.

Maar we zouden dan wel mogen verwachten dat daartegenover heel veel durf en bijzondere daadkracht staat. De promotietekst van Schepen Van de Velde over ruimtelijke ordening bulkt van de Engelse termen: sense of urgency, excellent, moral duty en ga zo maar door. Het kan niet dwingend genoeg zijn, als het over de bedrijfswereld gaat.

Wanneer “diepvriescenters van Picard” te kennen geven dat ze tot 15 winkels in Antwerpen wensen te openen, dan zegt de schepen tot drie maal toe: “het is onze moral duty hen daarin te begeleiden.” Ik heb niets tegen het engagement van onze schepen voor de diepvriessector, ik hoop alleen dat hij ook geld krijgt voor de product placement van Picard tot in de begrotingsdiscussie toe. Wat ik wil zeggen is dat het nooit over een ‘sense of urgency’ en nooit over ‘moral duty’ gaat wanneer we spreken over de toekomst van het stedelijk onderwijs, over de nood om voor elk kind een goede en betaalbare school te vinden, en over een breed maatschappelijk onderwijsconcept met bos- en zeeklassen. Dan hoor je die begrippen nooit.

Integendeel: de ambitie van dit stadsbestuur bestaat erin dat ze zich neerlegt bij een inkrimping van de werkingsmiddelen en het personeelsbestand van het Stedelijk Onderwijs: 16 miljoen minder werkingsmiddelen over 6 jaar!

De ambitie van dit stadsbestuur bestaat erin dat ze zich neerlegt bij een inkrimping van het aanbod van het Stedelijk Onderwijs ten aanzien van de andere netten: voor kleuters van 44 procent nu naar 41 procent in 2019. Voor het lager onderwijs van 34 procent nu naar 33 procent in 2019.

De ambitie van het stadsbestuur bestaat erin om gewoon te zeggen dat ze niet zal investeren in nieuwe scholen! Het Stedelijk Onderwijs heeft elk jaar 15 miljoen extra nodig voor de bouw van twee basisscholen. De houding van het Stadsbestuur hierbij is: we doen al meer dan genoeg.

Als we de schrijnende situatie willen aanpakken, zijn er juist meer middelen nodig voor kleuterscholen en basisonderwijs. Het is daar dat de ongelijkheid begint. Het is daar dat de middelen moeten worden ingezet! Zowel voor gebouwen als voor de werking. Daar waar het onderwijsleerproces met de leerlingen plaatsvindt. In de scholen én in de openluchtverblijven. En ja, dat mag iets kosten!

Waarom kost de zeeklas 3,5 keer meer dan in de privé, zoals schepen Marinower gisteren op ATV kwam vertellen? Ten eerste zijn de cijfers van de schepen wel erg flou, en lijken ze van dag tot dag te veranderen, het lijken wel beurskoersen. Ten tweede, zelfs al zou het dubbel zo duur zijn als in de privé, wel, meneer de schepen, als u dat nu nog steeds niet begrijpt, dan moet u eens naar de zeeklassen gaan.

Er is namelijk een verschil tussen een hotel en Sint Idesbald. Er is een verschil tussen een jeugdherberg en Diesterweg. Er is een verschil tussen Plopsaland en ’t Veen. En dat verschil gaat over kapitaal. Menselijk kapitaal. Gedreven mensen. Mensen met een hart voor kinderen. Mensen met een missie. Mensen met een warm hart. Mensen die verbondenheid weten te scheppen. Mensen die ook werken rond groepsvorming, solidariteit en samen dingen doen. Niet alleen rond individuele competenties om later mekaars concurrent te kunnen worden op de arbeidsmarkt. En neen, dat is niet te meten in de outputs van het management. Dat is niet te zien in de grafieken van boekhouders. Dat is niet te ontwarren in de interne of externe audits. Daarvoor moet je zelf tot aan de zee gaan. Dat moet je gaan voelen en gaan meemaken. En ja, dat mag geld kosten.

5. Wooncrisis postmodernistisch opgelost: “Yes Is More!”

U weet dat Antwerpen de hoogste woonquote heeft van heel Vlaanderen. Een gezin spendeert gemiddeld meer dan dertig procent van het inkomen aan woonkost. Nergens in Vlaanderen is dat hoger. Sinds 2000 zijn de prijzen voor appartementen en huizen verdubbeld.

