Jongeren onder de loep: Over jongeren die geen fouten meer mogen maken, verstikte cultuur en een minder gelijke en groene toekomst

Bij de voorstelling van het regeerakkoord, verklaarde premier Charles Michel: “Heel ons regeerprogramma is gericht op de toekomst, voor de huidige én voor de toekomstige generaties.” Inderdaad, de regeringsmaatregelen zullen effectief een grote impact hebben op de toekomst van de huidige en toekomstige generaties, zoveel is zeker. Maar positief zal die impact niet zijn. En daar zijn minstens negen redenen voor.

1. Duurder en meer elitair onderwijs

Wat de ongelijkheid in het onderwijs betreft, scoren zowel Franstalig als Nederlandstalig België heel slecht in vergelijking met de rest van Europa. Drie vierde van de vijftienjarigen uit de tien procent rijkste families van België volgt nog algemeen secundair onderwijs (ASO). Bij de tien procent armste gezinnen valt dit cijfer terug tot een kind op zeven. Bij hen heeft een op twee jongeren op zestienjarige leeftijd al een jaar overgedaan.

Er is een gebrek aan plaats, aan begeleiding, aan materiaal: de tekorten in het onderwijs zijn enorm. Aan de andere kant is het budget dat aan onderwijs wordt besteed de laatste dertig jaar gezakt van 7 naar 5,4 % van het bbp. Maar niet alleen het algemene budget neemt af. Bij het budget per leerling en student is die daling nog groter (tussen 2008 en 2012 was er in Vlaanderen een daling van 1.400 euro: van 8.680 euro naar 7.291 euro).

De directe kosten (uitgaven, schoolreizen, inschrijvingsgeld, syllabussen) en indirecte kosten (transport, voeding, huisvesting) blijven intussen wel onophoudelijk stijgen. Gratis onderwijs is meer dan ooit een mythe in België. En voor zij die de nodige middelen niet hebben, wordt de ongelijkheid alsmaar groter... Een jaar hoger onderwijs kost een kotstudent en zijn gezin namelijk algauw zo’n 12.000 euro.

De snelle weg naar ongelijkheid

In tegenstelling tot wat de meeste partijen vóór 25 mei beloofden, wordt het onderwijs wel degelijk zwaar getroffen. Het is zelfs een van de posten die het hardst door de nieuwe (Vlaamse) regering Bourgeois wordt aangepakt. Dit geldt zowel voor het hoger onderwijs als voor het deel dat nog onder de leerplicht valt. Ons onderwijs bevindt zich zo al in een moeilijke situatie, al die maatregelen zullen het alleen nog ongelijker maken, bestemd voor een geprivilegieerde elite. Maar het gaat niet alleen om sterk stijgende studiekosten en drastisch dalende middelen. Neen, er wordt koudweg komaf gemaakt met een beleid dat de ongelijkheid wil bestrijden.

800 miljoen besparingen in het onderwijs. De komende vijf jaar zijn nooit geziene besparingen over het hele onderwijsnet gepland. Van werkingsmiddelen over sociale budgetten tot zorgbudgetten, het hele onderwijs deelt in de vreugde. Hierdoor komen natuurlijk ook de investeringen in gevaar, terwijl die net broodnodig zijn voor de renovatie van gebouwen of om duizenden nieuwe plaatsen te voorzien om alle kinderen op te vangen.

40 % hogere inschrijvingskosten. De inschrijvingskosten in het hoger onderwijs stijgen met 40 % en bedragen nu 890 euro per jaar. Tegelijk stijgt het vaste deel van het inschrijvingsgeld van 60 naar 230 euro per jaar. Studenten die moeten werken om hun studies te bekostigen en die die studies daarom over meerdere jaren spreiden, worden zo dubbel gestraft. De minister heeft het over de invoering van een maatregel voor “sociale correctie” via de uitbreiding van het “bijnabeurssysteem”. Maar dit is niet meer dan een rookgordijn want de korting op het inschrijvingsgeld waar ze het over heeft (470 euro i.p.v. 890 euro) geldt slechts voor... 1,4 % van de studenten. Het bedrag van de inschrijvingskosten voor het bijnabeurssysteem is trouwens zelf met 60 euro opgeslagen (van 410 naar 470 euro). Alle maatregelen samen kunnen in een zin worden samengevat: “meer betalen voor minder kwaliteit en meer ongelijkheid”.

De middelen voor het gelijke onderwijskansendecreet intrekken. Bij het onderwijs dat onder de leerplicht valt, heeft onderwijsminister Hilde Crevits (Vlaamse regering) ervoor gekozen de aanvullende middelen voor het gelijke onderwijskansendecreet opnieuw in te trekken. Iedereen weet nochtans dat een beleid dat tegen ongelijkheid strijdt, bijkomende middelen moet inzetten voor hen die het het moeilijkst hebben.

10 % minder voor hulp aan studenten, koten en studentenrestaurants. De Vlaamse regering snoeit 10 % weg in de sociale budgetten voor de hulp aan studenten, huisvesting, maaltijden, enz. Hierdoor worden die sociale diensten voor de studenten nog duurder, ofwel gaat hun kwaliteit naar beneden of krijgen studenten er geen toegang meer toe.

32 miljoen minder voor het aanmoedigingsfonds. Ook bij het hoger onderwijs ligt het beleid van de strijd tegen ongelijkheid onder vuur. De minister heeft besloten 32 miljoen te schrappen uit het budget van het aanmoedigingsfonds. Dit fonds zorgt voor bijkomende financiële steun voor instellingen die benadeelde leerlingen opvangen.

