Foto skeeze / pixabay.com

Loonhandicap weggewerkt, maar regering vindt al iets nieuws om lonen te drukken

Hoera! De fameuze “loonhandicap” is weggewerkt. Na jaren van inleveren, blijkt dat we eindelijk even veel – of even weinig – verdienen als onze collega’s in de buurlanden. Feestje? En eindelijk nog eens opslag nu? Neen, de regering vindt dat nog onvoldoende en verandert de spelregels om de lonen te blijven drukken. 

“De loonkostenhandicap verdwijnt vanaf 2016.” Dat staat in het laatste verslag van de Nationale Bank. De regering had zich tot doel gesteld het verschil tussen de Belgische lonen en de lonen in onze buurlanden tegen het einde van haar legislatuur weg te werken. Drie jaar eerder zijn we al zo ver.

De zogenaamde loonwet – ook wel wet van ’96 (zie kader onderaan) – was destijds in het leven geroepen om die “loonhandicap” aan te pakken. De wet legt om de twee jaar vast hoeveel de lonen maximaal mochten stijgen. De rechtse regering-Michel (N-VA, CD&V, Open Vld, MR) deed er nog een schep bovenop en nam een hele resem bijkomende maatregelen die stuk voor stuk de bevolking troffen. Denk maar aan de indexsprong van 2015: de lonen en uitkeringen werden niet aangepast aan de stijging van de prijzen, waardoor werknemers en uitkeringsgerechtigden 2% inkomen verloren. Of aan de loonblokkering van 2015-2016, waardoor loonsverhogingen de lonen nauwelijks konden stijgen.

Wat wel steeg, waren de cadeaus aan de bedrijven. Ze kregen mooie namen als “competitiviteitspact” of “taxshift”, maar ze kostten de samenleving miljarden.

Loonhandicap … behouden

Doordat de loonhandicap nu officieel verdwenen is, zou er logischerwijze de komende twee jaar ruimte moeten zijn voor loonsverhoging, niet? Daar denkt de regering toch anders over. Plots komt ze met iets nieuws: nu moet de zogenaamde “historische uurloonhandicap”, die opgebouwd is vóór 1996, worden weggewerkt. Iets waar nochtans geen spoor van terug te vinden is in het regeerakkoord. Hoe deze “historische handicap” wordt bepaald, is een raadsel. Zal er rekening worden gehouden met de hoge productiviteit van de Belgische werknemer? Zal er rekening gehouden worden met het gegeven dat in België 4% van de totale loonmassa bestaat uit subsidies die de overheid al uitdeelt aan werkgevers?

De strategie van regering en werkgevers is duidelijk: de spelregels van de loonwet veranderen om de loonhandicap – die dit jaar zou verdwijnen – in stand te houden en zo het argument de creëren om de lonen verder te blijven drukken.

De regering wil blijkbaar te allen prijze verhinderen dat onze lonen stijgen. Onderhandelingen over collectieve arbeidsovereenkomsten (cao's) worden in een streng keurslijf gestopt. En als er ergens in een bedrijf toch afspraken worden gemaakt over grotere loonsverhogingen dan de regering toelaat, dan hangt het bedrijf een sanctie boven het hoofd.

Koopkracht twee keer getroffen

Indexsprong, amper loonsverhoging … dat voel je in de portemonnee. Zeker als daarbovenop het leven op alle vlakken fors duurder is geworden de afgelopen jaren. Allerhande taksen en accijnzen zorgden ervoor dat de consumptieprijzen de hoogte in schoten, terwijl die inflatie in de buurlanden vrij stabiel bleef. De Turteltaks en de btw-verhoging op elektriciteit deden de energieprijzen de pan uit swingen. En dan waren er ook nog de accijnsverhoging op tabak en alcohol, de verhoging van het inschrijvingsgeld voor hogescholen en universiteiten, de duurder trein-, tram- en bustickets … En zo kunnen we nog even doorgaan.

Grote aandeelhouders, multinationals en topmanagers wrijven in hun handen

Het omgekeerde verhaal bij de grote aandeelhouders. In de periode 1996-2014 stegen de netto dividenden – het deel van de winst dat een bedrijf uitbetaalt aan zijn aandeelhouders – maar liefst met 153,76%. Toen deze zomer bekend werd dat de CEO’s van bpost en Proximus de opgelegde loonnorm (650.000 euro per jaar!) hadden overschreden, pleitte N-VA voor de afschaffing van die loonnorm.

Slecht voor de economie

Op het moment dat Duitsland zijn lagelonenbeleid een beetje loslaat en er in verscheidene Duitse sectoren opnieuw aanzienlijke loonstijgingen zijn, beslist onze regering haar beleid van loonblokkering nog aan te scherpen. Dit recept heeft nochtans enkel bewezen dat het Europa dieper de crisis in duwt. Waarom een beleid volgen dat in de jaren ’90 miljoenen werkende Duitsers in de armoede heeft gestort? Waarom de lonen blijven blokkeren als de arbeidskosten in Frankrijk en Nederland de laatste vijftien jaar sterker gestegen zijn dan in België?

Ook in België laten de gevolgen van de verminderde koopkracht zich al voelen. Uit recente cijfers van de FOD Economie blijkt dat in de eerste zes maanden van dit jaar de kleinhandelaars 2,4 procent minder verkochten. “Als mensen meer moeten uitgeven aan heffingen, spenderen ze minder aan de rest. Er was ook de indexsprong en de lonen stijgen niet”, zegt Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Econopolis (De Standaard, 17 augustus 2016).

Loonsverhogingen door vrije loononderhandelingen zijn daarom noodzakelijk voor economisch en sociaal beleid. Wanneer gezinnen weer meer kunnen uitgeven, geeft dit zuurstof aan de economie. Zo stijgen ook de belastinginkomsten wat ook de overheidsfinanciën gezonder maakt.

De loonwet – vaak de wet van ’96 genoemd – moet ervoor zorgen dat de Belgische lonen niet sneller stijgen dan de lonen in onze buurlanden (Nederland, Frankrijk en Duitsland). Daarom vergelijkt de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) sinds 1996 om de twee jaar de loonevolutie in België met die van onze buurlanden. Dat verschil wordt de zogeheten ‘loonhandicap’ genoemd. Op basis van het verschil tussen de loonevoluties wordt bepaald hoeveel de Belgische lonen maximaal mogen stijgen. De Nationale Bank stelt dat de loonhandicap in 2016 verdwenen zal zijn.