Op 19 maart kwamen een tienduizend vakbondsmilitanten samen op het Muntplein in Brussel. (Foto Solidair, Dieter Boone)

Logisch dat UNIZO, Voka en VBO geen staking willen… tegen hun eigen programma

UNIZO-voorzitter Van Eetvelt is kwaad op de ACOD, de socialistische vakbond van de openbare diensten, omdat die op 22 april gaat staken. "Deze keer is de maat vol. Ze schaden de bedrijven. Dit is een gijzeling van de economie, en dat aanvaard ik niet. Nu krijgen ze met mij te doen", reageerde Van Eetvelt[1]. Vandaag voeren de werkgevers hun campagne tegen stakingen nog op.

Eerder hadden het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en de Vlaamse werkgeversfederatie (Voka) de staking van de ACOD ook al afgekeurd. Gisteren legden de werkgevers het sociaal overleg over het Vlaams banenplan stil. Ze weigeren rond de tafel te zitten zolang de socialistische overheidsvakbond (ACOD) de staking van 22 april niet afblaast[2]. Dit is een verdere escalatie in de campagne van de werkgevers tegen de stakingen. Van Eetvelt van Unizo en de andere werkgeversfederaties herhalen al weken dat de werkgevers niets te maken hebben met de regeringsmaatregelen en dat het bijgevolg ‘not done’ is om het stakingswapen te gebruiken. Klopt dat wel?

Regering Michel-De Wever werkt voor de grote bedrijven

Zowel de nationale werkgeversorganisatie, het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), als de Vlaamse (Voka) schreef voor de verkiezingen van 25 mei 2014 haar voorstellen neer in een Memorandum[3][4]. Alle gecontesteerde maatregelen van de regering Michel-De Wever vind je daar letterlijk in terug. Hier een beknopte opsomming van de belangrijkste maatregelen.

  • De regering bespaart de komende 5 jaar via structurele maatregelen tot 11 miljard.

Voka bepleitte in zijn memorandum: “Om de houdbaarheid van onze openbare financiën in de toekomst te garanderen is een inspanning van minstens 10 miljard euro nodig tijdens de volgende legislatuur.” Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van Voka, schreef : “Tijdens de volgende legislatuur moeten we twee belangrijke doelstellingen tegelijkertijd realiseren: zowel de begroting van elke overheid op orde brengen als de competitiviteit van de ondernemingen herstellen.”[5]

  • De regering trekt de pensioenleeftijd op tot 67 jaar. En wil dat iedereen tot aan zijn pensioen beschikbaar is voor de arbeidsmarkt.

In het memorandum van Voka lezen we: “De beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt wordt opgetrokken tot aan het pensioen en uitgebreid tot alle werkzoekenden. De pensioenleeftijd wordt geleidelijk opgetrokken tot 67 jaar.”

  • De regering beperkt het tijdskrediet en de landingsbanen.

Volledig in de lijn van het Voka-memorandum: “Het tijdskrediet zonder motief wordt stopgezet. Landingsbanen kunnen slechts vanaf vijf jaar voor de pensioenleeftijd en mits 35 jaar met arbeid te hebben bijgedragen aan de sociale zekerheid.”

  • De regering wil de leeftijdsvoorwaarden voor het brugpensioen optrekken tot 62 jaar om uiteindelijk het brugpensioen te laten uitdoven.

Overgenomen uit het memorandum van het VBO: “Het systeem van werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen) geleidelijk afschaffen”

  • De regering wil de ambtenarenpensioenen afbouwen.

Letterlijk overgenomen uit het Voka-memorandum: “De ambtenarenpensioen worden niet langer berekend op de wedden van de laatste 5 of 10 jaar van de loopbaan, maar over heel de loopbaan, zoals in de privésector. De perequatie van de overheidspensioenen wordt afgeschaft”.

  • De regering wil de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid verminderen van 33% naar 25%.

Het memorandum van het VBO pleitte: “Verlaag het algemeen tarief van de patronale bijdrage naar 25%”. Voka wil een “vermindering van de werkgeversbijdragen voor een totaal van 8,9 miljard euro”.

  • De regering wil met de indexsprong de loonkosten van de bedrijven verminderen.

Volledig in lijn met de memorandums van Voka en VBO die op verschillende plaatsen pleitten voor verlaging van de lasten op arbeid (lees ‘de verlaging van de loonkosten’).

  • De regering bouwt de middelen voor de openbare diensten af.

Hiermede volgt ze de raad op van Voka dat pleit: “Tegen 2019 moet de groei van de overheidsuitgaven met 10 miljard euro afgeremd worden”. Om de lastenverlaging voor de bedrijven te financieren pleit Voka ervoor dat “alle overheden in ons land de groei van hun gezamenlijke uitgaven jaarlijks met 4 à 4,5 miljard afremmen. In totaal moet er voor alle overheden samen 21 miljard meeruitgaven vermeden worden tijdens de komende 5 jaar”.

Wie de memorandums van het VBO en van Voka leest, kan slechts één conclusie trekken: deze regering rijdt voor de 1% rijksten van ons land. En deze 1% rijken zijn verbonden met de grote bedrijven. De N-VA die deze regering leidt, is de partij die 30% van de stemmen haalde, maar die alleen opkomt voor de 1 procent. En daarom moet de 99 % inleveren, besparen, harder en langer werken, meer betalen voor openbare dienstverlening…

Zonder stakingen kan je het regeringsbeleid niet wijzigen

Wie deze regering onder druk wil zetten, kan er niet onderuit om de opdrachtgevers van deze regering te viseren. Het sterkste middel om dat te doen is de staking. Wanneer stond het recente sociaal verzet het sterkst? Op 15 december, direct na de stakingen. Toen stond de regering met de rug tegen de muur. Het sociaal verzet slaagde erin om de verdeeldheid tussen N-VA en CD&V enorm op te drijven. Ook de tegenstellingen onder de werkgevers zelf namen toe. Er ging geen dag voorbij of een of meerdere werkgevers distantieerden zich in een krant van de indexsprong. Op 30 december schreef De Tijd dat het gemor van de werkgevers de druk op de regering enorm deed toenemen. Het is pas na het opschorten van de acties en in het bijzonder van de stakingen dat het bij de werkgevers opnieuw stil werd en dat de druk op de regering verminderde. De werkgevers weten maar al te goed waarom ze zo van leer trekken tegen het stakingswapen. Zonder stakingen zal je deze regering niet achteruit drijven.

Lessen uit onze nationale geschiedenis

Algemene stakingen zijn altijd al een wapen geweest van de Belgische werkende klasse in haar strijd – tegen de regeringen - voor democratische en sociale hervormingen. De algemene staking van 1886 leidde tot de invoering van de eerste sociale wetten, die van 1893 tot de invoering van het meervoudig stemrecht. Voordien had de werkende bevolking geen stemrecht. De algemene staking van 1936 resulteerde in een eerste week betaalde vakantie. Zonder die stakingen, die uiteraard schade toebrachten aan de economie, hadden de regeringen nooit toegegeven.

 

[1] 12 maart 2015

[2] Gazet Van Antwerpen, 8 april 2015

[3] Memorandum VBO

[4] Memorandum Voka

[5] Memorandum Voka