Ondertussen staan er in onze stad meer dan 10.000 gezinnen op de wachtlijst voor een betaalbare sociale woning. De vraag stijgt, maar het aanbod blijft geplafonneerd. Toch vindt het college dat “Antwerpen meer dan zijn verantwoordelijkheid neemt op het vlak van sociale woningen” (Bestuursakkoord, §66). Integendeel, de hete aardappel wordt doorgeschoven naar de buitengemeenten. Op alle fronten wordt Antwerpen vergeleken met grootsteden zoals New York en Londen, behalve dan als het op sociale woningen aankomt. Dan plots moeten we ons vergelijken met Wortel of met Achterbroek.

Bovendien verdoezelt het bestuursakkoord het feit dat in Antwerpen zelf slechts 2 van de 9 districten de minimale Vlaamse norm van 9 procent halen: Antwerpen en Hoboken (antwerpen.buurtmonitor.be). De 7 andere districten in Antwerpen halen de norm niet: Ekeren telt slechts 0,6 procent sociale woningen, Merksem 3 procent, Deurne 4,4 procent en het Wilrijk van schepen Homans nauwelijks 5,4 procent.

Deze stad heeft dringend nood aan een woonbeleid, die naam waardig. Waar de schepen van Wonen niet haar achtertuin in Wilrijk beschermt, maar wel ingrijpt in de private huurmarkt met een wooncode naar Nederlands model, en met maximum-huurprijzen afhankelijk van de kwaliteit. En waar de partijen die ook in de Vlaamse meerderheid zetelen, in Brussel op tafel kloppen om een echt Marshallplan rond sociaal wonen te realiseren. Zo niet zal de wooncrisis tijdens deze legislatuur écht ontploffen. Dat kan iedereen zien aankomen. 

Er zijn investeringen in woonbeleid gepland, en dat is goed want de erfenis is zwaar. Maar er wordt niet echt geïnvesteerd in de uitbreiding van het sociale en betaalbare woonaanbod, dat is het probleem. Het geld gaat naar het verbeteren van de kwaliteit van woningen, à rato van 10 miljoen euro per jaar. Daar kan niemand iets op tegen hebben, want net zoals in het onderwijsverhaal is er ook meer dan 30 jaar bijna niet geïnvesteerd in de renovatie van de sociale woningbouw. Er wordt een woonraad opgericht, en ook dat is goed, en de sociale verhuurkantoren, en woonbegeleiding CAW zullen ondersteund worden.

Als het over leefbaarheid gaat, dan staat letterlijk in het budget van 2014 dat de schepen de toepassing van de GAS-wetgeving op ‘overlasthuurders’ gaat onderzoeken. Er zal ook geïnvesteerd worden in extra camera’s, en in extra omheiningen. Maar er komen geen bijkomende sociale woningen, en dus zal aan we wooncrisis in essentie niets worden opgelost. Volgende de visienota van Rob Van de Velde moet de stad vooral de projectontwikkelaar faciliteren en de sleutels tot woonbeleid uit handen geven. Dit leidt niet tot betaalbare woningen maar wel tot grotere winsten voor de projectontwikkelaars. Het enige wat we krijgen, is de postmodernistische oproep op het einde van de nota Van de Velde: "Yes Is More!”. Voilà, laten we dat allemaal gaan zeggen aan de 10.000 gezinnen die op de wachtlijst voor sociale woningen staan. U wacht hier al maanden, zelfs jaren op een betaalbare woning? Geen probleem mevrouw of mijnheer, Yes Is More!

6. Jobs schrappen in de stad en dan vervangen door ‘geactiveerde’ leefloners

Laten we maar beginnen met Harry. Harry uit het nieuwe gidsland, Nederland. Iedereen heeft deze week kunnen lezen wat Harry is overkomen. Hij is 53 jaar oud, en verloor zo’n goede drie jaar geleden zijn baan als straatveger in Den Haag. Hij was één van de kortgeschoolde arbeidskrachten bij de stad, zoals na de Tweede Wereldoorlog bijna alle steden in Europa vaste banen hadden waarin kortgeschoolde mensen zich toch konden ontplooien. Maar dan kwam het neoliberale dogma van de slanke overheid, en de stad dankte Harry af. Harry viel dus terug op een bijstandsuitkering. Maar, zo vertelden de neoliberale hogepriesters, een bijstandsuitkering verdien je niet zo maar. Daar moet iets tegenover staan. Dat iets, dat is dan niet het feit dat Harry zijn leven lang gewerkt heeft, en dat is dan evenmin het solidaire systeem van de sociale zekerheid. Neen dat iets, dat is geïndividualiseerd. Harry moet geactiveerd worden! En dus werd Harry verplicht een geactiveerde bijbaan aan te nemen… als straatveger. Precies hetzelfde werk als voordien, alleen voor 400 euro per maand minder. Dat heet dan een ‘reactivatie-project’ te zijn, ‘om werkervaring op te doen’. Je verzint het niet. Maar voor de stad is het wel goedkoop: vaste banen afbouwen, en vervangen door onderbetaalde verplicht geactiveerde bijstandstrekkers.

