Kritische stem van PVDA geweerd uit Onderzoekscommissie: “Dit mag geen doofpot worden.”

auteur: 

Axel Bernard

De voorzitters van de klassieke politieke partijen besloten gisteren onderling om de onderzoekscommissie over de aanslagen in Brussel enkel open te stellen voor… zichzelf.

Op 24 maart, in de parlementaire sessie na de aanslagen, waarschuwde PVDA volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw al voor dit scenario: “Als het volk wil rouwen, heeft het recht op informatie. Dus beste collega’s, ik hoop maar één ding en dat is dat de parlementaire onderzoekscommissie die bijeen zal worden geroepen, niet opnieuw een doofpotcommissie wordt om informatie geheim te houden. Het Belgische volk heeft recht om te weten wat er gebeurd is, en wat er niet gebeurd is, om er lessen uit te kunnen trekken.”

Zelfbediening: klassieke partijen nodigen enkel zichzelf uit

Nauwelijks één week later, op 1 april dus (geen grap), beslisten de fractievoorzitters van de klassieke partijen om een onderzoekscommissie op te maken en de PVDA uit die commissie te weren. Ze verschuilen zich achter een formeel argument: alleen officiële parlementaire fracties mogen deelnemen, en de PVDA is met haar twee parlementsleden geen officiële parlementaire fractie. Dat is uiteraard een zelfbedieningsargument, want voor hetzelfde geld had men ook kunnen besluiten om vertegenwoordigers van alle politieke partijen in het parlement op te nemen. Meer nog, in het verleden is dit al vaak gebeurd. Bijvoorbeeld tijdens de onderzoekscommissie over de georganiseerde criminaliteit in België. En ook met de onderzoekscommissie in verband met de genocide in Rwanda, en ook de onderzoekscommissie rond de nucleaire veiligheid. Toen werden telkens alle partijen opgenomen, en niet enkel de klassieke partijen met een officiële parlementaire fractie.

“We hebben onze kandidatuur op 30 maart officieel gemaakt voor deelname aan de parlementaire onderzoekscommissie. We hebben toen gewezen op de verschillende precedenten waar een onderzoekscommissie openstond voor alle politieke krachten die in het parlement vertegenwoordigd zijn, als volwaardig lid ofwel met een statuut van ‘niet stemgerechtigd lid’ of ‘lid met raadgevende stem’. De fractievoorzitters van de klassieke partijen hebben die argumentatie van tafel geveegd. Dat is net in deze tijden bijzonder vreemd, omdat diezelfde mensen voortdurend spreken over ‘de nood aan eenheid’ en de wil om ‘nu geen politieke spelletjes te spelen.’ Als men echt eenheid zou willen, en geen politieke spelletjes wil spelen, dan moet men de onderzoekscommissie ook openstellen voor kritische stemmen zoals de PVDA. Anders versterkt men zelf het vermoeden dat men iets verborgen wil houden,” reageert PVDA-voorzitter Peter Mertens.

Een kritische stem versterkt het debat, zeker in een commissie waar kritische vragen moéten gesteld worden

Verschillende opiniemakers en journalisten die de parlementaire debatten volgen erkennen dat de PVDA zeer actief deelneemt aan de debatten over de strijd tegen terrorisme, veiligheid en jihadistische ronselarij. Dat zegt ook voorzitter Mertens: “Onze fractie heeft een wetsvoorstel ingediend over de strijd tegen terrorisme en over maatregelen om de ronselaars tegen te gaan. We hebben er van bij het begin op gewezen dat massa’s geld uittrekken om het leger op de straat te sturen niet de beste optie was, en dat we beter meer mensen en middelen zouden concentreren op informatieverwerking. Geen massa-controle, maar doelgerichte informatieverwerking van netwerken en ronselaars. We hebben de rol van Saoedi-Arabië in het conflict mee aan het licht gebracht en de banden van ons land met de Saoedische dictatuur op de korrel genomen. We waren de enige politieke partij die zich tegen de militaire interventies in Afghanistan, Irak en Libië heeft verzet en we hebben toen telkens gesteld dat deze oorlogen het probleem van het jihadistisch salafi-terrorisme zouden vergroten in plaats van te verkleinen. We hebben in het debat een unieke, kritische plaats, omdat we net een andere visie op de strijd tegen terrorisme verdedigen. Een kritische stem zou het democratische debat kunnen versterken, zeker in de onderzoekscommissie waar precies die kritische vragen moeten gesteld worden. Het is erg gesteld met de democratie als de fractievoorzitters van de klassieke partijen enkel zichzelf hebben uitgenodigd voor de onderzoekscommissie.”

