Laurent Brun (rechts), Algemeen Secretaris van CGT Spoor. (Foto Solidair, Sophie Lerouge)

Laurent Brun (CGT Spoor): “Het isolement doorbreken, steunen op overwinningen en doorgaan tot het eind.”

Al twee maand strijden de Franse werknemers tegen de plannen van president Emmanuel Macron en tegen het liberaal beleid van de Europese Unie. In die strijd blijken de spoorarbeiders de locomotief te zijn. We maken een analyse met een van de machinisten, de Algemeen Secretaris van CGT Spoor.

 

Op 15 mei organiseerden de PVDA en de Franse Communistische Partij (PCF) een conferentie in Brussel met als thema: “De strijd van het spoorwegpersoneel in Frankrijk, een inzet voor gans Europa”. Raoul Hedebouw, nationaal woordvoerder van de PVDA, en Laurent Brun, Algemeen Secretaris van CGT Spoor, de grootste vakbond van het Franse spoor, namen achtereenvolgens het woord. In de marge van deze conferentie ontmoetten we de jonge vakbondsleider. 

Kunt u kort samenvatten waarom het Franse spoorwegpersoneel staakt? 

Laurent Brun. Het hervormingsproject voor het spoor dat de regering wil doorvoeren omvat drie punten: het aan de markt onderhevig maken van het reizigersvervoer, de overgang maken van een openbaar bedrijf naar een vennootschap van aandeelhouders – een eerste stap naar privatisering – en de afschaffing van het statuut van het spoorwegpersoneel. Macron wil de pensioenen hervormen zoals ook jullie regering wil doen. Bij ons willen ze het algemeen statuut van de ambtenaren aanpakken. Dat zal hen lukken als ze erin slagen onze positie te ondermijnen. 

Van hieruit ziet de beweging er sterk georganiseerd uit en dat al sinds lange tijd. Is dat inderdaad zo? 

Laurent Brun. Het is nu anderhalf jaar dat de CGT hieraan werkt. In december 2016 werd het reglement dat het terrein voor deze hervorming moest voorbereiden, ingevoerd. We waren ervan overtuigd dat, wat ook de verkiezingsuitslag zou zijn, de traditionele partijen de afbraak van het statuut zouden doorvoeren: de privatisering van het spoor, enz. Vanaf dat moment moesten we de strijd voorbereiden.

Hoe heeft u de beweging georganiseerd? 

Laurent Brun. We zijn vertrokken vanuit een ingewikkelde situatie, want in juli 2016 was er een vrij lang conflict over de arbeidsvoorwaarden. Het is altijd zeer moeilijk om een strijd aan te gaan enkele maanden na een conflict. En toen Macron verkozen was, werd het ons al snel duidelijk dat het zijn methode zou zijn om door te duwen, zonder overleg met de vakbonden. Zijn standpunt is dat hij voor 5 jaar verkozen is en dat hij dus het recht heeft te doen wat hij wil. 

In die context heerste een gevoel van woede als gevolg van wat de spoorwerknemers meemaakten, want ook al kenden we de inhoud van de hervorming nog niet, er was wel al wanorde ontstaan, banen werden geschrapt, enz.

Raoul Hedebouw, Charlotte Balavoine (PCF) en Laurent Brun. (Foto Solidaire, Sophie Lerouge)

Maar naast die woede heerste er een vreselijk fatalisme. Het idee was dat er niets aan te doen was, dat staken niet hielp, dat we niet konden winnen. Dus moesten we de strijd zeer goed voorbereiden, want hij zou zeer zeer hard zijn en we konden die niet aanvatten in deze omstandigheden. We zijn dus beginnen werken op de oorzaken van het fatalisme. 

We vonden al snel dat de belangrijkste oorzaak een gevoel van isolement was. “Wij zijn de enigen die strijden, de reizigers haten ons, we worden politiek niet gesteund, …” Daar hebben we dus moeten op werken om aan te tonen dat er wel steun was. 

We hebben een gratis krant uitgegeven op 500.000 exemplaren om contact te leggen tussen militanten en reizigers. De militanten zijn zich ervan bewust geworden dat de reizigers helemaal niet vijandig stonden tegenover de spoorwerknemers, integendeel. Dat heeft hen opnieuw gemotiveerd. De krant had twee functies: de band tussen gebruikers van het spoor en spoorwegpersoneel herstellen en het spoorwegpersoneel weer in beweging krijgen, hen opnieuw aanzetten tot militeren.  