Selecties om het hoger onderwijs binnen te mogen. In het hoger onderwijs worden selectiemechanismes opgesteld en verstrengd (ingangsproeven en oriëntatietesten). Zo wordt geselecteerd wie hogere studies mag aanvatten en wie niet. We hebben zo al te maken met een sterke ongelijkheid binnen ons onderwijs, maar met deze mechanismes zal de situatie nog erger worden. Jongeren die niet uit “goede families” en “goede scholen” komen, zullen ofwel worden uitgesloten ofwel sterk worden ontmoedigd (bij niet-bindende testen). Er zullen minder studenten afvallen, maar alleen omdat veel van de jongeren met problemen eenvoudigweg geen toegang meer tot het hoger onderwijs zullen krijgen. De regeringen kiezen zo voor een pedagogie van falen en uitsluiting en niet voor een pedagogie van slagen, waarbij de aandacht bijvoorbeeld naar de begeleiding van studenten kan gaan. En daar komt dan nog bij dat die maatregel gepaard gaat met besparingen op de sociale budgetten en het aanmoedingsfonds en met de verhoging van het inschrijvingsgeld.

Geen tweede kans voor wie niet slaagt aan de KUL. De KU Leuven, de grootste universitaire instelling van Vlaanderen, heeft onlangs een nieuwe regel goedgekeurd. Eerstejaarsstudenten die voor minder dan 30 % van hun studiepunten slagen, mogen zich niet opnieuw in dezelfde opleiding inschrijven. Alweer zullen het de studenten zijn met de meeste moeilijkheden of zij die moeten werken om hun studies te betalen, die het hardst door die maatregel worden getroffen. Opnieuw worden ze uitgesloten in plaats van hulp te krijgen. Die universiteit geeft hiermee ook een duidelijk signaal dat ze een pioniersrol wil vervullen in de elitarisering van het hoger onderwijs. 

2. Werkgelegenheid en werkloosheid: geen vooruitzichten, geen fouten mogen maken

Volgens officiële cijfers telt België per beschikbare job zeventien werkzoekenden. Die massale werkloosheid treft vooral de jongeren. Meer dan een op vijf is werkloos en in bepaalde wijken loopt dat cijfer zelfs makkelijk op tot een op twee.

Maar met alle interimjobs, stages, deeltijdse arbeid of contracten van korte duur, is de situatie voor hen die werken vaak nauwelijks beter te noemen. Vooral het systeem van interimwerk barst uit zijn voegen. Er zijn vandaag vier keer meer interimarissen dan twintig jaar geleden. Dit komt neer op meer dan 500.000 jobs, bijna een job op zeven in België. Ze verdienen gemiddeld 22 % minder en amper 35 % van de interimjobs wordt omgezet naar een vaste baan. 22 % van de interimarissen werkt zelfs met dagcontracten en 30 % wordt maximaal 24 uur voor het begin van een opdracht opgeroepen.

Werken of niet, steeds meer druk en onzekerheid

Fouten maken mag niet meer: gedaan met de inzetbaarheid uitkering voor wie een jaar heeft overgedaan. De regering verstrakt haar maatregelen tegen jongeren die een baan zoeken nog meer. Zo zullen 8.000 van hen geen werkloosheidsuitkering kunnen krijgen. Daaronder vallen enerzijds de jongeren die voor hun 24ste geen inschakelingsuitkering hebben aangevraagd (de twaalf maanden stage meegerekend). Dit betekent dat de regering alle jongeren uitsluit die volledige hogere studies volgen (met een master) en tijdens dit traject een of meerdere jaren hebben gedubbeld. Als we dan weten dat een op twee al op school een jaar moet overdoen en als we daar dan ook de kansen op mislukking en het heroriënteringscijfer in het eerste jaar hoger onderwijs bijtellen (ook zo’n 50 tot 60 %), dan zien we dat het met die maatregel voor veel jongeren onmogelijk wordt een volledige hogere opleiding te volgen zonder hun kans op een werkloosheidsuitkering te verliezen. Aan de andere kant wil de regering ook de uitkeringen gaan inperken voor wie jonger is dan 21 en geen diploma secundair onderwijs heeft behaald. Zo worden zij die de school al vroegtijdig hebben verlaten, nog meer aan de kant gedrukt. In de praktijk is dit dus een maatregel die de studenten met de meeste moeilijkheden zal straffen. Ze zal ervoor zorgen dat die jongeren hun ambities op het vlak van hoger onderwijs zullen opbergen en voor kortere studies zullen kiezen of, als ze teveel achterop zitten, gewoon niet gaan studeren.

Big Brother tegen de werklozen. De regering heeft beslist van haar strijd tegen de “sociale fraude” een prioriteit te maken. Voortaan controleert ze dus het gas-, elektriciteits- en waterverbruik van de werklozen. Werklozen die te veel of te weinig verbruiken, zijn verdacht. Bart Tommelein (Open VLD) is staatssecretaris voor Bestrijding van sociale fraude én staatssecretaris voor Privacy. Over hem zei de voorzitter van de Liga voor Mensenrechten onlangs: “De staatssecretaris voor Bestrijding van sociale fraude en voor Privacy belooft dat hij het ene ondergeschikt zal maken aan het andere”. Dit staat volledig in contrast met de beperkte middelen en ambitie die de regering aan de dag legt voor de strijd tegen de fiscale fraude. Daarvoor verwacht ze de komende jaren namelijk nog minder goede resultaten. Maar de regering gaat nog verder. Ze wil een telefoonlijn openstellen waarop mensen fraudeurs kunnen aangeven. Met deze maatregelen stuurt ze ook een ideologisch discours tegen de “profiterende” werklozen de wereld in en is het duidelijk dat ze de mensen echt tegen elkaar op wil zetten. Die maatregelen zullen vooral de jongeren treffen die vaker werkloos zijn.

