Didier Reynders en Jan Jambon. (Foto Nicolas Maeterlinck / Belga)

Kan de regering blijven functioneren met twee vicepremiers die diep betrokken zijn in een staatszaak?

Het is nu duidelijk dat de wet op de uitbreiding van de minnelijke schikking werd goedgekeurd onder druk van de diamantsector en de Kazachse lobby. En twee vicepremiers van de regering-Michel speelden hierin een centrale rol: Jan Jambon (N-VA) en Didier Reynders (MR).

De PVDA wijst er als sinds november 2016 op dat minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders betrokken is in Kazachgate. Zijn rol was nog bepalender dan die van ex-Senaatsvoorzitter Armand De Decker. Als minister kon Reynders van binnenuit druk uitoefenen op de regering. In het begin waren er nog louter aanwijzingen over de betrokkenheid van Reynders, nu zijn er steeds meer bewijzen. Zo is onder meer gebleken dat de opdracht om de zogeheten “verruimde minnelijke schikking” via een amendement op te nemen in de wetgeving, afkomstig is van het kabinet-Reynders.

Maar in hele hele proces dat voorafging aan de invoering van die verruimde minnelijke schikking, was de beïnvloeding vanuit de diamantlobby – via N-VA en CD&V – minstens even groot. En huidig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon speelde hierin een belangrijke rol. In oktober 2010 regelde hij namelijk samen met CD&V-fractieleider Servais Verherstraeten een ontmoeting tussen diamantairs en parlementsleden van PS, sp.a en cdH. Hun bedoeling: onder de regering van lopende zaken toch nog de verruimde minnelijke schikking en de beperking van de inbeslagnames doorduwen. Ter herinnering: Jambon was toen nog parlementslid en voorzitter van de Diamantclub, een lobbygroep van parlementsleden binnen het parlement zelf.

PVDA-volksvertegenwoordiger Marco Van Hees: “Vandaag bestaat de Diamantclub niet meer in de Kamer, daarmee is het probleem niet van de baan, want de club is verhuisd, en zit nu … in de regering zelf. Jan Jambon zit er als vicepremier en minister van Financiën Johan Van Overtveldt, eveneens N-VA, gaf de diamantsector de ‘karaattaks’, een taks waar de sector zelf om had gevraagd. De N-VA meet zich graag een anti-establishmenthouding aan, en zet zich af tegen de traditionele partijen. Maar vandaag is de N-VA een traditionele partij in de meest nefaste betekenis van het woord: ze staat voor verstrengeling van de politiek – die het algemeen belang hoort te verdedigen – met de private belangen van de zakenwereld. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Kamervoorzitter Siegfried ‘Telenet’ Bracke (ook N-VA), op de RTBF zei: ‘Ik ben voor belangenvermenging.’”

Zo leidt Charles Michel een regering waarvan twee vicepremiers diep betrokken zijn in een staatszaak, met name de invoering van de verruimde minnelijke schikking na tussenkomst door twee lobbygroepen.

Is deze toestand nog houdbaar? Kunnen we dat aanvaarden? Zeker nu duidelijk is dat de federale regering vijf ministers telt die banden hebben of daden gesteld hebben ten gunste van de diamantairs: Jan Jambon (Diamantclub), Johan Van Overtveldt (uitvinder van de karaattaks), Koen Geens (oprichter van het advocatenkabinet, dat de diamantairs-fraudeurs verdedigt), Marie-Christine Marghem (medeondertekenaar van het wetsvoorstel voor de beperking van de inbeslagnames) en Didier Reynders (auteur van de fiscale amnestie op de diamantvoorraden).

De PVDA vraagt dat de parlementaire onderzoekscommissie over de verruimde minnelijke schikking bij hoogdringendheid minister Jambon oproept om gehoord te worden en dat het onderzoeksdomein van de commissie wordt uitgebreid tot alle vormen van beïnvloeding van de diamantsector op de politiek.

Gezien de ernst van de feiten en de betrokkenheid van de traditionele partijen, zou in het kader van deze uitbreiding de onderzoekscommissie ook opengesteld moeten worden tot alle niet officieel erkende fracties in het parlement. De PVDA is uiteindelijk toegelaten tot de onderzoekscommissie rond de ‘Panama Papers’, wat meteen bewijst dat eerder ingeroepen argumenten tegen haar aanwezigheid niet langer geldig zijn. De PVDA moet dus ook toegang krijgen tot deze onderzoekscommissie.

Persdienst PVDA