Dat is precies waar dit stadbestuur ook naar toe wil. Dat is wat schepen Homans vandaag in de Gazet Van Antwerpen vertelt. Alleen heet het hier niet bijstandsuitkering, maar wel leefloon. En leefloners die weigeren om een onderbetaalde verplichte job te vervullen, zullen – als het van haar afhangt – hun uitkering verliezen. “Dit college wil dus schrappen in het personeelsbestand en verplicht geactiveerde leefloners in de plaats zetten. Een goedkoop alternatief en het werk blijft gedaan. De ene ziet zijn job verdwijnen, de andere krijgt werk maar krijgt geen loon, bouwt geen rechten op voor een werkloosheidsuitkering, een pensioen, wordt niet beschermd, ... De leefloner blijft dus vastzitten in het leefloon”, zo schrijft het Netwerk tegen Armoede terecht.

Leefloners zouden begeleiding op maat moeten krijgen bij het zoeken naar een job. Maar dit stadsbestuur kiest liever voor controle en stigmatisering, in plaats van begeleiding. Schepen Homans schrijft papieren vol over het vrijwilligerswerk. Enerzijds wil men mensen die leven van een uitkering activeren, anderzijds wil men (sociale) dienstverlening laten overnemen door vrijwilligers. Maar: vrijwilligerswerk moet aanvullend zijn op arbeid, maar mag de arbeid nooit vervangen. En het is precies dat wat nu al gebeurt, bijvoorbeeld in de dienstencentra van het zorgbedrijf, en in de stedelijke ontmoetingscentra. Terwijl dit net interessante, zinnige en maatschappelijk relevante jobs zijn voor kortgeschoolde mensen. Bovendien: vrijwilligerswerk is interessant om mensen te versterken, en om hun netwerk uit te breiden etc. Maar het kan nooit verplicht worden! Per definitie niet: ‘verplicht vrijwilligerswerk’, dat bestaat niet.

De werkloosheidsgraad in Antwerpen bedraagt niet minder dan 16,3 procent. Dubbel zo hoog dus als in de rest van Vlaanderen. Tegenover de 40.000 werkzoekenden (35.000 werklozen en minstens 5.000 ‘te activeren’ leefloners) staan er slechts 5.220 vacatures. Dat is een kwart minder dan een jaar geleden. Meer dan de helft daarvan zijn dan nog interimjobs. Dat is een schrijnende tegenstelling. En op die schreeuwende tegenstelling biedt het meerjarenplan geen antwoord. Integendeel, in die situatie disciplinerend activeren, de mensen tegen mekaar opzetten, naar de interimarbeidsmarkt jagen onder de bedreiging van het afnemen of niet toekennen van het leefloon, het allerlaatste bestaansminimum, leidt tot schrijnende toestanden. Je ziet die mensen interimkantoren afschuimen en ze krijgen op hun bord: ‘kom maar eens terug’, of ‘je moet niet terugkomen, wij zullen je wel opbellen als er een vacature vrijkomt’ of ‘je moet via internet de jobaanbiedingen volgen.’

Meer dan 35.000 Antwerpenaren zijn werkloos, dat is één op zes van de Antwerpse beroepsbevolking. Bij de min-25-jarigen is de situatie nog ernstiger. In die groep vinden 6.699 jongeren geen job, dat is 29 procent. En tegelijk schrapt dit stadsbestuur 1.420 banen, en te vrezen valt dat dit vooral banen zullen zijn waarin kortgeschoolden voorheen een kans maakten: groendienst, poetsdienst, afvaldienst, keuken. Dat is zowat de ultieme arbeidsmarktparadox.

7. Als men vertrekt vanuit een sociale visie op de stad, zijn er alternatieven

Het hele akkoord ademt een commerciële logica die prioriteit geeft aan projectontwikkelaars, big business en rijke toeristen. Dat zijn de winnaars van deze meerjarenbegroting. Het Stadsbestuur mag die keuze maken, uiteraard, maar het is zo typerend dat ze dat doet ‘en stoemelings’, zonder een open en duidelijk kerntakendebat te willen voeren.