Gratis werken voor de werklozen. Verder wil de regering werklozen ook verplicht gemeenschapsdienst laten doen. Als ze hun rechten willen behouden, zullen werklozen na twee jaar werkloosheid zo gratis twee halve dagen per week gemeenschapsdienst moeten uitvoeren. Een gevolg hiervan is natuurlijk dat bestaande jobs in het gedrang komen. Zoals die werkloze in Den Haag die als gemeenschapsdienst de straat moest schoonvegen enkele maanden nadat hij zijn werk had verloren als... straatveger.

Regering bedreigt rechtstreeks de werkgelegenheid van jongreren. De regering Michel - De Wever neemt geen genoegen met het onder druk zetten van werklozen. Ze bedreigt ook de werkgelegenheid van de jongeren. Door de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, gaat ook de jeugdwerkloosheid de hoogte in. Het optrekken van de pensioenleeftijd naar 67 jaar heeft niet alleen gevolgen voor de werknemers die reeds actief zijn. Door het aantal beschikbare jobs te beperken, worden ook jongeren en alle toekomstige werkers getroffen. Sinds in Zweden een gelijkaardige hervorming van de pensioenleeftijd is doorgevoerd, is de jeugdwerkloosheid er sterk toegenomen. Van 10 % in 2000 steeg ze naar 24 % in 2014. Die stijging ligt ver boven het Europese gemiddelde. Het is ook helemaal niet logisch om zoveel oudere mensen op de arbeidsmarkt te houden terwijl die vaak gewoon aan het einde van hun krachten zijn en er op dit ogenblik toch 650.000 werklozen in België zijn.

Precaire “instapstages” van 800 euro per maand. De regeringen hebben ook beslist precaire stages te ontwikkelen, met op regionaal niveau de beroemde “jongerengarantie”. Onder het voorwendsel jongeren te helpen om “ervaringen op de arbeidsmarkt op te doen”, verplicht deze zogenaamde mirakeloplossing hen precaire stages te aanvaarden. Ze verdienen 800 euro per maand, waarvan het bedrijf zelf slechts 200 euro betaalt. Voor de werkgever komt dit neer op 1,6 euro per uur. Dat is werkelijk onvoorstelbaar. En dit zonder enige verplichting om de jongere aan het einde van de stage ook aan te nemen. In de praktijk zijn het op dit ogenblik vooral distributie- en handelsketens of schoonmaakbedrijven die van dit soort stages gebruik maken. Met andere woorden, sectoren waar er zo goed als geen ervaring nodig is...

Gedaan met vaste uren en voltijdse contracten. De regering neemt ook maatregelen om het werk “flexibeler” te maken. In het regeerakkoord voorziet ze hiervoor “een meer flexibele arbeidsorganisatie en arbeidstijd, zoals de annualisering van de arbeidstijd, deeltijds werken, overuren en glijdende arbeidsuren”. Dit betekent dus dat werknemers maar moeten aanvaarden dat ze min of meer elke week met variabele uren en afhankelijk van de behoeften van de werkgevers zullen werken. Op die manier zullen werkgevers in ieder geval minder snel nieuwe mensen moeten aanwerven. Maar het betekent ook dat er veel meer onzekerheid komt en dat het een pak moeilijker wordt om je privéleven te organiseren. Die flexibiliteit geldt in de eerste plaats voor de nieuwe contracten en dus nog meer voor de jongeren.

Vier jobs op vijf worden niet vervangen. En ten slotte zijn de regeringen van plan op alle niveaus banen te schrappen en te desinvesteren in overheidsdiensten en -instellingen (crèches, openbaar vervoer, VRT-RTBF...). Zo worden bij de overheid in Wallonië vier op vijf mensen die met pensioen gaan, niet vervangen. Wat neerkomt op evenveel banen die gewoon van de arbeidsmarkt verdwijnen. Bovendien gaat het dan meestal nog over goede banen waar de maatschappij wel bij vaart.

3. Energie en milieu: kerncentrales en winst voor Electrabel ook verlengd tot 67 jaar?

De klimaatverandering is een feit en het zijn de volgende generaties die de prijs zullen betalen van de keuzes die we vandaag maken. Volgens het laatste rapport van het IPCC kunnen we nog voorkomen dat de gemiddelde temperatuur met 2 graden stijgt ten opzichte van de pre-industriële periode. Maar dat zal zeker niet lukken met de maatregelen van de laatste 20 jaar. België is er niet eens in geslaagd zijn povere engagement van Kyoto na te komen, waarbij het in de periode 2008-2012 zijn CO2-uitstoot met 7,5 % zou terugdringen.

Blinde liberalisering en desinvestering van de openbare diensten

Albert Einstein zei ooit: “We kunnen onze problemen niet oplossen met dezelfde denkwijze die voor de problemen heeft gezorgd”. Het is nochtans net dat, wat de regering doet: blindelings verdergaan in dezelfde richting. De regering blijft de logica volgen van de blinde liberalisering en de desinvestering in de openbare diensten. Ook de Europese Commissie staat achter die logica. De belangen van de grote energiemultinationals blijven voor de collectieve en ecologische belangen komen en de overheid neemt geen enkele verantwoordelijkheid op. Het gaat zo ver dat zelfs de energievoorziening voor de bevolking wordt bedreigd (de fameuze “blackouts”). In het hele regeerakkoord van 230 pagina’s is nauwelijks een pagina voorzien voor het luik “klimaatbeleid”. Zo eenvoudig is dat.

