Nu woensdag 18 februari was het werelddag van het stakingsrecht. Voor de syndicale leiders was het een gelegenheid om er ons aan te herinneren dat “raken aan het stakingsrecht betekent dat men raakt aan de democratie” (Marc Goblet, ABVV) en dat “alleen de werknemers kunnen beslissen of ze in staking gaan, en niet de politiekers” (Marc Leemans, ACV) (Foto Solidair)

Mogen we nog staken: ja of neen?

Acties tegen de indexsprong: "mag niet!" riep Egbert Lachaert van Open Vld vorige donderdag in het parlement. Hij zal het drie keer herhalen. Voor N-VA-parlementair Zuhal Demir mag er twee jaar lang geen enkele sociale actie meer gevoerd worden. De meest rechtse partijen in de regering Michel - De Wever waren bijzonder geënerveerd. Minister van Werk Kris Peeters probeerde de gemoederen te bedaren door te zeggen dat de vakbonden misschien nog wel acties zouden doen maar geen stakingen. 

Meningsverschillen verre van opgelost 

De volksvertegenwoordigers van de meerderheid zouden - op basis van het Interprofessioneel Akkoord – graag willen verhinderen dat de vakbonden weer in actie komen, of nog erger in staking gaan. Maar het akkoord gaat niet over de essentiële eisen waarvoor de mensen in november en december op straat zijn gekomen. Bovendien heeft het ABVV het akkoord resoluut verworpen en het ACV heeft het slechts met een heel kleine meerderheid aanvaard. Een première in de geschiedenis van de christelijke vakbond. Om nog te zwijgen over de velen bij die kleine meerderheid die aan hun ja de voorwaarde verbonden van het uitwerken van een interprofessioneel actieplan. Een actieplan in gemeenschappelijk vakbondsfront om de overblijvende punten waar ze het niet mee eens waren te verdedigen. En de lijst van meningsverschillen is zeer lang: de werknemers verwerpen de indexsprong, de verlenging van de loopbaan en het ter beschikking stellen van mensen met prepensioen. Zij zijn het ook niet eens met de aanvallen tegen de openbare diensten. Zij vragen echte maatregelen die de grote fortuinen doen betalen. Je kunt het niet al hebben, de grootste sociale achteruitgang van de laatste 30 jaar én sociale vrede. De huidige reactie van de vakbonden en het sociale middenveld zijn gewoon op maat van de aanvallen die de werkende bevolking en de hele samenleving te verduren krijgen. 

Wat is dat, democratie? 

Met welk recht bemoeien Lachaert, Demir en Peeters zich met wat de vakbonden mogen of niet mogen doen? Ofwel schreeuwen ze hun frustratie uit in een glas water om daar een storm teweeg te brengen. Ofwel spreken ze als vertegenwoordigers van de regeringspartijen en dan zijn hun interventies bijzonder erg. "Het mag niet!" En als men het toch doet, wat dan? Verbieden? Reglementeren? Beperken? 

Met de nieuwe regering zien we een opbod van aanvallen tegen de vakbonden. Zowel in de voorstellen van de parlementairen, als in de regeringsverklaringen en de wetsvoorstellen van de meerderheidspartijen. Het laatste voorstel is dat van Denis Ducarme (MR) die het stakingsrecht wil beperken.

En de voorstellen van Kris Peeters voorspellen weinig goeds. In plaats van de vertegenwoordigers van zijn meerderheid er aan te herinneren dat het stakingsrecht een fundamenteel recht is, stelt hij hen gerust door aan te kondigen - waarop baseert hij zich? - dat de komende acties geen stakingen zullen zijn. 

Eenvoudig gezegd: de volksvertegenwoordigers hebben niet te zeggen wat de vakbonden - en bij uitbreiding elke sociale organisatie - al dan niet mogen doen wat sociale actie betreft. Maar mocht het hun interesseren, ze mogen nog altijd meedoen. Ze zullen dan het recht hebben - op hetzelfde niveau als de honderdduizenden andere mensen (militanten, vakbondsdelegees,  activisten uit het verenigingsleven...) – deel te nemen aan de debatten en de beslissingen van die organisaties. 

Staking tegen de patroons en niet tegen de regering? 

Unizo-baas Karel Van Eetvelt zei het zo: “Met protestacties op zich heb ik geen probleem." Hij voegde er echter direct aan toe "maar voor stakingen heb ik helemaal geen begrip". Kris Peeters van zijn kant laat verstaan dat de stakingen voorbij zijn omdat de punten die nog overblijven enkel op de regering betrekking hebben en niet meer op de patroons. 

Die twee heren kennen wellicht goed hun geschiedenis en willen tot elke prijs vermijden dat een van de meest efficiënte wapens van de werkende bevolking in België gebruikt wordt, te weten de nationale en interprofessionele staking.

Een voorbeeld uit onze sociale geschiedenis. Op 2 juni 1936 gaan de Antwerpse dokwerkers in staking. Het patronaat van de dokken verklaart de staking onmiddellijk "illegaal" en weigert elke onderhandeling. Toch doen de dokwerkers voort. Hun staking zal het startpunt worden van een van de grootste stakingsbewegingen in de Belgische sociale geschiedenis. Interprofessioneel, nationaal en in eenheidsfront. De beweging kent haar hoogtepunt op 22 en 23 juni. Het land is dan volledig verlamd door meer dan 500.000 stakers. De werknemers, verenigd in gemeenschappelijk front eisen loonsverhoging, betaald verlof, de 40-urige week en meer syndicale vrijheid. Er wordt snel een akkoord gevonden met... de regering en de patroonsorganisaties. Een akkoord dat een omzeggens totale overwinning is voor de sociale beweging. De werknemers krijgen loonsverhoging (van 5 tot 15% en de invoering van een minimumloon), de versterking van de paritaire comités, de eerste vakantieweek betaald (6 dagen) en de 40-urige werkweek in de bedrijven waar het werk zwaar en gevaarlijk is (mijnwerkers, dokwerkers, diamantbewerkers). Zoals in 1936, eisen de werkers vandaag sociale en democratische maatregelen. Zoals in 1936 staan ze tegenover patronaat en regering. En net als in 1936, is het drukkingmiddel dat hen toelaat de zaken in beweging te krijgen, de staking.

 

COLLOQUIUM – Stakingsrecht, een bedreigd democratisch recht?’ 
Het progressieve advocatencollectief Progress Lawyers Network organiseert een colloquium op 20 maart 2015 over het stakingsrecht met deelname van juristen en direct betrokkenen. Meer info: hier