(Foto Solidair, Lieven Soete)

Kanaalplan van Jan Jambon strijdt tegen jihadnetwerken zonder hun ideeën aan te pakken

Vandaag werd het Kanaalplan tegen terrorisme en radicalisering van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) voorgesteld op de ministerraad. “Dit plan voorziet wel in veralgemeend toezicht, maar het zal niet volstaan om de gevaarlijke individuen aan te pakken. Het plan volstaat niet omdat het geen enkel element bevat om de ideeën van de jihadisten en de ronselaars te bekampen”, stelt Dirk De Block, voorzitter van PVDA-Brussel en gemeenteraadslid in Molenbeek.

In plaats van zich toe te spitsen op potentieel gevaarlijke individuen, vergroot het Kanaalplan van minister Jambon nog maar eens het aantal mensen dat door politie en parket opgevolgd moet worden. Het gaat daarbij niet alleen om personen die voorkomen op de lijst van de OCAD (Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse), maar ook om hun entourage, hun familie, vrienden, buren, huizen,… Bovendien zou het plan ook alle moskeeën, verenigingen en eigenaars van illegaal verbouwde eigendommen onder de loep willen nemen.

Dirk De Block, voorzitter van PVDA-Brussel en gemeenteraadslid in Molenbeek: “Op die manier dreigt het plan niet alleen de capaciteiten van de politiediensten te overschrijden, het risico is ook groot dat de écht cruciale informatie verzuipt in een zee van andere weetjes. Wil de minister nu echt tienduizenden burgers gaan controleren in plaats van zich te concentreren op die enkele tientallen die een reëel gevaar vormen?”

De voorzitter van PVDA-Brussel stelt zich ook vragen bij het feit dat de strijd tegen illegale woninguitbreiding of -opsplitsing werd opgenomen in het Kanaalplan: “Alle eigenaars die zich ooit een eengezinswoning hebben aangeschaft en het huis hebben opgesplitst in appartementen om hun hypothecaire lening te kunnen afbetalen, worden nu dus ook geviseerd. Je kunt je afvragen of daar nu de prioriteit moet liggen in een plan tegen terrorisme.”

Zoals de PVDA al voorstelde in haar “zes-puntenplan voor de aanpak van radicaliserende jongeren”, moet men zich vooral richten op de individuen die een reëel gevaar betekenen. Daarnaast moet een rechter een onderzoek instellen tegen elke Syriëstrijder die terugkeert en tegen de personen waarvan men weet dat ze op het punt staan te vertrekken.

Vooroordeel

Het plan verruimt het toezicht op alle moskeeën en verenigingen. Ook daar worden de grote middelen ingezet om op een massale manier instellingen te surveilleren waarvan de meerderheid onze bondgenoten zouden moeten zijn in de strijd tegen de jihadistische radicalisering. “De PVDA vraagt dat de plaatsen waar men haat predikt en waar men oproept tot geweld worden gesloten op basis van de bestaande antiracismewetgeving”, zegt Dirk De Block. “Maar minister Jambon schijnt van het vooroordeel uit te gaan dat de meerderheid van de moskeeën potentiële haarden van radicalisering zijn, iets wat hoegenaamd niet het geval is. De overgrote meerderheid van de moskeeën is bereid actief te helpen in de strijd tegen de jihadistische rekrutering. De PVDA stelt voor een brede alliantie op te richten van verenigingen, moskeeën en scholen om de haatdragende en gewelddadige ideologie die gepropageerd wordt door salafistisch-jihadistische ronselaars te counteren”.

Die veralgemeende achterdocht zou overigens de moslimgemeenschap kunnen stigmatiseren, iets wat het de ronselaars alleen maar gemakkelijker kan maken in hun ‘wij-tegen-zij’-visie. Het is integendeel belangrijk de families, de moskeeën en de verenigingen als bondgenoten te zien en de diversiteit te omarmen. Zo kan voorkomen worden dat er een kloof groeit en iedereen zich in de eigen rangen gaat terugplooien. Een dergelijk scenario komt alleen de haatpredikers ten goede.

‘Een ideologie bekamp je niet met de strafwet’

“Een ideologie bekamp je niet met het strafwetboek”, zei de voormalige Franse antiterrorismerechter Marc Trévidic. Toch is er in het Kanaalplan geen enkele maatregel voorzien die de strijd moet aanbinden met de ronselaars en hun terroristische ideeën. “Veel ouders maken zich effectief zorgen dat hun kinderen gerekruteerd zullen worden door die ronselaars, maar ze weten niet waar of bij wie ze terecht kunnen”, zegt Dirk De Block. “Dat geldt eveneens voor leraars en directies van scholen. Als middel tegen indoctrinatie is een repressieve aanpak volkomen ongeschikt. Daarom stelt de PVDA de oprichting voor van een interfederale preventiedienst tegen jihadistische rekrutering. Die multidisciplinaire dienst zou deradicaliseringstrajecten kunnen aanbieden en de sociale re-integratie kunnen bevorderen van wie onder invloed staat van deze ronselaars. Families, scholen en verenigingen zouden beroep kunnen doen op deze dienst. Ze zouden er terecht kunnen voor advies en voor een nauwgezette en geïndividualiseerde opvolging”.

Ook een sociaal luik ontbreekt volkomen aan het Kanaalplan. Mensen met terreinervaring slaan al langer de alarmtrom. Volgens hen vormen de massale jeugdwerkloosheid, de schoolmoeheid en het afbrokkelen van het sociale weefsel een ideale voedingsbodem voor de ronselaars.

Ten slotte laat ook de realiteitszin van het Kanaalplan te wensen over. “De politiezone West heeft een tekort van ongeveer 100 agenten en zou maar versterkt worden met een veertigtal politiemensen. En dat terwijl de werklast toeneemt. Op die manier dreigt de wijkpolitie definitief te verdwijnen. Nochtans zijn uitgerekend zij de mensen die de wijken en de inwoners goed kennen en er kunnen optreden vanuit een vertrouwensrelatie”, besluit Dirk De Block.

Persdienst PVDA