Verlenging van de kernenergie tot 2025 of langer. De regering heeft besloten de oude Belgische kerncentrales mogelijks tot 2025 open te houden. Dit gebeurde onder druk van Electrabel, die hier overvloedige winsten uithaalt. Tot 2025 dus... 50 jaar nadat ze in gebruik werden genomen... En daar houdt het niet mee op. Terwijl in heel Europa centrales worden gesloten, zet onze regering de deur zelfs open voor de bouw van een nieuwe kerncentrale. Dat is niet alleen een anti-ecologische keuze, maar ook een keuze die de veiligheid van de bevolking op het spel zet. De ramp in Fukushima is daar het zoveelste voorbeeld van.

Liever schaliegas dan groene energie. De regering Michel-De Wever opent ook de deuren voor energiewinning zoals schaliegas, terwijl we weten dat dit rampzalige gevolgen heeft voor het milieu. Dit alles in naam van het “concurrentievermogen” en de “energie-onafhankelijkheid”. Ook hier is de economische rendabiliteit voor de aandeelhouders de doorslaggevende factor. En de regering is niet van plan hier verandering in te brengen. Dat verklaart ook waarom er in België na tien jaar liberalisering nog steeds maar 10 % groene energie is.

De prijzen van het openbaar vervoer gaan de hoogte in. De mobiliteit krijgt klappen. De prijsverhoging bij de NMBS wordt op 10 % geschat. Bij De Lijn reizen de senioren niet langer gratis. En daarnaast spreekt de Vlaamse regering ook nog eens over een algemene prijsstijging van 5 %. Bij de TEC gaat de prijs van een buskaartje met bijna 10 % omhoog, van 1,90 euro naar 2,10 euro. En bij de MIVB is er de verhoging met 12 % van de erg populaire tienrittenkaart die de prijsverhogingen van de vorige jaren nog eens extra in de verf zet. Mobiliteit via het openbaar vervoer wordt zwaar afgeremd, terwijl die toch het beste is voor het milieu.

Een antimobiliteits- en antimilieubeleid. De regering raakt zwaar aan het openbaar vervoer en dat op alle niveaus (NMBS, TEC, De Lijn, MIVB). Bij de NMBS zijn de komende vijf jaar voor 2,1 miljard besparingen gepland. De Lijn voorziet 34 miljoen bezuinigingen. In Vlaanderen zullen die besparingen bijvoorbeeld voelbaar zijn doordat het aantal bussen ‘s zondags sterk wordt teruggeschroefd. Buiten de stadscentra zullen de bussen enkel nog rijden tussen 10 u en 19 u. Pech voor wie ‘s morgens werkt of ‘s avonds naar de stad wil. De TEC heeft al aangekondigd zes miljoen te moeten besparen en bij de MIVB heeft de regering investeringen van tientallen miljoenen uitgesteld. Die waren nochtans gepland om de sterke stijging van het aantal reizigers sinds het begin van de crisis in 2008 te kunnen opvangen. Al die bezuinigingen hebben natuurlijk gevolgen voor de tarieven (zie hierboven). Maar ook de veiligheid, het aantal lijnen, de arbeidsvoorwaarden en stiptheid zullen hieronder lijden. De netten zullen overbelast raken, de minder dichtbezette zones dreigen uit de boot te vallen en ook het ongenoegen van de reizigers zal stijgen. En dan zwijgen we nog over de gevolgen voor de werkgelegenheid. Bij de NMBS alleen al wordt geproken over 5.000 banen die zouden verdwijnen. Al die maatregelen moeten ons voorbereiden op een mogelijke privatisering. Minister Jacqueline Galant (MR) had het daar trouwens zelf ook al over.

4. Democratie onder toezicht: een Belgische versie van de NSA en het inzetten van het leger op straat

Sinds een aantal jaren is de maatschappij harder geworden en glijden we steeds verder af naar een beleid van sancties en repressie. Vooral de jongsten worden hierdoor getroffen, zoals met de uitbreiding van de GAS-wet onder de vorige regering. Tegelijk heeft de bevolking steeds minder in te brengen bij de beslissingen die worden genomen. Het is dus geen toeval dat wanneer de sociale ontevredenheid stijgt, de regering ook de repressiemiddelen van de staat aanscherpt. Waardoor de volgende generaties een toekomst onder sterk bewaakt toezicht te wachten staat.