37 precieze vragen aan de regering. Maar we mogen ze niet stellen

De commissieleden zullen allemaal vertegenwoordigers zijn van de partijen die momenteel de regering vormen of in de voorbije jaren in de regering zaten. De politieke figuren, benaderd om in deze commissie te zetelen, zullen dus tegelijk rechter en betrokkene zijn. Mensen zoals Laurette Onkelinx (PS) of Patrick Dewael (Open-VLD), bijvoorbeeld, die zelf nog minister van Justitie en van Binnenlandse zaken zijn geweest.

Begin vorige week nog stelden we 37 heel precieze vragen aan de regering over de vervroegde invrijheidsstelling van Ibrahim El Bakraoui; over de theorie dat het allemaal de schuld is van één man (de verbindingsofficier); over de prioriteit in het opvolgen van Syrië-strijders; over de besparingen bij justitie en de rol van de onderzoeksrechters en over het gericht speuren versus een onwerkbare overvloed aan gegevens. “Verschillende commentatoren en mensen uit justitie vertelden ons dat die vragen meer dan terecht zijn, maar dat ze best in de onderzoekscommissie worden gesteld. De fractievoorzitters van de klassieke partijen weten dat de PVDA deze heel precieze vragen wil stellen in de onderzoekscommissie. Geen slogans, geen opbod, maar heel precieze vragen over wat er wel dan niet mis is gelopen. Toch houdt men de PVDA uit de onderzoekscommissie, net op een moment dat er een enorme behoefte is aan transparantie.”, zegt Peter Mertens.

Een commissie-bis is absurd en dubbel on-efficiënt

Er zijn een aantal belangrijke vragen die vandaag gesteld moeten worden. Zowel op vlak van de structurele coördinatie tussen de verschillende diensten van de federale politie, de inlichtingendiensten en de lokale politie, als over de aanpak van de strijd tegen het terrorisme en de jihadistische ronselaars door de regering die momenteel maatregelen voor veralgemeende surveillance verkiest boven gerichte maatregelen. “Wij hebben een totaal andere visie dan de regering,” legt Peter Mertens uit. Net daarom is het nodig om ook kritische en onafhankelijke stemmen in de onderzoekscommissie op te nemen. En wij willen blijven meedoen aan dit fundamentele debat.”

Door de PVDA uit te sluiten uit deze onderzoekscommissie, kunnen de parlementsleden van de PVDA hun werk enkel verderzetten door schriftelijke en mondelinge vragen te stellen aan de ministers, in het kader van hun respectievelijke commissie. Voorzitter Peter Mertens: “Als oppositiepartij hebben we het mandaat en de verplichting om de regering kritisch te ondervragen. Het zou absurd zijn en dubbel inefficiënt om dat te moeten doen buiten het kader van de onderzoekscommissie. We zouden verplicht worden om het debat parallel te blijven voeren door de ministers te ondervragen, zoals we dat vandaag ook al doen. Je gaat dan de facto een Commissie-bis krijgen, waarin de regering hoe dan ook op onze parlementaire vragen moet antwoorden, buiten de onderzoekscommissie om. Als de klassieke partijen zich aan de onderling afgesproken samenstelling houden, dan kunnen we niet anders dan via die weg onze taak van oppositiepartij op te nemen. Wij hebben de taak én het democratisch mandaat om ervoor te zorgen dat de juiste vragen gesteld worden en dat dit geen doofpotoperatie wordt. Die taak zullen we ook opnemen. In de onderzoekscommissie als het kan, buiten de onderzoekscommissie als het moet.”