Monica’s ongelijkheid

David Pestieau

“We moeten als politieke verantwoordelijken héél waakzaam zijn. Vooral de socialisten: de graad van ongelijkheid in een land bepaalt sterk het niveau van geluk.” Dat zegt minister van Werk Monica De Coninck (sp.a) in Le Soir (16 februari).

Socialisme en de strijd tegen ongelijkheid: een mens denkt dan aan een loonsverhoging voor de werkende mensen en een dividendenstop voor de aandeelhouders. Aan een miljonairstaks en aan de afschaffing van de notionele interesten. Om meer fiscale rechtvaardigheid te krijgen.

Maar niet zo Monica. Zij ziet het probleem als volgt. “De vakbonden zijn woedend en willen vrije loononderhandelingen. Maar wat stelt men vaak vast? De sociale partners onderhandelen in bepaalde sectoren grotere verhogingen dan in andere. Bijvoorbeeld: 3% in de chemie tegenover 0,2% in de poetsbedrijven. Zo groeit de interne loonkloof.”

De Coninck en co. verdienen vervolging wegens misbruik van identiteit. Want is er nog iets socialistisch aan die mensen?

Daar heb je dan de schuldigen van de ongelijkheid volgens Monica: die van de chemie en van andere “sterke” sectoren. Haar oplossing voor de ongelijkheid: een algehele loonstop, voor minstens zes jaar. Geen 3%. Geen 0,2%. Maar 0,0% voor iedereen. Haar Koninklijk Besluit ligt al klaar, eerstdaags gaat ze het tekenen. Met gratis bovenop: geknoei aan de index. Dat is het socialisme à la Monica: de solidariteit in de armoede. De kuisvrouwen bij Arnault, bij Frère & co. hebben niet hun baas als tegenstander, maar de collega’s van de chemie.

Deze Monica wil dat we ons “naar de toekomst wenden en de arbeidsmarkt anders organiseren”. Waarom? “In de westerse landen gaan we terug naar meer kleine, zelfs familiale ondernemingen die openstaan naar de wereld, met het internet. Het klassieke bedrijf met een baas en de arbeiders achter hun machine, dat is voorbij.” En dus is “meer flexibiliteit nodig”.

Goochelarij is het. Binnenkort geen grote ondernemingen meer? Fout! De multinationals zitten midden een fase van nooit geziene fusies en aankopen. Die multinationals binden meer en meer onderaannemers en kmo’s aan zich. Met haar verwijzing naar de kmo’s en de flexibiliteit heeft De Coninck werkomstandigheden in bepaalde kmo’s voor ogen waar overuren niet geteld worden, waar de vakbonden buitenspel staan en de werknemers alléén worden overgelaten aan de goodwill van hun baas.

En de vrouw die minister voor Werk is, bekent dat ze niet weet wat gedaan om dat werk te verdedigen: “Arcelor is nog erger dan Ford. Tegenover hen voel je je onmachtig. Het enige wat je kunt doen, is nadenken over reconversie en diversificatie.” Voor de werkenden, werklozen en gepensioneerden: de macht van de asociale maatregelen. Voor de multinationals: de zelfverklaarde onmacht, de georganiseerde gelatenheid. Met die mentaliteit zouden onze kinderen vandaag nog in de mijnen en textielfabrieken werken, 12 uur per dag.

De Coninck en co. verdienen vervolging wegens misbruik van identiteit. Want is er nog iets socialistisch aan die mensen? Ander en beter! Het is tijd voor een complexloze linkse kracht, de PVDA.

Commentaar toevoegen