Democratische rechten in gevaar

De regeringen nemen tientallen maatregelen waar geen enkele politieke partij in haar verkiezingsprogramma ooit met een woord over heeft gerept. Zo is er het pensioen op 67 jaar en de besparingen in het onderwijs en in de cultuursector. Aangezien de regering ervan uitgaat dat het resultaat van de verkiezingen haar een vrijgeleide geeft, is ze niet van plan veel plaats te laten voor onderhandelingen of voor de inbreng van de verschillende spelers in de maatschappij. Tegelijk creëert ze – net als Thatcher in de jaren tachtig - een klimaat van angst, zoals bijvoorbeeld naar aanleiding van de incidenten tijdens de nationale betoging van 6 november. En onder het mom van de strijd tegen de “radicalisering”, neemt ze maatregelen waarmee ze in de praktijk de deelname aan en de mogelijkheden tot tegenspraak kan beperken. In dat opzicht begrijpen we heel goed waarom de N-VA de strategische minister van Binnenlandse zaken en die van Defensie wilde leveren. Dit alles is des te meer verontrustend als we die nieuwe N-VA-ministers de collaboratie tijdens WOII en de banden met extreemrechts horen minimaliseren. Zo is er Jan Jambon, de nieuwe vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken. Hij moet verantwoording afleggen over zijn activiteiten in nationalistische kringen (waar hij onder meer Jean-Marie Le Pen van het Franse Front National als gastspreker had uitgenodigd) en over zijn verklaring dat “collaborateurs tijdens de Tweede Wereldoorlog hun redenen hadden”. Zo was er ook de nieuwe staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken, die onlangs samen met zijn collega-minister van de Vlaamse regering Ben Weyts deelnam aan een avond ter ere van Bob Maes, de stichter van de extreemrechtse privémilitie VMO.

Een Belgische versie van de NSA. De Belgische regering wil een “Nationale Veiligheidsraad” op poten zetten. Het is de bedoeling dat die een soort Belgische versie van de NSA wordt, die door klokkenluider Edward Snowden werd aangeklaagd. Bij die Belgische NSA wordt alle informatie gecentraliseerd. Dit gebeurt onder directe controle van de eerste minister en de ministers van Justitie, Defensie, Binnen- en Buitenlandse zaken en de vice-premiers. Het regeerakkoord rept met geen woord over de gevaren die zo’n nooit geziene centralisatie van de persoonsgegevens en de sanctiebevoegdheid met zich meebrengt. Ook over het gebrek aan controle en de verantwoording die dit orgaan democratisch gezien zou moeten afleggen, wordt niet gesproken. En dit terwijl de recent door Snowden onthulde praktijken van de NSA net tot voorzichtigheid zouden moeten aanzetten.

Big Brother, een bevolking onder toezicht. In naam van de strijd tegen het terrorisme, eigent de regering zich het recht toe de handel en wandel van elke burger tot in het kleinste detail te controleren. Het akkoord voorziet de mogelijkheid om alle databanken over de burgers nog veel meer met elkaar te vergelijken en ze voor veel meer mensen toegankelijk te maken (en die informatie bijvoorbeeld tegen de werklozen te gebruiken). Dit controlebeleid gaat ook gepaard met een nieuwe toename van het nu al hoge aantal bewakingscamera’s. Maar er is één categorie van de bevolking die van die inbreuk op het privéleven gespaard blijft: in naam van het respect voor het privéleven, houdt de regering nog altijd vast aan de overtuiging dat er in België geen vermogenskadaster kan worden opgesteld (terwijl dat in andere Europese landen wel kan). Terwijl dit echt wel nodig is om de fiscale fraude te kunnen bestrijden en een echte vermogensbelasting op te stellen.

Blauw en kaki op straat. De regering wil niet alleen meer politieagenten, ze wil ook de mogelijkheid om het leger bepaalde taken op straat te geven. Zo’n militarisering van het dagelijkse leven doet ons meteen denken aan de beelden van de recente gebeurtenissen in Ferguson in de Verenigde Staten. Daar zet de politie gepantserde wagens in die vroeger in het Amerikaanse leger werden gebruikt en dit om haar eigen bevolking te onderdrukken. De slogan “meer blauw op straat” staat letterlijk in het regeerakkoord.

Steeds meer straffeloosheid bij de politie. Het wordt moeilijker klacht in te dienen tegen politiegeweld. En dat in een context waarin politiegeweld net toeneemt (denken we maar aan de affaire Jonathan Jacobs in Antwerpen). Terwijl het de kwestie politiegeweld niet eens vernoemt, zal de regering volgens het regeerakkoord wel “naar een oplossing zoeken voor manifest onterechte klachten tegen het politiepersoneel en ander veiligheidspersoneel.” De politieagenten zijn dus de enige slachtoffers. In dezelfde geest stelt het akkoord een maatregel voor waarmee de identiteit van de politieagenten nog beter kan worden verborgen gehouden.

De vakbondsorganisaties en het verenigingsleven verzwakken. Via maatregelen zoals de minimale dienstverlening wil de regering de macht van de vakbonden breken. Met meer dan drie miljoen leden vertegenwoordigen die immers het grootste sociale tegengewicht van het land. Daar komt nog bij dat de organisaties in het verenigingsleven, die toch ook een kritische rol van tegengewicht vervullen, eveneens hun subsidies naar beneden zien gaan.

5. Cultuur en verenigingsleven verstikken

De cultuur en het verenigingsleven krijgen al jaren af te rekenen met vermindering van subsidies. Door dit tekort aan financiering zien instellingen, verenigingen en artiesten zich verplicht fondsen in de privésector te gaan zoeken. Die ontwikkeling gaat gepaard met het steeds sterker wordende betoog dat kunst en cultuur handelswaar moeten zijn. Dat versterkt nog het idee dat cultuur op de eerste plaats “rendabel” moet zijn en zoveel mogelijk kijkers moet trekken. Omgezet in de praktijk zien we een evolutie naar een steeds duurdere en ontoegankelijke cultuur, een cultuur die zich richt op prestige en niet op mensen. Cultuur en het verenigingsleven zijn nochtans ideale instrumenten om jongeren, los van het milieu waaruit ze komen, te helpen zich te ontwikkelen, creatief te zijn, de wereld te begrijpen en hun plaats te vinden in de maatschappij. Cultuur, sport en verenigingsleven geven hen een richting in het leven en maken het sociale netwerk steviger.

