Foto Solidair, Han Soete

Kent regering het verschil niet tussen 'overleggen' en 'opleggen'?

Over de eerste belangrijke regeringsmaatregelen is er dan toch ‘overleg’ geweest met de vakbonden. En wat is het resultaat? Dat de regering gewoon haar zin doordrijft. Vakbonden blijven eensgezind.

 

De regering-Michel-De Wever had het nochtans beloofd: “Er is enorm veel ruimte voor overleg.” Het staat meer dan honderd keer in het regeerakkoord. Menen ze dat echt of is het gewoon een communicatiestrategie? In gewone mensentaal spreken we van overleg wanneer mensen met elkaar praten om het eens te worden over een gemeenschappelijk project. Heeft de regering in die zin overlegd? Heeft ze geprobeerd om het eens te worden met de organisaties die meer dan drie miljoen werknemers vertegenwoordigen? Laten we kijken naar de feiten.

Eerste bedrijf: de opmaak van het regeringsprogramma. We kunnen niet zeggen dat de regering toen veel moeite heeft gedaan om het met de vakbonden eens te worden over een gemeenschappelijk project. Op 16 juni bezorgden de vakbonden de regeringsonderhandelaars een memorandum met zestien concrete punten. Niet één daarvan staat in het regeerakkoord! Integendeel, alle maatregelen van de regering gaan frontaal in tegen wat de vakbonden in hun memorandum voorstelden.

Krachtmeting

Misschien was het gewoon een slecht begin? Minister Peeters en premier Michel beloofden in ieder geval “veel ruimte voor overleg” over de inhoud van het regeerakkoord. De meeste mensen die dat hadden gelezen, waren heel sceptisch, sommigen wilden de regering toch nog een kans geven.

Tweede bedrijf: de regering bespreekt met de vakbonden een reeks ingrijpende maatregelen uit haar ‘overlegprogramma’:

a) het brugpensioen voor werknemers van bedrijven in moeilijkheden gaat van 53,5 naar 60 jaar;

b) het tijdskrediet eindeloopbaan (de landingsbanen) gaat van 55 naar 60 jaar;

c) afschaffing van het wachtgeld voor jongeren van 21 jaar zonder diploma secundair;

d) vermindering van de uitkering bij economische werkloosheid;

e) lagere aanvullende werkloosheidsuitkering voor deeltijdse werknemers;

f) activering van bruggepensioneerde 55-plussers die zich moeten inschrijven als werkzoekende.

Alles samen een heel pakket, groot genoeg om te beoordelen in welke mate de regerging tot echte onderhandelingen bereid is.

Wat is het resultaat? De mogelijkheid van brugpensioen voor werknemers van bedrijven in moeilijkheden blijft opschuiven van 53,5 naar 60 jaar. Alleen gaat de maatregel niet in in 2016, maar wordt hij geleidelijk ingevoerd (elk jaar één jaar meer), zodat hij in 2020 toch effectief wordt. Ook het tijdskrediet aan het einde van de loopbaan blijft omhoog gaan van 55 naar 60 jaar, maar wie al vandaag tijdskrediet heeft, mag dat houden.

En de maatregel tegen de jonge werklozen wordt… met enkele maanden uitgesteld.

En verder? Niets

Kortom, alle maatregelen blijven, alleen worden sommige enkele maanden uitgesteld of een beetje gespreid in de tijd.

Dat kan twee dingen betekenen: of de regering trekt zich niets aan van wat de vakbonden vinden, of ze hanteert een nieuwe definitie van ‘overleg’, namelijk: mensen samenbrengen om hen te vertellen wat ze moeten inleveren. Het komt twee keer op hetzelfde neer en dus hebben hebben de vakbonden al geantwoord dat ze de maatregelen noch de ‘versoepelingen’ accepteren.

Dit voorspelt bovendien weinig goeds voor het ‘overleg’ over de rest van de maatregelen. Op basis van de twee eerste bedrijven van ‘overleg’ kunnen we verwachten dat ook het overleg over het pensioen op 67 jaar of de indexsprong zal betekenen dat de regering gewoon haar zin doordrijft.

De vakbonden hebben nochtans al meermaals duidelijk gemaakt wat voor hen de basis van een gemeenschappelijk project moet zijn: de intrekking van de verhoging van de pensioen- en brugpensioenleeftijd, van de indexsprong, van de maatregelen die de openbare dienstverlening aantasten en de bespreking van effectieve maatregelen tegen de grote fortuinen. En zoals ACV-voorzitter Marc Leemans onlangs tegen Solidair zei: “De ontevredenheid is enorm groot, als de regering doof blijft, kan ze alleen maar meer acties verwachten.”