Vanaf dan hebben we beetje bij beetje de sensibilisering verbreed. Militanten gingen naar de leden van de vakbond, leden gingen naar sympathisanten. De sympathisanten gingen naar alle werknemers. Dat loonde. De solidariteit was zeer concreet. Onze solidariteitskas raakte goed gevuld. We zitten op zo'n 700.000 euro. De solidariteitskas die gelanceerd werd door kunstenaars en intellectuelen heeft het miljoen overschreden. Reizigers komen aan het loket en zeggen: “Ik wil geen ticket kopen, maar een beetje geld geven aan de stakers.”

Een eerste stap was het doorbreken van het gevoel van isolement. De tweede was het werken aan de eisen. We zagen dat de spoorwerknemers zich sterk kunnen mobiliseren voor lokale eisen omdat ze zowel de woordvoerder als het onderwerp goed kennen. Daar moesten we gebruik van maken. We hebben ons personeel aangesproken: “Jullie gaan jullie lokaal urgentieplan uitwerken, jullie gaan opschrijven wat er moet gebeuren om de dienst te doen draaien in goede werkomstandigheden.” Daarna hebben we dat omgevormd tot een nationaal urgentieplan. Zo werd er verbinding gemaakt tussen het lokale en het nationale. 

Waarom die link tussen lokaal en nationaal? Waren er remmingen op nationaal niveau? 

Laurent Brun. Ja, het stond ver van hen af. Veel spoorwerknemers kenden onvoldoende de inzet. Ze zagen niet hoe dat kon wegen op hun dagelijks leven. En de nationale woordvoerders leken onbereikbaar, onaantastbaar. Die link leggen, was een belangrijke stap. Onze boodschap was: “Neem je bedrijf in eigen handen.”

Eens de verslagenheid en het fatalisme vervangen werden door de wil om te strijden, hebben we een manifestatie georganiseerd. Ze was voorzien voor 8 februari. 13.000 spoorwerkers hadden zich ingeschreven. Maar we hebben het moeten annuleren wegens de sneeuw. Een geluk eigenlijk, want kort daarna kregen we de besluiten te lezen van het fameuze Spinetta-rapport, dat besteld werd door de regering en dat de maatregelen voorstelde waartegen we nu strijden. We konden het vakbondsfront heropbouwen en op 22 maart, de dag van de manifestatie van de openbare diensten, mobiliseerden we 40.000 spoorwerkers. Dat is het begin van de beweging. Twee maand later zijn we nog steeds gemobiliseerd. Volgens de directie staan we terug op hetzelfde percentage stakers als bij het begin van de beweging. Voor sommige kameraden is dat zeer moeilijk. Maar ze geven niet op.   

Waarom die methode toepassen om 2 dagen op 5 te staken? 

Laurent Brun. Dat is het resultaat van veel verschillende analyses. Om te beginnen is er de methode van de regering om te hervormen. Ze vaardigen geen volledige wet uit waarop onmiddellijk kan worden tussengekomen. Ze gebruiken de methode van de decreten. Het parlement stemt over thema's van de hervorming maar weet niet wat de inhoud van de hervorming zal zijn. Die inhoud wordt pas maanden later duidelijk. Je moet dus van bij het begin tot het einde van het proces gemobiliseerd blijven. Maar je kan een staking geen drie maanden volhouden. We moesten ons daaraan aanpassen. 

Raoul Hedebouw en Laurent Brun. (Foto Solidair, Sophie Lerouge)

Tweede element: de spoorwerkers zeiden ons dat een staking hen veel kostte, over het algemeen haken er velen af vanaf de tweede week. En eens weg van de staking komen ze niet meer terug. Dus moesten de bazen slechts wachten tot we door de knieën gingen. Dat gebeurde na zo'n drie, vier weken. We moesten een systeem hebben dat ons zou toelaten individuele “besparingen” te doen en dat ons ook toeliet terug te keren naar de spoorwerkers. Aangezien er stakingsperiodes waren die eindigden, kon men bij de volgende periode terugkeren. Dat heeft ons overigens de kans gegeven om het idee te ontwikkelen dat de staking niet enkel een “democratische” functie had, in de zin van wegen op de instellingen. We stelden vast dat eenmaal een wet was gestemd, de mobilisatie ertegen stopte. We moesten het idee ingang doen vinden dat staken een economische functie heeft: het is omdat we inkomsten van de patroon wegnemen dat hij uiteindelijk toegeeft. Wanneer je aan het kapitaal raakt en de patroon duidelijk maakt dat hij verplicht is in te binden. Wij, van onze kant zullen nog lang niet buigen. 

