Foto William Chevillon / Flickr

Italië: Europees autoritarisme vs. nationalistisch liberalisme

auteur: 

Marc Botenga

Italië heeft dan toch een nieuwe regering. Extreemrechts “vergat” plots zijn anti-Europaretoriek. De boodschap van het Europese kapitaal is duidelijk: het is niet omdat je de verkiezingen wint dat je een regering mag vormen die je wilt, of dat je mag regeren zoals je wilt.

Een regeerakkoord dat flink is bijgestuurd door Europa

Op 15 mei lekte een eerste kladversie uit van een regeerakkoord. Luigi Di Maio, de heel rechts georiënteerde leider van de Vijfsterrenbeweging, en Matteo Salvini, leider van de extreemrechtse partij La Lega, wilden daarin een uitstap uit de euro realiseren. De formulering was ingewikkeld, maar het doel duidelijk: “Bijzonder technische procedures van economische en juridische aard die lidstaten in de mogelijkheid stellen uit de euro te stappen en opnieuw een eigen munteenheid in te voeren.” Zo’n voorstel in een van de landen die mee aan de wieg stond van de Europese Unie, dat was een echte shock voor het Europese establishment. De Europese druk liet dan ook niet lang op zich wachten. Niet vanwege de plannen om 500.000 migranten op te sluiten en eventueel terug te sturen, maar om het instituut Europa te redden. Een reeks telefoontjes, enkele geheime ontmoetingen en wat financieel dreigementen volstonden: nog geen 24 uur later krabbelden Di Maio en Salvini al terug. Het was helemaal niet hun bedoeling uit de euro te stappen, ze wilden enkel en alleen opnieuw onderhandelen over de Europese verdragen.

Maar het regeerprogramma bleef “te duur” om aan de Europese begrotingseisen te voldoen. Daarom namen de voorzitter en de vicevoorzitter van de Europese Commissie, de Franse minister van Economie en de Duitse voorzitter van de EVP in het Europees Parlement contact op met de regering die in Italië in de steigers werd gezet. Ze wezen haar erop dat ze haar verplichtingen moest nakomen en legden haar de spelregels van de Europese Unie nog zorgvuldig uit. Toen het definitieve regeerakkoord bekend was, moest er druk worden uitgeoefend op de samenstelling van de regering. De nieuwe Italiaanse coalitie droeg Paolo Savona voor als minister van Economie. Savona is een voormalig bestuurder van grote Italiaanse banken en was al lid van twee regeringen. Hij is een liberaal. Toch heeft hij ooit een kritische studie geschreven over de euro. Een programma dat zich niet aan de begrotingsregels houdt en een kritische minister? De Europese Unie kon er niet mee lachen en ook de hoogste instanties in Italië waren er niet blij mee. Op vraag van het Italiaanse en het Europese establishment stelde president Sergio Mattarella zijn veto tegen de nieuwe regering. Mario Draghi, voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), zou hoogstpersoonlijk tussenbeide zijn gekomen. De Franse president Emmanuel Macron loofde de verantwoordelijkheidszin van Mattarella.

Wie kan/mag/wil er regeren?

Als de regering niet kan doen wat ze wil, dan heeft niemand nog zin om te regeren. De Italianen hadden gekozen voor verandering en de traditionele partijen afgestraft, daarom stelde Mattarella dan maar Carlo Cottarelli aan als premier, een pion van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) die de bijnaam “Meneer Schaar” heeft, omdat hij zo stevig de schaar heeft gezet in de sociale voorzieningen en de openbare diensten. En Cottarelli kreeg de opdracht een “normale” regering te proberen vormen, die zich netjes aan de Europese regels houdt. Een schandalige, antidemocratische zet. Het gevolg was dat zo goed als geen enkele partij Cottarelli durfde te steunen.

