Foto Solidair, Antonio Gomez Garcia

Minister Geens wil cipiers monddood maken

De stakingsbereidheid bij de cipiers geeft weer hoe onze Belgische gevangenissen erbij liggen. Met hun stakingen slaan de cipiers alarm over de omstandigheden waarin ze gevangenen moeten bewaken en begeleiden. Die leiden geregeld tot echte drama’s, zoals de schietpartij in Luik, waarbij een in de cel geradicaliseerde man drie mensen neerschoot. De noodkreten van de Luikse cipiers waren in dovemansoren gevallen…

Liever dan de problemen op te lossen, kiest minister van Justitie Geens ervoor om het protestmiddel, het stakingsrecht van de cipiers, aan te pakken. Hij stelt voor om het gevangenispersoneel op te vorderen bij stakingen.

De regering verwijst daarvoor naar een publieke berisping door het Antifoltercomité van de Raad van Europa over de situatie van de gedetineerden tijdens stakingen. De Raad van Europa heeft al meermaals vastgesteld dat de elementaire basisrechten van de gevangenen tijdens stakingen van de cipiers niet gewaarborgd zijn.

Als deze regering de mensenrechten preekt, boer, let op je ganzen

Als we spreken over de schending van de mensenrechten van gevangenen, mogen we de bredere context niet uit het oog verliezen. Zijn de stakende cipiers verantwoordelijk voor de schending van de basisrechten van gevangenen? Wie is verantwoordelijk voor de middeleeuwse infrastructuur waarin de gedetineerden moeten leven? Met soms gebrek aan stromend water, invallende gebouwen, lekkende daken … Wie organiseert al jaren de permanente overbevolking waardoor gedetineerden in overvolle cellen samenzitten? Wie organiseert al jaren de onderbezetting van het penitentiair personeel, waardoor de arbeidsomstandigheden verslechteren en gevangenissen geen individuele begeleiding kunnen aanbieden en uitgroeien tot kweekscholen voor zware criminelen en geradicaliseerde jongeren?

Na het drama in Luik interpelleerde PVDA–volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw de minister van Justitie in het Parlement: “Aan verschillende stakingspiketten aan gevangenissen hoorde ik de eis voor meer middelen en meer personeel. De cipiers werken op het terrein, zij kennen de situatie heel goed. Al in 2016 zegden ze ons: “Geef ons de middelen en het personeel om te voorkomen dat bijvoorbeeld geradicaliseerde gekken in de maatschappij terugkeren”.

Cipiers staken vooral voor betere omstandigheden voor henzelf en voor de gevangenen

Al jaar en dag klagen de cipiers de wantoestanden aan. Dat de cipiers zoveel staken, heeft alles te maken met de slechte omstandigheden waarin zij werken en waarin de gedetineerden leven. Elke keer opnieuw eisten de cipiers meer mensen en middelen voor een humaan gevangenisbeleid.

Een regering die dit wanbeleid laat aanslepen en tegelijkertijd het stakingsrecht van de cipiers beknot uit bezorgdheid voor de mensenrechten? Daar bestaat een woord voor: hypocrisie.

De regering wil de cipiers beletten om deze wantoestanden nog naar buiten te brengen en valt hun recht op actievoeren aan met een aanval op hun stakingsrecht.

Wetsontwerp Geens: iedere staker moet zich melden

Volgens het wetsontwerp van minister Geens kan een stakingsaanzegging maar minimum 30 dagen op voorhand ingediend worden. Ten laatste 72 uur voor het begin van de staking moeten alle personeelsleden via een lijst aan hun directeur laten weten of ze zullen staken of niet. Wie zich niet inschrijft, wordt geacht te komen werken.

Als er minder werkwilligen zijn dan er nodig zijn voor het minimum aan taken (douche, wandeling, bezoek), dan mag de gevangenisdirecteur vanaf de tweede stakingsdag de opvorderingsprocedure opstarten via de provinciegouverneur. Het wetsontwerp zegt letterlijk dat men na een jaar zal evalueren of die opvordering eventueel al op de eerste stakingsdag moet beginnen. Anders gezegd, met deze opvordering weet je wel waar het stakingsverbod voor de cipiers begint, maar niet waar het eindigt.

Regering versterkt oorzaken van de stakingen

In plaats van het statuut en de werkomstandigheden van de cipiers te verbeteren, doet de regering het tegenovergestelde met haar hervorming van het ambtenarenstatuut, het geleidelijk afschaffen van de vaste benoemingen en de besparingen. De regering had er ook voor kunnen kiezen om het sociaal overleg te herwaarderen en te versterken. Ze doet het omgekeerde met haar eenzijdig wetsontwerp. Of ze had kunnen besluiten om het systeem te verbeteren van de tijdelijke tussenkomst van politie en civiele bescherming tijdens stakingen, met de nodige middelen en opleiding. Niets van dit alles.

Vandaag de cipiers, wie morgen?

Het opvorderen van cipiers past helemaal in de globale aanval van de regering tegen het stakingsrecht. Net als de minimale dienstverlening bij het openbaar vervoer. Het ligt in dezelfde lijn als het proces tegen de twee vakbondsmilitanten uit de Antwerpse petrochemie die beschuldigd worden van kwaadwillige belemmering van het verkeer. De regering probeert via allerlei wegen het stakingsrecht van werkende mensen lam te leggen. Vandaag vallen ze de cipiers aan, wie zijn de volgende? Elke werknemer zou best goed beseffen dat het stakingsrecht zijn eerste en belangrijkste recht is. Alle andere rechten zijn verworven dankzij dat stakingsrecht.

Woorden zoals minimale dienstverlening verstoppen regeltjes en voorwaarden die het moeilijker maken om te protesteren. Die extra regels zijn trouwens onnodig, want de vakbonden staan open voor afspraken om stakingen ordelijk en met respect voor andermans rechten te laten verlopen en zeker om stakingen zo snel mogelijk op te lossen via onderhandelingen. Zeker bij de cipiers zijn opvorderingen een onnodige en buitenproportionele beperking van het stakingsrecht. Een sociale regering zou zich bezighouden met de oorzaken waarom het gevangenispersoneel zo vaak staakt. Neem het gevangenispersoneel serieus en verbeter hun statuut, in plaats van dat af te schaffen.