Foto Solidair, Salim Hellalet

Kunnen we winnen?

David Pestieau

“Staken heeft geen zin,” zei schaduwpremier Bart De Wever. Twee provinciale stakingsdagen – eerst in Antwerpen, Henegouwen, Luxemburg en Limburg, daarna in Oost- en West-Vlaanderen, Namen en Luik – en 120.000 betogers later, blijkt toch enige bezorgdheid: “Bij werkgevers heerst er (oprechte) consternatie. De beweging is verrassend groot en dat wekt wrevel”, stelt Le Soir (25/11) vast.

Maar “staken heeft geen zin” herhaalt de keizer van Antwerpen. De Wever, nochtans een historicus, vergeet dat het dankzij stakingen is dat er geen kinderen meer in de mijnen werken, dat het algemeen kiesrecht werd afgedwongen, en het betaald verlof, het pensioen…

Maar dat was lang geleden, de tijden zijn veranderd, zo verkondigen de nieuwe herauten van het liberalisme: “Kijk naar de algemene staking in 2012, die tegen het Generatiepact in 2005, die tegen het Globaal Plan in 1993: die hebben ook niets opgebracht.”

Behalve dan dat die algemene stakingen wel degelijk heel wat hebben kunnen tegenhouden. Marc De Vos van denktank Itinera, riep voor de staking nog uit: “De regering moet nu beslissen, want we wachten al dertig jaar op een grondige pensioenshervorming, maar de vakbonden hebben dat altijd tegengehouden.”

Onze noorderburen, die minder gemakkelijk op straat komen dan wij, kunnen er van meespreken: bij hen ligt de pensioenleeftijd al ang op 67 jaar.

En we kunnen niet alleen dingen tegenhouden, meer nog: we kunnen ook de regeringen doen terugkrabbelen. Zoals in 2006 in Frankrijk gebeurde. Toenmalig premier de Villepin wilde het Contrat premier embauche (CPE) erdoor duwen: een maatregel waarmee onzekere jobs bij jongeren de norm zouden worden. Wat volgde was een enorme protestbeweging in heel Frankrijk, in scholen en bedrijven, met stakingen en betogingen van februari tot april. En één duidelijk ordewoord: een volledige afschaffing van het CPE. Uiteindelijk zag men zich gedwongen om de wet, die op 31 maart 2006 door het parlement geduwd werd, op 10 april weer te schrappen. Een bewijs dat we de machthebbers op hun stappen kunnen doen terugkeren.

Vandaag zijn de uitdagingen groot, maar we hebben ook troeven in handen die er bij eerdere grote stakingen niet altijd waren:

1. De samenwerking tussen het ABVV en het ACV, die samen meer dan drie miljoen vakbondsleden vertegenwoordigen, is een sterk punt. De vakbonden trekken samen één lijn. Er is ook een nieuwe generatie van jonge vakbondsleden die enorm veel bijleert tijdens de huidige stakingen.

2. De beweging is heel breed en in vele lagen van de bevolking aanwezig. Niet alleen de vakbonden roeren zich, maar ook andere delen van de samenleving, zoals het verenigingsleven en de culturele sector, het maatschappelijk middenveld dat in de burgerbeweging Hart boven Hard meer dan duizend verenigingen samenbrengt. Maar ook studenten, kunstenaars, scholieren en kleine zelfstandigen komen op straat.

3. De beweging begint vorm aan te nemen rond duidelijke eisen die de moeite waard zijn. De zaak is niet om rond de tafel te gaan zitten en te discussiëren over de punten en komma’s van een besparingsplan. Nee, de inzet is duidelijk: geen indexsprong, geen sprake van langer werken, geen verhoging van de pensioenleeftijd tot 67, handen af van onze openbare diensten. Er is wel degelijk een alternatief: haal het geld waar het zit, met een vermogensbelasting voor miljonairs.

4. De regering verliest haar democratische legitimiteit. Als de regering haar bevolking voor de crisis laat opdraaien, maar tegelijkertijd wel de Luxleaksfraudeurs met rust laat en de Marc Couckes van ons land in bescherming neemt, dan verliest die regering haar geloofwaardigheid. Zeker als ze ook nog eens de pensioenleeftijd wil optrekken tot 67 jaar, een maatregel die in geen enkel verkiezingsprogramma stond. Deze regering laat meer en meer zien dat ze een regering is van de multimiljonairs en multinationals.

5. Werkgeversorganisaties Voka en VBO worden bang. De acties worden harder, tijdens de algemene staking van 15 december – die ongetwijfeld de grootste wordt sinds het Globaal Plan in 1993 – ligt misschien het hele land plat. Een steeds groter deel van de bevolking wil doorzetten als de regering niet toegeeft, en ervoor zorgen dat de regering niet snel nog voor Nieuwjaar haar maatregelen doorduwt met wetsvoorstellen en koninklijke besluiten.

Als al deze elementen aanwezig zijn en blijven, dan kan de strijd tegen deze regering groeien en kunnen we die strijd ook winnen. Niet alleen voor de directe en specifieke inzet – het plan dat op tafel ligt afvoeren –, maar ook om te werken aan de uitbouw van vakbonden en socio-culturele middenveldorganisaties, die De Wever en Co. aan de kant willen schuiven, zoals Thatcher dat deed in de jaren 80 in Groot-Brittannië (zie p. 6).

Ja, we kunnen deze sociale en democratische strijd winnen. Winnen, dat is deze asociale regeringsmachine tegenhouden, maar ook een alternatief uitbouwen. Een alternatief dat kiest voor openbare investeringen in plaats van besparingen, voor belastingen voor de rijke minderheid in plaats van nog meer voor de grote meerderheid. Winnen, dat is ook vooruitgang boeken in de ideeënstrijd tegen het neoliberalisme, en de organisaties die opkomen voor de werkende mensen, versterken.

In deze strijdbeweging, een strijdbeweging zoals we er al twintig jaar geen meer gekend hebben, kunnen jullie rekenen op de meer dan 9.200 leden van de PVDA. Ze zijn er bij aan honderden stakingspiketten. Ze zetten zich 100% in, omdat ze weten dat de sociale geschiedenis van dit land op het spel staat. En zoals het spreekwoord zegt: wie vecht kan winnen, wie niet vecht heeft al verloren.