De politieke druk werd opgevoerd, maar ook de economische en de financiële druk. Op politiek vlak dreigde Europees commissaris voor Begroting Günther Oettinger: “De markten zullen de Italianen leren hoe ze moeten stemmen.” En jawel, de financiële markten en de ratingkantoren deden hun duit in het zakje. Ze verhoogden de intrestvoet op de Italiaanse staatsschuld en maakten zo de aflossing ervan een stuk moeilijker. Markus Ferber, Duits Europarlementslid voor de EVP deed er nog een schepje bovenop: de Trojka (IMF, ECB en de Europese Commissie) zou de controle over de Italiaanse financiën kunnen overnemen. Net zoals toen met de Grieken weerklonk er ook deze keer weer racistische propaganda. Het Duitse blad “Der Spiegel” beschuldigde de Italianen van “agressief profitariaat” en riep ze op “Duitsland te bedanken voor zijn gulheid, zoals een bedelaar dat zou doen (sic)”. Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, droeg ook zijn steentje bij: “De Italianen moeten meer werken, minder corrupt zijn en ermee ophouden de Europese Unie de schuld te geven van alle problemen in Italië.” Dat waren ronduit racistische beschuldigingen tegen een land dat door zijn werkende bevolking is uitgegroeid tot de op een na grootste industriële macht in Europa.

Racistische beschuldigingen die de echte verantwoordelijkheden van de Europese structuur moeten verbergen. De euro, op Duitse leest geschoeid, heeft ervoor gezorgd dat Italië zijn monetair beleid niet meer zelf kan bepalen. Maar aan de verschillen in de intrestvoeten die de landen moeten betalen om hun staatsschuld terug te betalen is niets veranderd. Zo profiteren Duitsland en Frankrijk van intrestvoeten die gunstiger zijn. Het verlies van de monetaire controle is niet gecompenseerd door een mechanisme van solidaire transfers, iets wat absoluut noodzakelijk is voor zo’n monetaire unie. Bovendien heeft Italië door de Europese begrotingsregels niet in grote openbare werken kunnen investeren en dat heeft de economie ernstig verzwakt.

De werknemers tussen hamer en aambeeld

De Europese druk heeft voor het gewenste resultaat gezorgd. In ruil voor een postje als vicepremier zijn Di Maio en Salvini gezwicht. De minister van Economie zal een “redelijke” man zijn die de Europese begrotingsregels zal moeten respecteren. Aangezien het precies die regels zijn die de Italiaanse economie verzwakt hebben, zullen de economische problemen van het land dus waarschijnlijk nog verergeren. Veel observatoren zijn van mening dat de toekomst van de eurozone er allesbehalve rooskleurig uitziet.

Wat blijft er nog over van het meer “nationaal gerichte” liberalisme van Di Maio-Salvini, dat het Italiaanse patronaat een helpende hand zou reiken? De steunmaatregelen zullen waarschijnlijk erg beperkt zijn. Wat overblijft is een waslijst liberale maatregelen, zoals de vlaktaks, zodat de rijken minder belasting betalen, en de herinvoering van “vouchers” (een systeem van cheques) zodat men de sociale wetgeving kan omzeilen en men soms zelfs geen arbeidscontract hoeft te geven. Met Salvini als minister van Binnenlandse Zaken zal extreemrechts zijn racistische gif vlot kunnen verspreiden. De politieke doelstelling daarvan: voorkomen dat de mensen het Italiaanse patronaat de schuld geven van de moeilijke sociale situatie in het land. Het regeerakkoord stelt de migranten schaamteloos en zonder enig bewijs verantwoordelijk voor terrorisme en zelfs voor de slechte overheidsfinanciën. De regering is van plan “verzamelcentra” op te richten voor een half miljoen migranten om ze vandaar terug te sturen. Het kapitaal, zowel het Europese als het Italiaanse, ziet daar geen graten in.

De Italiaanse werknemers zitten tussen hamer en aambeeld. Tussen de hamer van het Europese besparingsbeleid en het aambeeld van het Italiaanse patronaat, dat ook grote offers zal vragen van de werknemers, “om competitief te blijven”. Geen van beide aanpakken biedt een uitweg uit deze Europese crisis. Maar de pleitbezorgers van het Europese patronaat hebben ons aan een belangrijke waarheid herinnerd: het volstaat niet om de verkiezingen te winnen om dingen te veranderen. Zonder een sterke sociale beweging zullen ze elk greintje democratie, hoe klein ook, zonder enig probleem de kop indrukken. Als ze al niet tevreden zijn met een nationaal-liberale beweging die voor het Italiaanse patronaat rijdt, hoe ver zouden ze dan niet willen gaan tegen een echt linkse beweging die bij het volk zou aanslaan en hun antisociale systeem aan de kaak zou stellen? Italië bewijst dat we tegen die krachten, die instellingen, die ivoren torens, een goed georganiseerde tegenmacht nodig hebben. Een tegenmacht die van onderuit komt. Een tegenmacht van de burgers.