Tenslotte was er het feit dat we vaststelden dat op interprofessioneel niveau, niet alle beroepen op hetzelfde mobilisatieniveau stonden. Dat gaf ons tijd om ook andere sectoren van de maatschappij te mobiliseren.  

Kunt u uw stemmingsactie uitleggen? Waarom de spoorwerknemers raadplegen terwijl ze toch al sterk gemobiliseerd lijken? 

Laurent Brun. We wilden eerst het idee weerleggen dat door de directie wordt verspreid, namelijk dat als er 20% stakers zijn, er 80% spoorwerkers zijn die akkoord gaan met de hervormingen. 

Daarnaast zijn er bepaalde geledingen in het bedrijf, onder andere de kaders en de hogere kaders, die moeite hebben om in staking te gaan. De stemming laat ook hen toe zich uit te drukken. We zijn er ons van bewust dat er velen zijn die instemmen met de actie. 

Foto Solidair, Sophie Lerouge.

Het voorbeeld van het intern referendum bij Air France, dat het bedrijf onthoofdde aangezien de patroon zijn ontslag op tafel legde, was een bron van motivatie. Wij zouden er niet rouwig om zijn als de onze dat ook deed (glimlach). Bij Air France, zoals bij ons, gingen de patroons uit van het idee dat het fatalisme bij de werknemers zo groot was dat ze alles konden doen. En de laatste jaren is er effectief van alles doorgeduwd. De werknemers van Air France hebben gezegd: “Stop, niet alles kan er door komen!” De stemactie komt er zodat de werknemers zich kunnen uitdrukken op zeer brede schaal. Dat versterkt de organisatie. Als men laat stemmen, wacht men niet enkel bij de urne tot de mensen komen.Er zijn ook mobiele urnen. We verplichten onze kameraden naar de spoorwerkers toe te gaan om ze te doen stemmen. Opeens wordt naast de hervormingen ook over de staking gediscussieerd. Telkens wordt aan agitatie-acties organisatie verbonden, dat geeft structuur aan de strijd. 

Naast het spoor zien we ook verplegend personeel, elektriciens, studenten...in beweging.  Wat hebben die sectoren gemeen? 

Laurent Brun. Bij de openbare diensten is er de permanente besparingslogica. De budgetten worden ingekrompen: het personeelsaantal verkleind, enz. Voor de werknemers is de kwaliteit die ze leveren zeer belangrijk. En de vermindering van  kwaliteit wordt absoluut catastrofaal. Dat klagen bijvoorbeeld de werknemers van Ehpad (instellingen voor hulpbehoevende bejaarden, n.v.d.r.)  aan. Het gaat hen zelfs niet om hun werkomstandigheden. Het is de manier waarop ze verplicht worden met de mensen om te gaan. daarover zijn ze meer verontwaardigd dan over de andere dingen. Bij de elektriciens dezelfde verontwaardiging en bij de spoorwerknemers eveneens. 

Wat hier speelt, is dat er moet gezegd worden dat men de bezuinigingen beu is omdat men bovendien ziet dat het geld naar elders gaat. De president heeft bijvoorbeeld de ISF (solidariteitsbelasting van de grote fortuinen) afgeschaft, hij creëert nieuwe vormen van belastingontwijking voor de rijken en pakt ondertussen de gepensioneerden aan en de ambtenaren.

Waarom is het belangrijk dat jullie strijd wordt gesteund vanuit het buitenland? 

Laurent Brun. Patronaat en regering geven ons altijd het voorbeeld van het buitenland: “Elders wordt dit al gedaan, in ieder geval doet iedereen het zo.” Wij hebben Zwitserse spoorwerknemers ontmoet. Zij beginnen een heronderhandeling van de collectieve overeenkomsten van het spoor. Hun patroons hebben hen gezegd: “Zie je, zelfs in Frankrijk wordt er hervormd. Jullie zullen de afschaffing van een week vakantie voor de 60-plussers moeten aanvaarden. Hier een arbeidstijdverlenging, daar de vermindering van de minimumlonen, enz.” Dus, hoe meer het patronaat wint in sommige landen, hoe veeleisender ze zullen zijn in andere. 

Foto Solidair, Sophie Lerouge.

