Foto Flickr/Techniker Krankenkasse

Jos lijdt aan burn-out en wordt gekraakt door het KB-De Block

In een nieuwe studie neemt de PVDA-studiedienst de plannen van minister De Block over de re-integratie van ‘langdurige’ zieken onder de loep. Aan de hand van twee patiënten bestudeerde de linkse partij de impact van het re-integratietraject. Hier het verhaal van Jos. 

Dowload de studie hier.

Lees ook “Moet Klaartje aan het werk terwijl ze chemo krijgt wegens haar onzekere gezondheidstoestand?” 

Jos is 54 en heeft een zware burn-out door zijn werk. Hij zit er helemaal onder door. Hij werkt in het magazijn, maar moet sinds vorige zomer ook het loket voor de klanten erbij nemen, omdat zijn collega met pensioen is gegaan en niet is vervangen. Het verhoogt niet alleen de fysieke werkdruk, maar brengt zijn hoofd op hol. Vele taken tegelijkertijd beheren, de druk van de klanten, de druk van zijn baas, want het moet vooruit. Jos is helemaal leeg. Thuis botert het ook al een tijdje niet meer goed. Zijn vrouw klaagt over zijn neerslachtigheid en onverschilligheid. Dat gebrek aan steun op het thuisfront doet Jos helemaal niet goed. Hij breekt, hij weent voortdurend, hij is beschaamd en kan zelfs het bed niet meer uit. Overdag ligt hij op de zetel. Hij is pompaf, zijn reserves zijn op, totale uitputting. Jos verliest zijn eigenwaarde en zit nu vol schuldgevoelens. De huisarts heeft alle moeite om Jos weer actief te krijgen, gewoon op te staan en de eenvoudige taken van het dagelijks leven uit te voeren. Stapje voor stapje lukt het hem nog. De huisarts is geschoold in de ‘evidence based’ richtlijnen voor behandeling van burn-out. Die schrijven voor om bij een diepe burn-out minimaal 3 à 4 maanden te voorzien om eerst lichamelijk wat energie te krijgen. Dit nog voor er aan de psychische uitputting kan gewerkt worden. Later volgt dan het proces van arbeidsintegratie. Jos krijgt om te beginnen van de huisarts zes maanden ziekteverlof voorgeschreven.

Wat zou er met Jos gebeuren indien het KB-De Block al in voege zou zijn?

KB Art. 215octies.§1: “Ten laatste twee maanden na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid door de gerechtigde voert de adviserend geneesheer een eerste analyse uit van de gerechtigden om uit te maken wie, gelet op zijn resterende capaciteiten, in aanmerking komt voor een re-integratieplan in het kader van een multidisciplinaire benadering.”

Uiterlijk twee maanden na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid kijkt de adviserend arts op het aangifteformulier en ziet dat de huisarts Jos thuis heeft geschreven voor burn-out. Hij moet een inschatting maken van de resterende capaciteiten van Jos tot werken en hem laten weten dat er een re-integratieplan wordt opgemaakt. Hij moet dat ook laten weten aan de huisarts en aan de werkgever. Dat zijn extra taken voor de adviserend arts die hij alleen maar routinematig kan doen, want ook in zijn team is er een collega met pensioen vertrokken en ook die wordt niet vervangen. Bovendien wordt er zwaar bespaard op de werkingsmiddelen van de ziekenfondsen en zijn er al richtlijnen uitgevaardigd dat alles sneller en efficiënter moet gaan en dat er zoveel mogelijk moet gedelegeerd worden naar administratief personeel, waarvan er ook te weinig zijn.

KB Art. 215octies. §1: “Na afloop van deze eerste analyse stuurt de adviserend geneesheer, binnen de termijn bedoeld in het vorige lid, een brief aan de gerechtigde, de behandelende arts en de werkgever.”

Wanneer Jos de brief van de adviserend arts toe krijgt slaat hij in paniek. Zitten ze hem nu al achter zijn veren? Hij voelt aan dat hij nog helemaal niet klaar is om weer aan het werk te gaan. Jos gaat terug naar af en kwijnt opnieuw weg. De vicieuze cirkel van stress, angst, uitputting, depressie en schuldgevoelens wordt opnieuw aangezwengeld. De behandeling en recuperatie van Jos worden weken terug geslagen.