Wat is de visie van dit stadsbestuur op de rol van een stedelijke overheid? Is dat een visie zoals die door de heer De Winter zonet naar voor is gebracht? De stad uitkleden, het stedelijk onderwijs afschaffen, personeel afdanken en alles inzetten op gewapend bestuur en veiligheid, liefst dan nog op een apartheidsbasis als het van De Winter afhangt (openbare voorzieningen zoals sociale huisvesting ‘slegs vir blanke’)?

Neen, dat denk ik niet. Ook al staat er over disrciminatiebestrijding en actief pluralisme bijna niets in heel dit meerjarenplan. Maar daar zal mijn collega Mohamed Cheeba over tussen komen.Ik denk dat de stadsvisie van de N-VA louter commercieel is. We trekken projectontwikkelaars, big business en rijke toeristen aan en dan geloven we – hocus pocus – in een soort trickle-down effect: dat alle inwoners hier van zou profiteren. En dus wordt meer dan 20 miljoen euro uitgetrokken voor nieuwe gadgets voor city-marketing, ten koste van het magazine De Nieuwe Antwerpenaar.

En dus krijgen het cruise-toerisme en het zakelijk toerisme zonder probleem 4 miljoen euro toegestopt. En dus krijgt de chemische lobby voor 4 miljoen euro stedelijke steun. Dat zijn allemaal kerntaken van deze stad. De investeringen rijmen op deze commerciële aanpak.Investeren in het stedelijk onderwijs, in bos- en zeeklassen, in nieuwe sociale woningen, in groen en ruimte, in kinderopvang, in bereikbare stadsloketten, dat moet allemaal vallen. Dat wordt als een ‘kost’ gezien, niet als een investering. De commerciële logica kent alleen het private ‘return on investment’, en huivert van de sociale ‘return on society’.

Sociale organisaties die de zwaksten in onze stad ondersteunen, sterker maken en begeleiden, worden gekortwiekt:  CAW metropool krijgt 430.472 euro minder; de8  krijgen 187.800 euro minder; JES  moet het met 84.044 euro minder doen; KRAS met 198.200 euro minder; het Minderhedenforum krijgt 50.000 euro minder; Samenlevingsopbouw Antwerpen stad wordt zelfs met 337.100 euro gekortwiekt; en APGA en verenigingen waar armen het woord nemen krijgen voortaan 147.000 euro minder. En de diamant, die krijgt extra. Veel meer extra: 4,5 miljoen euro van ons stedelijk geld om haar ‘negatieve imago’ op te poetsenMen mag ons alles vertellen, maar niet dat er geen keuzes gemaakt worden.

Ik wil het niet eens hebben over de 52 miljoen euro die op nauwelijks een kwartier tijd cadeau wordt gedaan aan de eigenaars van DP World, de Emirs van Dubai, en aan die andere havenmultinational: PSA uit Singapore. Die kunnen zo hun contractueel vastgelegde tonnageverplichtingen voor de haven ongestraft overtreden. Ik wil het niet eens hebben over de belasting op drijfkracht, opslag en vestiging. Hoe het komt dat een stad als Zwijndrecht 25 procent van haar stedelijk budget uit het industriepark kan halen, en dat Antwerpen – met een ontzaglijk grote haven – nauwelijks 3 procent haalt. Een fiscale hervorming op bijvoorbeeld opslag kan jaarlijks minstens 50 miljoen euro opleveren.

Wanneer men wil, zijn er alternatieven voorhanden. Maar dan moet men vetrekken vanuit een sociale visie op de stad, en niet vanuit een commerciële visie die de stad herleidt tot jackpot van enkele private investeerders.

Nu wordt de factuur afgewenteld op de bewoners, op het personeel en op de kinderen van deze stad. En zal er niets fundamenteels opgelost worden aan de onderwijscrisis, de wooncrisis en de jeugdwerkloosheid. De sociale tegenstellingen in deze stad zullen de komende vijf jaar blijven groeien.Om al deze redenen zal onze fractie de voorgelegde meerjarenbegroting niet goedkeuren. En ook de komende jaren consequent de kant kiezen van de onderstroom in deze stad, die door dit beleid in de kou wordt gezet.Ik dank u,namens de PVDA+ fractie,Peter Mertens