Blackout van de cultuur en het verenigingsleven

Ondanks dit alles zijn de regeringen zowel op federaal als op gewestelijk vlak goed op weg naar een blackout van de cultuur en van het verenigingsleven. De logica van besparingen en bezuinigingen raakt de kern van de solidariteit, de gezondheidszorg, de steun aan mensen in nood, opleidingen, enz... Ze treft de buurthuizen, de huiswerkbegeleiding, de jeugdbewegingen, de vormingscentra en de vzw om de hoek. Een deel daarvan zal verdwijnen, anderen zullen hun activiteiten en hun prijzen moeten herzien. Maar het zijn toch vooral hun rol in de maatschappij en hun sociale en educatieve taken die worden bedreigd. Hier doelde een jonge scoutsleider op, toen hij het feit aanklaagde dat zijn uniform - dat hij tot nu toe als een teken van gelijkheid had beschouwd - nu net een symbool van ongelijkheid en privilege aan het worden is. Het privilege van zij die het inschrijvingsgeld voor de jeugdbeweging nog kunnen betalen.

Steeds duurder wordende musea. Er is een besparing van 15 tot 30 % aangekondigd op het budget voor musea en wetenschappelijke instellingen. De Munt, het Nationaal Orkest van België, Bozar en ook wat we de federale wetenschappelijke instellingen (FWI) noemen, de grote musea (Schone Kunsten, Magritte, Muziekmuseum, Tervuren, enz.), het Museum voor Natuurwetenschappen, de Irpa, de Koninklijke Bibliotheek, het Rijksarchief... zijn allemaal federale instellingen die hun subsidies met 15 tot 30 % naar beneden zien gaan. Ongehoord. En eenvoudigweg “onhoudbaar” voor die instellingen... tenzij met hogere toegangsprijzen.

Bezuinigingen van meer dan 40 % op sport, cultuur en jeugdbewegingen in Vlaanderen. De komende vijf jaar wil de Vlaamse regering een miljard euro besparen op sport, cultuur en jeugdbewegingen. Dat komt neer op zo’n 210 miljoen per jaar, op een budget dat op dit ogenblik ongeveer 550 miljoen bedraagt. Dit zal zich bijvoorbeeld vertalen in hogere inschrijvingsprijzen voor scoutskampen of theaterstukken. Door deze nooit geziene besparingen zullen veel instellingen en verenigingen in moeilijkheden komen. Volgens Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) zal niet iedereen die bezuinigingen overleven. Volgens hem heerst ook in de culturele sector het recht van de sterkste. En zij die zich het best aan de nieuwe omstandigheden kunnen aanpassen, hebben de meeste overlevingskansen.

6. Zes miljard voor oorlogsvliegtuigen en een nieuwe economische NAVO

Irak, Afghanistan, Palestina, Libië, Mali, Syrië of Oekraïne... de conflicten en spanningen blijven zich opstapelen. De wereld waarin we leven wordt steeds onveiliger. Het is in die context dat onze regering in alle uithoeken van de wereld een beleid voert van economische en militaire interventies en overheersing. Tegelijk investeert ze echter steeds minder in ontwikkelingssamenwerking. Een oorlogszuchtige keuze die gevaarlijk kan zijn voor de toekomst.

Onderwerping aan de dictaten van de NAVO en de grote multinationals

De regering heeft er duidelijk voor gekozen verder op pad te gaan met de militaristische alliantie van de NAVO. Er is geen enkele echte strategie om tot vrede te komen. Net zoals in 2001 in Irak of meer recent in Libië zijn het de economische belangen die onze internationale politiek bepalen. Dat verklaart ook waarom Saoedi-Arabië een gegeerde bondgenoot blijft waar België onlangs nog met prinses Astrid en 353 bedrijfsleiders op economische missie is geweest.

Geen geld voor onderwijs, maar wel voor F-35’s. De regering heeft ervoor gekozen zes miljard uit te geven om veertig nieuwe gevechtsvliegtuigen aan te kopen. Ze voldoet hiermee aan de vraag van de NAVO met wie ze samen over de hele wereld een militaire interventiepolitiek voert. Het is vanuit diezelfde instelling dat het parlement (van lopende zaken) nog niet zo lang geleden de beslissing heeft genomen militair in Irak tussen te komen. Die interventie zal helemaal niets uithalen, maar zal de Belgische belastingbetaler intussen wel 14,5 miljoen per maand kosten. En dit ondanks de totale politieke mislukking voor de bevolking van de laatste interventie in Libië.

Het Transatlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP) tussen de VS en de EU is een nieuwe economische NAVO. Het regeerakkoord vermeldt expliciet de verdediging van de vrijhandel en van het op handen zijnde Transatlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag  dat de belangen van de Euro-Amerikaanse ondernemingen moet verdedigen. Dit verdrag is een oorlogsverklaring aan elke vorm van eerlijke handel op wereldniveau. Maar het gaat veel verder dan dat, het is ook een bedreiging voor de voedselveiligheid, de gezondheidszorg, de overheidsdiensten, de cultuur en - via de mechanismes om geschillen tussen staten en investeerders op te lossen - zelfs voor onze eigen democratie. We zullen Amerikaanse normen opgelegd krijgen. Zo mogen er chloorkippen worden verkocht, met alle gevolgen vandien voor de gezondheid en de voeding.