Wij moeten dezelfde logica volgen. Steunen op overwinningen. Want in sommige landen zijn er al, zoals in sommige landen in het Oosten waar een interessante strijd op een overwinning is geëindigd. We moeten dus uitgaan van die overwinningen en banden smeden om te weten hoe we elkaar kunnen versterken. 

We komen ook naar België in antwoord op de mobilisatie van de Belgen. De steun die wordt betuigd, de aanwezigheid bij de manifestaties...dat beantwoordt aan onze boodschap die we wilden brengen aan de Franse strijdende spoorwerkers: “Zie je wel dat we niet geïsoleerd zijn!” Dat heeft een belangrijke rol gespeeld voor de spoorwerkers en het is zeer belangrijk voor het vervolg van de actie. 

De CGT heeft offensieve eisen (werktijdvermindering, nationalisatie van sommige sectoren, enz.) Waarom is het zo belangrijk om niet alleen te proberen de meubels te redden maar ook het idee te promoten van een andere maatschappij? 

Laurent Brun. Als men in het defensief zit, gaat men nooit vooruit. Een van de oorzaken van onze zwakte, was o.a. dat de werknemers dachten: “Uiteindelijk brengt strijd nooit iets op.” Maar opdat het zou opbrengen, is het nodig dat we zelf opnieuw in het offensief gaan. Het is een ideologisch gevecht. Waarom hebben we rechten? Waarom zijn er commissies waaraan vertegenwoordigers van de werknemers mogen deelnemen? Omdat men op een gegeven moment heeft vastgesteld dat in de privé-economie het arbitraire patronaat overal aanwezig was: in de promoties, in de sancties...en dat we hebben geprobeerd rechten op te bouwen om die willekeur van het patronaat te beperken. Het statuut is er evenals de collectieve overeenkomsten en de rest. Dat moet men zich in het hoofd prenten. Als men dat niet doet, begrijpt men niet waarom we onze sociale verworvenheden verliezen, noch hoe we er nieuwe kunnen veroveren. 

We beperken ons niet tot kritiek geven op de hervormingen van het patronaat en de regering, maar we ontwikkelen een alternatief plan. In “Ensemble pour le fer” (Samen voor het spoor) doen we positieve voorstellen, een weg naar een betere SNCF. Dat plan werd door de spoorwerknemers opgesteld. Het is belangrijk niet altijd bij het negatieve te blijven. We moeten ook een positieve visie aanbrengen. 

Kunnen we winnen? Zo ja, welke zijn de voorwaarden voor een mogelijke overwinning? 

Laurent Brun. Ik ben actief bij de vakbond sinds 2003. We hebben verloren in 2003, 2007, 2010, 2014, 2016... Dat begint veel te worden ... Maar gezien we elke keer weer dichter bij een overwinning komen, zal het op een dag toch moeten kantelen. We waren nog nooit dichter bij de overwinning, gezien de steun van de publieke opinie, de strijdbaarheid, enz. 

Tezelfdertijd staan we tegenover de Franse regering. De instellingen zijn extreem hard, het is toch wel een tegenstander van een hoog niveau. We weten dat als ze toegeeft aan de spoorwerknemers, de andere hervormingen die ze voorbereidt en die de sociale verworvenheden aanvallen er moeilijker gaan doorkomen. De regering en het patronaat zijn zich daar zeer goed van bewust. Het zal dus zeer moeilijk zijn om hen te verslaan. 

We dansen op een slappe koord, het kan alle kanten uitgaan. Wat zal tellen is het niveau van permanente mobilisatie. We moeten regelmatig de mobilisatie opnieuw lanceren, door verschillende actievormen, door hoogtepunten, enz.  We moeten de stemmingen overbruggen (na de Assemblé nationale is het de beurt aan de Senaat om de hervorming te stemmen. De tekst zal vanaf 29 mei bediscussieerd worden, n.v.d.r.). Als we voorbij de stemming in de Senaat geraken en het conflict blijft duren, zal de regering zich de vraag moeten stellen: “Hoe geraken we uit dit conflict?” En dan ...

In de derde aflevering van De Keukenrevolutie legt Peter Mertens de Franse president Emmanuel Macron en diens zware besparingsprogramma op de rooster. “Als de Franse zonnekoning de spoorbonden kan kraken, dan staat de deur ook open voor de verder afbraak van de openbare diensten in de rest van Europa”, waarschuwt Peter Mertens. “De Franse ‘spoorstrijd’ is een Europese uitdaging.”

Commentaar toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.