KB Art. 215octies. §1: “Een kopie van de brief van de adviserend geneesheer en een kopie van de in het vorige lid bedoelde eerste analyse worden aan de werkgever en aan de behandelend geneesheer van de gerechtigde bezorgd.”

De huisarts krijgt de brief tussen zijn berg administratie, windt zich op in die extra administratie en wacht af tot hij er iets verder van hoort. Maar hij zal er niets meer van horen, want het KB schrijft voor dat de adviserend arts de huisarts er alleen van moet op de hoogte brengen dat Jos een plan voor re-integratie aangeboden krijgt.

Ook de werkgever krijgt een brief van de adviserend arts. Voor hem is dit een signaal: “Met Jos komt het niet meer goed. Ik kan best op zoek gaan naar een jonge kracht, die is ook goedkoper. Als Jos wil terugkomen dan is het voor 100 procent of niet.”

KB Art. 215octies.§2: “De adviserend geneesheer roept de gerechtigde zo spoedig mogelijk op voor een medisch-sociaal onderzoek.”

Jos wordt opgeroepen voor een eerste onderzoek bij de adviserend arts. Met veel moeite en angst gaat hij ernaartoe. Tijdens dit korte contact, de adviserend arts heeft nog veel andere dossiers, houdt Jos zich sterk. De adviserend arts peilt naar de graad van burn-out en laat Jos een toestemming ondertekenen om de preventie-adviseur van zijn werk te raadplegen.

KB Art. 215octies.§2: “Met de toestemming van de gerechtigde, die eveneens tijdens het medisch-sociaal onderzoek wordt gevraagd, pleegt de adviserend geneesheer overleg met de bevoegde preventieadviseur(s) van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Dit overleg, dat niet meer dan drie weken mag duren te rekenen vanaf de in het vorige lid bedoelde mededeling van de bevindingen van het medisch-sociaal onderzoek…’

Een week later neemt de adviserend arts tussen al zijn taken contact op met de preventieadviseur. Hij kan die man niet vinden en vraagt het secretariaat om opnieuw te proberen tot ze hem gevonden hebben, want de door het KB opgelegde deadline van drie weken dreigt te verstrijken. Uiteindelijk is het de bedrijfsarts van de externe dienst die de adviserend arts belt. De adviserend arts moet nu met de bedrijfsarts uitmaken of er aangepast werk is voor Jos. De bedrijfsarts is verantwoordelijk voor vele kleine bedrijfjes zoals dat van Jos en kan onmogelijk de werksituatie inschatten. Ze maken gauw een voorstel tot ‘re-integratieplan’ op, Jos zou bijvoorbeeld halftijds kunnen proberen. Oef, net op tijd want het KB schrijft in §3 voor: “Onder de verantwoordelijkheid van de adviserend geneesheer maakt de verzekeringsinstelling, tegen uiterlijk de laatste dag van de negentiende week te rekenen vanaf de aangifte van de arbeidsongeschiktheid, een aanbod van multidisciplinair re-integratieplan op.”

KB Art. 215octies.§4: ‘De verzekeringsinstelling brengt het aanbod van re-integratieplan zo spoedig mogelijk ter kennis van de gerechtigde. Bij die gelegenheid nodigt de verzekeringsinstelling de gerechtigde schriftelijk uit voor een gesprek. Dit gesprek vindt plaats binnen een termijn van veertien dagen te rekenen vanaf de uitnodiging, tenzij de gerechtigde zich om een geldige reden niet kan aanbieden. In dat geval laat de gerechtigde aan de verzekeringsinstelling weten op welke datum, die binnen een termijn van maximaal vier weken na de uitnodiging moet liggen, het gesprek wel kan plaatsvinden.’

Jos wordt dus opnieuw ’zo spoedig mogelijk’ uitgenodigd met de mededeling dat hij weer aan het werk zal moeten. Nu kan Jos zich niet meer sterk houden. De gedachte alleen al om opnieuw aan de werkdruk te worden blootgesteld, duwt hem in de put. De huisarts schrijft een medisch attest dat Jos medisch niet in staat is om op die oproep van de adviserend arts in te gaan. Maar het KB-De Block zegt nu dat “als de patiënt omwille van een geldige redenen hier niet kan op ingaan, er een nieuwe datum moet worden afgesproken binnen een termijn van maximaal vier weken”. Jos kraakt nu volledig…