Minder geld voor internationale acties en samenwerking tegen nieuwe ebola’s. Terwijl de regering beloftes maakt om miljarden uit te geven op militair gebied, springt ze heel wat lichter om met haar belofte om 0,7 % van het bbp aan ontwikkelingshulp te geven. In 2013 kwam België niet hoger dan 0,43 %. De regering Di Rupo snoeide al 30 % weg uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. De huidige regering gaat verder op het ingeslagen pad. Over het budget zelf blijft de minister nog erg vaag, maar hij heeft wel al nieuwe besparingen aangekondigd. Die zouden gaan van 150 miljoen euro in 2015 tot 279 miljoen in 2019. Met die keuze zal België zijn verplichtingen bij de internationale instellingen niet kunnen nakomen. Dat is met de recente ebolacrisis in Afrika trouwens al duidelijk gebleken.

7. Een regering van mannen die niets van vrouwen moeten hebben

Het mag duidelijk wezen: we hebben nog een lange weg af te leggen vooraleer we in onze maatschappij over gelijkheid tussen mannen en vrouwen zullen kunnen spreken. Vrouwen verdienen tot op vandaag gemiddeld nog steeds 22 % minder dan mannen. De toekomst die de regering Michel - De Wever ons biedt, maakt die ongelijkheid nog een stuk groter.

Exact het tegengestelde van een beleid voor gelijke kansen

Het lijkt een algemene tendens te zijn in Europa. De besparingsmaatregelen treffen in de eerste plaats de meest kwetsbaren en dat zijn hoofdzakelijk vrouwen. De maatregelen gaan trouwens vaak gepaard met een heropflakkering van behoudsgezinde tendensen. We zagen het laatst nog in Spanje, met de debatten over abortus. Terwijl de nieuwe regeringen in België vaak voornamelijk uit mannen zijn samengesteld (slechts drie van de veertien federale ministers en een van de acht Waalse ministers zijn vrouwen), zullen die een hoop maatregelen nemen die de vrouwen hard zullen treffen.

In theorie heeft het regeerakkoord het over het “wegwerken van ongelijkheden” en zal er “bijzondere aandacht gaan naar de verschillende situatie van vrouwen en mannen”. Maar in de praktijk bevat het een hele reeks maatregelen die vrouwen extra hard raken.

Verhoging van de eigen bijdrage bij de gynaecoloog teneinde 39 miljoen te besparen. Concreet zullen vrouwen bij een bezoek aan de gynaecoloog voortaan 12 euro uit eigen zak betalen.

Vrouwen die zonder complicaties bevallen, moeten het moederhuis een halve dag vroeger verlaten.

Werkloosheid en deeltijds werk: vrouwen worden twee keer uitgesloten. De regering plant de aanvullende werkloosheidsuitkering (IGU-toeslag, inkomensgarantie uitkering) voor de werknemers(-sters) die halftijds werken na twee jaar met de helft te verminderen. 79 % van de mensen die deze uitkeringen krijgen, zijn vrouwen.

Drie op vier vrouwen komen nooit aan een loopbaan van 42 jaar. Zij worden dus het hardst getroffen door de verlenging van de pensioenleeftijd.

Voor jonge vrouwen wordt het moeilijker om in het beroepsleven te stappen. Ten eerste komt dit door de besparingen en uitgestelde investeringen bij overheidsdiensten als crèches, kinderopvang, gezondheidszorg en sportinfrastructuren, maar ook bij de bejaardentehuizen. Aangezien zij het zijn die zich het meest met de kinderen, het gezin en de bejaarden bezighouden, zullen de gevolgen hiervan voor hen het meest voelbaar zijn. Want al die taken komen nu op hun schouders terecht. De Waalse regering heeft bijvoorbeeld beslist een investering van 340 miljoen uit te stellen. Dat geld was bedoeld voor de bouw van crèches en bejaardentehuizen. In Vlaanderen wordt er 133 miljoen bespaard op de kinderopvang en tegelijk gaat het dagtarief omhoog. Ten tweede vinden we alle jobs die afgeschaft of niet gecreëerd worden in sectoren terug waar vaak vooral vrouwen zijn tewerkgesteld. Dit zijn dan de sectoren waarover we het net hadden, maar bijvoorbeeld ook die waar met dienstencheques wordt gewerkt, aangezien daaromtrent in Wallonië hervormingen zitten aan te komen.

8. Immigratie evalueren op basis van haar “meerwaarde”

Discriminatie en racisme blijven een pest in onze samenleving. Het maakt niet uit of je nu een job, een stageplaats of een woonplaats wil vinden: het is gewoon veel moeilijker als je naam Mamadou of Fatima is. Zo tonen cijfers aan dat veel meer mensen van buitenlandse origine onder de armoedegrens leven (54 % van de mensen van Marokkaanse afkomst en 36 % van de mensen uit Oost-Europa tegen 12 % van de mensen van Belgische origine). Veel van de jongeren in de grote steden zijn van buitenlandse origine en zij zijn dan ook de grootste slachtoffers.

Het “relatieve” racisme en de politiek die verdeelt

Je kan er niet naast kijken. Met de nieuwe N-VA-ministers is de boodschap duidelijk een stuk harder geworden. Zoals bij Theo Francken, de nieuwe staatssecretaris voor Asiel en Migratie die bijvoorbeeld “de meerwaarde” van bepaalde immigratievolkeren in vraag stelt en een beleid van “nultolerantie” voorstaat. De uitspraken van Liesbeth Homans, die ook in de leiding van de N-VA zit en de nieuwe viceminister-president is van de Vlaamse regering, liggen in dezelfde lijn. Ze verklaarde dat “racisme relatief is en vooral als een excuus voor persoonlijke mislukkingen wordt gebruikt”.

