Michaël Verbauwhede: Dossiervreter en veldwerker

auteur: 

Webredactie

Michaël Verbauwhede kent zijn dossiers, maar ook de realiteit op het terrein is hem niet vreemd. Uit zijn engagement in de studentenbeweging en zijn rechtenstudie houdt hij een vaste wil over om in het Brussels parlement strijd te voeren tegen een besparingspolitiek die van de jongeren van vandaag “een verloren generatie” dreigt te maken.

Michaël Verbauwhede zette de stap naar de PVDA na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, toen de partij in heel het land sterk vooruitging. Voor hem is het werk van de verkozenen van de PVDA in de gemeenten een enorme inspiratiebron voor het werk dat hij de komende jaren gaat doen in het parlement: “Net zoals zij, willen ook wij samen met de mensen actie voeren. En we zullen alle progressieve projecten steunen waar de gewone mensen beter van worden.”  

    Bij de Franstalige studentenvereniging FEF, waarvan hij twee jaar de voorzitter was, heeft Michaël Verbauwhede al aardig wat ervaring opgedaan, hij is dan ook vertrouwd met acties op het terrein. En als jurist – hij is ook nog historicus – schreef hij een boek met gesprekken met oud-rechter Christian Panier en de progressieve advocaat Jan Fermon (Justice. Affaire de classes, Aden, 15 euro).

    Op tv, op markten, tijdens betogingen… overal werpt Michaël Verbauwhede zich op als een pleitbezorger voor een sociaal Brussel. Als parlementslid wil hij die lijn doortrekken: “We zullen erop blijven hameren dat Brussel een sociale noodsituatie kent, dat de ongelijkheid toeneemt en dat we op de eerste plaats sociale oplossingen moeten kiezen die gebaseerd zijn op een herverdeling van de rijkdom.”

    Door zijn opleiding en zijn ervaring kunnen we ervan uitgaan dat hij zich met veel sérieux op zijn dossiers zal storten en dat hij “een constructieve oppositie” zal voeren in het Parlement. Toch is Michaël Verbauwhede vast van plan zich niet in zijn kantoor op te sluiten: “We gaan de stakingspiketten blijven bezoeken, vakbonden en andere verenigingen ontmoeten...”

    Als boegbeeld van de PVDA-jongeren – hij is pas 28, wat hijzelf een troef vindt in het Parlement, “waar veel leden al heel lang zetelen” – wil hij samen met de andere PVDA-gekozenen een frisse wind doen waaien in de Brusselse assemblee.

    “Op de kiesavond in Brussel zei iemand me dat mijn leven nu drastisch gaat veranderen”, vertelt hij. “Ik antwoordde hem dat dit zo is, maar dat ook het leven van de hele PVDA gaat veranderen. Ik hoop dat, door het nieuwe gewicht van de PVDA en door de acties die we gaan voeren, ook het leven van de Brusselaars zal verbeteren. Dat wordt mijn leidraad.”