Maar de N-VA heeft niet het alleenrecht op dit soort uitspraken die het racisme blijven voeden. We vinden die evengoed bij andere regeringspartijen. Zo verklaarde Didier Reynders op het spreekgestoelte van de Kamer dat “wie naar Molenbeek gaat, eigenlijk ook al naar het buitenland gaat”. Of wanneer de Brusselse regering in haar algemene beleidsverklaring de strijd tegen discriminatie niet eens vermeldt, terwijl Brussel toch de meest multiculturele stad is waar discriminatie alomtegenwoordig is. Dit structurele racisme komt van bovenaf en sijpelt door naar alle niveaus. En er wordt absoluut niets dwingends gedaan om dit tegen te gaan. Integendeel. Racisme is het instrument van het “verdeel-en-heers”-beleid.

Er is alleen plaats voor migranten met een economische meerwaarde. Voor deze regering “telt alleen de economische meerwaarde”. Al wie migrant is, of ziek, werkloos, te oud...  is een last die moet worden gestigmatiseerd. In het akkoord van deze meerderheid worden vreemdelingen afgeschilderd als fraudeurs die misbruik willen maken van ons sociaal systeem... We moeten een “strijd tegen schijnhuwelijken” voeren, tegen het “misbruik” van de procedures of tegen “enig voordeel aan een verblijf”. Dit zal de discriminaties en de uitsluiting van de zwaksten in onze maatschappij nog verhevigen.

Een beleid van opsluiting en gedwongen uitwijzingen. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken heeft aangekondigd dat hij een beleid van nultolerantie wil voeren. Hij gooit asielzoekers, migranten en criminelen allemaal op een hoop en verkondigt dat hij “ze terug zal sturen naar hun land. Vrijwillig als het kan, gedwongen als het moet”. Hij wilde ook de mogelijkheid voorzien om gezinnen met kinderen in gesloten centra op te sluiten.

9. Jongeren verliezen hun sociale rechten en moeten betalen

Terwijl de rijkdom elk jaar groter wordt, groeit in België de armoede. Jongeren groeien op in een klimaat dat steeds harder en onzekerder wordt. Vandaag is een op zeven mensen in België arm en voor een op vijf dreigt armoede of sociale uitsluiting. In Brussel groeit een op drie kinderen op in een gezin dat onder de armoedegrens leeft (60 % van het equivalent mediaan  inkomen). Jongeren worden hard getroffen. Zo zijn er nu 7,3 % meer jongeren afhankelijk van het OCMW vergeleken met vorig jaar. Zij zijn de groep van leefloners bij het OCMW die het voorbije jaar het sterkst is toegenomen.

Vernietiging van de sociale zekerheid en kruimels voor de armen “die het verdienen”

De regering weet heel goed dat ze met haar maatregelen in verband met de index, de gezondheidszorg, de pensioenen, de werkgelegenheid, de huisvesting en de openbare diensten  nog meer armoede zal teweeg brengen. Voor haar is de vraag niet hoe ze die zal verminderen, maar hoe ze ermee zal omgaan. De regeringen praten liever over individuele rechten en verantwoordelijkheden dan over sociale zekerheid en collectieve sociale rechten. De N-VA op kop. Zowel op federaal (Elke Sleurs) als op Vlaams niveau (Liesbeth Homans) hebben ze de portefeuilles van de strijd tegen de armoede in de wacht gesleept. Zoals zij het zien, mogen we de oorzaken van de sociale problemen (werkloosheid, falen op school, racisme) niet bij het systeem zoeken, maar bij de individuen zelf. Vandaar een logica van willekeurige bijstand in plaats van rechten die alle burgers beschermen. De armen moeten naar het OCMW gaan en enkel zij die “het verdienen”, zullen hulp krijgen (in de vorm van bijstand, een studiebeurs, enz.) We “activeren”, “responsabiliseren” en “controleren” de armen. Wie niet aan de (steeds moeilijker wordende) criteria beantwoordt, wordt gestraft en uitgesloten. We keren terug naar de logica van de liefdadigheid.

Algemene verarming van de jongeren en hun gezinnen. De verhoging van de tarieven van het openbaar vervoer, de uitsluiting van de inschakelingsuitkering, de verhoging van het inschrijvingsgeld bij het hoger onderwijs, het inschrijvingsgeld bij jeugdbewegingen of voor kinderopvang, enz... al die maatregelen dragen ertoe bij dat jongeren en hun gezinnen armer worden.

30.000 euro minder met de indexsprong. De indexsprong zal elke werknemer jaarlijks 400 euro kosten en voor een jongere na een loopbaan van twintig jaar komt dat neer op meer dan 30.000 euro.

Een maatschappij van ongelijkheid en individualisme

De samenleving die met al deze maatregelen begint vorm te krijgen, is er geen om echt naar uit te kijken. Het wordt een samenleving waar de markt zal overheersen en de economische belangen van een minderheid voorgaan op de rest. Het wordt een vuile en vervuilde maatschappij, waarin individualisme en concurrentie hoogtij vieren. Een ongelijke en elitaire samenleving waarin mensen tegen elkaar worden opgezet en waar iedereen een mogelijke schuldige is. Een samenleving waarin alles wordt gecontroleerd en die steeds minder democratisch wordt, waarin de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt.

Welke jongere zou zin hebben om in zo’n maatschappij op te groeien?